Artikel 28 (Verklaring waardeloze inschrijving registergoederen)
1. Is een inschrijving waardeloos, dan zijn degenen te wier behoeve zij anders zou hebben gestrekt, verplicht van deze waardeloosheid aan hem die daarbij een onmiddellijk belang heeft, op diens verzoek een schriftelijke verklaring af te geven. De verklaringen vermelden de feiten waarop de waardeloosheid berust, tenzij de inschrijving een hypotheek of een beslag betreft.
2. Verklaringen als in lid 1 bedoeld kunnen in de registers worden ingeschreven. Indien de inschrijving een hypotheek of een beslag betreft, machtigen deze verklaringen na inschrijving gezamenlijk de bewaarder tot doorhaling daarvan.
Uitleg in duidelijke taal
1. Is een inschrijving waardeloos, dan zijn degenen te wier behoeve zij anders zou hebben gestrekt, verplicht van deze waardeloosheid aan hem die daarbij een onmiddellijk belang heeft, op diens verzoek een schriftelijke verklaring af te geven. De verklaringen vermelden de feiten waarop de waardeloosheid berust, tenzij de inschrijving een hypotheek of een beslag betreft.
Dit betekent dat als een inschrijving waardeloos is, degenen ten behoeve van wie de inschrijving anders zou hebben gediend, verplicht zijn om, op verzoek van degene die daarbij een onmiddellijk belang heeft, een schriftelijke verklaring over deze waardeloosheid af te geven. Deze verklaringen moeten de feiten vermelden waarop de waardeloosheid is gebaseerd, tenzij de inschrijving een hypotheek of een beslag betreft.
2. Verklaringen als in lid 1 bedoeld kunnen in de registers worden ingeschreven. Indien de inschrijving een hypotheek of een beslag betreft, machtigen deze verklaringen na inschrijving gezamenlijk de bewaarder tot doorhaling daarvan.
Dit betekent dat verklaringen zoals bedoeld in lid 1, in de registers kunnen worden ingeschreven. Als de inschrijving een hypotheek of een beslag betreft, dan machtigen deze verklaringen, eenmaal ingeschreven, gezamenlijk de bewaarder tot doorhaling van die inschrijving.