Terug naar bibliotheek
Boek 7. Bijzondere overeenkomsten
Titel 4. Huur
Afdeling 6. Huur van bedrijfsruimte
Artikel 301

Artikel 301 (Huur bedrijfsruimte uitzondering tweejaarscontracten)

Laatste versie

1. De artikelen 291 tot en met 300 zijn niet van toepassing op een overeenkomst van twee jaar of korter.

2. Indien het gebruik, aangevangen krachtens een overeenkomst als bedoeld in lid 1, langer dan twee jaar heeft geduurd, geldt van rechtswege een overeenkomst op de tussen partijen overeengekomen voorwaarden, doch voor vijf jaar, waarop de reeds verstreken twee jaar in mindering komen. De artikelen van 291 tot en met 300 zijn op deze overeenkomst van toepassing.

3. Het in lid 2 bedoelde rechtsgevolg treedt niet in, indien partijen voor het verstrijken van de termijn van twee jaar een andere overeenkomst sluiten die onder artikel 292 lid 1 valt, dan wel een daarvan afwijkende overeenkomst, mits de in artikel 291 bedoelde goedkeuring is verzocht voor het verstrijken van de termijn van twee jaar.

4. Indien voor het verstrijken van deze termijn op de voet van artikel 291 goedkeuring van afwijkende bedingen is verzocht en de rechter dit verzoek afwijst, kan hij op verzoek van de verhuurder tevens bepalen dat de overeenkomst wordt beëindigd en het tijdstip van de ontruiming vaststellen. Deze vaststelling geldt als een veroordeling tot ontruiming tegen dat tijdstip.

Uitleg in duidelijke taal

1. De artikelen 291 tot en met 300 zijn niet van toepassing op een overeenkomst van twee jaar of korter.

Dit betekent letterlijk dat de bepalingen in de artikelen 291 tot en met 300 niet gelden voor een huurovereenkomst die voor een periode van twee jaar of korter is aangegaan.

2. Indien het gebruik, aangevangen krachtens een overeenkomst als bedoeld in lid 1, langer dan twee jaar heeft geduurd, geldt van rechtswege een overeenkomst op de tussen partijen overeengekomen voorwaarden, doch voor vijf jaar, waarop de reeds verstreken twee jaar in mindering komen. De artikelen van 291 tot en met 300 zijn op deze overeenkomst van toepassing.

Dit betekent letterlijk: Als het gebruik van de gehuurde ruimte, dat is begonnen op basis van een overeenkomst zoals genoemd in lid 1 (dus voor twee jaar of korter), langer dan twee jaar duurt, dan ontstaat automatisch (van rechtswege) een nieuwe overeenkomst. Deze nieuwe overeenkomst geldt onder de voorwaarden die partijen oorspronkelijk waren overeengekomen, maar nu voor een periode van vijf jaar. De twee jaar die al voorbij zijn, worden van deze vijf jaar afgetrokken. De artikelen 291 tot en met 300 zijn dan wel van toepassing op deze nieuwe overeenkomst.

3. Het in lid 2 bedoelde rechtsgevolg treedt niet in, indien partijen voor het verstrijken van de termijn van twee jaar een andere overeenkomst sluiten die onder artikel 292 lid 1 valt, dan wel een daarvan afwijkende overeenkomst, mits de in artikel 291 bedoelde goedkeuring is verzocht voor het verstrijken van de termijn van twee jaar.

Dit betekent letterlijk: Het rechtsgevolg dat in lid 2 is beschreven (namelijk het automatisch ontstaan van een vijfjarige overeenkomst) vindt niet plaats als de huurder en verhuurder (partijen), voordat de termijn van twee jaar voorbij is, een andere overeenkomst sluiten. Deze andere overeenkomst moet dan wel vallen onder de bepalingen van artikel 292 lid 1, of het moet een overeenkomst zijn die daarvan afwijkt, op voorwaarde dat de goedkeuring zoals bedoeld in artikel 291 (goedkeuring door de rechter voor afwijkende bedingen) is aangevraagd voordat de termijn van twee jaar is verstreken.

4. Indien voor het verstrijken van deze termijn op de voet van artikel 291 goedkeuring van afwijkende bedingen is verzocht en de rechter dit verzoek afwijst, kan hij op verzoek van de verhuurder tevens bepalen dat de overeenkomst wordt beëindigd en het tijdstip van de ontruiming vaststellen. Deze vaststelling geldt als een veroordeling tot ontruiming tegen dat tijdstip.

Dit betekent letterlijk: Indien voor het einde van de eerdergenoemde termijn (van twee jaar) op basis van artikel 291 goedkeuring is gevraagd voor afwijkende bepalingen in de huurovereenkomst, en de rechter wijst dit verzoek af, dan kan de rechter, op verzoek van de verhuurder, ook beslissen dat de huurovereenkomst wordt beëindigd. De rechter stelt dan tevens de datum vast waarop de huurder de bedrijfsruimte moet verlaten (ontruiming). Een dergelijke vaststelling door de rechter heeft dezelfde kracht als een vonnis (veroordeling) tot ontruiming op die vastgestelde datum.