Terug naar bibliotheek
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2026:1136 - Rechtbank Zeeland-West-Brabant - 23 februari 2026
Uitspraak
ECLI:NL:RBZWB:2026:1136•23 februari 2026
Uitspraak inhoud
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Middelburg
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/3203
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,
(gemachtigde: [gemachtigde] , aangesloten bij [bedrijf] ),
en
de heffingsambtenaar van Sabewa Zeeland, de heffingsambtenaar,
(gemachtigde: mr. B. de Smit).
Inleiding
- In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 5 februari 2024.
1.1. De heffingsambtenaar heeft bij beschikking van 25 februari 2023 de waarde van de onroerende zaak [adres] te [plaats] (de woning) op 1 januari 2022 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 746.000. Tegelijk met deze waardevaststelling is aan belanghebbende ook de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Goes voor het jaar 2023 opgelegd (de aanslag OZB).
1.2. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
1.3. De rechtbank heeft het beroep op 12 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van belanghebbende en de gemachtigde van de heffingsambtenaar.
Overwegingen
- Partijen hebben ter zitting bij wijze van compromis overeenstemming bereikt in die zin dat de waarde van de woning per waardepeildatum 1 januari 2022 nader moet worden vastgesteld op € 700.000.
2.1. Ook zijn partijen overeengekomen dat de heffingsambtenaar het griffierecht van
€ 51 aan belanghebbende zal vergoeden en dat belanghebbende in aanmerking komt voor een vergoeding van zijn proceskosten. In de bezwaarfase zijn de kosten vastgesteld op basis van 2 punten (bezwaarschrift en het bijwonen van de hoorzitting), met een waarde van € 624 per punt. Ook zijn partijen overeengekomen dat belanghebbende recht heeft op 1/4e punt voor het beroepschrift en 1/4e punt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde van
€ 907 per punt. Daarbij hanteren partijen een wegingsfactor van 1. Daarnaast zal de heffingsambtenaar de kosten voor het taxatierapport van belanghebbende vergoeden tot het overeengekomen bedrag van € 128,26. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.829,76.
2.2. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van hetgeen partijen hebben afgesproken en zal dienovereenkomstig beslissen en het beroep gegrond verklaren.
Conclusie en gevolgen
- Het beroep is gegrond. Dit betekent dat de waardebeschikking moet worden verlaagd. De aanslag OZB volgt de waardebeschikking, dus ook deze moet worden verlaagd. De heffingsambtenaar dient dit uit te voeren.
3.1. Belanghebbende krijgt het griffierecht vergoed en komt ook in aanmerking voor een vergoeding van zijn proceskosten, zoals omschreven in rechtsoverweging 2.1.
Beslissing
De rechtbank:
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J.H. Bogert, rechter, in aanwezigheid van
mr. D. Damen, griffier, op 23 februari 2026. De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Aan deze uitspraak hoeft eerst uitvoering te worden gegeven als de uitspraak onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als niet binnen zes weken na verzending van de uitspraak een rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist.[1]
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via "Formulieren en inloggen" op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Artikel 27h, derde lid en artikel 28, zevende lid, van de AWR. - - - ## Voetnoten