Terug naar bibliotheek
Regeling nationale EZK- en LNV-subsidiesBijlage 4.2.6. behorende bij artikel 4.2.43 van de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies (Missiegedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (MOOI))

Bijlage 4.2.6. behorende bij artikel 4.2.43 van de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies (Missiegedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (MOOI))

Laatste versie

Bijlage 4.2.6: behorende bij artikel 4.2.43 van de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies (Missiegedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (MOOI))

1: MOOI-missie Elektriciteit

A: Doelstelling

De doelstelling van het onderdeel ‘Elektriciteit’ binnen de subsidiemodule Missiegedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (MOOI) is om onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten te stimuleren op de hierna in onderdeel B genoemde innovatiethema’s. Deze projecten leiden binnen tien jaar na de start van het project tot een eerste toepassing en dragen structureel bij aan een betaalbare, betrouwbare, duurzame en veilige energievoorziening. Onder het begrip ‘eerste toepassing’ wordt verstaan het demonstreren van de oplossing in een echte werkomgeving door de innovatie toe te passen in een deel van een zonne- of windstroomsysteem, een nucleaire reactor of een opslagsysteem voor radioactief afval.12De regeling MOOI-Kernenergie heeft een eigen openstelling en budget, los van dat voor MMIP 1 en 2. Dit hoeft nog geen grootschalige uitrol van de innovatie te zijn.

B: Innovatiethema’s

Innovatiethema 1: Innovaties die de business case van energieparken op zee verbeteren, de maatschappelijke impact verlagen en versnelling van aanleg bevorderen Een energiepark op zee omvat in ieder geval windturbines voor productie van elektriciteit, het elektrische netwerk, de aansluiting op het elektriciteitsnet en de systemen die nodig zijn voor de aansturing van de installaties. Daarnaast kan een energiepark op zee ook het volgende omvatten: alternatieve technieken voor elektriciteitsproductie, elektriciteitsopslag, installaties voor conversie van elektriciteit naar andere energiedragers en transport en opslag van die andere energiedragers. Innovatieve oplossingen op land vallen eveneens binnen de reikwijdte van dit innovatiethema, mits deze bijdragen aan de business case voor het energiepark op zee. Projecten binnen dit innovatiethema betreffen ten minste één van de volgende onderzoeks- en ontwikkelrichtingen: de verbetering van de business case van energieparken op zee door kostenreductie of waarde verhoging; de verbetering van de integratie van grote hoeveelheden hernieuwbare energie in het energiesysteem en verbetering van de balancering door flexibilisering van de aanbod- en vraagkant en grootschalige energieopslag en -conversie; verbetering van de ecologie of het voorkomen en beperken van negatieve ecologische effecten in energieparken op zee; de verbetering van de circulariteit van componenten, materialen en grondstoffen. Innovatiethema 2: Innovaties die de business case van geïntegreerde opweksystemen op land verbeteren, bijdragen aan een betere ruimtelijke inpassing en de veiligheid van deze systemen vergroten Een geïntegreerd opweksysteem op land (inclusief de gebouwde omgeving) bestaat uit zonnestroomsystemen of windturbines voor elektriciteitsproductie, de aansluiting op het net of de besturing van het systeem. Daarnaast kan het systeem ook bestaan uit andere technieken voor duurzame elektriciteit, installaties voor opslag van elektriciteit, installaties die stroom omzetten in andere energiedragers, transport- en opslagsystemen voor die energiedragers, onderdelen die aanvullende diensten leveren aan het elektriciteitsnet, voorzieningen voor ruimtelijke inpassing of bescherming van landschap en natuur. Projecten binnen dit thema betreffen innovaties die hernieuwbare elektriciteit op land beter laten aansluiten op het energiesysteem en de omgeving. Projecten binnen dit innovatiethema betreffen ten minste één van de volgende onderzoeks- en ontwikkelrichtingen: innovaties die de business case verbeteren door lagere kosten of door hogere opbrengst of waarde; innovaties die de ruimtelijke inpassing van opslagsystemen verbeteren; innovaties die aanvullende diensten ontwikkelen voor geïntegreerde opweksystemen. Innovatiethema 3: Verbetering van het asset management van opweksystemen, zodat deze systemen goed blijven werken, onderhoud gerichter en goedkoper worden en de veiligheid behouden blijft Projecten binnen dit thema betreffen innovaties die het beheer van opweksystemen voor hernieuwbare elektriciteit op land (inclusief de gebouwde omgeving) efficiënter, goedkoper, betrouwbaarder en veiliger maken. Projecten binnen dit innovatiethema betreffen ten minste één van de volgende ontwikkelrichtingen: innovaties die onderhoud goedkoper maken; innovaties die systemen beter beschermen tegen digitale dreigingen en zorgen dat ze langdurig veilig blijven; innovaties die de monitoring van kleinschalige systemen verbeteren, waarbij deze gegevens gebruikt worden voor strategisch datagedreven (op basis van meetdata) en voorspellend (op basis van data-analyse en algoritmen) onderhoud; innovaties die de technische en economische levensduur van bestaande systemen verlengen. Innovatiethema 4: Ontwikkeling zonnestroomtechnologie Projecten binnen dit thema betreffen innovaties die bijdragen aan de ontwikkeling van nieuwe generatie zonnestroomproducten. Deze producten hebben een hoog rendement, zijn in hoge mate circulair en zijn ruimtelijk goed te integreren. Projecten binnen dit innovatiethema betreffen flexibele perovskietfolies, de producten waarin deze folies worden toegepast, de benodigde productieapparatuur en -processen. In die projecten wordt de volledige keten betrokken: kennisinstellingen, machinebouwers, materiaalleveranciers en producenten. Innovatiethema 5: Kernenergie Het innovatiethema kernenergie is opgesplitst in twee onderdelen. Een project richt zich op ten minste één van de volgende subthema’s. Dit subthema betreft projecten voor innovaties die betrekking hebben op de ontwikkeling van Generatie-IV reactoren of Small Modular Reactors (SMR’s) van ten minste Generatie III+, inclusief micro reactoren. Dit subthema betreft projecten voor innovaties die betrekking hebben op de ontwikkeling van veilige, kosten-efficiënte berging van radioactief afval in een geologische eindberging. Het gaat hierbij om systemen die aantoonbaar de kosten voor opslag en verwerking van hoogradioactief afval verlagen binnen van toepassing zijnde internationale veiligheidseisen (zoals beschreven in de Safety Standards van het IAEA).

2: MOOI-missie Gebouwde omgeving

A: Doelstelling

De doelstelling van het onderdeel ‘Gebouwde Omgeving’ binnen de subsidiemodule Missiegedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (MOOI) is om onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten te stimuleren op de hierna in onderdeel B genoemde innovatiethema’s. Deze projecten leiden binnen vijf jaar na de start van het project tot een eerste toepassing. Onder het begrip ‘eerste toepassing’ wordt verstaan het demonstreren van de innovatie in de omgeving waarvoor die is ontwikkeld, namelijk binnen een gebouw, gedeelte van een woonwijk, bedrijventerrein of andere omgeving. Dit hoeft nog geen grootschalige uitrol van de innovatie te zijn. Daarnaast draagt de innovatie bij aan een betaalbare, betrouwbare, duurzame (energiezuinige) en veilige woon-, leef- en werkomgeving en energievoorziening voor gebruikers en omwonenden.

B: Innovatiethema’s

Innovatiethema 1: Innovatieve verduurzamingsoplossingen voor de verduurzamingsopgave van de bestaande gebouwde omgeving Projecten binnen dit innovatiethema betreffen ten minste één van de volgende ontwikkelrichtingen: 1. een combinatie van producten, diensten of processen die samen één aanpak vormen, waardoor verduurzamingsmaatregelen makkelijker, sneller en goedkoper geïmplementeerd kunnen worden; 2. branchebrede oplossingen waardoor één of meerdere typen verduurzamingsmaatregelen makkelijker, sneller en goedkoper geïmplementeerd kunnen worden. Verduurzamingsoplossingen hebben betrekking op de volgende verschillende segmenten van de gebouwde omgeving: A. woningen (grondgebonden- en gestapelde bouw); B. kantoren, winkels, maatschappelijk (zorg-, onderwijs- en gemeentelijk) vastgoed, gebouwen in de gezondheidszorg en sportaccommodaties. Buiten de reikwijdte van dit innovatiethema vallen projecten waarbij producten, diensten of processen worden ontwikkeld die gerelateerd zijn aan waterstof of groen gas. Innovatiethema 2: Innovaties die bijdragen aan een toekomstbestendig energiesysteem voor woonwijken, bedrijventerreinen, kantoor- of winkelgebieden Projecten binnen dit thema betreffen de volgende eigenschappen: het betreft een energiesysteem voor woonwijken, bedrijventerreinen, kantoor- of winkelgebieden; het omvat een lokale combinatie van installaties voor de productie van hernieuwbare energie (elektriciteit, warmte, koude), de distributie en aflevering ervan aangevuld met opslag (elektriciteit, warmte of koude) en eventueel met omzetting van hernieuwbare elektriciteit in een gebied; en het speelt in op de toekomstige energievraag van de in een gebied aanwezige gebouwen (verwarming en koeling) en andere (toekomstige) functies in het gebied, zoals (productie)processen en de groeiende energievraag van elektrisch vervoer. Buiten de reikwijdte van dit innovatiethema vallen projecten waarbij producten, diensten of processen worden ontwikkeld die gerelateerd zijn aan waterstof of groen gas.

3: MOOI-missie Industrie

A: Doelstelling

De doelstelling van het onderdeel ‘Industrie’ binnen de subsidiemodule Missiegedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (MOOI) is om onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten te stimuleren op de hierna in onderdeel B genoemde innovatiethema's. Deze projecten leiden binnen tien jaar na de start van het project tot een eerste toepassing en dragen bij aan een betaalbare transitie naar een klimaatneutrale en circulaire industrie die geïntegreerd is in het energiesysteem. Onder het begrip ‘eerste toepassing’ wordt verstaan het demonstreren van de oplossing in een operationele omgeving door middel van implementatie van de innovatie binnen een gedeelte van een industrieel proces. Dit hoeft nog geen grootschalige uitrol van de innovatie te zijn.

B: Innovatiethema’s

Innovatiethema 1: Conversieprocessen en ketens voor toepassing van nieuwe commodities Projecten binnen dit innovatiethema betreffen conversieprocessen en ketens voor het efficiënt omzetten van nieuwe commodities in industriële eindproducten. Nieuwe commodities zijn nieuwe koolstof- en stikstofhoudende grondstoffen. Buiten de reikwijdte van dit innovatiethema vallen projecten gericht op: afvangmethoden voor koolstof en langdurige vastlegging van koolstof. Dit valt onder de reikwijdte van de MOOI-missie Koolstofverwijdering; systeeminnovaties zonder innovatie in conversietechnologie en waardeketens. Innovatiethema 2: Innovaties voor industriële Multi-commodity Energy Hubs Projecten binnen dit innovatiethema betreffen innovaties die de realisatie van Multi-commodity Energy Hubs (hierna: MCEH’s) in de industrie helpen versnellen. Het gaat hierbij om de ontwikkeling van technologische componenten en onderzoek naar de inpassing van deze technologieën in een MCEH. Een MCEH is een cluster van bedrijven waar meerdere energiedragers (zoals elektriciteit, warmte en waterstof) aan elkaar gekoppeld zijn (fysiek of digitaal). Binnen de hub worden energie en grondstoffen steeds afgestemd en zo efficiënt mogelijk gebruikt. Buiten de reikwijdte van dit innovatiethema vallen projecten gericht op: de ontwikkeling van hubs zonder onderzoek naar technologische innovatie binnen de industrie; innovaties die één technologie in isolement verbeteren, zonder de toepassing in hubs te onderzoeken. Innovatiethema 3: Ontwikkeling van duurzame ketens voor productie van bouwstenen en toepassingen voor polyester biopolymeren op basis van koolhydraten (NGF BioBased Circular) Dit innovatiethema geeft invulling aan het Nationaal Groeifondsprogramma BioBased Circular.13https://www.biobasedcircular.com Het thema betreft projecten voor innovaties met betrekking tot meerdere onderdelen van de waardeketen in Nederland voor kunststofproducten op basis van koolhydraatrijke biogrondstoffen (hierna: biogebaseerd). Het gaat bij biogebaseerde kunststofproducten om producten van kunststof, coatings of andere materialen op basis van biogebaseerde polyesters. Deze kunnen worden toegepast in onder andere de bouw en interieur, textiel of verpakkingen. Dit subthema betreft het integreren van biogebaseerde materialen in sectoren zoals de bouw en interieur, textiel of verpakkingen door het ontwerpen of opnieuw ontwerpen van bestaande producten en het ontwikkelen van nieuwe producten met circulaire ontwerpprincipes. Het gaat om ontwikkeling en validatie op multi-kg schaal van nieuwe biogebaseerde materialen en applicatie daarvan. Deze biogebaseerde materialen zijn gebaseerd op nieuwe biogebaseerde polyester kunststoffen, of op biogebaseerde polyester kunststoffen die reeds in ontwikkeling zijn, zoals PEF, PLA en PHA, bijvoorbeeld door specifieke aanpassingen van de structuur van deze opkomende biogebaseerde polyester kunststoffen. Dit subthema betreft het ontwikkelen van een nieuwe generatie biogebaseerde bouwstenen (zoals polyolen, dicarbonzuren of hydroxycarbonzuren) en polyesters die daaruit worden gemaakt, waarvan de biogebaseerde routes voor productie nog niet gangbaar zijn, en die verbeterde functionaliteit en recycleerbaarheid of biodegradeerbaarheid hebben waar mogelijk. De ontwikkelde bouwstenen en polyesters dienen tijdens het project gevalideerd te worden in applicaties voor sectoren zoals de bouw en interieur, textiel en verpakkingen. De ontwikkeling moet aan het einde van het beoogde project leiden tot een conceptuele productietechnologie, gevalideerd op TRL5-niveau in een relevante omgeving, en productie van eerste monsters op kg-schaal. Dit subthema betreft het ontwikkelen van een of meerdere nieuwe biogrondstoffen voor omzetting in de in subthema 3b genoemde bouwstenen voor polyesters. Het gaat om de volgende biogrondstoffen: eerste generatie biogrondstoffen uit bestaande gewassen (ook wel primaire gewassen genoemd), zoals suikerbiet, mais, en granen. Projecten die eerste generatie biogrondstoffen uit bestaande gewassen betreffen, moeten zijn gericht op het verlagen van de kostprijs van deze biogrondstoffen tegen de juiste kwaliteit van suikers voor de beoogde toepassing; biogrondstoffen uit nieuwe gewassen, zoals sorghum, hennep, miscanthus, algen, azolla, lupine en cichorei; tweede generatie biogrondstoffen uit:

reststromen uit de landbouw, landschapsbeheer en bosbeheer; bijproducten uit de verwerking van landbouwproducten of voedingsindustrie (agri-food processing); of heterogene reststromen in de vorm van laagwaardig, heterogeen afval, zoals GFE/GFT, slib en mest.

4: MOOI-missie Systeemintegratie

A: Doelstelling

De doelstelling van het onderdeel ‘systeemintegratie’ binnen de subsidiemodule MOOI is om onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten op de in Onderdeel B genoemde innovatiethema’s te stimuleren. Deze projecten dienen binnen tien jaar na start te leiden tot een eerste toepassing die structureel bijdraagt aan de inpassing van grootschalige hernieuwbare elektriciteitsopwekking. Daarmee dragen de projecten bij aan een betaalbare, betrouwbare, duurzame en veilige energievoorziening of de transitie naar een duurzame industrie. Onder het begrip ‘eerste toepassing’ wordt verstaan het demonstreren van de oplossing in een operationele omgeving. Dit houdt de implementatie van de innovatie binnen een gedeelte van een wind- of zonnestroompark, energiesysteem, industriegebied of andere relevante omgeving in. Dit hoeft nog geen grootschalige uitrol van de innovatie te zijn. Buiten de reikwijdte van deze MOOI-missie vallen projecten: die primair zijn gericht op de (technologische) innovaties die de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zon en wind betreffen; die zich beperken tot de ontwikkeling van slimme energiediensten voor kleine zonnestroomsystemen (<1MWp) voor woningen en kleine gebouwen; waarin oplossingen worden onderzocht en ontwikkeld die elektriciteit uit andere duurzame bronnen dan zon en wind betreffen;die primair zijn gericht op de integratie van elektrische mobiliteit in het elektriciteitssysteem; die primair zijn gericht op onderzoek en ontwikkeling van elektrolysetechnologie.

B: Innovatiethema’s

Het startpunt van de innovatiethema’s is de grootschalige opwek van hernieuwbare elektriciteit. Voor de drie onderstaande thema’s houdt dit in dat de oplossingen gebaseerd moeten zijn op en rekening moeten houden met weersafhankelijke variabiliteit van grootschalige hernieuwbare opwek. Onder ‘grootschalige hernieuwbare opwek’ worden zonnestroomsystemen en windparken verstaan van (gecombineerd) meer dan 1 MW aan vermogen met het potentieel van opschaling van de oplossing naar een marktomvang van groter dan 1 GW. Een project moet een bijdrage leveren aan de integratie van grootschalige hernieuwbare opwek en passen binnen één of meer van onderstaande innovatiethema's die de verschillende schakels van het energiesysteem vertegenwoordigen. Hieronder worden oplossingen verstaan waardoor het transport- en distributiesysteem voor elektriciteit efficiënter benut kan worden. Hieronder worden oplossingen verstaan die betrekking hebben op de opslag van hernieuwbare elektriciteit of het omzetten en opslaan van hernieuwbaar opgewekte elektriciteit in de vorm van andere energiedragers, waardoor het elektriciteitssysteem ontlast wordt. Hieronder worden oplossingen verstaan die inzetten op het (flexibele) gebruik van energie door de industrie of door andere grote energiegebruikers. Oplossingen dienen gebruikers in staat te stellen hun elektriciteitsvraag binnen bepaalde grenzen in tijd en hoeveelheid aan te passen (vraagsturing). Hieronder valt het creëren van flexibiliteit in zowel het direct gebruik van elektriciteit als de indirecte elektriciteitsvraag door het gebruik van bijvoorbeeld geëlektrificeerde (hoge temperatuur) warmte.

5: MOOI-missie Koolstofverwijdering

A: Doelstelling

De doelstelling van het onderdeel ‘Koolstofverwijdering’ binnen de subsidiemodule Missiegedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (MOOI) is om onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten op de hierna in onderdeel B genoemde innovatiethema’s te stimuleren. Deze projecten leiden binnen tien jaar na de start van het project tot een eerste toepassing en dragen bij aan de verdere uitrol van koolstofverwijdering in Nederland. Onder het begrip ‘eerste toepassing’ wordt verstaan het demonstreren van de oplossing in een operationele omgeving door middel van implementatie van de innovatie binnen een gedeelte van een industrieel proces. Dit hoeft nog geen grootschalige uitrol van de innovatie te zijn.

B: Innovatiethema’s

Innovatiethema 1: Ontwikkeling van CO2-afvangtechnieken Projecten binnen dit innovatiethema betreffen het ontwikkelen van technieken voor het afvangen van CO2. Het gaat hierbij om het ontwikkelen van methodes voor afvangen en filteren van CO2 uit lucht, water of biogene (punt)bronnen ter voorbereiding op transport en opslag. Die projecten betreffen daarnaast ook het gebruik van CO2-afvangtechnologie in relatie tot de rest van de waardeketen waarbij ook rekening gehouden wordt met impact van het project op mens en milieu. Buiten de reikwijdte van dit innovatiethema vallen projecten gericht op: de ontwikkeling van technieken voor het afvangen van CO2 die uitsluitend toe te passen zijn op fossiele bronnen. Innovatiethema 2: Permanente koolstofverwijdering Projecten binnen dit innovatiethema zijn gericht op het ontwikkelen van technieken die permanent koolstof verwijderen uit de lucht, het water of biogene (punt)bronnen. Het gaat hierbij om het permanent vastleggen van CO2 via mineraliseren of opslag in geologische formaties. Projecten betreffen daarnaast ook het gebruik van CO2- opslagtechnologie in relatie tot de rest van de waardeketen waarbij ook rekening gehouden wordt met impact van het project op mens en milieu. Buiten de reikwijdte van dit innovatiethema vallen projecten gericht op: de ontwikkeling van technieken voor het opslaan van CO2 die alleen toepasbaar zijn op fossiele koolstof; het opslaan van koolstof in de diepe ondergrond op land; het opslaan van koolstof in oceaanbodems (o.a. oceaanfertilisatie en afzinken van biomassa) en het verhogen van de pH van oceanen; natuurlijke oplossingen zoals het vastleggen van koolstof in planten, bomen, bodems en grond (o.a. biomassa begraven). Innovatiethema 3: Langdurige opslag in producten Projecten binnen dit thema betreffen de langdurige opslag van koolstof uit lucht, water of biomassa in producten. Het doel is dat de koolstof minimaal 35 jaar wordt vastgelegd. Projecten betreffen daarnaast ook langdurige opslag van koolstof in producten in relatie tot de rest van de waardeketen waarbij ook rekening gehouden wordt met impact van het project op mens en milieu. Buiten de reikwijdte van dit innovatiethema vallen projecten gericht op: de ontwikkeling van producten op basis van fossiele koolstof; de ontwikkeling van producten die maximaal 35 jaar meegaan, waardoor de CO2 snel weer in de lucht komt; de ontwikkeling van brandstoffen en voedingsstoffen op basis van CO2; natuurlijke oplossingen, zoals het vastleggen van koolstof in planten, bomen, bodems en grond (o.a. herbebossen, bebossen, veen herstellen en vastleggen in weilanden).

Details

[Vervalt op 01-01-2028. Zie het wijzigingenoverzicht.]