Artikel 5. Energiebesparende maatregelen
1. Energiebesparende maatregelen zijn het door een branchegerelateerd bedrijf in een woning laten aanbrengen van isolatiemateriaal, dat is voorzien van een prestatieverklaring, voor één of meer van de volgende typen energiebesparende maatregelen:
a. isoleren van spouwmuren in de bestaande thermische schil met isolatiemateriaal met een minimale Rd-waarde van 1,1 [m2K/W] voor de gehele daarvoor in aanmerking komende oppervlakten of voor minimaal 10 m2 per huurwoning of monumentale huurwoning, waarbij, in het geval lokaal gespoten PIR of PUR wordt aangebracht, dat gebeurt met HFK-vrije blaasmiddelen; b. isoleren van de binnen- of buitengevel in de bestaande thermische schil met isolatiemateriaal met een minimale Rd-waarde van 3,5 [m2K/W] voor de gehele daarvoor in aanmerking komende oppervlakten of voor minimaal 10 m2 per huurwoning of met een minimale Rd-waarde van 2,5 [m2K/W] voor de gehele daarvoor in aanmerking komende oppervlakten of voor minimaal 10 m2 per monumentale huurwoning; c. isoleren van het dak in de bestaande thermische schil of het laten isoleren van de zolder- of vlieringvloer in de bestaande thermische schil indien de zolder of vliering onverwarmd is, waarbij het niet toegestaan is om een combinatie van deze twee isolatievormen gezamenlijk in een subsidieaanvraag in te dienen en waarbij, in het geval lokaal gespoten PIR of PUR wordt aangebracht, dat gebeurt met HFK-vrije blaasmiddelen, en waarbij isolatiemateriaal wordt gebruikt met een minimale Rd-waarde van 3,5 [m2K/W] voor de gehele daarvoor in aanmerking komende oppervlakten of voor minimaal 20 m2 per huurwoning of, als het een monumentale huurwoning betreft, met een minimale Rd-waarde van 2,5 [m2K/W] voor de gehele daarvoor in aanmerking komende oppervlakten of voor minimaal 20 m2 per monumentale huurwoning; d. isoleren van de vloer dan wel bodem in de bestaande thermische schil, waarbij, in het geval lokaal gespoten PIR of PUR wordt aangebracht, dat gebeurt met HFK-vrije blaasmiddelen, en waarbij een minimale Rd-waarde van 3,5 [m2K/W] wordt behaald voor de gehele daarvoor in aanmerking komende oppervlakten of voor minimaal 20 m2 per huurwoning of monumentale huurwoning; e. vervangen van glas of deuren in de bestaande thermische schil of voor minimaal 3 m2 per huurwoning, gemeten op basis van binnenwerkse maten, door:
1°. HR++ glas of nieuwe isolerende deuren met een Ud-waarde van ten hoogste 1,5 [W/m2K]; of 2°. triple-glas, in combinatie met een nieuw isolerend kozijn met een Uf-waarde van ten hoogste 1,5 [W/m2K], eventueel in combinatie met nieuwe isolerende deuren met een Ud-waarde van ten hoogste 1,0 [W/m2K];
f. vervangen van glas, voor- of achterzetbeglazing of deuren in de bestaande thermische schil voor minimaal 3 m2 per monumentale huurwoning, gemeten op basis van binnenwerkse maten, door:
1°. hoogrendementsglas met een Ug-waarde van ten hoogste 3,0 W/m2K of nieuwe isolerende deuren met een Ud-waarde van ten hoogste 2,0 W/m2K; of 2°. hoogrendementsglas met een Ug-waarde van ten hoogste 2,0 W/m2K of nieuwe isolerende deuren met een Ud-waarde van ten hoogste 1,5 W/m2K;
g. voor de eerste keer aanleggen van een systeem voor CO2-gestuurde ventilatie of het voor de eerste keer aanleggen van een systeem voor balansventilatie met warmteterugwinning met een rendement van ten minste 90% per huurwoning of monumentale huurwoning.