Artikel 5
1. Op verzoek van de SVB verstrekt de in artikel 2, eerste lid, bedoelde persoon of instelling binnen de door de SVB gestelde termijn en met gebruikmaking van de door de SVB ter beschikking gestelde formulieren informatie welke van belang kan zijn voor het recht op, de hoogte van of de uitbetaling van het pensioen.
2. Op verzoek van de SVB legt de in artikel 2, eerste lid, bedoelde persoon of instelling binnen de door de SVB gestelde termijn over:
a. een naar waarheid en volledig ingevuld, ondertekend formulier inzake het inkomen van de partner van de pensioengerechtigde, met betrekking tot perioden waarin die partner jonger is dan de pensioengerechtigde leeftijd; b. bewijsstukken van het inkomen van die partner; c. bewijsstukken met betrekking tot het al dan niet voeren van een gezamenlijke huishouding met een partner; d. andere door de SVB gevraagde bewijsstukken welke van belang zijn voor de vaststelling van het recht op, de hoogte van of de uitbetaling van het pensioen.