Terug naar bibliotheek
Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen
Titel 1. Algemene bepalingen
Afdeling 2. Inschrijvingen betreffende registergoederen
Artikel 29

Artikel 29 (Waardeloosverklaring inschrijving registergoederen procedure)

Laatste versie

1. Worden de vereiste verklaringen niet afgegeven, dan verklaart de rechtbank de inschrijving waardeloos op vordering van de onmiddellijk belanghebbende. Wordt ter verkrijging van dit bevel iemand die in de registers staat ingeschreven gedagvaard, dan worden daarmee tevens gedagvaard al zijn rechtverkrijgenden die geen nieuwe inschrijving hebben genomen.

2. Alvorens een zodanige verklaring uit te spreken kan de rechter de maatregelen bevelen en de bewijsopdrachten doen, welke hij in het belang van mogelijk niet-verschenen rechthebbenden nuttig oordeelt.

3. Verzet, hoger beroep en cassatie moeten op straffe van niet- ontvankelijkheid binnen acht dagen na het instellen van het rechtsmiddel worden ingeschreven in de registers, bedoeld in artikel 433 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Zo voor een ingeschreven verweerder geen verzet, maar hoger beroep openstaat, geldt hetzelfde voor zijn rechtverkrijgenden die geen nieuwe inschrijving hebben genomen. In afwijking van artikel 143 van dat wetboek begint de termijn van verzet in elk geval te lopen vanaf de betekening van het vonnis aan de ingeschreven verweerder, ook als de betekening niet aan hem in persoon geschiedt, zulks mede ten opzichte van zijn rechtverkrijgenden die geen nieuwe inschrijving hebben genomen, tenzij de rechter hiertoe nadere maatregelen heeft bevolen en aan dat bevel niet is voldaan. Cassatie staat alleen open voor verschenen belanghebbenden.

4. Het vonnis dat de verklaring bevat, kan niet worden ingeschreven, voordat het in kracht van gewijsde is gegaan. Indien de waardeloze inschrijving een hypotheek of beslag betreft, machtigt het vonnis na inschrijving de bewaarder tot doorhaling daarvan.

Details

[Wijziging(en) zonder datum inwerkingtreding aanwezig. Zie het wijzigingenoverzicht.]

Uitleg in duidelijke taal

1. Worden de vereiste verklaringen niet afgegeven, dan verklaart de rechtbank de inschrijving waardeloos op vordering van de onmiddellijk belanghebbende. Wordt ter verkrijging van dit bevel iemand die in de registers staat ingeschreven gedagvaard, dan worden daarmee tevens gedagvaard al zijn rechtverkrijgenden die geen nieuwe inschrijving hebben genomen.

Dit lid bepaalt dat indien de noodzakelijke verklaringen niet worden overgelegd, de rechtbank, op verzoek van een direct betrokkene (de onmiddellijk belanghebbende), de inschrijving als waardeloos kan bestempelen. Wanneer een persoon die in de openbare registers is ingeschreven, wordt opgeroepen voor de rechter (gedagvaard) om dit bevel te verkrijgen, dan worden daardoor ook al zijn rechtsopvolgers (rechtverkrijgenden) die nog geen nieuwe inschrijving op hun naam hebben laten registreren, automatisch mee gedagvaard.

2. Alvorens een zodanige verklaring uit te spreken kan de rechter de maatregelen bevelen en de bewijsopdrachten doen, welke hij in het belang van mogelijk niet-verschenen rechthebbenden nuttig oordeelt.

Dit lid stelt dat voordat de rechter een dergelijke verklaring van waardeloosheid uitspreekt, hij de mogelijkheid heeft om maatregelen te gelasten en bewijsopdrachten te geven die hij nodig acht ter bescherming van de belangen van rechthebbenden die eventueel niet bij de zitting aanwezig zijn (niet-verschenen).

3. Verzet, hoger beroep en cassatie moeten op straffe van niet- ontvankelijkheid binnen acht dagen na het instellen van het rechtsmiddel worden ingeschreven in de registers, bedoeld in artikel 433 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Zo voor een ingeschreven verweerder geen verzet, maar hoger beroep openstaat, geldt hetzelfde voor zijn rechtverkrijgenden die geen nieuwe inschrijving hebben genomen. In afwijking van artikel 143 van dat wetboek begint de termijn van verzet in elk geval te lopen vanaf de betekening van het vonnis aan de ingeschreven verweerder, ook als de betekening niet aan hem in persoon geschiedt, zulks mede ten opzichte van zijn rechtverkrijgenden die geen nieuwe inschrijving hebben genomen, tenzij de rechter hiertoe nadere maatregelen heeft bevolen en aan dat bevel niet is voldaan. Cassatie staat alleen open voor verschenen belanghebbenden.

Dit lid schrijft voor dat rechtsmiddelen zoals verzet, hoger beroep en cassatie binnen acht dagen nadat ze zijn ingesteld, moeten worden ingeschreven in de registers zoals gespecificeerd in artikel 433 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Gebeurt dit niet, dan is het rechtsmiddel niet-ontvankelijk. Indien voor een in de registers ingeschreven verweerder geen verzet mogelijk is, maar wel hoger beroep, dan geldt deze inschrijvingsplicht ook voor zijn rechtverkrijgenden die nog geen nieuwe inschrijving op hun naam hebben. Afwijkend van artikel 143 van genoemd wetboek, start de termijn voor het aantekenen van verzet in ieder geval vanaf het moment dat het vonnis aan de ingeschreven verweerder is betekend (officieel meegedeeld), ook als deze betekening niet persoonlijk aan hem plaatsvindt. Dit geldt eveneens voor zijn rechtverkrijgenden die geen nieuwe inschrijving hebben, tenzij de rechter specifieke nadere maatregelen heeft bevolen en daaraan niet is voldaan. Het instellen van cassatie is uitsluitend mogelijk voor belanghebbenden die in de procedure zijn verschenen.

4. Het vonnis dat de verklaring bevat, kan niet worden ingeschreven, voordat het in kracht van gewijsde is gegaan. Indien de waardeloze inschrijving een hypotheek of beslag betreft, machtigt het vonnis na inschrijving de bewaarder tot doorhaling daarvan.

Dit lid bepaalt dat het vonnis waarin de inschrijving waardeloos wordt verklaard, pas in de registers mag worden ingeschreven nadat het onherroepelijk is geworden (in kracht van gewijsde is gegaan). Wanneer de waardeloos verklaarde inschrijving betrekking heeft op een hypotheek of een beslag, dan geeft het vonnis, nadat het is ingeschreven, aan de bewaarder van de registers de bevoegdheid om deze hypotheek of dit beslag door te halen.

Rechtspraak waarin dit artikel wordt benoemd

10 uitspraken gevonden
Rechtbank Noord-Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2025:3908 - Rechtbank Noord-Nederland - 26 september 2025

ECLI:NL:RBNNE:2025:390826 september 2025Dit wetsartikel wordt 1 keer genoemd in deze uitspraak
Civiel RechtVastgoedrecht, Goederenrecht, Burgerlijk Procesrecht
Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2025:5523 - Rechtbank verklaart hypothecaire inschrijving waardeloos bij ontbreken van vordering - 11 september 2025

ECLI:NL:RBOVE:2025:552311 september 2025Dit wetsartikel wordt 1 keer genoemd in deze uitspraak

De voorzieningenrechter verklaart een hypothecaire inschrijving waardeloos op grond van artikel 3:29 BW. Omdat de gesecureerde vordering uit geldlening of krediet nooit is ontstaan en ook niet zal ontstaan, is het hypotheekrecht tenietgegaan. De omschrijving in de akte is hierbij bepalend.

Civiel RechtGoederenrecht, Vastgoedrecht
Gerechtshof Den Haag

ECLI:NL:GHDHA:2025:1819 - Gerechtshof Den Haag - 26 augustus 2025

ECLI:NL:GHDHA:2025:181926 augustus 2025Dit wetsartikel wordt 1 keer genoemd in deze uitspraak
Civiel RechtGoederenrecht, Vastgoedrecht, Verbintenissenrecht, Burgerlijk Procesrecht
Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2025:7249 - Rechtbank Limburg - 22 juli 2025

ECLI:NL:RBLIM:2025:724922 juli 2025Dit wetsartikel wordt 1 keer genoemd in deze uitspraak
Civiel RechtGoederenrecht, Vastgoedrecht, Burgerlijk Procesrecht
Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2025:7250 - Rechtbank Limburg - 22 juli 2025

ECLI:NL:RBLIM:2025:725022 juli 2025Dit wetsartikel wordt 1 keer genoemd in deze uitspraak
Civiel RechtGoederenrecht, Burgerlijk Procesrecht, Vastgoedrecht
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

ECLI:NL:OGEAM:2025:53 - Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten - 18 juli 2025

ECLI:NL:OGEAM:2025:5318 juli 2025Dit wetsartikel wordt 1 keer genoemd in deze uitspraak
Civiel RechtGoederenrecht, Burgerlijk Procesrecht, Vastgoedrecht
Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2025:7971 - Rechtbank Rotterdam - 7 juli 2025

ECLI:NL:RBROT:2025:79717 juli 2025Dit wetsartikel wordt 1 keer genoemd in deze uitspraak
Civiel RechtVastgoedrecht, Goederenrecht, Burgerlijk Procesrecht
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

ECLI:NL:OGEAM:2025:50 - Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten - 4 juli 2025

ECLI:NL:OGEAM:2025:504 juli 2025Dit wetsartikel wordt 1 keer genoemd in deze uitspraak
Civiel RechtGoederenrecht, Vastgoedrecht, Burgerlijk Procesrecht, Erfrecht
Rechtbank Gelderland

ECLI:NL:RBGEL:2025:5247 - Rechtbank Gelderland - 4 juli 2025

ECLI:NL:RBGEL:2025:52474 juli 2025Dit wetsartikel wordt 1 keer genoemd in deze uitspraak
Civiel RechtVastgoedrecht, Goederenrecht, Burgerlijk Procesrecht
Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2025:5009 - Rechtbank Amsterdam - 2 juli 2025

ECLI:NL:RBAMS:2025:50092 juli 2025Dit wetsartikel wordt 1 keer genoemd in deze uitspraak
Civiel RechtVastgoedrecht, Goederenrecht, Burgerlijk Procesrecht