Artikel 24 (Aanvulling en verbetering registers burgerlijke stand)
1. Aanvulling van een register van de burgerlijke stand met een daarin ontbrekende akte of latere vermelding, doorhaling van een daarin ten onrechte voorkomende akte of latere vermelding, of verbetering van een daarin voorkomende akte of latere vermelding die onvolledig is of een misslag bevat, kan op verzoek van belanghebbenden of van het openbaar ministerie worden gelast door de rechtbank. De rechtbank kan bij haar beschikking tot verbetering van een akte of latere vermelding die onvolledig is of een misslag bevat, eveneens dezelfde verbetering gelasten ten aanzien van een akte of latere vermelding betreffende dezelfde persoon of zijn afstammelingen, die buiten haar rechtsgebied in de registers van de burgerlijke stand is opgenomen. De in de tweede zin bedoelde bevoegdheid kan mede worden uitgeoefend ten aanzien van een akte of latere vermelding betreffende dezelfde persoon of zijn afstammelingen die in de registers van de burgerlijke stand van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is opgenomen.
2. De griffier van het college waarvoor de zaak laatstelijk aanhangig was, zendt niet eerder dan drie maanden na de dag van de beschikking een afschrift daarvan aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente, in welker registers de akte of latere vermelding is of had moeten zijn opgenomen. Is deze gemeente opgeheven, dan zendt hij het afschrift aan de ambtenaar van de gemeente in wier archieven de registers van de burgerlijk stand van de opgeheven gemeente berusten.
Uitleg in duidelijke taal
1. Aanvulling van een register van de burgerlijke stand met een daarin ontbrekende akte of latere vermelding, doorhaling van een daarin ten onrechte voorkomende akte of latere vermelding, of verbetering van een daarin voorkomende akte of latere vermelding die onvolledig is of een misslag bevat, kan op verzoek van belanghebbenden of van het openbaar ministerie worden gelast door de rechtbank. De rechtbank kan bij haar beschikking tot verbetering van een akte of latere vermelding die onvolledig is of een misslag bevat, eveneens dezelfde verbetering gelasten ten aanzien van een akte of latere vermelding betreffende dezelfde persoon of zijn afstammelingen, die buiten haar rechtsgebied in de registers van de burgerlijke stand is opgenomen. De in de tweede zin bedoelde bevoegdheid kan mede worden uitgeoefend ten aanzien van een akte of latere vermelding betreffende dezelfde persoon of zijn afstammelingen die in de registers van de burgerlijke stand van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is opgenomen.
- Het aanvullen van een register met een akte of latere vermelding die daarin ontbreekt.
- Het doorhalen van een akte of latere vermelding die ten onrechte in een register voorkomt.
- Het verbeteren van een akte of latere vermelding die onvolledig is of een misslag bevat. Deze handelingen kunnen worden gelast op verzoek van belanghebbenden of van het openbaar ministerie. Verder kan de rechtbank, wanneer zij bij beschikking de verbetering van een akte of latere vermelding gelast die onvolledig is of een misslag bevat, tegelijkertijd dezelfde verbetering gelasten voor een akte of latere vermelding die betrekking heeft op dezelfde persoon of diens afstammelingen. Dit geldt ook als die akte of latere vermelding is opgenomen in de registers van de burgerlijke stand buiten het rechtsgebied van die specifieke rechtbank. Deze bevoegdheid om verbeteringen te gelasten strekt zich ook uit tot een akte of latere vermelding betreffende dezelfde persoon of diens afstammelingen die is opgenomen in de registers van de burgerlijke stand van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
2. De griffier van het college waarvoor de zaak laatstelijk aanhangig was, zendt niet eerder dan drie maanden na de dag van de beschikking een afschrift daarvan aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente, in welker registers de akte of latere vermelding is of had moeten zijn opgenomen. Is deze gemeente opgeheven, dan zendt hij het afschrift aan de ambtenaar van de gemeente in wier archieven de registers van de burgerlijk stand van de opgeheven gemeente berusten.
Dit lid regelt de procedure nadat de rechtbank een beschikking heeft gegeven. De griffier van het college (zoals de rechtbank) waarvoor de zaak als laatste in behandeling was, zendt een afschrift van die beschikking naar de ambtenaar van de burgerlijke stand. Dit verzenden mag niet eerder gebeuren dan drie maanden na de datum van de beschikking. Het afschrift wordt gestuurd naar de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente in wiens registers de betreffende akte of latere vermelding is opgenomen, of had moeten zijn opgenomen. Als deze gemeente inmiddels is opgeheven, zendt de griffier het afschrift aan de ambtenaar van de gemeente die de archieven beheert waarin de registers van de burgerlijke stand van de opgeheven gemeente berusten.