Terug naar bibliotheek
Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2025:9213 - Rechtbank Zeeland-West-Brabant - 12 december 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RBZWB:2025:921312 december 2025

Uitspraak inhoud

Familie - en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/441433 / JE RK 25-1952
Datum uitspraak: 12 december 2025
Beschikking van de meervoudige kamer over een verlenging ondertoezichtstelling en een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND,
gevestigd te Middelburg,
hierna te noemen: de Gecertificeerde Instelling (GI),
betreffende
[minderjarige],
geboren op [geboortedag] 2017 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
thans verblijvende in de penitentiaire inrichting te [plaats 1] ,
advocaat: mr. drs. N. Wouters te Middelburg,
[de pleegmoeder] ,
hierna te noemen: de pleegmoeder,
wonende te [plaats 2] .
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: - de Raad voor de Kinderbescherming Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg,
hierna te noemen: de Raad, om de meervoudige kamer van de rechtbank over het verzoek te adviseren.

1 Het verloop van de procedure

1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het op 30 oktober 2025 ingekomen verzoek tot verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing, met bijlagen; - het op 19 november 2025 ingekomen bericht van de GI, met als bijlage het schriftelijke advies van de Raad met betrekking tot de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing.
1.2. Het verzoek is mondeling behandeld op 12 december 2025, gelijktijdig met het verzoek van de Raad tot beëindiging van het gezag van de moeder over [minderjarige] (met zaaknummer: C/02/431601 / FA RK 25-624). Op het verzoek van de Raad wordt nader bij separate beschikking beslist.
1.3. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling is verschenen mr. Wouters, advocaat, namens de moeder. Tevens waren aanwezig de pleegmoeder, twee vertegenwoordigsters van de Raad en een vertegenwoordigster van de GI.
Alhoewel correct en tijdig opgeroepen is de moeder niet verschenen.
1.4. De [minderjarige] is in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. Hij heeft daar geen gebruik van gemaakt.

2 De feiten

2.1. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2. Bij beschikking van 29 december 2022 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 29 december 2022 en tot 29 december 2023. Daarnaast is er een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een netwerkpleeggezin verleend, met ingang van 29 december 2022 en tot 29 juni 2023.
2.3. Bij beschikking van 14 juni 2023 is de machtiging tot uithuisplaatsing van
[minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd met ingang van 29 juni 2023 en tot 29 oktober 2023. Het resterende deel van het verzoek is aangehouden.
2.4. Bij beschikking van 12 oktober 2023 is de machtiging tot uithuisplaatsing van
[minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd met ingang van 29 oktober 2023 en tot
29 december 2023.
2.5. Bij beschikking van 18 december 2023 zijn de ondertoezichtstelling en de
machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 29 december 2024.
2.6. Bij beschikking van 20 december 2024 zijn de ondertoezichtstelling en de
machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg (te weten een netwerkpleeggezin) verlengd tot 29 december 2025.
2.7. Op basis van de laatst genoemde beschikking verblijft [minderjarige] in het pleeggezin van de pleegmoeder.

3 Het verzoek

3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg, naar de rechtbank begrijpt het netwerkpleeggezin, te verlengen voor de duur van zes maanden. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4 De standpunten

4.1. De GI handhaaft het verzoek en verwijst voor de onderbouwing daarvan naar de overgelegde stukken. Daaruit blijkt, kort samengevat, dat [minderjarige] zich bij de pleegmoeder goed ontwikkelt en dat hem aldaar een stabiele en veilige opvoedsituatie wordt geboden. De moeder kampt nog steeds met persoonlijke en verslavingsproblematiek. Zij heeft sinds juni 2025 een zwervend bestaan geleid nadat zij uit haar woning is gezet en is onbereikbaar voor de hulpverlening en de GI. Ook heeft de moeder de bezoekmomenten met [minderjarige] stopgezet. De moeder is dan ook niet in staat om in de ontwikkelingsbehoeften van [minderjarige] te voorzien en het is niet haalbaar gebleken voor de moeder om binnen een voor [minderjarige] aanvaardbare termijn de verzorging en opvoeding van [minderjarige] (weer) vorm te geven. Het perspectief van [minderjarige] is inmiddels ook bij de pleegmoeder bepaald. Het is daarom in het belang van [minderjarige] noodzakelijk dat in afwachting van de definitieve beslissing op het verzoek van de Raad tot beëindiging van het gezag van de moeder, de huidige situatie en dus de huidige maatregelen worden voortgezet.
4.2. De advocaat stemt namens de moeder in met het verzoek. De moeder is gisteren door de politie aangehouden vanwege een winkeldiefstal en zal nu naar verwachting de komende zes maanden in detentie moeten verblijven vanwege een (of meerdere) nog openstaande gevangenisstraf(fen).
4.3. De pleegmoeder stemt in met het verzoek.
4.4. De Raad adviseert om het verzoek toe te wijzen.

5 De beoordeling

5.1. De rechtbank is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige] is voldaan.[1] Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding.[2] Daarom zal de rechtbank het verzoek van de GI toewijzen en de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verlengen voor de verzochte duur van zes maanden, met ingang van 29 december 2025 en tot 29 juni 2026. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.
5.2. Op basis van de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting is de rechtbank van oordeel dat [minderjarige] nog steeds ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. [minderjarige] heeft al veel meegemaakt in zijn jonge leven en heeft in het verleden weinig stabiliteit en veiligheid gekend vanwege de persoonlijke en verslavingsproblematiek van de moeder, waardoor zij emotioneel en fysiek niet beschikbaar was voor [minderjarige] . Er zijn voorheen diverse incidenten voorgevallen, ook in het bijzijn van [minderjarige] , waarbij de moeder onder invloed van drank en drugs verkeerde. Zo is [minderjarige] in januari 2022 ernstig gewond geraakt bij een auto-ongeluk. Ook was er eerder sprake van zeer zorgelijk en grensoverschrijdend gedrag bij [minderjarige] .
5.3. De moeder bleek niet in staat om de situatie te veranderen. Zij hield zich niet aan de veiligheidsafspraken en weigerde de benodigde hulpverlening. Inmiddels verblijft [minderjarige] al enige tijd bij de pleegmoeder en hij ontwikkelt zich daar positief. Hij is nu beter aan te sturen en vertoont geen grensoverschrijdend gedrag meer. De pleegmoedert is goed in staat om in de opvoedbehoeften van [minderjarige] te voorzien en zij biedt hem een stabiele, veilige en voorspelbare opvoedomgeving.
5.4. Tegelijkertijd is het de rechtbank gebleken dat de zorgen over de situatie van de moeder alleen nog maar groter zijn geworden. De moeder is al enkele maanden dakloos, lijkt zorgelijke contacten te onderhouden, heeft al lange tijd geen contact meer met de hulpverlening en de GI en heeft de bezoekmomenten met [minderjarige] stopgezet. Daarnaast is de moeder heel recent door de politie opgepakt en verblijft zij momenteel in detentie, waar zij volgens haar advocaat naar verwachting de komende maanden zal moeten verblijven. Vanwege al het voorgaande is de rechtbank met alle betrokkenen van oordeel dat de huidige situatie van [minderjarige] in afwachting van de beslissing op het verzoek van de Raad om het gezag van de moeder over [minderjarige] te beëindigen, moet worden voortgezet. Het is daarom noodzakelijk dat de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] worden verlengd voor de verzochte duur van zes maanden.
Uitvoerbaar bij voorraad
5.5. De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren omdat het voor de ontwikkeling van [minderjarige] noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden.

6 De beslissing

De rechtbank:
6.1. verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van zes maanden, met ingang van 29 december 2025 en tot 29 juni 2026;
6.2. verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg, te weten een netwerkpleeggezin, voor de duur van zes maanden, met ingang van 29 december 2025 en tot 29 juni 2026;
6.3. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
Artikel 1:260 BW.
Artikel 1:265c, tweede lid, BW. - - - ## Voetnoten
Artikel 1:260 BW.
Artikel 1:265c, tweede lid, BW.