Terug naar bibliotheek
Hoofdstuk IV. Projectuitvoering
Artikel 22

Artikel 22

Laatste versie

1. Indien een belanghebbende ten gevolge van een tracébesluit schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en ten aanzien waarvan de vergoeding niet of niet voldoende anderszins is verzekerd, kent Onze Minister hem op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.

2. Afdeling 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening blijft buiten toepassing voor zover de belanghebbende met betrekking tot de schade een beroep doet of kan doen op een schadevergoeding als bedoeld in het eerste lid.

3. Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld omtrent de indiening en afhandeling van een verzoek om schadevergoeding.

Details

[Regeling vervallen per 01-01-2024]

Rechtspraak waarin dit artikel wordt benoemd

3 uitspraken gevonden
Raad van State1x keer aangehaald in latere zaken

ECLI:NL:RVS:2025:4536 - Nadeelcompensatie Tracébesluit N18: Toetsing taxatie en normaal maatschappelijk risico - 24 september 2025

ECLI:NL:RVS:2025:453624 september 2025Dit wetsartikel wordt 5 keer genoemd in deze uitspraak

De Afdeling oordeelt over een verzoek om nadeelcompensatie wegens een tracébesluit. De door het bestuursorgaan gebruikte taxatie wordt gehandhaafd, omdat een door appellant ingebracht tegenrapport onvoldoende concrete aanknopingspunten bood voor twijfel. Hinder door uitvoeringswerkzaamheden wordt slechts gedeeltelijk vergoed, omdat een periode van één jaar tot het normaal maatschappelijk risico behoort.

BestuursrechtOmgevingsrecht, Bestuursprocesrecht
Raad van State

ECLI:NL:RVS:2025:4532 - Waardedaling woonark: geen planschadevergoeding voor roerende zaken - 24 september 2025

ECLI:NL:RVS:2025:453224 september 2025Dit wetsartikel wordt 5 keer genoemd in deze uitspraak

De Afdeling oordeelt dat een woonark een roerende zaak is, omdat deze niet duurzaam met de grond is verenigd. Waardedaling van een roerende zaak komt niet voor planschadevergoeding in aanmerking. Het wettelijke onderscheid tussen roerende en onroerende zaken is objectief en redelijk gerechtvaardigd.

BestuursrechtOmgevingsrecht
Civiel RechtGoederenrecht
Raad van State

ECLI:NL:RVS:2025:3398 - Raad van State - 23 juli 2025

ECLI:NL:RVS:2025:339823 juli 2025Dit wetsartikel wordt 3 keer genoemd in deze uitspraak
BestuursrechtOmgevingsrecht, Bestuursprocesrecht