Terug naar bibliotheek
Gerechtshof Den Haag

ECLI:NL:GHDHA:2023:1167 - Gerechtshof Den Haag - 19 juni 2023

Arrest

ECLI:NL:GHDHA:2023:116719 juni 2023

Arrest inhoud

Rolnummer: 22-003335-22
Parketnummers: 09-196701-22 (dagvaarding I),
09-206555-22 (dagvaarding II)
Datum uitspraak: 19 juni 2023
TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 18 november 2022 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966,
adres: [woonadres] , [woonplaats] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het bij dagvaarding I (met parketnummer: 09-196701-22) en het bij dagvaarding II (met parketnummer: 09-206555-22) tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest en tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van drie jaren en met daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep. Voorts is aan de verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) voor de duur van 3 jaren, inhoudende een contactverbod, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep. Deze maatregel is dadelijk uitvoerbaar verklaard. Tot slot is er een beslissing genomen omtrent de vordering van de benadeelde partij, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
Dagvaarding I:
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks 25-10-2021 t/m 27-07-2022 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] , immers heeft verdachte (al dan niet met bedreigende en/of beledigende tekst): - haar veelvuldig, althans meerdere malen, opgebeld en/of haar voicemail ingesproken; - veelvuldig, althans meerdere malen, whatsappberichten en/of sms-berichten naar haar gestuurd; - veelvuldig, althans meerdere malen, e-mailberichten naar haar gestuurd en/of - meermalen berichten op haar Facebook-pagina gezet; met het oogmerk die [slachtoffer 1] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen.
Dagvaarding II (gevoegd):
hij op één of meerdere tijdstip(pen) in de periode van 1 november 2020 tot en met 6 februari 2022 te 's-Gravenhage [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] dreigend de woorden toe te voegen - " Je moet dood gaan kankerkind met die vieze dikke kanker moer van je erbij, met die kanker moer van je erbij anders kom ik er zo heen, trap ik die hele kanker voordeur eruit en je kankerkop sla ik dwars door de muur heen." en/of - " Jij gaat klappen krijgen van mensen een keer." en/of - " Ik sla je moeder haar kanker bek in tienen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd behoudens ten aanzien ten aanzien van de beslissing omtrent de vordering van de benadeelde partij.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 09-196701-22 (dagvaarding I) en in de zaak met parketnummer 0920655522 (dagvaarding II) tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
Dagvaarding I:
hij op één ofmeerdere tijdstip(pen) in of omstreeksde periode van25-10-2021 t/m 27-07-2022 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] , immers heeft verdachte (al dan niet met bedreigende en/of beledigende tekst): - haar veelvuldig, althans meerdere malen, opgebeld en/of haar voicemail ingesproken; - veelvuldig, althans meerdere malen, whatsappberichten en/of sms-berichten naar haar gestuurd; - veelvuldig, althans meerdere malen, e-mailberichten naar haar gestuurd en/of - meermalen berichten op haar Facebook-pagina gezet;
met het oogmerk die [slachtoffer 1] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen.
Dagvaarding II:
hij op één of meerdere tijdstip(pen) in de periode van 1 november 2020 tot en met 6 februari 2022 te 'sGravenhage [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] dreigend de woorden toe te voegen - " Je moet dood gaan kankerkind met die vieze dikke kanker moer van je erbij, met die kanker moer van je erbij anders kom ik er zo heen, trap ik die hele kanker voordeur eruit en je kankerkop sla ik dwars door de muur heen." en/of - " Jij gaat klappen krijgen van mensen een keer." en/of - " Ik sla je moeder haar kanker bek in tienen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal - en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsvoering
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het in de zaak met parketnummer 09-196701-22 bewezenverklaarde levert op:

belaging.

Het in de zaak met parketnummer 09-206555-22 bewezenverklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling.

Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich allereerst op de bewezenverklaarde wijze schuldig gemaakt aan belaging van de mentor van zijn zoon, door haar zeer veelvuldig op te bellen, haar voicemail in te spreken en haar sms-, Whatsapp - en Facebookberichten te sturen. Door aldus te handelen heeft de verdachte gedurende een lange periode een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer. Het handelen van de verdachte heeft blijkens de aangifte en de verklaringen van het slachtoffer een grote invloed op haar leven gehad.
De verdachte heeft zich eveneens op de bewezenverklaarde wijze schuldig gemaakt aan bedreiging van zijn zoon en ex-partner. De bedreigingen zijn voor beide slachtoffers ingrijpend geweest en met name voor de zoon van de verdachte, omdat hij in verband met zijn ziektebeeld slecht met dergelijke uitlatingen kan omgaan.
Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 23 mei 2023, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.
Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur in combinatie met een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormen.
Voorts acht het hof het passend en geboden om, ter voorkoming van strafbare feiten, een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid in de vorm van een contactverbod als bedoeld in artikel 38v Sr aan de verdachte op te leggen voor de maximale duur van drie jaren.[1] Het hof beoogt hiermee te voorkomen dat de verdachte nog op enigerlei wijze contact met het slachtoffer, [slachtoffer 1] , opneemt.
Het hof zal bevelen dat de maatregelen dadelijk uitvoerbaar is, nu er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt of zich anderszins belastend gedraagt jegens [slachtoffer 1] .
Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 1]
In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 1] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte bij dagvaarding I tenlastegelegde, tot een bedrag van
€ 5.684,76, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag. Dit bedrag bestaat uit € 1.684,76 aan materiële schade en € 4.000,00 aan immateriële schade.
In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 5.684,76.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van een gedeelte van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 3.684,76, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.
Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat tot een bedrag van € 1.684,76 materiële schade is geleden. Deze schade is een rechtstreeks gevolg van het bij dagvaarding I bewezenverklaarde. Anders dan de raadsman heeft betoogd, is het hof van oordeel dat ook de kosten die de benadeelde maakt voor het verkrijgen van haptotherapie, een vorm van alternatieve geneeswijze, kunnen worden toegewezen. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve integraal tot het bedrag van
€ 1.684,76 worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 27 juli 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.
Het hof is voorts van oordeel dat aannemelijk is geworden dat de benadeelde partij immateriële schade heeft geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het bij dagvaarding I bewezenverklaarde. De vordering leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor toewijzing tot een bedrag van € 1.000, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 27 juli 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.
Voor het overige levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding op.
Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot vergoeding van de geleden schade. Deze kan in zoverre bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Proceskosten
Gelet op het voorgaande dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1]
Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van
€ 2.684,76 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] .
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 38v, 38w, 57, 63, 285 en 285b van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 09-196701-22 en in de zaak met parketnummer 09-206555-22 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaak met parketnummer 09-196701-22 en in de zaak met parketnummer 09-206555-22 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde verplicht is zich gedurende de proeftijd bij Reclassering Nederland te melden op het adres Bezuidenhoutseweg 179 in Den Haag en zich daarna gedurende de proeftijd op door de reclassering te bepalen tijdstippen blijft melden bij deze instelling, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht.
Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van de Waag of een soortgelijke instelling, te bepalen door de reclassering. De behandeling start na het ingaan van de proeftijd. De behandeling duurt de gehele proeftijd of korter als de reclassering dat nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 150 (honderdvijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 75 (vijfenzeventig) dagen hechtenis.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Legt op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid inhoudende dat de veroordeelde voor de duur van 3 jaren op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum slachtoffer 1] 1986. Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 2 dagen voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan met een maximum van zes maanden.
Beveelt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van het arrest onderworpen is geweest aan de door de rechtbank opgelegde en dadelijk uitvoerbaar verklaarde vrijheidsbeperkende maatregel bij de uitvoering van de door het hof opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel in mindering zal worden gebracht.
Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.
Beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-196701-22 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 2.684,76 (tweeduizend zeshonderdvierentachtig euro en zesenzeventig cent) bestaande uit € 1.684,76 (duizend zeshonderdvierentachtig euro en zesenzeventig cent) materiële schade en € 1.000,00 (duizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-196701-22 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 2.684,76 (tweeduizend zeshonderdvierentachtig euro en zesenzeventig cent) bestaande uit € 1.684,76 (duizend zeshonderdvierentachtig euro en zesenzeventig cent) materiële schade en € 1.000,00 (duizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 36 (zesendertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 27 juli 2022.
Dit arrest is gewezen door mr. N. Schaar,
mr. J.W. van den Hurk en mr. R.K. Pijpers, in bijzijn van de griffier mr. J. Toorens.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 19 juni 2023.
mr. N. Schaar en mr. J.W. van den Hurk zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
De tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van het arrest onderworpen is geweest aan de door de rechtbank opgelegde en dadelijk uitvoerbaar verklaarde maatregel zal bij de uitvoering hiervan in mindering worden gebracht. - - - ## Voetnoten
De tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van het arrest onderworpen is geweest aan de door de rechtbank opgelegde en dadelijk uitvoerbaar verklaarde maatregel zal bij de uitvoering hiervan in mindering worden gebracht.