Terug naar bibliotheek
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2026:1110 - Rechtbank Zeeland-West-Brabant - 23 februari 2026
Uitspraak
ECLI:NL:RBZWB:2026:1110•23 februari 2026
Uitspraak inhoud
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/5727
1 [belanghebbende] B.V., uit [plaats] , belanghebbende
(gesteld gemachtigde: mr.drs. F.H.R. Levels),
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
- In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 9 oktober 2025. Het beroep ziet op de aanslag vennootschapsbelasting voor belastingjaar 2020-2021 met aanslagnummer [aanslagnummer] V.07.114.
1.1. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
- De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat gesteld gemachtigde geen machtiging en geen uittreksel van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel heeft ingediend en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
- Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen.
[1] Ook dient er een uittreksel uit het handelsregister te worden ingediend waaruit blijkt wie als uiteindelijk bevoegd bestuurder gerechtigd is beroep in te stellen en een machtiging te verlenen als het gaat om een niet-natuurlijk persoon. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren.[2]
Is een machtiging en een uittreksel uit het handelsregister overgelegd?
- Het beroepschrift is ingediend door gesteld gemachtigde. Hij vermeldt daarin dat hij de gemachtigde is van belanghebbende. Hij heeft bij het beroepschrift echter geen machtiging en geen recent uittreksel van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel bijgevoegd, waaruit blijkt dat hij gemachtigd is door een daartoe bevoegd persoon om dit beroep in te stellen namens belanghebbende. Daarnaast beschikt de rechtbank ook niet over de adresgegevens van de belanghebbende. De rechtbank heeft gesteld gemachtigde in haar brief van 12 november 2025 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. De griffier heeft vervolgens op 22 december 2025 in het digitaal dossier van gesteld gemachtigde een bericht geplaatst. Gesteld gemachtigde is hierbij nogmaals in de gelegenheid gesteld om een machtiging en een uittreksel van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel aan te leveren binnen twee weken na dagtekening van het bericht. Gesteld gemachtigde heeft hierop niet gereageerd.
Is het niet tijdig indienen van een machtiging verontschuldigbaar?
- Gesteld gemachtigde heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Uit het beroepschrift blijkt dat gesteld gemachtigde niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen.
Conclusie en gevolgen
- Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 23 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb.
Dit staat in artikel 6:6 van de Awb. - - - ## Voetnoten