Terug naar bibliotheek
Regeling nationale EZK- en LNV-subsidiesBijlage 4.2.1. behorende bij artikel 4.2.9 van de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies (Energie & Klimaat Onderzoek en Ontwikkeling (EKOO))

Bijlage 4.2.1. behorende bij artikel 4.2.9 van de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies (Energie & Klimaat Onderzoek en Ontwikkeling (EKOO))

Laatste versie

Bijlage 4.2.1: behorende bij artikel 4.2.9 van de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies (Energie & Klimaat Onderzoek en Ontwikkeling (EKOO))

A: Elektriciteit

1: Doelstelling

De doelstelling van het onderdeel ‘Elektriciteit’ binnen de subsidiemodule Energie & Klimaat Onderzoek en Ontwikkeling (EKOO) is om onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten te stimuleren op de hierna in hoofdstuk 2 genoemde innovatiethema’s. Deze projecten leiden binnen tien jaar na de start van het project tot een eerste toepassing en dragen bij aan een betaalbare, betrouwbare, duurzame en veilige energievoorziening. Onder het begrip ‘eerste toepassing’ wordt verstaan het demonstreren van de oplossing in een operationele omgeving door de innovatie toe te passen in een deel van een zonne- of windstroomsysteem. Dit hoeft nog geen grootschalige uitrol van de innovatie te zijn.

2: Innovatiethema’s

1: MMIP1: Hernieuwbare energie op zee

Innovatiethema 1 sluit aan op het Meerjarige Missiegedreven Innovatieprogramma (MMIP)1MMIP 1: Hernieuwbare energie op zee. Projecten binnen dit innovatiethema betreffen innovaties die leiden tot concrete oplossingen die de opschaling van hernieuwbare energieproductie op zee mogelijk maken, waarbij de (systeem)kosten aanvaardbaar zijn en aan randvoorwaarden met betrekking tot ecologie, circulariteit en ruimtelijke inpassing wordt voldaan. Onder dit innovatiethema vallen projecten die passen binnen ten minste één van de volgende subthema’s.

1.1: Kostenverlaging en waarde-optimalisatie

Dit subthema betreft innovatieprojecten die leiden tot structurele verbetering van de business case van windparken op zee door middel van kostenreductie, opbrengst- of waardeverhoging. Projecten binnen dit subthema betreffen ten minste één van de volgende onderzoeks- en ontwikkelrichtingen: het efficiënter en beter plannen van onderhoud en mogelijk maken van inspectie. Dit door minder of geen inzet van mensen op locatie met behulp van sterk vernieuwende technologieën, die de kans op falen of defecten aanzienlijk verkleinen en daardoor de beschikbaarheid van het energiepark vergroten. De innovatieve oplossingen zijn veilig en robuust, zowel voor het personeel als het energiesysteem zelf; het efficiënter en sneller maken van het transport, de installatie en decommissioning van ondersteuningsconstructies en elektrische infrastructuur binnen de energieparken. Hierin passen ook industrialisatie en standaardisatie door de leveringsketen; het optimaliseren van het ontwerp van energieparken op zee, zoals door verhoging van de capaciteitsfactor en het minimaliseren van zogeffecten.

1.2: Integratie in het energiesysteem

Projecten binnen dit subthema betreffen ten minste één van de volgende onderzoeks- en ontwikkelrichtingen: de verbetering van de integratie van grote hoeveelheden windenergie op zee in het energiesysteem en het balanceren van dat systeem door bijvoorbeeld flexibilisering van de aanbod- en vraagkant en grootschalige energieopslag en -conversie; de verlaging van kosten die nodig zijn om windparken op zee aan te sluiten op het elektriciteitsnet en de energie te integreren in het energiesysteem. Deze kosten zijn niet beperkt tot de productiekosten (Levelized Cost Of Energy).

1.3: Ruimtelijke, milieu- en maatschappelijke integratie

Projecten binnen dit subthema betreffen ten minste één van de volgende onderzoeks- en ontwikkelrichtingen: de versterking van de natuur in en rondom energieparken door mitigerende en compenserende maatregelen, inclusief maatregelen die meervoudig ruimtegebruik mogelijk maken waarbij er directe betrokkenheid is van het offshore energiepark; de versterking van circulariteit en vermindering van materiaalgebruik en milieubelasting. Onder circulariteit wordt verstaan alles wat ertoe bijdraagt dat er minder gebruik wordt gemaakt van nieuwe grondstoffen, componenten van windparken langer gebruikt worden en vrijkomende materialen na decommissioning weer opnieuw kunnen worden gebruikt; het aantrekkelijker, veiliger en toegankelijker maken om te werken in de offshore energiesector.

2: MMIP 2: Hernieuwbare elektriciteit op land en in de gebouwde omgeving

Innovatiethema 2 sluit aan op MMIP 22MMIP 2: Hernieuwbare elektriciteitsopwekking op land en in de gebouwde omgeving. Projecten binnen dit innovatiethema betreffen innovaties voor hernieuwbare elektriciteitsopwekking op land en in de gebouwde omgeving. Onder dit innovatiethema vallen projecten die passen binnen ten minste één van de volgende subthema’s van MMIP 2.

2.1: Technologieontwikkeling zonnestroom

Projecten binnen dit subthema betreffen ten minste één van de volgende onderzoeks- en ontwikkelrichtingen: de verbetering van de technologie voor de productie van licht absorberende lagen en contactlagen van zonnecellen; de verbetering van de kwaliteit en veiligheid van het zonnestroomsysteem door de ontwikkeling van nieuwe systeemcomponenten; het realiseren van omvormers die elektriciteitsnet-ondersteunende diensten mogelijk maken; de verbetering van circulariteitsaspecten van zonnestroomsystemen.

2.2: Toepassingsontwikkeling zonnestroom

Projecten binnen dit subthema betreffen de ontwikkeling van innovaties die bijdragen aan het technisch, economisch en maatschappelijk mogelijk maken van zonnestroomsystemen in de gebouwde omgeving, op land en (groot)binnenwater.

2.3: Technologie en toepassingsontwikkeling windenergie

Projecten binnen dit subthema betreffen ten minste één van de volgende onderzoeks- en ontwikkelrichtingen: de kostenreductie en verbetering van de business case van windenergie op land en de verbetering van de efficiëntie, veiligheid en betrouwbaarheid van windenergie op land; het vergroten en faciliteren van de implementatie van windenergie in het buitengebied; de verbetering van de ruimtelijke en ecologische inpassingen van windenergie, zoals door het detecteren van vogels en vleermuizen in de omgeving van de turbine, met als doel het verminderen van het aantal aanvaringsslachtoffers en het reduceren van geluidshinder.

B: Gebouwde Omgeving

1: Doelstelling

De doelstelling van dit onderdeel van de subsidiemodule Energie & Klimaat Onderzoek en Ontwikkeling (EKOO) is de ondersteuning van onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten binnen de in hoofdstuk 2 genoemde innovatiethema’s om te komen tot nieuwe of aanmerkelijk verbeterde producten, diensten of processen die binnen vijf jaar (uiterlijk in 2029) na de start van het project) tot een eerste toepassing in Nederland leiden en daarmee bijdragen aan de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Dit onderdeel van de EKOO is aanvullend op de subsidiemodule Missiegedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (MOOI), opgenomen in paragraaf 4.2.7 van de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies. Dit onderdeel betreft innovatieve ontwikkelingen van ondernemingen die niet of nog niet in een grootschalig consortium kunnen worden opgepakt. De projecten van deze subsidiemodule dragen bij aan de deelprogramma’s van de Meerjarige Missiegedreven Innovatieprogramma’s (MMIP's) 33MMIP 3: Versnelling van energierenovaties in de gebouwde omgeving., 44MMIP 4: Duurzame warmte en koude in de gebouwde omgeving. en 55MMIP 5: Elektrificatie van het energiesysteem in de gebouwde omgeving..

2: Innovatiethema’s

1: Verduurzamingsarrangementen voor woningen en utiliteitsgebouwen

Dit innovatiethema sluit aan bij MMIP3. Het thema is gericht op innovaties die leiden tot verbeterde verduurzamingsarrangementen voor de volgende gebouwtypen: Grondgebonden en gestapelde woningen Utiliteitsgebouwen: kantoren, niet-industriële bedrijfshallen, winkels, onderwijsvastgoed, gebouwen in de gezondheidszorg en sportaccommodaties. Projecten die binnen één of meer van de volgende deelthema’s vallen, komen in aanmerking voor subsidie.

1.1: Verduurzamingsarrangementen en het verminderen van de milieu-impact van die arrangementen

Dit deelthema bevat innovatieprojecten die activiteiten uitvoeren op een of meer van de volgende onderdelen: ontwikkelen van een marktrijpe propositie voor het seriematig naad- en kierdicht maken van woningen in combinatie met de realisatie van een gezond binnenmilieu, dat aansluit bij de wensen, behoefte en gedrag van bewoners; ontwikkelen van een concurrerende propositie voor de latere stappen in een stapsgewijze aanpak voor het aardgasvrij maken van woningen waar de eerste stappen (zoals spouwmuur-, vloer- en dakisolatie, glasvervanging, en installatie van warmtepompen en afgifte-, tapwater- en ventilatiesystemen) zijn gezet; verlagen van de milieu-impact van bestaande verduurzamingsarrangementen; toepassen van biobased of hergebruikte materialen in verduurzamingsarrangementen in plaats van primaire grondstoffen; het aanpassen van bestaande verduurzamingsarrangementen aan het veranderende klimaat, waardoor ook energiezuinige en installatie-arme koeling in de zomer wordt gerealiseerd; ontwikkelen van nature-based verduurzamingsarrangementen waarbij natuur wordt ingezet voor een energiezuinige en installatie-arme gebouwen en ruimte wordt geboden aan de natuur, zodat deze geen knellende randvoorwaarde wordt voor het verduurzamen van gebouwen (natuur-inclusief).

1.2: Industrialisatie en digitalisering van het verduurzamingsproces

Dit deelthema bevat innovatieprojecten die activiteiten uitvoeren op een of meer van de volgende onderdelen: minimalisatie van overlast bij de realisatie van het verduurzamingsarrangement, zowel logistiek als bij de ingreep in de gebouwen of woningen; het verlagen van de milieu-impact bij de uitvoering van het verduurzamingsarrangement, bijvoorbeeld door het verbeteren van de efficiency of het energieverbruik in de fabriek; oplossingen om de flexibiliteit van fabrieken voor de productie van verduurzamingsarrangementen te vergroten zodat beter kan worden ingespeeld op de fluctuerende vraag en behoefte in de markt, inclusief het geschikt maken van fabrieken die zijn gerealiseerd voor de productie van verduurzamingsarrangementen voor nieuwbouw; arbeidsbesparende innovaties, zoals robotisering, voor specifieke handelingen op de bouwplaats of in de fabrieksmatige productie van componenten die toegepast worden in verduurzamingsarrangementen; ontwikkelen van oplossingen voor het ontzorgen van de uitvoeringsketen op het gebied van customer relation management (crm), planning en logistiek, inkoop en administratie door adviserende partijen zoals energieloketten en energieadviesbureaus en oplossingen die helpen de uitvoering van verduurzamingsarrangementen te stroomlijnen in efficiënte uitvoeringstromen; ontwikkelen van oplossingen die helpen de financierbaarheid van verduurzamingsarrangementen te verbeteren. Bijvoorbeeld door de voorspelbaarheid van de besparing op de energiekosten te vergroten en de kwaliteit van het uitvoeringsproces te borgen; ontwikkelen van oplossingen die helpen bij het inrichten van een effectieve aanpak voor het benutten van het mutatiemoment van particuliere woningen als aanleiding voor de verduurzaming van de nieuwe woning met partijen zoals een makelaar, taxateur, hypotheekadviseur, hypotheekverstrekker, notaris, aannemer en een architect; ontwikkelen van oplossingen die het ontsluiten van de verschillende expertises ondersteunen die nodig zijn voor het uitbrengen van integraal (bouwkundig en isolatie technisch) maatwerkadvies voor woningen die in een energiearmoede-aanpak worden verduurzaamd in een efficiënte uitvoeringstroom.

2: Oplossingen voor de verduurzaming van de collectieve warmte- en koudevoorziening

Dit innovatiethema sluit aan bij MMIP4. Dit thema richt zich op realiseren van een aantrekkelijk aanbod van warmte- en koudevoorzieningen voor huis- en gebouweigenaren voor het aardgasvrij maken van woningen en gebouwen. Projecten die binnen een of meer van de volgende deelthema’s passen, komen in aanmerking voor subsidie.

2.1: Warmtepompen en afgifte-, tapwater- en ventilatiesystemen

Dit deelthema bevat innovatieprojecten die activiteiten uitvoeren op een of meer van de volgende onderdelen: ontwikkelen van een compressiewarmtepomp die gebruikt maakt van natuurlijke koudemiddelen met oog voor circulariteit, prijs, energieverbruik, geluid, ruimtegebruik, inpassing en stuurbaarheid; ontwikkelen van compactere, plug-n-play of gebouw geïntegreerde (hybride) warmtepompen, zodat ze eenvoudig en met minder menskracht te installeren en onderhouden zijn; ontwikkelen van technologische opvolgers van conventionele compressiewarmtepompsystemen die in potentie kunnen concurreren met compressietechniek, zoals bijvoorbeeld thermo-akoestische, Stirling, magneto-calorische en ad-/absorptie warmtepompen met oog voor circulariteit, efficiëntie, prijs, geluid, ruimtegebruik, inpassing en stuurbaarheid; ontwikkelen van goedkopere, energetisch geoptimaliseerde lage temperatuurafgiftesystemen voor ruimteverwarming en -koeling, compacte warmtapwatersystemen (met warmteterugwinning of in combinatie met (zeer) lage temperatuur warmtenetten) en (kook)ventilatiesystemen (met warmteterugwinning en zomernachtventilatie) met extra aandacht voor eenvoudige installatie en (ontwerp voor) de integratie in gebouwdelen of met andere functies voor een stil en esthetisch eindresultaat met efficiënt ruimtegebruik; ontwikkelen van mini-warmtenetten als opschalingsstrategie voor collectieve warmte en koude, zoals het efficiënter ontsluiten van bestaande bronnen, technische oplossingen om om te gaan met woningen die nog niet worden aangesloten, ontwikkelen van quickscan tools, innovatieve contractvormen (in combinatie met technische configuratie) en bijvoorbeeld de interferentie van benodigde bodemsystemen.

2.2: Kleinschalige warmteopslagsystemen en duurzame warmte- en koudenetten

Dit deelthema bevat innovatieprojecten die activiteiten uitvoeren op een of meer van de volgende onderdelen: ontwikkelen van compactere voelbare warmte- en (latente) ‘phase change material’ (PCM) opslag in de losstaande opslagsystemen en geïntegreerd in gebouwdelen zoals vloeren, plafonds en plafondplaten met aandacht voor betaalbaarheid, eenvoud van installatie en onderhoud; ontwikkelen van (de stabiliteit van) thermochemische materialen voor ‘thermo chemical materials’ (TCM) opslag ten behoeve van een hogere vermogensdichtheid, langere levensduur en inpassing; ontwikkelen van effectieve regelstrategieën van kleinschalige warmteopslag (in verschillende configuraties) voor duurzame, betrouwbare en betaalbare inzet in het (lokale) energiesysteem; ontwikkelen van goedkopere, snellere en minder overlast gevende huisaansluitingsmethoden inclusief innovatieve afleversets voor (zeer) lage temperatuur warmte- en koudenetten.

2.3: Oplossingen voor een betrouwbare, betaalbare en eerlijke elektriciteitsvoorziening

Dit innovatiethema sluit aan bij MMIP5. Het thema is gericht op innovaties die nodig zijn om een betrouwbare, betaalbare en eerlijke elektriciteitsvoorziening in de gebouwde omgeving waar te borgen, terwijl het gebruik van elektriciteit en productie uit (decentrale) hernieuwbare energiebronnen toeneemt. Het gaat om elektrificatie van gebouwen, wijken en bedrijventerreinen en elektrische infrastructuur in de gebouwde omgeving. Dit thema bevat innovatieprojecten die activiteiten uitvoeren op een of meer van de volgende onderdelen: ontwikkelen van standaarden en protocollen om apparaten uit te lezen en aan te sturen (interoperabiliteit). Voor onder andere warmtepompen, elektrische boilers, laadpunten, opslagsystemen, en zon-PV inverters. ontwikkelen van oplossingen voor het realiseren van de slimme en netbewuste woning van de toekomst. ontwikkelen van oplossingen voor netcongestie in relatie tot de nieuwbouwopgave. verbeteren power quality met vermogenselektronica als oplossingsrichting voor efficiënter benutten stroomnet.

C: Industrie

1: Doelstelling

De doelstelling van het onderdeel ‘Industrie’ binnen de subsidiemodule Energie & Klimaat Onderzoek en Ontwikkeling (EKOO) is om onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten op de hierna in hoofdstuk 2 genoemde innovatiethema’s te stimuleren. Deze projecten leiden binnen tien jaar na de start van het project leiden tot een eerste toepassing en dragen bij aan een betaalbare transitie naar een klimaatneutrale en circulaire industrie die geïntegreerd is in het energiesysteem. Onder het begrip ‘eerste toepassing’ wordt verstaan het demonstreren van de oplossing in een operationele omgeving. Dit hoeft nog geen grootschalige uitrol van de innovatie te zijn, maar gaat om het implementeren van de innovatie binnen een gedeelte van een industrieel proces waarbij ook expliciet rekening wordt gehouden met de inpassing van de innovatie in het energiesysteem. Onder het begrip ‘industrie’ wordt verstaan het geheel van ondernemingen die materiële goederen produceren, waarbij grondstoffen worden verwerkt en waarbij sprake is van een hoge graad van mechanisering en automatisering, genoemd in de Standaardbedrijfsindeling van het Centraal Bureau voor de Statistiek, hoofdgroep B, C, D (alleen energiedistributie) of E.

2: Innovatiethema’s

1: MMIP 6: Grondstoffen en producten voor circulariteit van koolstof

Innovatiethema 1 sluit aan op het Meerjarige Missiegedreven Innovatieprogramma (MMIP) 63MMIP 6: Grondstoffen en producten voor circulariteit van koolstof. Projecten binnen dit thema betreffen technologieën die de koolstofketen sluiten en het gebruik van virgin fossiele grondstoffen vermijden door het gebruik van CO of CO2 als grondstof voor koolstofchemie. De CO kan afkomstig zijn uit restgassen of vergassing van diverse grondstoffen. CO2 kan afkomstig zijn uit geconcentreerde stromen (restgassen en rookgassen), rechtstreeks uit de atmosfeer of uit zeewater. Dit thema betreft het deelprogramma Carbon capture and Utilisation (CCU) van MMIP 6.

2: Mmip 7: CO2-vrije industriële energiehuishouding

Innovatiethema 2 sluit aan op MMIP 74MMIP 7: CO2-vrije industriële energiehuishouding. Projecten binnen dit thema betreffen ten minste één van de volgende onderzoeks- en ontwikkelrichtingen: 1. reduce: vermindering van energieverbruik door efficiëntere processen. Hieronder vallen in elk geval efficiënte procestechnologie en digitale productie- en ketenondersteuning; 2. reuse: hergebruik van energie (met name warmte) binnen en buiten de fabriek. Hieronder vallen in elk geval technologieën en systemen voor warmteopwaardering, -opslag, en -hergebruik; 3. replace: vervanging van fossiele energiedragers door met name elektriciteit. Hieronder vallen in elk geval elektrisch gedreven processen en ondersteunende (digitale) technieken; 4. produce: productie van duurzame energiedragers (waterstof, waterstofdragers) via elektrochemische processen.

3: MMIP 8: Keten- en systeemaspecten – Digitalisering

Innovatiethema 3 sluit aan op MMIP 85MMIP 8: Keten- en systeemaspecten. Projecten binnen dit thema betreffen digitale innovaties en technieken op het gebied van producten en diensten die keten- en systeemverandering en elektrificatie ondersteunen.

4: MMIP 13: Systeemintegratie – energieflexibiliteit in de industrie

Innovatiethema 4 sluit aan op MMIP 136MMIP 13: Een robuust en maatschappelijk gedragen energiesysteem. Projecten binnen dit thema betreffen nieuwe duurzame oplossingen voor de industrie die zorgen voor substantieel meer flexibiliteit in de industriële energievraag en deze energieflexibiliteit kunnen inzetten met aantoonbare systeemvoordelen.

D: Circulaire Economie

1: Doelstelling

De doelstelling van dit onderdeel van de subsidiemodule Energie & Klimaat Onderzoek en Ontwikkeling (EKOO) is de ondersteuning van onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten binnen de in hoofdstuk 2 genoemde innovatiethema’s om te komen tot innovatieve en circulaire producten, processen en diensten die binnen tien jaar na de start van het project tot een eerste toepassing in Nederland leiden en die niet of nog niet door een grootschalig consortium kunnen worden opgepakt. Onder het begrip ‘eerste toepassing’ wordt verstaan het demonstreren van de oplossing in een operationele omgeving. Hierbij hoeft het nog niet te gaan om grootschalige uitrol van de innovatie. Daarnaast kan het, bij de beoordeling van de bijdrage van het project aan de doelstelling, positief meewegen als innovaties eerder tot een eerste toepassing leiden. Binnen dit onderdeel gaat het om projecten met betrekking tot circulaire producten, processen of diensten die bij een eerste toepassing leiden tot: 1. verhoging van de grondstoffenefficiëntie, zodat er minder grondstoffen nodig zijn om dezelfde hoeveelheid producten te produceren. Dit kan door: ----a. per product minder grondstoffen te gebruiken, met behoud van functionaliteit; ----b. de levensduur van producten te verlengen door ze herbruikbaar, onderhoudbaar of repareerbaar te maken of door nieuwe methoden voor hergebruik, onderhoud of reparatie te ontwikkelen; ----c. ontwikkeling van diensten ter vervanging van de verkoop van producten, zoals een huur- of deelconcept; ----d. vervanging van fossiele grondstoffen door recyclaat; ----e. vervanging van fossiele grondstoffen door biogrondstoffen.

2. vermindering van de ecologische voetafdruk, blijkend uit de verbetering van de biodiversiteit of vermindering van vervuiling van de natuur; 3. vermindering van de CO2-uitstoot of andere broeikasgasemissies in Nederland als gevolg van het gebruik van minder of andere grondstoffen; of 4. verbetering van de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen9Kritieke grondstoffen zijn grondstoffen die van cruciaal economisch belang zijn, maar niet op betrouwbare wijze binnen de EU kunnen worden gewonnen en dus grotendeels moeten worden ingevoerd. Voor deze subsidiemodule betreft het de kritieke grondstoffen die zijn opgenomen in de meest recent gepubliceerde lijst van kritieke grondstoffen door de Europese Commissie. door terugwinning en hergebruik mogelijk te maken of een niet-kritiek substituut in te zetten.

2: Innovatiethema’s

1: Circulaire economie anders dan circulaire plastics en biobased circular

Projecten binnen dit innovatiethema zijn gericht op een toepassing binnen één of meer van de productgroepen10Dit zijn productgroepen van de Kennis- en innovatieagenda Circulaire Economie https://kia-ce.nl/wp-content/uploads/2021/02/KIA-Circulaire-Economie-versie-2.0-def-15-oktober-2019.pdf. in onderstaande tabel.

Prioritaire waardeketen1Productgroepen
Maakindustrie (inclusief productgroepen in het kader van de Nationale Grondstoffenstrategie)2Kapitaalgoederen (zoals (hijs-, hef- en transport) werktuigen; machinebouw; medische apparaten en productie-apparatuur); elektromotoren, generatoren en transformatoren; computers en randapparatuur; communicatie en meetapparatuur)
Zonnepaneelsystemen (alleen levensduurverlenging en recycling) en windturbines
Elektrolysers
Batterijen voor licht elektrisch vervoer (zoals fietsen, scooters, steps, rolstoelen)
Gebouwgebonden klimaatinstallaties (zoals warmtepompen en koelsystemen)
Bouw en InfrastructuurWoningen en kantoren (uitgezonderd prefab en biobased bouwen)
Betonnen bruggen en viaducten
Wegverhardingen
ConsumptiegoederenElektrische en elektronische apparaten
Meubels
Textiel
Verpakkingen en wegwerpproducten

1 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/beleidsnotas/2023/02/03/nationaal-programma-circulaire-economie-2023-2030 2 Kamerstukken II 2022/23, 32 852, nr. 224 (Nationale Grondstoffenstrategie) en Kamerstukken II 2023/24, 32 852, nr. 291 (Voortgang Nationale Grondstoffenstrategie). De volgende typen projecten komen in aanmerking voor subsidie: technologisch onderzoek en ontwikkeling gericht op het ontwikkelen van een nieuw of aanmerkelijk verbeterd product, proces of dienst ten opzichte van bestaande circulaire producten, processen of diensten; onderzoek naar consumentengedrag, bedrijfs- of verdienmodellen, of een combinatie hiervan, voor zover dit onderzoek gericht is op de daadwerkelijke ontwikkeling van een nieuw of aanmerkelijk verbeterd product, proces of dienst (het onderzoek is een voorbereiding op deze ontwikkeling). Het nieuw te ontwikkelen of aanmerkelijk te verbeteren product, proces of dienst moet voldoende concreet beschreven kunnen worden, zodat duidelijk is wat de innovatie is en kan worden getoetst of dit voldoende vernieuwend is om te kwalificeren als industrieel onderzoek. De ontwikkelaar van het product, proces of de dienst is als deelnemer in het project betrokken. Daarbij wordt aangegeven hoe de resultaten door deze ontwikkelaar gebruikt gaan worden bij de ontwikkeling of verdere ontwikkeling van het product, proces of de dienst. In het onderzoek staat de input op de ontwikkeling of verdere ontwikkeling centraal, niet het op de markt brengen of het daarvoor gereed maken van het product, proces of de dienst; een combinatie van 1 en 2. Buiten de reikwijdte van dit innovatiethema vallen: projecten gericht op de toepassing van biobased grondstoffen ter vervanging van een of meerdere grondstoffen in producten uit de genoemde productgroepen, omdat via andere instrumenten hier reeds ondersteuning voor is; projecten die hoofdzakelijk gericht zijn op recycling of terugwinning (tenzij het terugwinning van kritieke grondstoffen betreft), met uitzondering van zonnepaneelsystemen en windturbines, blijkend uit de verdeling van de kosten, omdat via andere instrumenten hier reeds voldoende ondersteuning voor is.

2: Circulaire Plastics

Dit innovatiethema betreft projecten die zijn gericht op onderzoek naar en ontwikkeling van producten waarin minimaal 25% van de fossiele grondstoffen worden vervangen door biopolymeren op basis van biogrondstoffen of door minimaal 25% recyclaat uit mechanische recycling, chemische depolymerisatie of dissolutie. Dit innovatiethema omvat ook onderzoek en ontwikkeling aan productieprocessen in alle stappen van sortering tot en met recycling van plastic afval. Het gaat om projecten die betrekking hebben op toepassing van polymeren in plastic deel- en eindproducten. Projecten kunnen betrekking hebben op de volgende subthema's: ontwerp voor circulariteit: ontwikkeling van producten met minimaal 25% recyclaat (mechanisch, chemisch of dissolutie) of biogebaseerde polymeren, die zelf ook goed recyclebaar zijn en veilig kunnen worden toegepast (safe and circular by design), inclusief het maken van een werkbaar prototype; circulaire grondstoffen en processen: innovaties gericht op verbeterde inzameling, scheiding, sortering, voorbehandeling of recycling. Buiten de reikwijdte van dit thema vallen projecten gericht op: het gebruik van recyclaat uit thermochemische recycling, zoals pyrolyse of vergassing; onderzoek en ontwikkeling op het gebied van biopolyesters (innovatiethema 3; het gebruik van biogebaseerde polymeren die chemisch identiek zijn aan reeds bestaande en toegepaste polymeren op basis van fossiele grondstoffen; het toepassen van polymeren in vezels, coatings, harsen en composieten; ontwikkeling van biologische recyclingprocessen voor biodegradeerbare polymeren, zoals compostering en fermentatie.

3: Biobased Circular

Innovatiethema 3 geeft invulling aan het Nationaal Groeifondsprogramma Biobased Circular7www.biobasedcircular.com. Het thema betreft onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten om te komen tot circulaire waardeketens voor polyesters op basis van koolhydraatrijke biogrondstoffen (biogebaseerd). De biogebaseerde polyesters vinden hun toepassing in kunststoffen (nieuw of reeds in ontwikkeling, zoals PEF, bio-PET, PLA en PHA), harsen, coatings of composieten. Het gaat om toepassingsgebieden met potentiële afzetmarkten waar een gewichtsvolume in tonnen nodig is en die dus zowel economisch als wat betreft CO2-reductie en circulariteit voor Nederland van betekenis zijn. Onder dit innovatiethema vallen projecten die passen binnen ten minste één van de volgende subthema’s.

3.1: Circulair ontwerpen van halffabricaten en producten8Programmalijn 2 van het Nationaal Groeifondsprogramma Biobased Circular.

Projecten binnen dit subthema betreffen het opnieuw ontwerpen van bestaande halffabricaten en producten en het ontwikkelen van nieuwe halffabricaten en producten met circulaire ontwerpprincipes. Het gaat om de ontwikkeling en validatie op multi-kg schaal in industriële productieprocessen van biogebaseerde polyesters en de applicatie daarvan.

3.2: Bouwstenen en polyesters 9Programmalijn 3 van het Nationaal Groeifondsprogramma Biobased Circular.

Projecten binnen dit subthema betreffen het ontwikkelen van biogebaseerde bouwstenen (zoals polyolen, dicarbonzuren of hydroxycarbonzuren) of polyesters. Dit omvat tevens projecten gericht op het ontwikkelen van bouwstenen of polymeren met een verbeterde functionaliteit en recycleerbaarheid of biodegradeerbaarheid. De ontwikkeling van deze nieuwe bouwstenen en polyesters worden tijdens het project ontwikkeld en gevalideerd.

3.3: Productieprocessen

Projecten binnen dit subthema betreffen het ontwikkelen van nieuwe of verbeteren van productieprocessen voor biogebaseerde bouwstenen (zoals polyolen, dicarbonzuren of hydroxycarbonzuren) of polyesters. Het gaat hierbij om het ontwikkelen van een geheel nieuwe technologie of het op een innovatieve manier combineren van bestaande technologieën. Het nieuwe productieproces draagt bij eerste toepassing bij aan de in hoofdstuk 1 van deze bijlage genoemde klimaatdoelstellingen.

3.4: Duurzame biogrondstoffen10Programmalijn 6 van het Nationaal Groeifondsprogramma Biobased Circular.

Projecten binnen dit subthema betreffen het ontwikkelen of opschalen van biogrondstofroutes op basis van koolhydraatrijke stromen. Onder biogrondstofroute wordt verstaan de combinatie van productie van biogrondstoffen met de verwerking van biogrondstoffen tot een suiker, bouwsteen of polyester (innovatiethema 3.2). In het geval van suiker dient deze weer als grondstof voor de productie van de in innovatiethema 3.2 genoemde bouwstenen en polymeren. Projecten maken gebruik van de volgende biogrondstoffen: biogrondstoffen uit eerste generatie bestaande gewassen (ook wel primaire gewassen genoemd), zoals suikerbiet, mais, en granen, maar ook gewassen als sorghum en hennep; tweede generatie biogrondstoffen uit: ---- reststromen uit de landbouw, landschapsbeheer en bosbeheer; ---- bijproducten uit de verwerking van landbouwproducten, of uit de voedingsindustrie, diervoeder papier- en karton of andere industrie (agri-food processing); of ---- heterogene reststromen in de vorm van organisch afval, zoals GFE/GFT, waterzuiveringsslib en mest.

Projecten omvatten in ieder geval de verwerking van de ruwe biogrondstof naar: een kwaliteit suikergrondstof die geschikt is voor verwerking tot een biopolyester; of een bouwsteen of biogebaseerde polyester. Projecten kunnen onderzoek bevatten naar de productie van de biogrondstoffen, mits dit leidt tot betere of meer grondstof voor de raffinage. Ook kunnen projecten zich deels richten op onderzoek naar de logistiek en opslag van biogrondstoffen. Voor de jaarrond productie van een biogrondstoffenverwerker is de logistieke aanvoer van biogrondstoffen en de opslag van belang, omdat biogrondstoffen snel kunnen bederven.

3.5: Recycling van biogebaseerde polyester producten en materialen11Programmalijn 7 van het Nationaal Groeifondsprogramma Biobased Circular.

Projecten binnen dit subthema betreffen het ontwikkelen van nieuwe of verbeteren van een bestaande einde levensduur-verwerkingmethode van biogebaseerde producten en materialen. Projecten betreffen het ontwikkelen en valideren van recyclingprocessen voor biogebaseerde polyesters. Onder recycling vallen mechanische, chemische en organische recycling.

3.6: Ontwikkelen closed-loop gebruikssysteem

Projecten binnen dit subthema betreffen het ontwikkelen van nieuwe diensten om biopolyester applicaties te gebruiken in closed loops. Projecten betreffen het ontwikkelen en valideren van nieuwe gebruikssystemen van biogebaseerde polyesters ter bevordering van de marktcreatie en het hergebruik ervan. Het ontwikkelde systeem omvat de volgende stappen ten minste één keer: het gebruik, de inzameling of sortering en vervolgens het hergebruik of de recycling van de biogebaseerde polyester applicaties. Onder recycling vallen mechanische, chemische en organische recycling.

Details

[Vervalt op 01-01-2028. Zie het wijzigingenoverzicht.]