Terug naar bibliotheek
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2026:893 - Rechtbank Zeeland-West-Brabant - 11 februari 2026
Uitspraak
ECLI:NL:RBZWB:2026:893•11 februari 2026
Uitspraak inhoud
RECHTBANK
**ZEELAND-WEST-BRABANT**
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11957292 \ CV EXPL 25-5742
Vonnis van 11 februari 2026
in de zaak van
STICHTING CASADE WOONSTICHTING,
statutair gevestigd te Waalwijk en kantoorhoudende te Kaatsheuvel,
eisende partij,
hierna te noemen: Stichting Casade,
gemachtigde: [gemachtigde],
tegen
[gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
De zaak in het kort
Deze procedure gaat over de vraag of de huurovereenkomst tussen Stichting Casade en [gedaagde] moet worden ontbonden en de huurwoning moet worden ontruimd vanwege een huurachterstand.
1 De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding; - de conclusie van antwoord; - de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald; - een productie ingebracht door Stichting Casade met een actueel overzicht van de openstaande vorderingen; - de mondelinge behandeling van 27 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2. Hierna is vonnis bepaald.
2 De feiten
2.1. Stichting Casade verhuurt met ingang van 5 december 2014 aan [gedaagde] de woning aan het [adres] in [plaats] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt € 622,48 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.
2.2. [gedaagde] heeft (een deel van) de huur niet betaald. Stichting Casade heeft [gedaagde] aangemaand op 8 september 2025 om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen.
2.3. Stichting Casade heeft [gedaagde] schriftelijk gewezen op de mogelijkheid van schuldhulpverlening bij betalingsachterstanden. [gedaagde] heeft daarop niet afwijzend gereageerd. Stichting Casade heeft [gedaagde] daarna bij de gemeente aangemeld in het kader van vroegsignalering.
3 Het geschil
3.1. Stichting Casade vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 1.867,44 aan huurachterstand met nevenvorderingen.
3.2. Stichting Casade legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] is in zijn verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Stichting Casade de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.
3.3. Op de rolzitting van 12 november 2025 heeft [gedaagde] de vordering met hierin een huurachterstand van € 1.867,44, zoals opgenomen in de dagvaarding, erkend. Verder heeft [gedaagde] toegelicht dat de huurachterstand is ontstaan doordat hij enkele maanden geen inkomen heeft gehad. Inmiddels heeft hij weer werk. Nu hij weer een inkomen heeft is hij in staat om de schulden af te lossen, aldus [gedaagde] .
3.4. Bij brief van 26 november 2025 is vervolgens een mondelinge behandeling bepaald, waarvoor beide partijen zijn uitgenodigd. [gedaagde] is, hoewel correct opgeroepen, niet verschenen. Door niet op de zitting te verschijnen, heeft [gedaagde] zichzelf de mogelijkheid ontnomen om zijn stellingen nader toe te lichten, om vragen van de kantonrechter te beantwoorden en te onderzoeken of tot een oplossing kan worden gekomen. Dit, terwijl er in de brief van 26 november 2025 uitdrukkelijk op is gewezen dat aan een eventuele niet-verschijning gevolgen kunnen worden verbonden.
3.5. Stichting Casade heeft haar vordering ter zitting nader toegelicht en het volgende aan haar vordering ten grondslag gelegd. [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen voortvloeiende uit de huurovereenkomst. De tekortkoming bestaat uit het onbetaald laten van de (volledige) huur. De actuele huurachterstand bedraagt € 3.112,40 tot en met januari 2026. Deze is dus sinds de dagvaarding alleen maar verder opgelopen. Verder heeft Stichting Casade in het buitengerechtelijke traject [gedaagde] verschillende mogelijkheden geboden om op de huurachterstand in te lopen, maar [gedaagde] heeft dit nagelaten. Nu [gedaagde] de volledige huur structureel niet (tijdig) betaalt en toezeggingen niet nakomt, heeft Stichting Casade er geen vertrouwen in dat de huurbetalingen in het vervolg tijdig en volledig door [gedaagde] zal worden voldaan. De hoogte van de huurachterstand en het structureel te laat betalen van de huurpenningen rechtvaardigen ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde, zodat de (neven)vorderingen daartoe dienen te worden toegewezen, aldus Stichting Casade.
3.6. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4 De beoordeling
Ambtshalve toetsing van de voorwaarden
4.1. Stichting Casade vordert naast de achterstallige huur ook betaling van buitengerechtelijke kosten en rente. De kantonrechter overweegt dat Stichting Casade een professionele verhuurder is. [gedaagde] heeft als consument-huurder woonruimte van Stichting Casade gehuurd. De kantonrechter moet ambtshalve beoordelen (dat wil zeggen; uit zichzelf, ook als de consument daar niet om vraagt) of op de overeenkomst met [gedaagde] algemene voorwaarden van toepassing zijn en zo ja, of daarin bedingen zijn opgenomen die oneerlijk zijn voor een consument, in de zin van artikel 3 van de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn). Dit artikel is in het Nederlandse recht tot uitdrukking gebracht in artikel 6:233 onder a van het Burgerlijk Wetboek (BW), waarin kort gezegd is bepaald dat een beding dat onredelijk bezwarend is, vernietigbaar is.
4.2. De kantonrechter moet in dit verband beoordelen of bedingen, waaraan een consument gebonden is zonder dat daarover afzonderlijk is onderhandeld, in strijd met de goede trouw het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoren. In dat geval moet de kantonrechter daar consequenties aan verbinden, met de bedoeling dat de consument erop kan vertrouwen dat de 'kleine lettertjes' niet oneerlijk voor hem uitpakken en dat hij wordt beschermd als hij zijn handtekening heeft gezet onder een overeenkomst waarin oneerlijke bedingen blijken te zijn opgenomen.
4.3. Stichting Casade vordert buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente. In de algemene voorwaarden behorend bij de huurovereenkomst zijn onder meer de volgende bepalingen opgenomen:
Artikel 14.1.: 'Indien één der partijen in verzuim is met de nakoming van enige verplichting, welke ingevolge de wet en/of de huurovereenkomst op hem rust en daardoor door de andere partij gerechtelijke en/of buitengerechtelijke maatregelen moeten worden genomen, zijn alle daaruit voortvloeiende kosten voor rekening van de partij die in verzuim is.'
Artikel 14.2.: 'Indien één van de partijen een uit hoofde van de overeenkomst of uit andere hoofde overeengekomen verschuldigd bedrag niet volledig en stipt op de vervaldag voldaan heeft, verkeert deze partij direct vanaf de vervaldag in verzuim en is deze partij vanaf die dag de wettelijke rente verschuldigd.
Daarnaast is de partij die in verzuim verkeert en die een natuurlijk persoon is, niet handelend in de uitvoering van beroep of bedrijf, een vergoeding verschuldigd voor de redelijke incassokosten, zulks met inachtneming van artikel 6:96, leden 2 tot en met 6 van het Burgerlijk Wetboek. De hoogte van de verschuldigde kosten wordt berekend in overeenstemming met artikel 2 van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, waarbij tenminste het aldaar opgenomen minimum bedrag van € 40,00 verschuldigd zal zijn.
(…)
Ingevolge dit artikel door de ene partij aan de andere partij te betalen buitengerechtelijke incassokosten zijn verschuldigd op het moment dat de ene partij zijn vordering op de ander uit handen geeft en bedragen tenminste 15% van de uit handen gegeven vordering, met een minimum van € 75, - vermeerderd met het geldend BTW percentage."
Artikel 15.1.: 'Huurder is verplicht ten behoeve van Casade een onmiddellijk opeisbare boete van € 35, - per kalenderdag te betalen, indien hij enige bepaling uit deze huurovereenkomst overtreedt, onverminderd zijn verplichting om alsnog in overeenstemming met deze overeenkomst te handelen en onverminderd de overige rechten van Casade op schadevergoeding. Casade heeft het recht deze boete te indexeren in overeenstemming met de artikelen 4.3 en 4.4, voor het eerst per 1 januari 2015.'
Artikel 15.2: 'Deze boete zal, zonder rechterlijke tussenkomst voor elke dag gedurende welke de overtreding voortduurt, verschuldigd zijn.'
4.4. Op het verzoek van de kantonrechter aan Stichting Casade om zich uit te laten over de vraag of het rente - en incassobeding onredelijk bezwarend is, antwoordt Stichting Casade dat zij zich refereert aan het oordeel van de kantonrechter.
4.5. Het rentebeding in artikel 14.2. is in overeenstemming met de regeling in artikel 6:119 BW. Dit beding is op zichzelf daarom voor wat betreft de verschuldigdheid van rente niet oneerlijk. In combinatie met het boetebeding van artikel 15.1. is het rentebeding wel oneerlijk. Op grond van dit beding zou verhuurder in geval van niet tijdige huurbetaling door de huurder wettelijke rente én een boete in rekening kunnen brengen, terwijl de huurder op grond van de wettelijke regeling uitsluitend wettelijke rente verschuldigd zou zijn. Hiermee wordt het evenwicht tussen de uit de huurovereenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de consument, huurder, verstoord.
4.6. Het incassobeding in artikel 14.2., tweede alinea, verwijst naar de (deels) dwingendrechtelijke regeling in artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Op zichzelf is dit dan ook geen oneerlijk beding. In combinatie met het artikel 14.2. en het boetebeding is het beding wel oneerlijk. Op grond van artikel 14.1. kunnen alle kosten, in en buiten rechte, op de consument worden verhaald als er maatregelen moeten worden genomen als gevolg van een niet-nakomen door de consument. Dat zou tot gevolg kunnen hebben dat de consument belast wordt met hogere kosten dan wettelijk is toegestaan. Ook geldt dat de cumulatie met het boetebeding, zoals hiervoor ook al is overwogen, de oneerlijkheid van het beding alleen nog maar versterkt. Daarom is dit beding oneerlijk. Dit betekent dat ook de buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.
4.7. Als deze bedingen zijn vernietigd, kan Stichting Casade ook geen aanspraak maken op de wettelijke vergoeding die zonder deze bedingen van toepassing zou zijn geweest[1] . Dit betekent dat de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en de gevorderde rente zal worden afgewezen, ook al zijn er wel aantoonbaar buitengerechtelijke werkzaamheden verricht.
Huurachterstand
4.8. Stichting Casade heeft op de mondelinge behandeling gesteld dat de huurachterstand is opgelopen tot een bedrag van € 3.112,40 (huurachterstand tot en met januari 2025). [gedaagde] is niet op de mondelinge behandeling verschenen en heeft dit dus niet weersproken, zodat het bedrag van € 3.112,40 aan actuele huurachterstand zal worden toegewezen.
Ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde
4.9. Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt.[2] De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen.[3]
4.10. Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand drie maanden. Daarna is de huurachterstand verder opgelopen en inmiddels bedraagt de huurachterstand vijf maanden.
De huurachterstand is daarom in dit geval ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden.
4.11. De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal op grond van het voorgaande worden toegewezen. [gedaagde] zal worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen op een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.
Vervaltermijnen en toekomstige huurtermijnen
4.12. Stichting Casade wil ook dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 622,48, te rekenen vanaf de maand februari 2026 tot het moment dat [gedaagde] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst betreft dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [gedaagde] nog in het gehuurde verblijft. Ook deze vordering zal worden toegewezen.
Proceskosten
4.13. [gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Stichting Casade worden begroot op:
Het treffen van een regeling
4.14. De kantonrechter wijst [gedaagde] er tot slot op dat ingevolge het bepaalde in artikel 6:29 Burgerlijk Wetboek (BW), een betalingsregeling alleen tussen partijen zelf tot stand kan worden gebracht. Als [gedaagde] alsnog een (betalings)regeling wil treffen, zal hij contact moeten leggen met de gemachtigde van Stichting Casade.
Uitvoerbaar bij voorraad
4.15. De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
5 De beslissing
De kantonrechter
5.1. ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het [adres] in [plaats] ,
5.2. veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Stichting Casade zijn, en de sleutels af te geven aan Stichting Casade,
5.3. veroordeelt [gedaagde] om aan Stichting Casade te betalen: - een bedrag van € 3.122,40 aan achterstallige huur tot en met januari 2026, - een bedrag van € 622,48 per maand vanaf februari 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
5.4. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.072,95, te vermeerderen met de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend,
5.5. verklaart het vorenstaande uitvoerbaar bij voorraad,
5.6. wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van Sprundel-Jansen en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.
Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 27 januari 2021, ECLI:EU:C:2021:68.
Artikel 6:265 BW.
HR 28 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1810) - - - ## Voetnoten