Terug naar bibliotheek
Besluit modellen jaarrekeningArtikel 16b

Artikel 16b

Laatste versie

1. Op beleggingsmaatschappijen of maatschappijen voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, zijn de artikelen 2 tot en met 4, 5, leden 3 en 4, 6 lid 1, eerste zin, 7 leden 1 tot en met 3, 8 tot en met 11, 12 lid 3, en 15 van toepassing.

2. De balans van een beleggingsmaatschappij of maatschappij voor collectieve belegging in effecten moet zijn gericht overeenkomstig model Q of R, de winst- en verliesrekening overeenkomstig model S. Deze modellen zijn als bijlage bij dit besluit gevoegd.

3. Indien een beleggingsmaatschappij of maatschappij voor collectieve belegging in effecten de tweede zin van artikel 401, lid 2 van het Burgerlijk Wetboek toepast, neemt zij buiten de telling van de winst- en verliesrekening een post op onder de benaming "wijziging in de reserves uit hoofde van koersverschillen".

4. Een beleggingsmaatschappij of maatschappij voor collectieve belegging in effecten die in onroerend goed belegt, mag in de winst- en verliesrekening, ten einde inzicht te verschaffen in het exploitatieresultaat met betrekking tot het onroerend goed, de afschrijvingen op beleggingen in onroerend goed alsmede de op deze beleggingen betrekking hebbende overige lasten en kosten onmiddellijk onder de opbrengsten uit beleggingen in terreinen en gebouwen opnemen.

5. De benamingen gebruikt in de modellen Q, R en S mogen slechts worden vervangen door benamingen die in het gegeven geval op ten minste even duidelijke wijze de inhoud van de post of telling aanduiden.

6. Indien opbrengsten moeten worden verantwoord uit deelnemingen die niet overeenkomstig artikel 389 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn gewaardeerd, worden deze afzonderlijk en onmiddellijk volgend op de opbrengsten uit deelnemingen verantwoord onder de benaming: opbrengsten uit niet op netto-vermogenswaarde gewaardeerde deelnemingen.