Artikel 167 (Verantwoording en inlichtingenplicht Gedeputeerde Staten)
1. Gedeputeerde staten en elk van hun leden afzonderlijk zijn aan provinciale staten verantwoording schuldig over het door hen gevoerde bestuur.
2. Zij geven provinciale staten alle inlichtingen die provinciale staten voor de uitoefening van hun taak nodig hebben.
3. Zij geven provinciale staten mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang.
4. Zij geven provinciale staten vooraf inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 158, eerste lid, onder d, e, en g, indien provinciale staten daarom verzoeken of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de provincie. In het laatste geval nemen gedeputeerde staten geen besluit dan nadat provinciale staten hun wensen en bedenkingen terzake ter kennis van gedeputeerde staten hebben kunnen brengen.
5. Indien de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 158, eerste lid, onder e, geen uitstel kan lijden, geven zij in afwijking van het vierde lid provinciale staten zo spoedig mogelijk inlichtingen over de uitoefening van deze bevoegdheid en het terzake genomen besluit.
Uitleg in duidelijke taal
1. Gedeputeerde staten en elk van hun leden afzonderlijk zijn aan provinciale staten verantwoording schuldig over het door hen gevoerde bestuur.
Dit lid stelt dat Gedeputeerde Staten, alsmede elk van hun leden individueel, verplicht zijn om aan provinciale staten rekenschap af te leggen over het bestuur dat zij hebben gevoerd.
2. Zij geven provinciale staten alle inlichtingen die provinciale staten voor de uitoefening van hun taak nodig hebben.
Dit betekent dat Gedeputeerde Staten aan provinciale staten alle informatie moeten verstrekken die provinciale staten noodzakelijk achten voor de uitvoering van hun taken.
3. Zij geven provinciale staten mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang.
Dit lid bepaalt dat Gedeputeerde Staten mondeling of schriftelijk de inlichtingen moeten verstrekken waarom een of meer leden van provinciale staten hebben gevraagd, behalve wanneer het openbaar belang zich tegen het verstrekken van deze inlichtingen verzet.
4. Zij geven provinciale staten vooraf inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 158, eerste lid, onder d, e, en g, indien provinciale staten daarom verzoeken of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de provincie. In het laatste geval nemen gedeputeerde staten geen besluit dan nadat provinciale staten hun wensen en bedenkingen terzake ter kennis van gedeputeerde staten hebben kunnen brengen.
Dit betekent dat Gedeputeerde Staten provinciale staten voorafgaand informeren over de wijze waarop zij de bevoegdheden, genoemd in artikel 158, eerste lid, onderdelen d, e, en g, zullen uitoefenen. Dit moet gebeuren als provinciale staten hierom vragen, of als de uitoefening van deze bevoegdheden aanzienlijke (ingrijpende) gevolgen kan hebben voor de provincie. Indien er sprake is van mogelijke ingrijpende gevolgen, mogen gedeputeerde staten pas een besluit nemen nadat provinciale staten de gelegenheid hebben gehad hun wensen en bedenkingen hierover aan gedeputeerde staten kenbaar te maken.
5. Indien de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 158, eerste lid, onder e, geen uitstel kan lijden, geven zij in afwijking van het vierde lid provinciale staten zo spoedig mogelijk inlichtingen over de uitoefening van deze bevoegdheid en het terzake genomen besluit.
Dit lid stelt dat, wanneer de uitoefening van de bevoegdheid zoals genoemd in artikel 158, eerste lid, onderdeel e, dringend is en niet kan worden uitgesteld, Gedeputeerde Staten, afwijkend van de regel in het vierde lid, provinciale staten zo snel als mogelijk moeten informeren over hoe deze bevoegdheid is uitgeoefend en welk besluit in dat kader is genomen.