Bijlage 2.2.2. behorende bij artikel 2.2.8, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2
Bijlage 2.2.2: behorende bij artikel 2.2.8, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2
| Onderdeel | Hoeveelheid punten |
|---|---|
| Verwachte bijdrage aan CO2-reductie, als bedoeld in artikel 2.2.8, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1 | 1 punt (beperkt) |
| Aandeel niet-energie gerelateerde aspecten in project, als bedoeld in artikel 2.2.8, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1 | 1 punt (veel) |
| Voorbeeldwerking/ gewas-overstijgendheid, als bedoeld in artikel 2.2.8, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1 | 1 punt (klein) |
| Praktijkrijpheid na onderzoek/project, als bedoeld in artikel 2.2.8, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2, ten tweede | 1 punt (groot) |
Deze tabel wordt gebruikt bij de berekening van de gewenste omvang van de eigen bijdrage van de sector. Dit is een onderdeel van het rangschikkingscriterium in artikel 2.2.8, eerste lid, onderdeel c. Op elk van de vier onderdelen wordt een score toegekend. Er kunnen minimaal 4 en maximaal 12 punten behaald worden. Score ≥10: geen eigen bijdrage noodzakelijk en 100% subsidie score 8–9: 10% eigen bijdrage en 90% subsidie score 6–7: 50% eigen bijdrage en 50% subsidie score 0≤5: meer dan 50% eigen bijdrage en minder dan 50% subsidie Hoe meer het onderzoek bijdraagt aan de specifieke doelen van Kas als Energiebron en daarmee aan het maatschappelijk doel van CO2-reductie, hoe groter de bijdrage vanuit de overheid gerechtvaardigd is. Voor onderzoek dat weliswaar bijdraagt aan CO2-reductie, maar dat daarnaast ook diverse andere doelen dient die niet direct gerelateerd zijn aan energie, zoals bijvoorbeeld circulariteit, beperking gewasbescherming, zuivering afvalwater of hergebruik reststromen, ligt een grote bijdrage vanuit deze subsidieregeling minder voor de hand. Er wordt dan een eigen bijdrage van andere partijen verwacht. Dat kunnen tuinders of leveranciers zijn, maar ook bijvoorbeeld producentenorganisaties. Een grotere eigen bijdrage van bijvoorbeeld een gewascoöperatie wordt verwacht als het onderzoek weinig gewasoverstijgend is of een beperkte voorbeeldwerking heeft voor andere gewassen. De resultaten komen dan ten goede aan een beperkt deel van de totale glastuinbouwsector waardoor een grotere eigen bijdrage van dat deel van de sector gerechtvaardigd is. Dat geldt ook voor een onderzoek dat dichter tegen de markt aan zit en waarvan de resultaten redelijk praktijkrijp zijn en snel door tuinders toegepast kunnen worden. Tuinders profiteren dan sneller van het onderzoek.
Details
[Vervalt op 01-04-2031. Zie het wijzigingenoverzicht.]