Terug naar bibliotheek
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2026:891 - Rechtbank Zeeland-West-Brabant - 11 februari 2026
Uitspraak
ECLI:NL:RBZWB:2026:891•11 februari 2026
Uitspraak inhoud
RECHTBANK
**ZEELAND-WEST-BRABANT**
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11850213 \ CV EXPL 25-4058
Vonnis van 11 februari 2026
in de zaak van
STICHTING CASADE,
te Kaatsheuvel (gemeente Loon op Zand ),
eisende partij,
hierna te noemen: Casade ,
gemachtigde: GGN Brabant ,
tegen
[gedaagde],
te [plaats 1] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
De zaak in het kort
In deze zaak gaat het om betaling van één maand huurachterstand en daarnaast betaling van een schadevergoeding omdat [gedaagde] bij vertrek uit het gehuurde nog goederen en afval had achtergelaten die Casade heeft laten afvoeren c.q. opruimen. [gedaagde] heeft dat betwist. De kantonrechter zal de vordering toewijzen en zal dat in het navolgende nader toelichten.
1 De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de conclusie van antwoord - de conclusie van repliek - de conclusie van dupliek - de akte van Casade .
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
2.1. [gedaagde] heeft van Casade een woning gehuurd gelegen aan [adres] te [plaats 2] . De huurovereenkomst is inmiddels geëindigd. Op de huurovereenkomst waren van toepassing de Algemene huurvoorwaarden Casade 2014 (hierna: de algemene voorwaarden).
2.2. In artikel 12 lid 1 van de algemene voorwaarden is bepaald dat de huurder bij het einde van de huurovereenkomst verplicht is het gehuurde geheel ontruimd en schoon aan Casade op te leveren in de staat, waarin het gehuurde in overeenstemming met de onderhoudsovereenkomst bij aanvang van de huurovereenkomst heeft ontvangen.
2.3. In artikel 12.3 van de algemene huurvoorwaarden is een regeling over in het gehuurde aangebrachte veranderingen en toevoegingen opgenomen, inhoudende onder meer dat huurder verplicht is om veranderingen en toevoegingen bij het einde van de huur weg te nemen wanneer Casade dit bij het verlenen van toestemming schriftelijk heeft bedongen.
2.4. Artikel 12.4 van de algemene huurvoorwaarden bepaalt dat, indien de huurder bij het einde van de huurovereenkomst niet heeft voldaan aan zijn verplichtingen tot onder meer volledige ontruiming, Casade gerechtigd is alle ten gevolge daarvan noodzakelijke werkzaamheden op kosten van huurder zelf uit te voeren of te doen uitvoeren.
Op grond van artikel 12 lid 5 van de algemene huurvoorwaarden geldt dit ook voor de kosten van verwijdering van zaken die in het gehuurde zijn achtergelaten.
2.5. Op 23 januari 2025 heeft Casade de huurtermijn over de maand februari 2025 van
€ 687,88 aan [gedaagde] gefactureerd.
2.6. Op 11 maart 2025 heeft Casade aan [gedaagde] een factuur gestuurd ten bedrage van
€ 500,00 betreffende het verwijderen van achtergebleven spullen.
2.7. Op 25 april 2025 is [gedaagde] namens Casade tot betaling gesommeerd van een bedrag van in totaal € 1.187,88. [gedaagde] heeft niet betaald.
3 Het geschil en de beoordeling
3.1. Casade vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.421,45, vermeerderd met rente en kosten.
Casade legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] een bedrag van € 687,88 aan huur over de maand februari 2025 onbetaald heeft gelaten. Verder vordert Casade een bedrag van € 500,00 aan schadevergoeding. Dit betreft een vergoeding voor de kosten voor diverse onderhouds - en herstelwerkzaamheden, omdat [gedaagde] het gehuurde niet in de juiste staat had achtergelaten.
3.2. [gedaagde] voert verweer. Zij betwist dat zij schade aan het gehuurde heeft laten ontstaan en zij stelt dat ze de woning netjes heeft achtergelaten. Daarnaast maakt [gedaagde] , zo begrijpt de kantonrechter, aanspraak op verrekening met de kosten die zij bij aanvang van de huurovereenkomst voor de woning heeft gemaakt, zijnde een nieuwe keuken met nieuw fornuis en een laminaatvloer boven en beneden. [gedaagde] maakt aanspraak op de waarde van deze goederen en ook voor het feit dat zij jarenlang is gepest.
De huurachterstand
3.3. De kantonrechter stelt met Casade vast dat [gedaagde] de ontstane huurachterstand van één maand, te weten over de maand februari 2025, niet heeft weersproken. Dit betekent dat dit onderdeel van de vordering toewijsbaar is.
De schadevergoeding en de kosten voor verwijdering van goederen
3.4. Casade heeft haar vordering gegrond op artikel 7:218 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek, inhoudende dat de huurder aansprakelijk is voor schade aan de verhuurde zaak die is ontstaan door een hem toe te rekenen tekortschieten in de nakoming van een verplichting uit de huurovereenkomst. De kantonrechter stelt voorop dat dit wetsartikel geen zelfstandige grondslag vormt voor schadevergoeding, dit is namelijk artikel 6:74 BW. Volgens dit artikel is een schuldenaar die tekortschiet in de nakoming van de overeenkomst, verplicht om de daardoor ontstane schade te vergoeden, tenzij de tekortkoming hem of haar niet kan worden toegerekend.
3.5. Artikel 12 lid 1 van de Algemene bepalingen bepaalt dat huurder het gehuurde bij het einde van de huurovereenkomst ontruimd en schoon moet opleveren, in de staat waarin hij het gehuurde bij aanvang heeft ontvangen. Indien een huurder niet heeft voldaan aan de verplichtingen tot volledige ontruiming van het gehuurde, mag Casade de kosten van onder meer verwijdering verhalen op de huurder, lid 4 en 5 van genoemd artikel.
3.6. Casade stelt dat [gedaagde] na het verlaten van het gehuurde diverse goederen en afval heeft achtergelaten, wat [gedaagde] heeft betwist. Casade heeft ter onderbouwing van haar vordering tot schadevergoeding een e-mailbericht van 3 maart 2025 van de nieuwe huurder overgelegd (productie 7 bij repliek). Uit dit e-mailbericht blijkt dat de nieuwe huurder aan Casade heeft gemeld dat hij bij aankomst in het gehuurde een andere situatie aantrof dan met [gedaagde] was afgesproken: de kelder lag vol met afval, in het tuinhuis en in de tuin lag veel rommel en achtergebleven meubels, op zolder lagen meubels en afval, de kliko-containers zaten vol zitten met kleding en ander afval en er lagen meerdere vuilniszakken met afval voor de woning. Als productie 3 bij de dagvaarding heeft Casade een offerte van [naam] van 13 maart 2025 overgelegd, waaruit blijkt dat op 12 en 13 maart 2025 uit het gehuurde goederen van de zolder, slaapkamer, uit de kelder, van de plaats en uit de berging zijn gehaald en dat het gehuurde bezemschoon is opgeleverd. Productie 8 bij repliek betreffen foto's van de spullen die zijn afgevoerd. Bij dupliek heeft [gedaagde] gesteld (en herhaald) dat een inspecteur bij de oplevering aanwezig was en dat zij heeft gefilmd dat zij het huis goed heeft achtergelaten. De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] heeft nagelaten om deze film in het geding te brengen. Wel heeft [gedaagde] foto's overgelegd (productie 3 bij dupliek) van het gehuurde, maar de kantonrechter stelt met Casade vast dat dit foto's zijn die zijn gemaakt voordat zij het gehuurde heeft verlaten en niet op het tijdstip van de oplevering of daarna.
Gelet op het voorgaande heeft Casade in het licht van het verweer van [gedaagde] voldoende onderbouwd en is de kantonrechter van oordeel dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de huurovereenkomst door het gehuurde niet leeg en schoon op te leveren. Dit betekent dat de vordering tot schadevergoeding, die overigens al door Casade is beperkt tot € 500,00, toewijsbaar is.
3.7. Voor zover [gedaagde] heeft bedoeld te stellen dat zij de vordering van Casade wenst te verrekenen met dan wel dat zij terugbetaling wenst van de door haar betaalde bedragen voor verbetering van de woning, zijnde de waarde van het laminaat, de keuken en het nieuwe fornuis, is de kantonrechter van oordeel dat deze kosten niet voor verrekening of terugbetaling in aanmerking komen.
3.8. Ten aanzien van de kosten voor laminaat heeft te gelden dat [gedaagde] de woning kaal heeft gehuurd, dus zonder stoffering. Dit staat in artikel 5.2 van de huurovereenkomst. Dit betekent dat de kosten voor stoffering voor eigen rekening komen. Daarnaast is onweersproken gebleven dat [gedaagde] het laminaat kosteloos heeft overgedragen aan de nieuwe huurder, terwijl zij de nieuwe huurder voor het laminaat een vergoeding had kunnen vragen. De kantonrechter ziet dan ook geen aanleiding voor betaling van een vergoeding voor laminaat door Casade .
3.9. Met betrekking tot de keuken en het nieuwe fornuis overweegt de kantonrechter als volgt. Als productie 5 en 6 bij de conclusie van dupliek heeft Casade correspondentie met [gedaagde] overgelegd, waaruit blijkt dat [gedaagde] Casade toestemming heeft gevraagd voor het aanbrengen van een nieuwe keuken en het aanpassen van de meterkast in verband met elektrisch koken. Bij brief van 20 april 2020 van Casade heeft Casade aan [gedaagde] toestemming gegeven om deze veranderingen op haar eigen kosten te voldoen, maar met de kanttekening dat de verandering niet kan achterblijven in de woning als ze gaat verhuizen, tenzij daarover met de nieuwe huurder afspraken worden gemaakt. Dit volgt ook uit artikel 12.3 van de algemene voorwaarden. Het voorgaande betekent dat Casade aan [gedaagde] voor de kosten van de keuken en het fornuis geen vergoeding is verschuldigd en dat haar verweer moet worden gepasseerd.
3.10. Tot slot wenst [gedaagde] een bedrag van € 10.000,00 aan schadevergoeding omdat zij vijf jaar is gepest. Nu [gedaagde] haar stelling niet heeft onderbouwd en niet duidelijk is in hoeverre Casade hiervoor verantwoordelijk is of kan worden gehouden, zal de kantonrechter dit verrekeningsverweer/deze aanspraak passeren.
De wettelijke rente
3.11. De gevorderde rente over de achterstallige huurtermijn zal worden toegewezen met ingang van de vervaldatum van die termijn. De rente over de vordering tot schadevergoeding zal worden toegewezen met ingang van de datum van dagvaarding. Er is namelijk niet toegelicht welke datum de verzuimdatum is en onduidelijk is vanaf wanneer Casade de rente heeft berekend.
De buitengerechtelijke incassokosten
3.12. Casade vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. In artikel 14.2 van de Algemene Voorwaarden is een incassokostenbeding opgenomen. Het is een beding dat is bedoeld om in meerdere overeenkomsten te worden gebruikt en waarover niet afzonderlijk is onderhandeld. Omdat [gedaagde] een consument is, moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of dit beding oneerlijk is in de zin van Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. Het beding wijkt niet ten nadele van de consument af van de wettelijke regeling die zonder dat beding zou gelden. Het beding is daarom niet oneerlijk en staat niet aan toewijzing van incassokosten in de weg. Wel moet beoordeeld worden of aan het beding (en daarmee ten minste aan de eisen van de wet), is voldaan. Casade heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Casade heeft het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met btw. Omdat zij een van btw vrijgestelde prestatie heeft verricht, wordt de vergoeding verhoogd met btw. Daarom zal een bedrag van € 215,60 worden toegewezen.
3.13. [gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Casade worden begroot op:
4 De beslissing
De kantonrechter
4.1. veroordeelt [gedaagde] om aan Casade te betalen een bedrag van € 1.187,88, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over: - het bedrag van € 687,88 aan huurachterstand, vanaf de vervaldatum van de onderliggende factuur, - het bedrag van € 500,00 aan schadevergoeding, vanaf de datum van dagvaarding,
4.2. veroordeelt [gedaagde] om aan Casade te betalen een bedrag van € 215,60 aan buitengerechtelijke kosten,
4.3. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.137,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
4.5. wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door Dijkman en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.