Terug naar bibliotheek
Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2025:9209 - Rechtbank Zeeland-West-Brabant - 22 december 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RBZWB:2025:920922 december 2025

Uitspraak inhoud

Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/1757
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 22 december 2025 in de zaak tussen
[belanghebbende], uit [plaats] , belanghebbende,
(gemachtigde: [gemachtigde 1] verbonden aan [bedrijf 1] , onderdeel van [bedrijf 2] ),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg, de heffingsambtenaar.

1 Inleiding

1.1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 19 december 2023.
1.2. De heffingsambtenaar heeft bij beschikking van 26 februari 2023 de waarde van de onroerende zaak [adres] te [plaats] (de woning) op 1 januari 2022 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 346.000. Tegelijk met deze waardevaststelling is aan belanghebbende ook de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Tilburg voor het jaar 2023 opgelegd (de aanslag OZB).
1.3. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
1.4. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.5. De rechtbank heeft het beroep op 17 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen [gemachtigde 2] , werkzaam bij [bedrijf 1] onderdeel van [bedrijf 2] en namens de heffingsambtenaar zijn verschenen [heffingsambtenaar] en [taxateur] , taxateur.

2 Overwegingen

2.1. Partijen hebben ter zitting bij wijze van compromis overeenstemming bereikt. Afgesproken is dat de WOZ-waarde van de woning voor het belastingjaar 2023 wordt vastgesteld op € 329.000. De aanslag onroerendezaakbelastingen dient dienovereenkomstig te worden verminderd. Verder zijn partijen overeengekomen dat de heffingsambtenaar het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 51 aan hem moet vergoeden en dat de heffingsambtenaar aan belanghebbende een proceskostenvergoeding dient te betalen. De overeengekomen proceskostenvergoeding bedraagt dan in totaal € 3.108 (1 punt voor het bezwaarschrift en 1 punt voor het bijwonen van de hoorzitting, met een waarde van € 647, 1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde van € 907, elk punt met een wegingsfactor 1).
2.2. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen en het beroep gegrond verklaren.

3 Beslissing

De rechtbank:
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Dondorp-Loopstra, rechter, in aanwezigheid van M.M.I. van Dijk-Saris, griffier.
De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via "Formulieren en inloggen" op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof 's-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof 's-Hertogenbosch vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.