Model A
Model A
Balans per
A: Vaste activa
I. Immateriële vaste activa
1. kosten van oprichting en van uitgifte van aandelen 2. kosten van ontwikkeling 3. concessies, vergunningen en intellectuele eigendom 4. goodwill 5. vooruitbetaald op immateriële vaste activa
II. Materiële vaste activa
1. bedrijfsgebouwen en -terreinen 2. machines en installaties 3. andere vaste bedrijfsmiddelen 4. vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering en vooruitbetaald op materiële vaste activa 5. niet aan de bedrijfsuitoefening dienstbaar
III. Financiële vaste activa
1. deelnemingen in groepsmaatschappijen 2. vorderingen op groepsmaatschappijen 3. andere deelnemingen 4. vorderingen op participanten en op maatschappijen waarin wordt deelgenomen 5. overige effecten 6. overige vorderingen
IV. Som der vaste activa
B: Vlottende activa
I. Voorraden
1. grond- en hulpstoffen 2. onderhanden werk 3. gereed produkt en handelsgoederen 4. vooruitbetaald op voorraden
II. Vorderingen
1. op handelsdebiteuren 2. op groepsmaatschappijen 3. op participanten en op maatschappijen waarin wordt deelgenomen 4. overige vorderingen 5. van aandeelhouders opgevraagde stortingen 6. overlopende activa
III. Effecten
1. vervallen 2. vervallen
IV. Liquide middelen V. Som der vlottende activa
C: Kortlopende schulden (ten hoogste 1 jaar)
1. converteerbare leningen 2. andere obligaties en onderhandse leningen 3. schulden aan banken 4. vooruit ontvangen op bestellingen 5. schulden aan leveranciers en handelskredieten 6. te betalen wissels en chèques 7. schulden aan groepsmaatschappijen 8. schulden aan participanten en aan maatschappijen waarin wordt deelgenomen 9. belastingen en premies sociale verzekeringen 10. schulden ter zake van pensioenen 11. overige schulden 12. overlopende passiva
D: Uitkomst van vlottende activa min kortlopende schulden
E: Uitkomst van activa min kortlopende schulden
F: Langlopende schulden (nog voor meer dan een jaar)
1. converteerbare leningen 2. andere obligatieleningen en onderhandse leningen 3. schulden aan banken 4. vooruit ontvangen op bestellingen 5. schulden aan leveranciers en handelskredieten 6. te betalen wissels en chèques 7. schulden aan groepsmaatschappijen 8. schulden aan participanten en aan maatschappijen waarin wordt deelgenomen 9. belastingen en premies sociale verzekeringen 10. schulden ter zaken van pensioenen 11. overige schulden 12. overlopende passiva
G: Voorzieningen
1. voor pensioenen 2. voor belastingen 3. overige
H: Eigen vermogen
I. Gestort en opgevraagd kapitaal II. Agio III. Herwaarderingsreserve IV. Wettelijke en statutaire reserves
1. wettelijke 2. statutaire
V. Overige reserves VI. Onverdeelde winst