Artikel 8:51a (Bestuurlijke lus herstel gebrek besluit)
1. De bestuursrechter kan het bestuursorgaan in de gelegenheid stellen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen. De vorige volzin vindt geen toepassing, indien belanghebbenden die niet als partij aan het geding deelnemen daardoor onevenredig kunnen worden benadeeld.
2. De bestuursrechter bepaalt de termijn waarbinnen het bestuursorgaan het gebrek kan herstellen. Hij kan deze termijn verlengen.
Uitleg in duidelijke taal
1. De bestuursrechter kan het bestuursorgaan in de gelegenheid stellen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen. De vorige volzin vindt geen toepassing, indien belanghebbenden die niet als partij aan het geding deelnemen daardoor onevenredig kunnen worden benadeeld.
Dit betekent dat de bestuursrechter aan het bestuursorgaan de kans kan geven om een gebrek in het bestreden besluit zelf te herstellen of door anderen te laten herstellen. De zin hiervoor geldt niet als belanghebbenden die geen partij zijn in het juridische geschil (het geding), hierdoor onevenredig zouden kunnen worden benadeeld.
2. De bestuursrechter bepaalt de termijn waarbinnen het bestuursorgaan het gebrek kan herstellen. Hij kan deze termijn verlengen.
Dit betekent dat de bestuursrechter de periode (de termijn) vaststelt waarbinnen het bestuursorgaan het gebrek kan herstellen. De bestuursrechter mag deze termijn ook langer maken (verlengen).
Rechtspraak waarin dit artikel wordt benoemd
ECLI:NL:RBDHA:2025:13334 - Rechtbank Den Haag - 17 juli 2025
ECLI:NL:RBROT:2025:8372 - Rechtbank Rotterdam - 11 juli 2025
ECLI:NL:RBZWB:2025:4362 - Rechtbank Zeeland-West-Brabant - 9 juli 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:13954 - Rechtbank Den Haag - 4 juli 2025
ECLI:NL:RBGEL:2025:7767 - Rechtbank Gelderland - 18 september 2025
ECLI:NL:RBGEL:2025:7503 - Rechtbank Gelderland - 9 september 2025
ECLI:NL:RBGEL:2025:7451 - Rechtbank Gelderland - 4 september 2025
ECLI:NL:RBZWB:2025:5777 - Rechtbank Zeeland-West-Brabant - 27 augustus 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:4677 - Rechtbank Midden-Nederland - 25 augustus 2025
ECLI:NL:RBZWB:2025:5716 - Rechtbank Zeeland-West-Brabant - 22 augustus 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:13459 - Rechtbank Den Haag - 23 juli 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:13352 - Rechtbank Den Haag - 11 juli 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:14447 - Rechtbank Den Haag - 23 juli 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:14544 - Rechtbank Den Haag - 5 augustus 2025
ECLI:NL:RVS:2025:3805 - Raad van State - 13 augustus 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:13070 - Rechtbank Den Haag - 18 juli 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:19367 - Rechtbank Den Haag - 23 oktober 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:18631 - Rechtbank Den Haag - 8 oktober 2025
ECLI:NL:RBOBR:2025:5912 - Onvoldoende motivering van de waardebepaling bij planschade door windturbines - 26 september 2025
De rechtbank oordeelt dat de besluiten over planschade door windturbines onvoldoende zijn gemotiveerd. Het is onduidelijk hoe de adviseur de waardedaling van de percelen na de planologische wijziging heeft vastgesteld. Het college moet dit motiveringsgebrek herstellen, eventueel na inschakeling van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB).