Terug naar bibliotheek
Raad van State
ECLI:NL:RVS:2025:4165 - Raad van State - 1 september 2025
Uitspraak
ECLI:NL:RVS:2025:4165•1 september 2025•Deze uitspraak wordt in 1 latere zaken aangehaald
Formele relaties
Rechtsgebieden
Genoemde wetsartikelen
Uitspraak inhoud
BRS.25.001095
ECLI:NL:RVS:2025:4165
Datum uitspraak: 1 september 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 12 augustus 2025 in zaak nr. NL25.18030 in het geding tussen:
[betrokkene]
en
de minister.
Procesverloop
Bij besluit van 16 april 2025 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 12 augustus 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, de minister opgedragen nader onderzoek te doen naar de vraag of voor betrokkene kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Polen, en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.
Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. M.K. Bulthuis, advocaat in Groningen, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
- De in de enige grief opgeworpen rechtsvraag over het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Polen, heeft de Afdeling in haar uitspraak van 14 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3800, beantwoord. De overwegingen in die uitspraak zijn hier ook van toepassing. Hieruit vloeit voort dat de grief slaagt.
- Het hoger beroep is gegrond. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank. Omdat er geen beroepsgronden zijn die de rechtbank niet heeft besproken, is het beroep alsnog ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het hoger beroep gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 12 augustus 2025 in zaak nr. NL25.18030;
III. verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Nederhoff, griffier.
w.g. Van Breda
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Nederhoff
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 1 september 2025
644-1149