Terug naar bibliotheek
Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:662 - Rechtbank Zeeland-West-Brabant - 4 februari 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBZWB:2026:6624 februari 2026

Uitspraak inhoud

Civiel recht
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: C/02/430034 / HA ZA 24-721
Vonnis van 4 februari 2026
in de zaak van

1 [eiser 1] ,

wonend in [plaats 1] ,2. [eiser 2],
wonend in [plaats 1] ,
eisende partijen,
hierna samen in mannelijk enkelvoud te noemen: [eisers] ,
advocaat: mr. K. Zeylmaker,
tegen

1 [gedaagde 1] ,

overleden,2. [gedaagde 2],
wonend in [plaats 2] ,3. [gedaagde 3],
wonend in [plaats 3] ,
gedaagde partijen,
hierna samen in mannelijk enkelvoud te noemen: [gedaagden] ,
advocaat: mr. R. Zwamborn.

1 De procedure

1.1. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 24 september 2025; - de akte van [eisers] ; - de antwoordakte van [gedaagden] .
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

Inleiding
2.1. Gedaagde sub 1, mevrouw [gedaagde 1] , is op 4 november 2025 overleden. Gedaagde sub 2 en 3, haar kinderen, zijn haar enige erfgenamen. Gedaagde sub 3 is benoemd tot executeur. Gedaagden sub 2 en 3 hebben te kennen gegeven dat zij de procedure willen voortzetten. De procedure is niet geschorst.
[gedaagden] moet de schade van [eisers] vergoeden
2.2. De rechtbank heeft in het tussenvonnis van 24 september 2025 geoordeeld dat het voorshands aannemelijk is dat er onvoldoende causaal verband is tussen de lekkages en de vervanging van de gehele dakbedekking. [gedaagden] moet de schade vergoeden die in verband staat met de lekkages.
2.3. [eisers] heeft in de dagvaarding gesteld hij last had van lekkages bij/aan het dak ter plaatse van de dakkapellen. Ook DJL Handel en Onderhoud B.V. meldt als reden voor het onderzoek terugkerende/voortdurende lekkages van de dakkapellen. [eisers] kwam er naar eigen zeggen dankzij het onderzoek van BVKwadraat op 17 mei 2023 achter dat er meer aan de hand was en er ook gebreken aan de dakbedekking kleefden. Hoewel er op de zolder vochtplekken te zien waren, waren die ook al voor de levering, tijdens de bezichtiging, zichtbaar. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eisers] aangevoerd dat hij pas later, bij het opruimen van de zolder, constateerde dat er op de zolder bij hevige wind en regen vocht op de balken te zien was. Ook in de akte na het tussenvonnis stelt [eisers] dat er verspreid over het dak lekkages zijn ontstaan. De heer [naam] van Bouwbedrijf Rijk B.V., het bouwbedrijf dat de nieuwe dakbedekking heeft aangelegd, geeft aan dat op verschillende plaatsen lekkages zijn ontstaan en dat het niet mogelijk is om plaatselijk herstel uit te voeren. Daarbij wijst hij op de foto's die bij het rapport van BVKwadraat horen, waarop volgens hem over het hele dak losse plekken te zien zijn.
2.4. [gedaagden] heeft onvoldoende betwist dat er op andere plekken ook lekkages zijn geweest. De door [gedaagden] ingeschakelde deskundige, Raadgevend [ingenieursbureau] (' [ingenieursbureau] '), heeft de vraag beantwoord of vervanging van de gehele dakbedekking noodzakelijk was om de lekkageproblemen aan de dakkapellen te herstellen. Die vraag neemt echter tot uitgangspunt dat er geen verdere lekkageproblemen zijn. [ingenieursbureau] heeft niet de rapportages van de door [eisers] ingeschakelde deskundigen beoordeeld en heeft niet onderzocht of het plaatselijk vervangen van dakshingles mogelijk is.
2.5. De rechtbank vult derhalve haar tussenvonnis en het daarin vervatte voorshandse oordeel aan. De rechtbank is van oordeel is dat [eisers] thans voldoende heeft onderbouwd dat vervanging van de gehele dakbedekking noodzakelijk was om de lekkageproblemen te verhelpen en dat plaatselijk herstel niet mogelijk was.
Herstelkosten vervanging kozijnen dakkapellen
2.6. [eisers] vordert voor het vervangen van de kozijnen van de dakkapellen een bedrag aan herstelkosten van € 8.289,71 inclusief btw. Dit bedrag is gebaseerd op de offerte van Bouwbedrijf Rijk van 11 april 2024 en de factuur van 2 mei 2025. Op die offerte zijn inzethorren genoemd, terwijl deze zijn hergebruikt. Bouwbedrijf Rijk heeft aangegeven dat het wegvallen van de inzethorren (minderwerk) is weggestreept tegen meerwerk (de kosten voor het aanpassen van het stelkozijn waren hoger uitgevallen). [gedaagden] vindt dit ongeloofwaardig, omdat er ook een aparte factuur is voor werkzaamheden buiten offerte.
2.7. De rechtbank begrijpt uit de toelichting van [eisers] en de specificatie bij de factuur van 2 mei 2025 dat de werkzaamheden buiten offerte zien op enerzijds de offerte van 11 april 2024 en anderzijds op aanvullende wensen van [eisers] (verbeteringen). Dat laatste is niet als schade gevorderd. De rechtbank is van oordeel dat [eisers] voldoende heeft onderbouwd dat de inzethorren niet in rekening zijn gebracht door Bouwbedrijf Rijk. De rechtbank zal het gevorderde bedrag op dit punt toewijzen.
Herstelkosten dakrenovatie
2.8. [eisers] vordert een bedrag van € 33.680,35 (inclusief btw) voor de herstelwerkzaamheden aan het dak. Onderdeel hiervan is een onderlaag. [gedaagden] heeft betwist dat een onderlaag noodzakelijk is en wijst onder meer op de rapportage van [ingenieursbureau] met bijlagen. Daaruit volgt dat een onderlaag niet nodig is bij een dak met een hellinghoek boven de 20°. Het wordt wel geadviseerd. De rechtbank volgt deze deskundige en de door hem aangehaalde literatuur en oordeelt dat voor het herstel van de lekkages het niet noodzakelijk was dat ook een onderlaag werd aangebracht. Dit betekent dat dit geen schade is die [eisers] van [gedaagden] kan vorderen. Omdat de offerte en factuur van Bouwbedrijf Rijk niet zijn gespecificeerd, zal de rechtbank de schade schatten op grond van artikel 6:97 BW. De rechtbank schat dat de werkzaamheden aan de onderlaag 15% van het geoffreerde bedrag betreffen. Er zal dus een bedrag van € 5.052,13 in mindering worden gebracht.
2.9. Zoals in het tussenvonnis geoordeeld, beroept [gedaagden] zich er terecht op dat bij het vaststellen van de herstelkosten rekening gehouden moet worden met de aftrek 'nieuw voor oud'. Dit staat ook uitdrukkelijk in artikel 6.3. van de koopovereenkomst. Ten tijde van het vervangen was de dakbedekking acht jaar oud. Na herstel beschikt [eisers] over een heel nieuw dak. Dat levert voor hem een voordeel op. Partijen hebben zich uitgelaten over de levensduur van dergelijke dakbedekking. [gedaagden] gaat uit van een levensduur van dakshingles tussen de 10 en 20 jaar. [eisers] heeft als productie 22 informatie overgelegd waaruit een gemiddelde levensduur van 20-25 jaar blijkt. De onderaannemer van Bouwbedrijf Rijk gaat uit van een levensduur van 25-30 jaar. Een andere door [eisers] geraadpleegde bron gaat uit van 20-30 jaar.
2.10. De rechtbank schat op basis van de aangeleverde informatie van partijen de levensduur rond de 25 jaar in. De rechtbank begroot de aftrek 'nieuw voor oud' op één derde van de herstelkosten van € 28.628,22 (€ 33.680,35 minus € 5.052,13), dus € 9.542,74. Dat betekent dat de rechtbank in totaal een bedrag van € 19.085,48 aan herstelkosten zal toewijzen.
Kosten deskundige
2.11. [eisers] heeft deskundigenkosten gemaakt en gevorderd. Deze deskundigenkosten wijst de rechtbank toe. Volgens artikel 6:96 lid 2 sub b BW komen redelijke kosten die gemaakt zijn om de schade en aansprakelijkheid vast te stellen voor vergoeding in aanmerking. De kosten voor de deskundigen zijn door [eisers] redelijk gemaakt en de rechtbank heeft de rapportages ook gebruikt in haar beoordeling. De rechtbank wijst hiervoor een bedrag van € 605,00 toe. [gedaagden] moet ook de wettelijke rente over dit bedrag betalen.
Buitengerechtelijke incassokosten
2.12. [eisers] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. [eisers] heeft het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met btw. Omdat [eisers] geen ondernemer is, wordt de vergoeding verhoogd met btw. Daarom zal een bedrag van € 1.268,99 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.
Proceskosten
2.13. [gedaagden] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisers] worden vastgesteld op:
2.14. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
2.15. De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

3 De beslissing

De rechtbank
3.1. veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 27.375,19, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 19 juli 2024, tot de dag van volledige betaling,
3.2. veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 605,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
3.3. veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 1.268,99 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
3.4. veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk in de proceskosten van € 5.605,67, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagden] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.5. veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.6. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.7. wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. De Danschutter en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026.