Terug naar bibliotheek
Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:3 - Rechtbank Zeeland-West-Brabant - 5 januari 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBZWB:2026:35 januari 2026

Uitspraak inhoud

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrechtzaaknummers: BRE 24/499 tot en met 25/507
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 5 januari 2026 in de zaken tussen

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende

(gemachtigde: mr. A.E.T.M. van de Camp),
en

de inspecteur van de Belastingdienst.

Inleiding

  1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 15 december 2023.
1.1. De inspecteur heeft aan belanghebbende voor de volgende jaren naar de volgende belastbare inkomens uit werk en woning (box 1) navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en naar de volgende bijdrage-inkomens navorderingsaanslagen inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) opgelegd en daarbij de volgende boete - en belastingrentebeschikkingen vastgesteld:
1.2. De inspecteur heeft de bezwaren van belanghebbende deels gegrond verklaard en daarbij de volgende navorderingsaanslagen en beschikkingen als volgt verminderd:
1.3. De rechtbank heeft de beroepen op 17 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende, tot bijstand vergezeld van [naam 1], [naam 2] en [naam 3], de gemachtigde van belanghebbende en namens de inspecteur, [inspecteur 1] en mr. [inspecteur 2].

Beoordeling door de rechtbank

  1. Partijen hebben ter zitting bij wijze van compromis overeenstemming bereikt. Zij zijn daarbij overeengekomen dat de navorderingsaanslagen IB/PVV 2017 en Zvw 2017 en de boeten worden vernietigd, de navorderingsaanslag IB/PVV 2018 wordt verminderd tot een navorderingsaanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 47.500, waarbij de navorderingsaanslag Zvw 2018 en de bij de navorderingsaanslagen over het jaar 2018 in rekening gebrachte belastingrente dienovereenkomstig worden verminderd en de navorderingsaanslag IB/PVV 2019 wordt verminderd tot een navorderingsaanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 42.500, waarbij de navorderingsaanslag Zvw 2019 en de bij de navorderingsaanslagen over het jaar 2019 in rekening gebrachte belastingrente dienovereenkomstig worden verminderd.
2.1. De rechtbank zal partijen volgen in hun compromis en dienovereenkomstig beslissen.
2.2. Omdat de beroepen gegrond zullen worden verklaard moet de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 51 aan hem vergoeden. Belanghebbende krijgt ook een vergoeding van zijn proceskosten. De inspecteur moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt belanghebbende een vast bedrag per proceshandeling. In bezwaar heeft elke proceshandeling een waarde van € 647 en in beroep van € 907. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van samenhang tussen de zaken. De zaken zijn immers (nagenoeg) gelijktijdig door de inspecteur en door de rechtbank behandeld en de werkzaamheden van de gemachtigde van belanghebbende konden in elk van de zaken (nagenoeg) identiek zijn. Nu sprake is van zes samenhangende zaken, waarin het beroep gegrond is, zal een factor van 1,5 worden toegepast. De gemachtigde heeft een bezwaarschrift ingediend (1 punt), heeft het hoorgesprek bijgewoond (1 punt) en heeft een beroepschrift ingediend (1 punt) en deelgenomen aan de zitting (1 punt). De vergoeding bedraagt dan in totaal € 4.662. Een reeds betaald bedrag in verband met de bij de uitspraak op bezwaar toegekende kostenvergoeding strekt daarop in mindering.

Beslissing

De rechtbank: - verklaart de beroepen gegrond; - vernietigt de uitspraken op bezwaar; - vernietigt de navorderingsaanslag IB/PVV 2017, de navorderingsaanslag Zvw 2017 en de boetebeschikkingen; - vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2018 tot een navorderingsaanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 47.500 en vermindert de navorderingsaanslag Zvw 2018 en de bij deze navorderingsaanslagen gegeven belastingrentebeschikkingen dienovereenkomstig; - vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2019 tot een navorderingsaanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 42.500 en vermindert de navorderingsaanslag Zvw 2019 en de bij deze navorderingsaanslagen gegeven belastingrentebeschikkingen dienovereenkomstig; - bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van € 51 aan belanghebbende moet vergoeden; - veroordeelt de inspecteur tot betaling van € 4.662 aan proceskosten aan belanghebbende.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van mr. I. van Wijk, griffier.
Uitgesproken op 5 januari 2026.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Aan deze uitspraak hoeft eerst uitvoering te worden gegeven als de uitspraak onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als niet binnen zes weken na verzending van de uitspraak een rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist.[1]

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via "Formulieren en inloggen" op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof 's-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.
Artikel 27h, derde lid en artikel 28, zevende lid, van de AWR. - - - ## Voetnoten
Artikel 27h, derde lid en artikel 28, zevende lid, van de AWR.