Terug naar bibliotheek
Raad van State

ECLI:NL:RVS:2026:1093 - Raad van State - 25 februari 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RVS:2026:109325 februari 2026

Uitspraak inhoud

202404928/1/A2.Datum uitspraak: 25 februari 2026
AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellante], wonend in [woonplaats],
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 5 juli 2024 in zaak nr. 23/6575 in het geding tussen:
[appellante]
en
de Dienst Toeslagen.
Procesverloop
Bij besluit van 20 december 2021 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] meegedeeld dat de uitkomst van de lichte toets geen reden geeft om het forfaitaire bedrag van € 30.000 uit de Catshuisregeling aan haar te betalen.
Bij besluit van 22 augustus 2023 heeft de Dienst Toeslagen het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 5 juli 2024 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.
De Dienst Toeslagen heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
[appellante] heeft nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 29 september 2025, waar [appellante], vergezeld door M. Hidders, en de Dienst Toeslagen, vertegenwoordigd door [gemachtigden], zijn verschenen.
Overwegingen
Inleiding
  1. appellante] heeft zich gemeld als gedupeerde van de toeslagenaffaire en verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag over de toeslagjaren 2016 en 2017. In het kader van dit verzoek heeft de Dienst Toeslagen onderzocht of [appellante] in aanmerking komt voor toekenning van het forfaitaire bedrag van € 30.000,00 (de zogeheten Catshuisregeling, zoals beschreven in artikel 2.7, eerste lid van de Wet hersteloperatie Toeslagen). Daartoe verricht de Dienst Toeslagen de zogeheten 'lichte toets'. Bij de lichte toets wordt gezocht naar een indicatie dat de betreffende ouder een gedupeerde is van de toeslagenaffaire. Een ouder kan gedupeerd zijn geraakt als gevolg van institutionele vooringenomenheid, hardheid van het wettelijk systeem of wanneer de ouder ten onrechte de kwalificatie opzet/grove schuld (OG/S) heeft gekregen. De lichte toets bestaat uit twee stappen: een data-analyse en een handmatige toets.
  1. In bepaalde gevallen kan met behulp van een data-analyse direct worden bepaald dat een ouder in aanmerking komt voor uitbetaling van de € 30.000,00. Zo kan uit de data-analyse volgen dat de betreffende ouder kinderopvang heeft afgenomen bij een kinderopvanginstelling waarnaar een met een CAF-11 vergelijkbaar onderzoek plaatsvond of dat de betreffende ouder ten onrechte een opzet/grove schuld (OG/S) kwalificatie heeft gekregen. Omgekeerd kan in andere gevallen met behulp van data-analyse direct worden bepaald dat een ouder niet in aanmerking komt voor uitbetaling van de € 30.000,00, bijvoorbeeld wanneer uit de data-analyse volgt dat de betreffende ouder geen kinderen heeft of nooit kinderopvangtoeslag heeft aangevraagd. In ongeveer de helft van de gevallen is enkel data-analyse onvoldoende om direct te kunnen bepalen of een ouder in aanmerking komt voor uitbetaling van de € 30.000,00. In dat geval vindt een handmatige toets plaats waarbij in enkele uren volgens een vast stappenplan naar specifieke informatie in het toeslagendossier van die ouder wordt gekeken (Kamerstukken II 2020/21, 31 066, nr. 878, p. 2).
  1. Bij de handmatige toets wordt het onderstaande stappenplan gehanteerd:
  1. Heeft er een ongerechtvaardigde stopzetting van de kinderopvangtoeslag plaatsgevonden zonder voorafgaande individuele beoordeling?
  1. Is er sprake geweest van een terugvordering in enig toeslagjaar van minimaal € 1.500,00? Zo ja, zag de terugvordering op: - het niet volledig betalen van de opvangkosten (eigen bijdrage), of - het onvoldoende aangetoond hebben van het betalen van de
opvangkosten (eigen bijdrage), of - het aanwezig zijn van kleine formele tekortkomingen (bijvoorbeeld
het ontbreken van een handtekening of enkele bewijsstukken)?
  1. Is sprake geweest van een brede uitvraag? - Heeft de ouder een vraagbrief ontvangen met het verzoek
bewijsstukken aan te leveren? - Is er afgewezen vanwege non response?
  1. Is er een rappel verzonden aan de ouder nadat deze niet gereageerd heeft?
Wanneer in één van de hiervoor genoemde stappen aanknopingspunten worden gevonden dat de betreffende ouder een gedupeerde is, worden de andere stappen niet meer doorlopen en wordt € 30.000,00 aan de ouder uitbetaald. Het kan ook zo zijn dat op basis van de handmatige toets geen aanknopingspunten worden gevonden dat de betreffende ouder een gedupeerde is. Dat is bijvoorbeeld het geval als een ouder geld heeft moeten terugbetalen, omdat het aantal opvanguren of het inkomen van de ouder gedurende het jaar lijkt te zijn gewijzigd. Hoewel een terugvordering door wijziging van uren of inkomen als zeer vervelend kan worden ervaren, vormt dit geen onderdeel van de hersteloperatie. Dit is namelijk inherent aan het toeslagensysteem (Kamerstukken II 2020/21, 31 066, nr. 819, p. 3 - 5).
  1. Na de lichte toets vindt, ongeacht de uitkomst daarvan, een integrale beoordeling plaats, tenzij een ouder kenbaar heeft gemaakt dit niet te wensen (Kamerstukken II 2020/21, 31 066, nr. 819, p. 8). Bij de integrale beoordeling kijkt de Dienst Toeslagen grondiger dan bij de lichte toets naar de situatie van de betreffende ouder en beoordeelt uiteindelijk definitief of de ouder in aanmerking komt voor een (eventueel hogere) compensatie.
Besluitvorming
  1. De Dienst Toeslagen heeft op basis van de lichte toets geen aanknopingspunten gevonden dat [appellante] een gedupeerde van de toeslagenaffaire is. De kinderopvangtoeslag voor de toeslagjaren 2016 en 2017 zijn gecorrigeerd vastgesteld op basis van de door [appellante] zelf opgestuurde informatie en ingevoerde gegevens. De wijzigingen zijn aldus niet ingegeven door vooringenomen handelen of hardheid van het stelstel. Er bestaat daarom ook geen aanleiding om aan [appellante] het forfaitaire bedrag van € 30.000,00 toe te kennen.
  1. Bij besluit van 2 april 2024 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] meegedeeld dat ook uit de integrale beoordeling is gebleken dat zij geen gedupeerde is en zij daarom geen recht heeft op compensatie.
Beoordeling in hoger beroep
  1. Zoals de Afdeling bij uitspraak van vandaag in zaak nr. 202500512/1/A2, ECLI:NL:RVS:2026:720, onder 7.1, heeft overwogen, is het procesbelang in de procedure over de uitkomst van de lichte toets komen te vervallen, wanneer een ouder op basis van de lichte toets niet als gedupeerde is aangemerkt en inmiddels ook al een beslissing op basis van de integrale beoordeling is genomen waarin die ouder opnieuw niet als gedupeerde is aangemerkt. Om alsnog als een gedupeerde te kunnen worden aangemerkt en daarmee aanspraak te kunnen maken op tenminste de € 30.000,00 dient die ouder in dat geval zijn of haar gronden in de procedure over de integrale beoordeling aan te voeren.
Conclusie
  1. Het hoger beroep is gegrond. De Afdeling zal de uitspraak van de rechtbank vernietigen. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het door [appellante] tegen het besluit 22 augustus 2023 ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaren.
  1. De Dienst Toeslagen hoeft geen proceskosten te vergoeden.
  1. Redelijke toepassing van artikel 8:114, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht brengt met zich dat het in hoger beroep betaalde griffierecht door de griffier van de Raad van State aan [appellante] wordt terugbetaald.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het hoger beroep gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 5 juli 2024 in zaak nr. 23/6575;
III. verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
IV. verstaat dat de griffier van de Raad van State aan [appellante] het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 138,00 terugbetaalt.
Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, voorzitter, en mr. C.H. Bangma en mr. J.M. Willems, leden, in tegenwoordigheid van mr. T. van Goeverden-Clarenbeek, griffier.
w.g. Meijervoorzitter
w.g. Van Goeverden-Clarenbeekgriffier
Uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2026
488-1160