Artikel 27b (Strafrechtsketennummer toekenning en gegevensverwerking)
1. Onze Minister van Veiligheid en Justitie kent aan de verdachte na de vaststelling van zijn identiteit een strafrechtsketennummer toe, tenzij aan hem reeds een strafrechtsketennummer is toegekend. Het strafrechtsketennummer bevat geen informatie over de verdachte.
2. Het strafrechtsketennummer mag slechts worden gebruikt ten behoeve van het uitwisselen van persoonsgegevens van verdachten en veroordeelden ten behoeve van de toepassing van het strafrecht en de uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000 in bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen.
3. De functionarissen en organen die met de toepassing van het strafrecht zijn belast, gebruiken bij het onderling uitwisselen van persoonsgegevens over verdachten en veroordeelden het strafrechtsketennummer, evenals bij het uitwisselen van deze persoonsgegevens met de functionarissen die met de uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000 zijn belast. Bij het uitwisselen van deze persoonsgegevens met andere gebruikers als bedoeld in artikel 1, onder d, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer gebruiken zij het burgerservicenummer om te waarborgen dat deze persoonsgegevens betrekking hebben op de juiste verdachte of veroordeelde.
4. Het strafrechtsketennummer en de andere gegevens die noodzakelijk zijn voor de vaststelling van de identiteit van verdachten en veroordeelden en die bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen, worden in de strafrechtsketendatabank verwerkt.
5. De artikelen 1, onderdelen i, j, l tot en met z, 3, 7 tot en met 7b, 7d tot en met 7f, 15, 16, 16a, 17a, 17b, 20 en 22 tot en met 26h en 27, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens zijn van overeenkomstige toepassing op de verwerking van de gegevens, bedoeld in het vierde lid. Onze Minister van Justitie en Veiligheid is verwerkingsverantwoordelijke in de zin van die wet voor de databank, bedoeld in het vierde lid.
6. De betrokkene heeft het recht om op diens schriftelijke verzoek binnen vier weken van Onze Minister van Justitie en Veiligheid uitsluitsel te krijgen over de al dan niet verwerking van hem betreffende gegevens, bedoeld in het derde lid, en, wanneer dat het geval is, om die gegevens in te zien en hierover de informatie, bedoeld in artikel 18, onderdelen a tot en met g, te verkrijgen. Onze Minister van Justitie en Veiligheid doet daarbij geen mededelingen in schriftelijke vorm over de verwerking van de betrokkene betreffende gegevens, tenzij hij weigert een mededeling te doen. Een gehele of gedeeltelijke afwijzing vindt schriftelijk plaats.
7. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor het verwerken van de gegevens, bedoeld in het vierde lid.
Uitleg in duidelijke taal
1. Onze Minister van Veiligheid en Justitie kent aan de verdachte na de vaststelling van zijn identiteit een strafrechtsketennummer toe, tenzij aan hem reeds een strafrechtsketennummer is toegekend. Het strafrechtsketennummer bevat geen informatie over de verdachte.
Dit betekent dat de Minister van Veiligheid en Justitie een uniek nummer, het strafrechtsketennummer, toekent aan een verdachte nadat diens identiteit is vastgesteld. Dit gebeurt echter niet als de verdachte al een dergelijk nummer heeft. Het strafrechtsketennummer zelf bevat geen persoonlijke informatie over de verdachte.
2. Het strafrechtsketennummer mag slechts worden gebruikt ten behoeve van het uitwisselen van persoonsgegevens van verdachten en veroordeelden ten behoeve van de toepassing van het strafrecht en de uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000 in bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen.
Dit lid bepaalt dat het strafrechtsketennummer uitsluitend mag worden gebruikt voor het uitwisselen van persoonsgegevens van verdachten en veroordeelden. Dit gebruik dient ter ondersteuning van de toepassing van het strafrecht en de uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000, maar alleen in specifieke gevallen die nader worden bepaald in een algemene maatregel van bestuur.
3. De functionarissen en organen die met de toepassing van het strafrecht zijn belast, gebruiken bij het onderling uitwisselen van persoonsgegevens over verdachten en veroordeelden het strafrechtsketennummer, evenals bij het uitwisselen van deze persoonsgegevens met de functionarissen die met de uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000 zijn belast. Bij het uitwisselen van deze persoonsgegevens met andere gebruikers als bedoeld in artikel 1, onder d, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer gebruiken zij het burgerservicenummer om te waarborgen dat deze persoonsgegevens betrekking hebben op de juiste verdachte of veroordeelde.
Dit betekent dat functionarissen en instanties die verantwoordelijk zijn voor de toepassing van het strafrecht, het strafrechtsketennummer moeten gebruiken wanneer zij onderling persoonsgegevens van verdachten en veroordeelden uitwisselen. Ditzelfde geldt voor de uitwisseling van deze gegevens met functionarissen die belast zijn met de uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000. Echter, wanneer deze persoonsgegevens worden uitgewisseld met andere gebruikers, zoals gedefinieerd in artikel 1, onderdeel d, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, dan wordt het burgerservicenummer gebruikt. Het doel hiervan is te verzekeren dat de uitgewisselde persoonsgegevens betrekking hebben op de correcte verdachte of veroordeelde.
4. Het strafrechtsketennummer en de andere gegevens die noodzakelijk zijn voor de vaststelling van de identiteit van verdachten en veroordeelden en die bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen, worden in de strafrechtsketendatabank verwerkt.
Dit lid stelt dat het strafrechtsketennummer, samen met andere gegevens die essentieel zijn voor het vaststellen van de identiteit van verdachten en veroordeelden en die specifiek zijn aangewezen in een algemene maatregel van bestuur, worden verwerkt in de strafrechtsketendatabank.
5. De artikelen 1, onderdelen i, j, l tot en met z, 3, 7 tot en met 7b, 7d tot en met 7f, 15, 16, 16a, 17a, 17b, 20 en 22 tot en met 26h en 27, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens zijn van overeenkomstige toepassing op de verwerking van de gegevens, bedoeld in het vierde lid. Onze Minister van Justitie en Veiligheid is verwerkingsverantwoordelijke in de zin van die wet voor de databank, bedoeld in het vierde lid.
Dit betekent dat de gespecificeerde artikelen en onderdelen van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens op een vergelijkbare manier van toepassing zijn op de verwerking van de gegevens die in het vierde lid van dit artikel worden genoemd. De Minister van Justitie en Veiligheid draagt de verantwoordelijkheid voor de verwerking (is verwerkingsverantwoordelijke) van de gegevens in de databank, zoals bedoeld in het vierde lid, conform de definities in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.
6. De betrokkene heeft het recht om op diens schriftelijke verzoek binnen vier weken van Onze Minister van Justitie en Veiligheid uitsluitsel te krijgen over de al dan niet verwerking van hem betreffende gegevens, bedoeld in het derde lid, en, wanneer dat het geval is, om die gegevens in te zien en hierover de informatie, bedoeld in artikel 18, onderdelen a tot en met g, te verkrijgen. Onze Minister van Justitie en Veiligheid doet daarbij geen mededelingen in schriftelijke vorm over de verwerking van de betrokkene betreffende gegevens, tenzij hij weigert een mededeling te doen. Een gehele of gedeeltelijke afwijzing vindt schriftelijk plaats.
Dit lid geeft de persoon op wie de gegevens betrekking hebben (de betrokkene) het recht om, middels een schriftelijk verzoek, binnen vier weken van de Minister van Justitie en Veiligheid te vernemen of er gegevens over hem, zoals genoemd in het derde lid, worden verwerkt. Indien dit het geval is, heeft de betrokkene het recht deze gegevens in te zien en de informatie te ontvangen zoals gespecificeerd in artikel 18, onderdelen a tot en met g. De Minister van Justitie en Veiligheid zal geen schriftelijke mededelingen doen over de verwerking van gegevens die de betrokkene aangaan, tenzij de Minister weigert een mededeling te doen. Een volledige of gedeeltelijke afwijzing van het verzoek wordt schriftelijk medegedeeld.
7. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor het verwerken van de gegevens, bedoeld in het vierde lid.
Dit betekent dat er regels zullen worden opgesteld voor de verwerking van de gegevens die in het vierde lid zijn genoemd. Deze regels worden vastgelegd in of op basis van een algemene maatregel van bestuur.