Artikel 10. Aanvraag
1. Een aanvraag voor subsidie heeft betrekking op één project.
2. Een aanvraag tot subsidie kan worden ingediend door een Nederlandse reder die voornemens is een project uit te voeren als bedoeld in deze regeling. De Nederlandse reder is eigenaar of, in geval van een nieuwbouwschip, de toekomstige eigenaar, van het schip dat onderdeel is van het project.
3. Een aanvraag tot subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van een door de Minister beschikbaar gesteld digitaal formulier dat wordt geplaatst op de website van de RVO.
4. Een aanvraag kan worden ingediend bij RVO:
a. in de eerste tenderronde die loopt vanaf 19 mei 2026 om 9.00 uur tot en met 10 september 2026 om 17.00 uur; b. in de tweede tenderronde. Deze tenderronde wordt door de Minister vastgesteld voor aanvang van het tijdvak waarvoor deze wordt vastgesteld en wordt bekend gemaakt in de Staatscourant.
5. Onverminderd artikel 10, vierde lid, van het Kaderbesluit bevat een aanvraag de gegevens bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
6. De aanvraag gaat ten minste vergezeld met:
a. een met de AERIUS-calculator uitgevoerde berekening van de stikstofdepositiereductie per hexagoon met stikstof overbelaste Natura 2000-gebieden binnen een straal van 25 kilometer rondom de toekomstige route; b. de stukken ten behoeve van de onderbouwing van de AERIUS berekening, bestaande uit:
i. een onderbouwing van de link tussen het schip en een Nederlandse zeehaven; ii. een onderbouwing van de scheepsbewegingen die het schip waarschijnlijk zal gaan ondernemen; iii. een onderbouwing van de afstand die het schip elektrisch kan varen door middel van een beschrijving van de grootte (hoeveelheid energie in MWh) van het aan te schaffen batterijpakket in relatie tot het verwachte gemiddelde energieverbruik in kwh/km; iv. gegevens van de scheepsbewegingen van de afgelopen 3 jaar, indien beschikbaar.
c. in het geval van een bestaand schip, een bewijs van eigenaarschap van het schip waarop het project betrekking heeft; d. een onderbouwing van de begroting; e. de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 10, vierde lid, van het Kaderbesluit.