Artikel 29 (Waardeloosverklaring inschrijving registergoederen procedure)
1. Worden de vereiste verklaringen niet afgegeven, dan verklaart de rechtbank de inschrijving waardeloos op vordering van de onmiddellijk belanghebbende. Wordt ter verkrijging van dit bevel iemand die in de registers staat ingeschreven gedagvaard, dan worden daarmee tevens gedagvaard al zijn rechtverkrijgenden die geen nieuwe inschrijving hebben genomen.
2. Alvorens een zodanige verklaring uit te spreken kan de rechter de maatregelen bevelen en de bewijsopdrachten doen, welke hij in het belang van mogelijk niet-verschenen rechthebbenden nuttig oordeelt.
3. Verzet, hoger beroep en cassatie moeten op straffe van niet- ontvankelijkheid binnen acht dagen na het instellen van het rechtsmiddel worden ingeschreven in de registers, bedoeld in artikel 433 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Zo voor een ingeschreven verweerder geen verzet, maar hoger beroep openstaat, geldt hetzelfde voor zijn rechtverkrijgenden die geen nieuwe inschrijving hebben genomen. In afwijking van artikel 143 van dat wetboek begint de termijn van verzet in elk geval te lopen vanaf de betekening van het vonnis aan de ingeschreven verweerder, ook als de betekening niet aan hem in persoon geschiedt, zulks mede ten opzichte van zijn rechtverkrijgenden die geen nieuwe inschrijving hebben genomen, tenzij de rechter hiertoe nadere maatregelen heeft bevolen en aan dat bevel niet is voldaan. Cassatie staat alleen open voor verschenen belanghebbenden.
4. Het vonnis dat de verklaring bevat, kan niet worden ingeschreven, voordat het in kracht van gewijsde is gegaan. Indien de waardeloze inschrijving een hypotheek of beslag betreft, machtigt het vonnis na inschrijving de bewaarder tot doorhaling daarvan.
Details
[Wijziging(en) zonder datum inwerkingtreding aanwezig. Zie het wijzigingenoverzicht.]
Uitleg in duidelijke taal
1. Worden de vereiste verklaringen niet afgegeven, dan verklaart de rechtbank de inschrijving waardeloos op vordering van de onmiddellijk belanghebbende. Wordt ter verkrijging van dit bevel iemand die in de registers staat ingeschreven gedagvaard, dan worden daarmee tevens gedagvaard al zijn rechtverkrijgenden die geen nieuwe inschrijving hebben genomen.
Dit lid bepaalt dat indien de noodzakelijke verklaringen niet worden overgelegd, de rechtbank, op verzoek van een direct betrokkene (de onmiddellijk belanghebbende), de inschrijving als waardeloos kan bestempelen. Wanneer een persoon die in de openbare registers is ingeschreven, wordt opgeroepen voor de rechter (gedagvaard) om dit bevel te verkrijgen, dan worden daardoor ook al zijn rechtsopvolgers (rechtverkrijgenden) die nog geen nieuwe inschrijving op hun naam hebben laten registreren, automatisch mee gedagvaard.
2. Alvorens een zodanige verklaring uit te spreken kan de rechter de maatregelen bevelen en de bewijsopdrachten doen, welke hij in het belang van mogelijk niet-verschenen rechthebbenden nuttig oordeelt.
Dit lid stelt dat voordat de rechter een dergelijke verklaring van waardeloosheid uitspreekt, hij de mogelijkheid heeft om maatregelen te gelasten en bewijsopdrachten te geven die hij nodig acht ter bescherming van de belangen van rechthebbenden die eventueel niet bij de zitting aanwezig zijn (niet-verschenen).
3. Verzet, hoger beroep en cassatie moeten op straffe van niet- ontvankelijkheid binnen acht dagen na het instellen van het rechtsmiddel worden ingeschreven in de registers, bedoeld in artikel 433 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Zo voor een ingeschreven verweerder geen verzet, maar hoger beroep openstaat, geldt hetzelfde voor zijn rechtverkrijgenden die geen nieuwe inschrijving hebben genomen. In afwijking van artikel 143 van dat wetboek begint de termijn van verzet in elk geval te lopen vanaf de betekening van het vonnis aan de ingeschreven verweerder, ook als de betekening niet aan hem in persoon geschiedt, zulks mede ten opzichte van zijn rechtverkrijgenden die geen nieuwe inschrijving hebben genomen, tenzij de rechter hiertoe nadere maatregelen heeft bevolen en aan dat bevel niet is voldaan. Cassatie staat alleen open voor verschenen belanghebbenden.
Dit lid schrijft voor dat rechtsmiddelen zoals verzet, hoger beroep en cassatie binnen acht dagen nadat ze zijn ingesteld, moeten worden ingeschreven in de registers zoals gespecificeerd in artikel 433 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Gebeurt dit niet, dan is het rechtsmiddel niet-ontvankelijk. Indien voor een in de registers ingeschreven verweerder geen verzet mogelijk is, maar wel hoger beroep, dan geldt deze inschrijvingsplicht ook voor zijn rechtverkrijgenden die nog geen nieuwe inschrijving op hun naam hebben. Afwijkend van artikel 143 van genoemd wetboek, start de termijn voor het aantekenen van verzet in ieder geval vanaf het moment dat het vonnis aan de ingeschreven verweerder is betekend (officieel meegedeeld), ook als deze betekening niet persoonlijk aan hem plaatsvindt. Dit geldt eveneens voor zijn rechtverkrijgenden die geen nieuwe inschrijving hebben, tenzij de rechter specifieke nadere maatregelen heeft bevolen en daaraan niet is voldaan. Het instellen van cassatie is uitsluitend mogelijk voor belanghebbenden die in de procedure zijn verschenen.
4. Het vonnis dat de verklaring bevat, kan niet worden ingeschreven, voordat het in kracht van gewijsde is gegaan. Indien de waardeloze inschrijving een hypotheek of beslag betreft, machtigt het vonnis na inschrijving de bewaarder tot doorhaling daarvan.
Dit lid bepaalt dat het vonnis waarin de inschrijving waardeloos wordt verklaard, pas in de registers mag worden ingeschreven nadat het onherroepelijk is geworden (in kracht van gewijsde is gegaan). Wanneer de waardeloos verklaarde inschrijving betrekking heeft op een hypotheek of een beslag, dan geeft het vonnis, nadat het is ingeschreven, aan de bewaarder van de registers de bevoegdheid om deze hypotheek of dit beslag door te halen.
Rechtspraak waarin dit artikel wordt benoemd
ECLI:NL:RBNNE:2025:3908 - Rechtbank Noord-Nederland - 26 september 2025
ECLI:NL:RBOVE:2025:5523 - Rechtbank verklaart hypothecaire inschrijving waardeloos bij ontbreken van vordering - 11 september 2025
De voorzieningenrechter verklaart een hypothecaire inschrijving waardeloos op grond van artikel 3:29 BW. Omdat de gesecureerde vordering uit geldlening of krediet nooit is ontstaan en ook niet zal ontstaan, is het hypotheekrecht tenietgegaan. De omschrijving in de akte is hierbij bepalend.