Terug naar bibliotheek
Tweede Boek. Misdrijven
Titel XV. Verlating van hulpbehoevenden
Artikel 255

Artikel 255 (Opzettelijk verlaten hulpbehoevende door zorgplichtige)

Laatste versie

Hij die opzettelijk iemand tot wiens onderhoud, verpleging of verzorging hij krachtens wet of overeenkomst verplicht is, in een hulpeloze toestand brengt of laat, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.

Uitleg in duidelijke taal

Hij die opzettelijk iemand tot wiens onderhoud, verpleging of verzorging hij krachtens wet of overeenkomst verplicht is, in een hulpeloze toestand brengt of laat, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.

Dit artikel stelt strafbaar de persoon die opzettelijk een ander, tot wiens onderhoud, verpleging of verzorging hij krachtens wet of overeenkomst verplicht is, in een hulpeloze toestand brengt of laat. Deze persoon wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.

Gerelateerde rechtspraak

Hoge Raad36x keer aangehaald in latere zaken

ECLI:NL:HR:2022:982

ECLI:NL:HR:2022:98212 juli 2022Dit wetsartikel wordt 2 keer genoemd in deze uitspraak
Hoge Raad27x keer aangehaald in latere zaken

ECLI:NL:HR:2016:862 - Vrijspraak disfunctionerende arts: grens tussen voorwaardelijk opzet en bewuste schuld

ECLI:NL:HR:2016:86217 mei 2016Dit wetsartikel wordt 1 keer genoemd in deze uitspraak

Hof sprak arts vrij van opzettelijke benadeling van patiënten, ondanks disfunctioneren. De Hoge Raad laat dit oordeel in stand: het oordeel dat de arts de aanmerkelijke kans op schade niet bewust aanvaardde, is een feitelijke waardering die niet onbegrijpelijk is.

StrafrechtMaterieel Strafrecht, Strafprocesrecht
Hoge Raad21x keer aangehaald in latere zaken

ECLI:NL:HR:2003:AF9666

ECLI:NL:HR:2003:AF966630 september 2003Dit wetsartikel wordt 4 keer genoemd in deze uitspraak
StrafrechtMaterieel Strafrecht, Strafprocesrecht
Hoge Raad1x keer aangehaald in latere zaken

ECLI:NL:HR:2022:1410

ECLI:NL:HR:2022:141011 oktober 2022Dit wetsartikel wordt 7 keer genoemd in deze uitspraak
Hoge Raad3x keer aangehaald in latere zaken

ECLI:NL:HR:2004:AN9177

ECLI:NL:HR:2004:AN917713 januari 2004Dit wetsartikel wordt 1 keer genoemd in deze uitspraak
Hoge Raad2x keer aangehaald in latere zaken

ECLI:NL:HR:2019:1151 - Opzet bij niet ingrijpen: moeder veroordeeld voor hulpeloos laten kinderen

ECLI:NL:HR:2019:11519 juli 2019Dit wetsartikel wordt 1 keer genoemd in deze uitspraak

De Hoge Raad bevestigt dat een moeder die niet ingrijpt, terwijl zij weet dat haar pasgeboren kinderen ernstig worden mishandeld door de vader, 'opzettelijk' handelt in de zin van artikel 255 Sr. Het bewust aanvaarden van de aanmerkelijke kans op gevaar is voldoende voor voorwaardelijk opzet.

StrafrechtMaterieel Strafrecht, Strafprocesrecht
Hoge Raad2x keer aangehaald in latere zaken

ECLI:NL:HR:2005:AS4744

ECLI:NL:HR:2005:AS474415 maart 2005Dit wetsartikel wordt 1 keer genoemd in deze uitspraak
Hoge Raad1x keer aangehaald in latere zaken

ECLI:NL:HR:2019:490 - Inbeslaggenomen contant geld als 'stuk van overtuiging' bij rechtshulpverzoek

ECLI:NL:HR:2019:4902 april 2019Dit wetsartikel wordt 1 keer genoemd in deze uitspraak

Ingevolge een rechtshulpverzoek kan inbeslaggenomen contant geld als 'stuk van overtuiging' worden overgedragen als het verzoek zelf een concrete link legt tussen het geld en de strafbare feiten, bijvoorbeeld op basis van afgeluisterde gesprekken, waardoor de aanwezigheid ervan kan bijdragen aan de waarheidsvinding.

StrafrechtInternationaal Strafrecht, Strafprocesrecht, Materieel Strafrecht
Hoge Raad1x keer aangehaald in latere zaken

ECLI:NL:HR:2019:493 - Rechtshulpverzoek België: Wanneer is inbeslaggenomen geld een stuk van overtuiging?

ECLI:NL:HR:2019:4932 april 2019Dit wetsartikel wordt 1 keer genoemd in deze uitspraak

Inbeslaggenomen contant geld kan als 'stuk van overtuiging' worden overgedragen aan een verzoekende staat. De Hoge Raad oordeelt dat dit niet onbegrijpelijk is, als het rechtshulpverzoek concrete informatie bevat die de aanwezigheid van het geld linkt aan het onderzochte strafbare feit.

StrafrechtInternationaal Strafrecht, Strafprocesrecht, Europees Strafrecht
Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2014:1582

ECLI:NL:HR:2014:15821 juli 2014Dit wetsartikel wordt 2 keer genoemd in deze uitspraak
StrafrechtInternationaal Strafrecht, Strafprocesrecht