Terug naar bibliotheek
Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2025:7075 - Verzetgarantie en rechtsbijstand: rechtbank Amsterdam toetst EAB aan artikel 12 OLW - 17 september 2025
Uitspraak
ECLI:NL:RBAMS:2025:7075•17 september 2025•Deze uitspraak wordt in 1 latere zaken aangehaald
Essentie
Rechtbank Amsterdam staat overlevering aan Italië toe en verwerpt het verweer op basis van artikel 12 OLW. De rechtbank toetst alleen de laatste feitelijke instantie en stelt vast dat de opgeëiste persoon werd verdedigd door een gemachtigd advocaat, waardoor de weigeringsgrond niet van toepassing is.
Rechtsgebieden
Uitspraak inhoud
Parketnummer: 13/086169-25 (EAB 1)
Datum uitspraak: 17 september 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 7 juli 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).[1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 10 maart 2025 door de Deputy Public Prosecutor of the Prosecution c/o Court Milan - Office for Criminal Executions(Italië) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren op [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats] (Mauritanië)
inschrijvingsadres in de basisregistratie personen:
[adres],
thans gedetineerd in het [detentie adres],
hierna 'de opgeëiste persoon'.
1 Procesgang
De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 27 augustus 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.A.M. Pijnenburg, advocaat te Amsterdam, en door een tolk in de Franse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.[2]
Tevens heeft de rechtbank de gevangenhouding bevolen.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting voor bepaalde tijd geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de in het proces-verbaal opgenomen vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen.
De behandeling van het EAB is – met toestemming van partijen in gewijzigde samenstelling – voortgezet op de zitting van 11 september 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.A.M. Pijnenburg, advocaat te Amsterdam, en door een tolk in de Franse taal.
2 Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Mauritaanse nationaliteit heeft.
3 Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt eenenforceable judgment no. 4042/2024 issued on 27 June 2024 by the Milan Court of Appeal, final on 12 October 2024, overturning Judgment No. 5745/2023 – Reg. Court No. 15469/2022 – No. 15046/2020 General Criminal Records Registry, issued on 17 April 2023 by the Ordinary Court of Milan.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van zeven jaar en twee maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde arrest.
Dit arrest betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.[3]
3.1 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW
De raadsman heeft aangevoerd dat het onduidelijk is of de opgeëiste persoon rechtsbijstand heeft gehad en, als dat niet het geval was, of sprake is van een verzetgarantie. De overlevering moet daarom worden geweigerd.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat voor het proces in hoger beroep zich de omstandigheid van artikel 12, sub b, OLW heeft voorgedaan, zodat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW niet van toepassing is.
De rechtbank overweegt als volgt.
Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan.[4] Uit het EAB en aanvullende informatie van 3 september 2025 volgt dat er een proces in hoger beroep heeft plaatsgevonden, waarbij de zaak ten gronde is behandeld en dat hiertegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat. De rechtbank zal daarom alleen het proces in hoger beroep toetsen aan artikel 12 OLW.
De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een arrest terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en zich de omstandigheid van artikel 12, sub b, heeft voorgedaan. In de aanvullende informatie staat dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van het voorgenomen proces in hoger beroep en een door hem gemachtigd advocaat had die hem daadwerkelijk heeft verdedigd in het proces in hoger beroep. Gelet op het vertrouwensbeginsel gaat de rechtbank uit van de juistheid van deze informatie. De opgeëiste heeft ter zitting bovendien in algemene zin bevestigd dat hij in Italië werd bijgestaan door een advocaat. Bij die stand van zaken is er geen reden om aan de Italiaanse informatie te twijfelen. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is daarom niet van toepassing.
4 Strafbaarheid; feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:
georganiseerde of gewapende diefstal.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Italië een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.
5 Slotsom
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe.
6 Toepasselijke wetsbepalingen
De artikelen 2, 5 en 7 OLW.
7 Beslissing
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan Deputy Public Prosecutor of the Prosecution c/o Court Milan - Office for Criminal Executionsvoor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. M. Westerman en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 17 september 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
Zie onderdeel e) van het EAB.
Hof van Justitie van de Europese Unie, 21 december 2023, C-397/22, LM, (Generalstaatsanwaltschaft Berlin (Condamnation par défaut)), ECLI:EU:C:2023:1030, punt 47 en C-398/22, RQ (Generalstaatsanwaltschaft Berlin (Condamnation par défaut)), ECLI:EU:C:2023:1031, punt 32. - - - ## Voetnoten