Artikel 4. Subsidieplafond en hoogte subsidie
1. Het subsidieplafond voor de periode 2026 tot 2029 bedraagt:
a. voor de eerste tenderronde: € 7.000.000,–; b. voor de tweede tenderronde: € 6.570.000,–.
2. De subsidie wordt verleend met toepassing van artikel 36 ter en artikel 56 ter van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
3. De subsidie voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten, tot een bedrag van ten hoogste € 3.000.000,– per aanvrager.
4. Het subsidiebedrag voor laadinfrastructuur, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, bedraagt ten hoogste 40% van de subsidiabele kosten tot een bedrag ten hoogste € 1.200.000,– per project.
5. Een project waarin activiteiten bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a en onder b worden gecombineerd heeft een subsidiemaximum van € 3.000.000,– per aanvrager.
6. De Minister verdeelt het beschikbare bedrag op basis van de volgorde van rangschikking van de aanvragen, bedoeld in artikel 9.