Terug naar bibliotheek
Raad van State

ECLI:NL:RVS:2025:6410 - Raad van State - 23 december 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RVS:2025:641023 december 2025

Uitspraak inhoud

202504375/2/R2.
Datum uitspraak: 23 december 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 december 2025 op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker], wonend in Veldhoven,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Oost­-Brabant van 27 juni 2025 in zaak nr. 24/4038 in het geding tussen:
[verzoeker]
en
het college van burgemeester en wethouders van Veldhoven.
Openbare zitting gehouden op 23 december 2025 om 14:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad: mr. E.A. Minderhoud, voorzieningenrechter
Griffier: mr. M.C. van Engelen
Verschenen:
[verzoeker], bijgestaan door mr. P.J.A. van de Laar, advocaat in Eindhoven;
Het college van burgemeester en wethouders, vertegenwoordigd door mr. A. Evers-Van der Smagt en N.C.B. Beusecom.
Bij besluit van 30 mei 2024 heeft het college [verzoeker] gelast de kamergewijze verhuur op het bedrijfsperceel van [verzoeker] aan [locatie] te Veldhoven te beëindigen en beëindigd te houden.
Bij het besluit op bezwaar van 30 oktober 2024 heeft het college onder aanvulling van de motivering de last in stand gelaten. [verzoeker] heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank.
Bij uitspraak van 27 juni 2025 heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, het besluit van 30 mei 2024 herroepen voor zover hierin een begunstigingstermijn is geboden en de begunstigingstermijn verlengd tot 1 januari 2026. De rechtbank heeft bepaald dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit.
[verzoeker] heeft hoger beroep ingesteld tegen deze uitspraak en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter:
I.        wijst het verzoek toe;
II.       bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de begunstigingstermijn van de last die is opgelegd bij het besluit van 30 mei 2024, wordt verlengd totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de bodemzaak;
III.      veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Veldhoven tot vergoeding van bij [verzoeker] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.814,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
IV.     gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Veldhoven aan [verzoeker] het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 289,00 vergoedt.
Redenen voor het treffen van de voorziening:
De voorzieningenrechter beperkt zich tot een belangenafweging. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter wegen de belangen van [verzoeker] bij het niet hoeven beëindigen van de kamergewijze verhuur in afwachting van de uitspraak op het hoger beroep in dit geval zwaarder dan de belangen van het college bij het op korte termijn voldoen aan de last. Het is de voorzieningenrechter niet gebleken dat de belangen van het college bij het voldoen aan de last zo dringend zijn dat de uitspraak op het hoger beroep niet kan worden afgewacht.
w.g. Minderhoud
voorzieningenrechter
w.g. Van Engelen
griffier
842