Bijlage 2. Eisen wooneenheid geschikt voor een bewoner met rollator
Bijlage 2: Eisen wooneenheid geschikt voor een bewoner met rollator
Voor de in deze bijlage aangeduide ruimten, lift en doorgang, gelden de definities en begrippen zoals bedoeld in het Besluit Bouwwerken leefomgeving (Bbl). 1. Indien de zorggeschikte woningen niet gelegen zijn op de begane grond is de lift rolstoelaangepast en voldoet aan de volgende eis: een kooilift of hefplateaulift heeft een vrij vloeroppervlak dat tenminste 1,05 m breed en 1,35 m diep is (LET OP: scootmobiel geschikt bij 2,05 meter diep) óf een trapplateaulift heeft een vrij vloeroppervlak van tenminste 0,8 x 1,1 m. Let op: een stoeltjeslift is in dit geval ongeschikt. 2. De bedieningsknoppen van liften zijn geschikt voor rolstoelgebruikers; hoogte tussen 0,9 en 1,35 m en tenminste 0,5 m uit inwendige hoeken. 3. De smalste doorgang tot voorbij de voordeur van de woning is minimaal 800 mm breed. 4. De drempels hebben een maximale hoogte van 20 mm. 5. In de ruimte waar zich het meest toegankelijke toilet bevindt, is aansluitend op de closetpot een obstakelvrije ruimte van 1,1 m x 1,1 m. Deze is nodig om een goede ‘overstap’ te maken van rollator of rolstoel naar closetpot. 6. In de ruimte waar zich het meest toegankelijke toilet bevindt is een vrije ruimte van 1,1 m x 1,1 m (deze mag 0,3 m onder de wastafel doorlopen). Deze is nodig om met een rolstoel goed te kunnen keren bij het verlaten van de ruimte. 7. In de doucheruimte is voor de gebruiker een vrije ruimte van 1,1 m x 1,1 m (deze mag 0,3 m onder de wastafel doorlopen).