Artikel 5
1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder rekenhuur:
a. de huurprijs die de huurder per maand verschuldigd is, of b. als dat lager is dan de huurprijs een bedrag dat gelijk is aan de maximale huurprijsgrens, bedoeld in de krachtens de artikelen 10, eerste lid, en 12, tweede lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte gestelde regels,in geval van huur van een woonwagen zonder eigen aandrijving vermeerderd met het bedrag dat verschuldigd is voor de huur van de standplaats.
2. Bij de toepassing van het eerste lid kan het in onderdeel b van dat lid bedoelde bedrag slechts in plaats van de verschuldigde huurprijs in aanmerking worden genomen nadat, op verzoek van de Dienst Toeslagen, de huurcommissie, dan wel de voorzitter van de huurcommissie, aan de Dienst Toeslagen en aan de huurder advies heeft uitgebracht, dan wel een verklaring heeft verstrekt, over de redelijk te achten huurprijs. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen omtrent die verklaring nadere regels worden gesteld.