Terug naar bibliotheek
Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen
Titel 1. Algemene bepalingen
Afdeling 2. Inschrijvingen betreffende registergoederen
Artikel 17

Artikel 17 (Inschrijfbare feiten registergoederen)

Laatste versie

1. Behalve die feiten waarvan inschrijving krachtens andere wetsbepalingen mogelijk is, kunnen in deze registers de volgende feiten worden ingeschreven:

a. rechtshandelingen die een verandering in de rechtstoestand van registergoederen brengen of in enig ander opzicht voor die rechtstoestand van belang zijn; b. erfopvolgingen die registergoederen betreffen, daaronder begrepen de opvolging door de Staat krachtens de artikelen 189 en 226 lid 4 van Boek 4, en de afgifte van registergoederen aan de Staat krachtens artikel 226 leden 1 en 2 van Boek 4; c. vervulling van de voorwaarde, gesteld in een ingeschreven voorwaardelijke rechtshandeling, en de verschijning van een onzeker tijdstip, aangeduid in de aan een ingeschreven rechtshandeling verbonden tijdsbepaling, alsmede de dood van een vruchtgebruiker van een registergoed; d. reglementen en andere regelingen die tussen medegerechtigden in registergoederen zijn vastgesteld; e. rechterlijke uitspraken die de rechtstoestand van registergoederen of de bevoegdheid daarover te beschikken betreffen, mits zij uitvoerbaar bij voorraad zijn of een verklaring van de griffier wordt overgelegd, dat daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat of dat hem drie maanden na de uitspraak niet van het instellen van een gewoon rechtsmiddel is gebleken, benevens de tegen de bovenbedoelde uitspraken ingestelde rechtsmiddelen; f. instelling van rechtsvorderingen en indiening van verzoeken ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak die de rechtstoestand van een registergoed betreft; g. executoriale en conservatoire beslagen op registergoederen; h. naamsveranderingen die tot registergoederen gerechtigde personen betreffen; i. verjaring die leidt tot verkrijging van een registergoed of tenietgaan van een beperkt recht dat een registergoed is; j. beschikkingen en uitspraken, waarbij een krachtens een bijzondere wetsbepaling ingeschreven beschikking wordt vernietigd, ingetrokken of gewijzigd; k. de aanleg en verwijdering van een net, bestaande uit een of meer kabels of leidingen, bestemd voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie.

2. Huur- en pachtovereenkomsten en andere feiten die alleen persoonlijke rechten geven of opheffen, kunnen slechts worden ingeschreven, indien een bijzondere wetsbepaling dit toestaat.

Uitleg in duidelijke taal

1. Behalve die feiten waarvan inschrijving krachtens andere wetsbepalingen mogelijk is, kunnen in deze registers de volgende feiten worden ingeschreven:

Dit betekent dat, naast de feiten waarvan de inschrijving al op grond van andere wettelijke bepalingen is toegestaan, ook de hieronder genoemde feiten in deze registers kunnen worden ingeschreven.

a. rechtshandelingen die een verandering in de rechtstoestand van registergoederen brengen of in enig ander opzicht voor die rechtstoestand van belang zijn;

Dit betreft rechtshandelingen die een wijziging veroorzaken in de juridische status (rechtstoestand) van registergoederen, of die op een andere manier relevant zijn voor die juridische status.

b. erfopvolgingen die registergoederen betreffen, daaronder begrepen de opvolging door de Staat krachtens de artikelen 189 en 226 lid 4 van Boek 4, en de afgifte van registergoederen aan de Staat krachtens artikel 226 leden 1 en 2 van Boek 4;

Dit omvat erfopvolgingen die betrekking hebben op registergoederen. Hieronder valt ook de situatie waarin de Staat erfgenaam wordt op basis van artikel 189 en artikel 226 lid 4 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek, evenals de overdracht (afgifte) van registergoederen aan de Staat op basis van artikel 226 leden 1 en 2 van Boek 4.

c. vervulling van de voorwaarde, gesteld in een ingeschreven voorwaardelijke rechtshandeling, en de verschijning van een onzeker tijdstip, aangeduid in de aan een ingeschreven rechtshandeling verbonden tijdsbepaling, alsmede de dood van een vruchtgebruiker van een registergoed;

Dit betreft het in vervulling gaan van een voorwaarde die is opgenomen in een reeds ingeschreven rechtshandeling die onderworpen is aan een voorwaarde. Ook valt hieronder het aanbreken van een onzeker tijdstip dat is genoemd in een tijdsbepaling die verbonden is aan een reeds ingeschreven rechtshandeling. Ten slotte wordt hier ook de dood van een persoon die het vruchtgebruik had van een registergoed bedoeld.

d. reglementen en andere regelingen die tussen medegerechtigden in registergoederen zijn vastgesteld;

Dit zijn reglementen en andere afspraken die zijn gemaakt tussen personen die gezamenlijk rechten hebben op registergoederen (medegerechtigden).

e. rechterlijke uitspraken die de rechtstoestand van registergoederen of de bevoegdheid daarover te beschikken betreffen, mits zij uitvoerbaar bij voorraad zijn of een verklaring van de griffier wordt overgelegd, dat daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat of dat hem drie maanden na de uitspraak niet van het instellen van een gewoon rechtsmiddel is gebleken, benevens de tegen de bovenbedoelde uitspraken ingestelde rechtsmiddelen;

Dit betreft rechterlijke uitspraken die gaan over de juridische status (rechtstoestand) van registergoederen of over de bevoegdheid om over die registergoederen te beslissen (beschikken). Voorwaarde is dat deze uitspraken direct uitgevoerd kunnen worden (uitvoerbaar bij voorraad zijn), of dat er een verklaring van de griffier is waaruit blijkt dat er geen normaal juridisch middel (gewoon rechtsmiddel) meer tegen de uitspraak kan worden ingediend, of dat de griffier drie maanden na de uitspraak niet gebleken is dat een gewoon rechtsmiddel is ingesteld. Ook de rechtsmiddelen die tegen de eerder genoemde uitspraken zijn ingesteld, vallen hieronder.

f. instelling van rechtsvorderingen en indiening van verzoeken ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak die de rechtstoestand van een registergoed betreft;

Dit omvat het starten van juridische procedures (instelling van rechtsvorderingen) en het indienen van verzoeken bij de rechter met als doel een rechterlijke uitspraak te krijgen die de juridische status (rechtstoestand) van een registergoed behandelt.

g. executoriale en conservatoire beslagen op registergoederen;

Dit zijn beslagen die gelegd worden op registergoederen om een vordering te kunnen innen (executoriale beslagen) of om zeker te stellen dat een vordering betaald kan worden (conservatoire beslagen).

h. naamsveranderingen die tot registergoederen gerechtigde personen betreffen;

Dit betreft wijzigingen in de naam van personen die rechten hebben op registergoederen (gerechtigde personen).

i. verjaring die leidt tot verkrijging van een registergoed of tenietgaan van een beperkt recht dat een registergoed is;

Dit is de situatie waarin door het verstrijken van een bepaalde tijd (verjaring) iemand een registergoed verkrijgt, of waarin een beperkt recht dat op een registergoed rust, ophoudt te bestaan (tenietgaan).

j. beschikkingen en uitspraken, waarbij een krachtens een bijzondere wetsbepaling ingeschreven beschikking wordt vernietigd, ingetrokken of gewijzigd;

Dit betreft besluiten (beschikkingen) en rechterlijke uitspraken waardoor een eerder genomen besluit, dat op grond van een specifieke wettelijke bepaling (bijzondere wetsbepaling) was ingeschreven, wordt teruggedraaid (vernietigd), beëindigd (ingetrokken) of aangepast (gewijzigd).

k. de aanleg en verwijdering van een net, bestaande uit een of meer kabels of leidingen, bestemd voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie.

Dit betreft het aanleggen en weghalen van een netwerk (net). Zo'n netwerk bestaat uit één of meerdere kabels of leidingen die bedoeld zijn voor het vervoeren (transport) van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie, of van informatie.

2. Huur- en pachtovereenkomsten en andere feiten die alleen persoonlijke rechten geven of opheffen, kunnen slechts worden ingeschreven, indien een bijzondere wetsbepaling dit toestaat.

Dit betekent dat huurovereenkomsten, pachtovereenkomsten en andere feiten die uitsluitend persoonlijke rechten (rechten die alleen gelden tussen de betrokken partijen) doen ontstaan of beëindigen, alleen kunnen worden ingeschreven als een specifieke wettelijke bepaling (bijzondere wetsbepaling) dit expliciet toestaat.