Terug naar bibliotheek
Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
Eerste afdeling. Het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
Artikel 292

Artikel 292 (Rechtsmiddelen tegen uitspraken schuldsaneringsregeling)

Laatste versie

1. Tegen de uitspraak tot toewijzing van het verzoek om een bevel tot instemming met een schuldregeling, bedoeld in artikel 287a, eerste lid, kunnen de schuldeisers die het verzoek betrof gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak in hoger beroep komen.

2. Tegen de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling kan noch door schuldeisers noch door andere belanghebbenden verzet, hoger beroep of cassatie worden ingesteld, onverminderd overeenkomstige toepassing van artikel 215a.

3. Tegen de uitspraak tot afwijzing van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling kan de schuldenaar gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak in hoger beroep komen. Wanneer het verzoek tevens een verzoek inhield als bedoeld in het eerste lid, wordt dit verzoek eveneens aan het gerechtshof voorgelegd.

4. Het hoger beroep wordt ingesteld door indiening van een verzoek ter griffie van het gerechtshof, dat van de zaak kennis moet nemen. De voorzitter bepaalt terstond dag en uur voor de behandeling, welke zal moeten plaatshebben binnen twintig dagen na de dag van de indiening van het verzoek. De uitspraak vindt niet later plaats dan op de achtste dag na die van de behandeling van het verzoek ter zitting.

5. Van het arrest, waarbij het verzoek van de schuldenaar bedoeld in de eerste zin van het derde lid, en indien van toepassing tevens het verzoek bedoeld in de tweede zin van het derde lid, door het gerechtshof is afgewezen, kan de schuldenaar gedurende acht dagen na die van de uitspraak in cassatie komen.

6. Van het arrest, waarbij het verzoek van de schuldeisers bedoeld in het eerste lid, door het gerechtshof is afgewezen, kunnen deze schuldeisers gedurende acht dagen na die van de uitspraak in cassatie komen.

7. Het beroep in cassatie wordt ingesteld door indiening van een verzoek ter griffie van de Hoge Raad.

8. Indien het verzoek van de schuldenaar in hoger beroep of cassatie wordt verworpen, kan de schuldenaar niet ambtshalve in staat van faillissement worden verklaard.

9. Wordt de toepassing van de schuldsaneringsregeling pas in hoger beroep of cassatie uitgesproken, dan geeft de griffier van het rechtscollege daarvan onverwijld kennis aan de griffier van de rechtbank, waarbij de schuldenaar zijn verzoek heeft ingediend. De rechtbank gaat terstond na die kennisgeving over tot benoeming van een rechter-commissaris en een bewindvoerder.

Uitleg in duidelijke taal

1. Tegen de uitspraak tot toewijzing van het verzoek om een bevel tot instemming met een schuldregeling, bedoeld in artikel 287a, eerste lid, kunnen de schuldeisers die het verzoek betrof gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak in hoger beroep komen.

Dit lid bepaalt dat schuldeisers die betrokken waren bij een verzoek om een bevel tot instemming met een schuldregeling, zoals omschreven in artikel 287a, eerste lid, hoger beroep kunnen instellen tegen de uitspraak waarmee dat verzoek wordt toegewezen. Dit hoger beroep moet worden ingesteld binnen acht dagen na de dag van de uitspraak.

2. Tegen de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling kan noch door schuldeisers noch door andere belanghebbenden verzet, hoger beroep of cassatie worden ingesteld, onverminderd overeenkomstige toepassing van artikel 215a.

Dit lid stelt dat tegen de uitspraak waarbij de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt bevolen, geen verzet, hoger beroep of cassatie kan worden ingesteld. Dit geldt voor zowel schuldeisers als voor andere belanghebbenden. Een uitzondering hierop is de overeenkomstige toepassing van artikel 215a, die onverminderd van kracht blijft.

3. Tegen de uitspraak tot afwijzing van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling kan de schuldenaar gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak in hoger beroep komen. Wanneer het verzoek tevens een verzoek inhield als bedoeld in het eerste lid, wordt dit verzoek eveneens aan het gerechtshof voorgelegd.

Dit lid regelt dat indien een uitspraak het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afwijst, de schuldenaar daartegen hoger beroep kan instellen. Dit moet gebeuren binnen acht dagen na de dag van de uitspraak. Als het oorspronkelijke verzoek ook een verzoek inhield als bedoeld in het eerste lid (een verzoek om een bevel tot instemming met een schuldregeling), dan wordt dat verzoek eveneens aan het gerechtshof ter beoordeling voorgelegd.

4. Het hoger beroep wordt ingesteld door indiening van een verzoek ter griffie van het gerechtshof, dat van de zaak kennis moet nemen. De voorzitter bepaalt terstond dag en uur voor de behandeling, welke zal moeten plaatshebben binnen twintig dagen na de dag van de indiening van het verzoek. De uitspraak vindt niet later plaats dan op de achtste dag na die van de behandeling van het verzoek ter zitting.

Dit lid beschrijft de procedure voor het instellen van hoger beroep. Het hoger beroep wordt gestart door de indiening van een verzoek ter griffie van het gerechtshof. Dit gerechtshof is dan verplicht van de zaak kennis te nemen. De voorzitter van het gerechtshof stelt terstond (onmiddellijk) de datum en tijd vast voor de behandeling van het beroep. Deze behandeling moet plaatsvinden binnen twintig dagen na de indiening van het verzoek. De uitspraak in hoger beroep volgt uiterlijk op de achtste dag na die van de behandeling van het verzoek ter zitting.

5. Van het arrest, waarbij het verzoek van de schuldenaar bedoeld in de eerste zin van het derde lid, en indien van toepassing tevens het verzoek bedoeld in de tweede zin van het derde lid, door het gerechtshof is afgewezen, kan de schuldenaar gedurende acht dagen na die van de uitspraak in cassatie komen.

Dit lid geeft de schuldenaar de mogelijkheid om in cassatie te gaan tegen een arrest (uitspraak) van het gerechtshof. Dit is mogelijk als het gerechtshof het verzoek van de schuldenaar bedoeld in de eerste zin van het derde lid (het hoger beroep tegen afwijzing van de schuldsanering) heeft afgewezen. Indien van toepassing geldt dit ook voor de afwijzing van het verzoek bedoeld in de tweede zin van het derde lid (het verzoek om een bevel tot instemming). Het beroep in cassatie moet worden ingesteld binnen acht dagen na de dag van de uitspraak van het gerechtshof.

6. Van het arrest, waarbij het verzoek van de schuldeisers bedoeld in het eerste lid, door het gerechtshof is afgewezen, kunnen deze schuldeisers gedurende acht dagen na die van de uitspraak in cassatie komen.

Dit lid bepaalt dat schuldeisers in cassatie kunnen gaan tegen een arrest van het gerechtshof. Dit is van toepassing wanneer het gerechtshof het verzoek van de schuldeisers bedoeld in het eerste lid (het hoger beroep tegen toewijzing van een bevel tot instemming met een schuldregeling) heeft afgewezen. Ook hier geldt een termijn van acht dagen na de dag van de uitspraak om cassatie in te stellen.

7. Het beroep in cassatie wordt ingesteld door indiening van een verzoek ter griffie van de Hoge Raad.

Dit lid specificeert dat een beroep in cassatie moet worden ingesteld door de indiening van een verzoek ter griffie van de Hoge Raad.

8. Indien het verzoek van de schuldenaar in hoger beroep of cassatie wordt verworpen, kan de schuldenaar niet ambtshalve in staat van faillissement worden verklaard.

Dit lid stelt dat als het verzoek van de schuldenaar in hoger beroep of cassatie wordt verworpen (afgewezen), de schuldenaar niet ambtshalve (automatisch door de rechter, zonder een specifiek verzoek daartoe) in staat van faillissement kan worden verklaard.

9. Wordt de toepassing van de schuldsaneringsregeling pas in hoger beroep of cassatie uitgesproken, dan geeft de griffier van het rechtscollege daarvan onverwijld kennis aan de griffier van de rechtbank, waarbij de schuldenaar zijn verzoek heeft ingediend. De rechtbank gaat terstond na die kennisgeving over tot benoeming van een rechter-commissaris en een bewindvoerder.

Dit lid beschrijft de procedure indien de toepassing van de schuldsaneringsregeling pas wordt uitgesproken in hoger beroep of cassatie. In dat geval moet de griffier van het rechtscollege (het gerechtshof of de Hoge Raad) hiervan onverwijld (direct) kennis geven aan de griffier van de rechtbank waar de schuldenaar oorspronkelijk zijn verzoek heeft ingediend. Na ontvangst van deze kennisgeving zal de rechtbank terstond (onmiddellijk) overgaan tot de benoeming van een rechter-commissaris en een bewindvoerder.

Gerelateerde rechtspraak

Hoge Raad36x keer aangehaald in latere zaken

ECLI:NL:HR:2012:BY0966

ECLI:NL:HR:2012:BY096614 december 2012Dit wetsartikel wordt 16 keer genoemd in deze uitspraak
Civiel RechtInsolventierecht, Burgerlijk Procesrecht
Hoge Raad24x keer aangehaald in latere zaken

ECLI:NL:HR:2010:BK4947

ECLI:NL:HR:2010:BK494729 januari 2010Dit wetsartikel wordt 1 keer genoemd in deze uitspraak
Hoge Raad10x keer aangehaald in latere zaken

ECLI:NL:HR:2008:BD3425

ECLI:NL:HR:2008:BD34255 september 2008Dit wetsartikel wordt 5 keer genoemd in deze uitspraak
Hoge Raad7x keer aangehaald in latere zaken

ECLI:NL:HR:2017:111

ECLI:NL:HR:2017:11127 januari 2017Dit wetsartikel wordt 1 keer genoemd in deze uitspraak
Hoge Raad6x keer aangehaald in latere zaken

ECLI:NL:HR:2021:1676

ECLI:NL:HR:2021:167612 november 2021Dit wetsartikel wordt 1 keer genoemd in deze uitspraak
Hoge Raad4x keer aangehaald in latere zaken

ECLI:NL:HR:2000:AA5776

ECLI:NL:HR:2000:AA577612 mei 2000Dit wetsartikel wordt 1 keer genoemd in deze uitspraak
Civiel RechtInsolventierecht, Burgerlijk Procesrecht
Hoge Raad2x keer aangehaald in latere zaken

ECLI:NL:HR:2020:1953

ECLI:NL:HR:2020:19534 december 2020Dit wetsartikel wordt 2 keer genoemd in deze uitspraak
Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2021:859

ECLI:NL:HR:2021:85911 juni 2021Dit wetsartikel wordt 2 keer genoemd in deze uitspraak
Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2005:AT4077

ECLI:NL:HR:2005:AT40778 juli 2005Dit wetsartikel wordt 2 keer genoemd in deze uitspraak
Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2011:BP4678

ECLI:NL:HR:2011:BP46781 april 2011Dit wetsartikel wordt 1 keer genoemd in deze uitspraak