Terug naar bibliotheek
Besluit financiële verhouding 2001Bijlage 2. De verdeelmaatstaven voor het gemeentefonds (bijlage bij artikel 3, tweede lid)

Bijlage 2. De verdeelmaatstaven voor het gemeentefonds (bijlage bij artikel 3, tweede lid)

Laatste versie

Bijlage 2: De verdeelmaatstaven voor het gemeentefonds (bijlage bij artikel 3, tweede lid)

Nummer en korte omschrijvingDefinitie verdeelmaatstafBronPeildatum of tijdsaanduiding (indien deze anders luidt dan 1 januari van het uitkeringsjaar)
1. OZB; WOZ-waarde woningen eigenarenHet op grond van artikel 8, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet gecorrigeerde totaal van de vastgestelde waarden van onroerende zaken. Het betreft de onroerende zaken die tot woning dienen waarover onroerende zaakbelasting (OZB) als bedoeld in artikel 220, onderdeel b, van de Gemeentewet, kan worden geheven van eigenaren. De waarde van de onroerende zaken wordt bepaald op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken. Alvorens het gecorrigeerde totaal van de vastgestelde waarden op grond van artikel 8, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet wordt vastgesteld, wordt het totaal van de vastgestelde waarden neerwaarts afgerond op een veelvoud van € 500.000.CBS1 januari van het jaar voorafgaand aan het uitkeringsjaar
2. OZB; WOZ-waarde niet-woningen eigenarenHet op grond van artikel 8, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet gecorrigeerde totaal van de vastgestelde waarden van onroerende zaken in de gemeente. Het betreft onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen en waarover onroerende zaakbelasting (OZB) als bedoeld in artikel 220, onderdeel b, van de Gemeentewet, kan worden geheven van eigenaren. De waarde van de onroerende zaken wordt bepaald op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken. Voor deze maatstaf wordt de waarde van de onroerende zaken niet hoger vastgesteld dan de grenswaarde. Alvorens het gecorrigeerde totaal van de vastgestelde waarden op grond van artikel 8, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet wordt vastgesteld, wordt het totaal van de vastgestelde waarden neerwaarts afgerond op een veelvoud van € 500.000.CBS1 januari van het jaar voorafgaand aan het uitkeringsjaar
3. OZB; WOZ-waarde niet-woningen gebruikersHet op grond van artikel 8, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet gecorrigeerde totaal van de vastgestelde waarden van onroerende zaken in de gemeente. Het betreft onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen en waarover onroerende zaakbelasting (OZB) als bedoeld in artikel 220, onderdeel a, van de Gemeentewet, kan worden geheven van gebruikers. De waarde van de onroerende zaken wordt bepaald op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken. Voor deze maatstaf wordt de waarde van de onroerende zaken niet hoger vastgesteld dan de grenswaarde. Alvorens het gecorrigeerde totaal van de vastgestelde waarden op grond van artikel 8, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet wordt vastgesteld, wordt het totaal van de vastgestelde waarden neerwaarts afgerond op een veelvoud van € 500.000.CBS1 januari van het jaar voorafgaand aan het uitkeringsjaar
4. InwonersHet aantal inwoners van de gemeente.CBS
5. Inwoners 75+ met drempelHet aantal inwoners in de gemeente van 75 jaar en ouder, voor zover dit aantal meer is dan de drempelwaarde.CBS
6. EenpersoonshuishoudensHet aantal particuliere huishoudens in de gemeente bestaande uit één persoon.CBS
7. JongerenHet aantal inwoners van de gemeente dat jonger is dan 18 jaar.CBS
8. Inwoners Waddengemeenten (≤2.500)Voor de gemeenten Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog: het aantal inwoners van de gemeente in het interval van 0 tot en met 2.500 inwoners.CBS
9. Inwoners Waddengemeenten (2.501 tot en met 7.500)Voor de gemeenten Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog: het aantal inwoners van de gemeente in het interval van 2.501 tot en met 7.500 inwoners.CBS
10. Inwoners Waddengemeenten (≥7.501)Voor de gemeenten Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog: het aantal inwoners van de gemeente vanaf 7.501 inwoners.CBS
11. Huishoudens met een laag inkomen met drempelHet driejarig gemiddelde van het aantal huishoudens in de gemeente met een laag inkomen, voor zover dit aantal meer is dan de drempelwaarde.CBS1 januari van het tweede, derde en vierde jaar voorafgaand aan het uitkeringsjaar
12. BijstandsontvangersHet meerjarig gemiddelde van het totaal aantal huishoudens in de gemeente dat een bijstandsuitkering ontvangt.CBS31 december van de voorafgaande jaren op grond waarvan het meerjarig gemiddelde wordt berekend
13. Inwoners met loonkostensubsidieHet aantal door de gemeente op grond van de Participatiewet verstrekte loonkostensubsidies aan werkgevers. Indien de persoon op wie de loonkostensubsidie betrekking heeft reeds een bijstandsuitkering als bedoeld in maatstaf 12 ontvangt, wordt die loonkostensubsidie niet meegeteld.CBS22 december van het jaar voorafgaand aan het uitkeringsjaar
14. Inwoners in het gemeentelijke doelgroepenregisterHet aantal inwoners van de gemeente dat met een lopende grondslag «arbeidsbeperktheid» in het doelgroepenregister is opgenomen en waarvoor de gemeente verantwoordelijkheid draagt.CBS30 juni van het jaar voorafgaand aan het uitkeringsjaar
15. Inwoners met een laag opleidingsniveau met drempelHet aantal inwoners in de gemeente van 23 jaar en ouder met een laag opleidingsniveau, voor zover dit aantal meer is dan de drempelwaarde.CBS1 oktober van het jaar voorafgaand aan het uitkeringsjaar
16. Inwoners met een migratieachtergrondHet aantal inwoners in de gemeente met een migratieachtergrond.CBS
17. Landelijke centrumfunctieHet aantal potentiële landelijke klanten van alle woonkernen in de gemeente.CBS
18. Regionale centrumfunctieHet aantal potentiële regionale klanten van alle woonkernen in de gemeente.CBS
19. Lokale centrumfunctieHet aantal potentiële lokale klanten van alle woonkernen in de gemeente.CBS
20. Leerlingen voortgezet onderwijsHet gecorrigeerde aantal leerlingen in een gemeente dat voortgezet onderwijs volgt.OCW1 oktober van het jaar voorafgaand aan het uitkeringsjaar
21. Leerlingen (voortgezet) speciaal onderwijsHet gecorrigeerde aantal leerlingen in de gemeente dat één van de volgende vormen van onderwijs volgt: 1a. onderwijs aan een speciale school voor basisonderwijs; 1b. praktijkonderwijs; 2. speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs.OCWVoor het onderwijs, bedoeld onder 1a: 1 februari van het jaar voorafgaand aan het uitkeringsjaar. Voor het onderwijs, bedoeld onder 1b: 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het uitkeringsjaar. Voor het onderwijs, bedoeld onder 2: 1 februari van het jaar voorafgaand aan het uitkeringsjaar.
22. Extra groei leerlingen voortgezet onderwijsHet aantal leerlingen voortgezet onderwijs, bedoeld in maatstaf 20, verminderd met het gecorrigeerd aantal leerlingen van tien jaar eerder. Indien de uitkomst van de maatstaf negatief is, wordt deze gelijkgesteld aan nul.OCW1 oktober van het jaar voorafgaand aan het uitkeringsjaar
23. Extra groei jongerenHet aantal jongeren, bedoeld in maatstaf 7, verminderd met het gecorrigeerd aantal jongeren, bedoeld in maatstaf 7, van tien jaar eerder. Indien de uitkomst van de maatstaf negatief is, wordt deze gelijkgesteld aan nul.CBS
24. Onderwijsachterstand met drempelDe onderwijsachterstand per gemeente, uitgedrukt in een achterstandsscore met drempel. Indien de achterstandsscore van een gemeente negatief is, wordt deze gelijkgesteld aan nul.CBS1 februari van het jaar voorafgaand aan het uitkeringsjaar
25. Oppervlakte landHet aantal hectaren land in de gemeente.CBS
26. Oppervlakte land * bodemfactor gemeenteDe uitkomst van maatstaf 25 vermenigvuldigd met de bodemfactor, bedoeld in artikel 12.CBS
27. Oppervlakte binnenwaterHet aantal hectaren binnenwater in de gemeente.CBS
28. Oppervlakte buitenwaterHet aantal hectaren buitenwater in de gemeente, voor zover het aantal hectaren niet meer dan de maximumoppervlakte bedraagt.CBS
29. Oppervlakte bebouwing woonkernenDe oppervlakte van de bebouwing in hectaren binnen de woonkernen die in de gemeente zijn gelegen.CBS
30. Oppervlakte bebouwing woonkernen * bodemfactor woonkernenDe uitkomst van maatstaf 29 vermenigvuldigd met de bodemfactor van de woonkernen die in de gemeente zijn gelegen.CBS
31. Oppervlakte bebouwing buitengebiedDe oppervlakte in hectaren van de bebouwing buiten de woonkernen van de gemeente.CBS
32. Oppervlakte bebouwing buitengebied * bodemfactor buitengebiedDe uitkomst van maatstaf 31 vermenigvuldigd met de bodemfactor van de gebieden die buiten de woonkernen van de gemeente zijn gelegen.CBS
33. WoonruimtenHet aantal woonruimten in de gemeente.CBS
34. Woonruimten * bodemfactor woonkernenDe uitkomst van maatstaf 33 vermenigvuldigd met de bodemfactor van de woonkernen die in de gemeente zijn gelegen.CBS
35. Oppervlakte historische kern (5 tot en met 40 hectare)De totale oppervlakte in hectaren van historische kernen in de gemeente met een grondoppervlakte van ten minste 5 hectaren en ten hoogste 40 hectaren.CBSNiet van toepassing
36. Oppervlakte historische kern (>40 tot 65 hectare)De totale oppervlakte in hectaren van historische kernen in de gemeente met een grondoppervlakte van meer dan 40 hectaren, maar minder dan 65 hectaren.CBSNiet van toepassing
37. Oppervlakte historische kern (≥65 hectare)De totale oppervlakte in hectaren van historische kernen in de gemeente met een grondoppervlakte van 65 hectaren of meer.CBSNiet van toepassing
38. Bewoonde oorden 1930Het aantal woningen in de bewoonde oorden van de gemeente, zoals vastgesteld bij de volkstelling van 1930. Een bewoond oord is een oord dat bij diezelfde volkstelling is geregistreerd als een bewoond oord met 500 inwoners of meer.CBSNiet van toepassing
39. Bewoonde oorden 1930 met historische kernenHet aantal bij de volkstelling van 1930 vastgestelde woningen in de bewoonde oorden van de gemeente die tevens een historische kern zijn.CBSNiet van toepassing
40. Maatstaf ISVEen tegemoetkoming in de kosten die de gemeente maakt als gevolg van de eigen bijdrage die van haar wordt verwacht voor investeringen die mede bekostigd worden uit het Investeringsbudget voor stedelijke vernieuwing. De tegemoetkoming wordt vastgesteld op basis van de verdeling van het Investeringsbudget stedelijke vernieuwing.Onze Minister van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesNiet van toepassing
41. OmgevingsadressendichtheidHet gemiddelde van de omgevingsadressendichtheid van de rastervierkanten, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, die in de gemeente gelegen zijn.CBS
42. Oeverlengte * bodemfactor gemeenteVoor een gemeente waarin binnenwater als bedoeld in maatstaf 27 is gelegen: de totale lengte van de oevers van het binnenwater in hectometers, vermenigvuldigd met de bodemfactor van de gemeente.CBS
43. (Oeverlengte + 2 * oeverlengte in veen/kleiveengebied) * bodemfactor gemeente * dichtheidsfactorVoor een gemeente waarin binnenwater als bedoeld in maatstaf 27 is gelegen: de uitkomst van de volgende berekening: (oeverlengte + 2 x oeverlengte in veen/kleiveengebied) * bodemfactor gemeente * de dichtheidsfactor. De dichtheidsfactor bestaat uit het quotiënt van het aantal inwoners volgens maatstaf 4 en de som van de oppervlakten land en binnenwater volgens de maatstaven 25 en 27.CBS
44. Meerkernigheid (kernen)Het aantal woonkernen dat in de gemeente is gelegen.CBS
45. Grote woonkernenHet aantal woonkernen in de gemeente die 500 of meer adressen bevatten.CBS
46. BedrijvenHet aantal bedrijfsvestigingen in de gemeente.CBS
47. Vast bedrag gemeenteEén eenheid voor de gemeente.Niet van toepassing
48. Vast bedrag AmsterdamEén eenheid voor de gemeente Amsterdam.Niet van toepassing
49. Vast bedrag RotterdamEén eenheid voor de gemeente Rotterdam.Niet van toepassing
50. Verkiezingen Den HaagEén eenheid voor de gemeente Den Haag.Niet van toepassing
51. Vast bedrag UtrechtEén eenheid voor de gemeente Utrecht.Niet van toepassing
52. Vast bedrag WaddengemeentenEén eenheid voor de gemeenten Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog.Niet van toepassing
53. Herindelingsmaatstaf bij samenvoeging van gemeentenGemeenten die ingevolge een vastgesteld herindelingsadvies als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Wet algemene regels herindeling (Wet arhi) onderdeel kunnen gaan uitmaken van een wijziging van de gemeentelijke indeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet arhi waarbij het totaal aantal gemeenten afneemt, komen gezamenlijk in aanmerking voor een bedrag dat berekend wordt aan de hand van de herindelingsformule.CBSNiet van toepassing
54. Herindelingsmaatstaf bij splitsing van een gemeenteGemeenten die ingevolge een vastgesteld herindelingsadvies als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Wet algemene regels herindeling, (Wet arhi) onderdeel kunnen gaan uitmaken van een wijziging van de gemeentelijke indeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet arhi waarbij delen van een op te heffen gemeente overgaan naar verschillende andere bij de wijziging van de gemeentelijke indeling betrokken gemeenten (splitsing) en het totaal aantal gemeenten afneemt, komen gezamenlijk in aanmerking voor een bedrag dat berekend wordt aan de hand van de splitsingsformule.CBSNiet van toepassing