Terug naar bibliotheek
Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2025:9077 - Rechtbank Zeeland-West-Brabant - 15 december 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RBZWB:2025:907715 december 2025

Uitspraak inhoud

Civiel recht
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer / rekestnummer: C/02/436207 / HA RK 25-132
Beschikking van 15 december 2025
in de zaak van
[verzoeker],
te [plaats 1] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
advocaat: mr. D.W.M. de Haan,
tegen
[verweerder],
te [plaats 2] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerder] ,
advocaat: mr. D.W.M. de Haan,
en
[belanghebbende],
te [plaats 3] ,
belanghebbende,
hierna te noemen: [belanghebbende] ,
verschenen in persoon.

1 De zaak in het kort

1.1. Op 9 maart 2023 is [erflater] (hierna: [erflater] ) overleden. Zij was de moeder van [verweerder] . In haar testament heeft zij een bewind ingesteld over al hetgeen [verweerder] uit de nalatenschap verkrijgt. [verzoeker] is tot bewindvoerder benoemd. [verzoeker] verzoekt de rechtbank het bewind op te heffen. De rechtbank wijst het verzoek toe, omdat aan de eisen die de wet daaraan stelt is voldaan.

2 De procedure

2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de beschikking van 3 juni 2025 van de kantonrechter van deze rechtbank, met de daarin
genoemde stukken, - het verzoekschrift ex artikel 4:178 lid 2 BW, met producties genummerd 1 tot en met 6,
binnengekomen op 11 augustus 2025, - de brief van 11 augustus 2025, met productie 7, - de brief van 27 augustus 2025 (gedateerd op 27 september 2025) van [verweerder] ,
binnengekomen op 28 augustus 2025, - het e-mailbericht van 28 oktober 2025 namens mr. De Haan, met bijlagen. - de mondelinge behandeling van 3 november 2025.
2.2. De beschikking is bepaald op vandaag.

3 De feiten

3.1. Op 9 maart 2023 is [erflater] (hierna: [erflater] ) overleden. [verweerder] is de zoon van [erflater] . [erflater] heeft in een testament van 7 september 2012 over haar nalatenschap beschikt, waarbij haar drie kinderen tot enig erfgenamen zijn benoemd. In het testament is over het erfdeel van [verweerder] een levenslang bewind ingesteld in verband met zijn geestelijke beperkingen. [verzoeker] is de zwager van [erflater] . Hij is tot bewindvoerder benoemd.

4 Het verzoek en het verweer

4.1. [verzoeker] verzoekt de rechtbank om bij beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te bepalen dat met ingang van de datum van deze beschikking, althans een door de rechtbank te bepalen datum, het testamentair bewind over de onder bewind staande goederen toebehorende aan [verweerder] wordt opgeheven.
4.2. Aan het verzoek heeft [verzoeker] het volgende ten grondslag gelegd. In 2011 zijn de goederen van [verweerder] onder bewind gesteld. Dit bewind is op 6 maart 2014 opgeheven, omdat de kantonrechter het bewind niet zinvol achtte. [erflater] heeft haar testament in 2012 opgesteld. [verzoeker] vermoedt dat [erflater] de bepalingen over het bewind in haar testament niet meer heeft aangepast na het opheffen van het beschermingsbewind in 2014 door de kantonrechter, omdat haar overlijden plots kwam en zij het testament niet meer heeft herzien na 2012.
Sinds de opheffing van het beschermingsbewind heeft [verweerder] zijn financiën zelf beheerd en dit is goed verlopen. [verweerder] wenst daarom dat het bewind wordt opgeheven.
[verzoeker] heeft uit de administratie van [verweerder] geconcludeerd dat het hem goed lukt om zijn eigen financiën te beheren. Ook [verzoeker] wenst dat het testamentaire bewind wordt opgeheven. [verweerder] is in staat om zelf zijn financiën te beheren, en hij vraagt zelden om extra geld.
4.3. [verweerder] is het eens met het verzoek. Hij heeft werk en een huis. Vanaf 2014 beheert hij zijn eigen financiën en dat gaat goed. Hij heeft in anderhalf jaar tijd een schuld van € 3.000, - afgelost en komt rond van zijn salaris. Hij heeft geen spaargeld of buffer, maar heeft ook geen schulden.
[verweerder] zou het fijn vinden als de erfenis onder zijn beheer komt, vanwege de eerlijke verdeling omdat zijn zussen wel zelf over hun erfenis kunnen beschikken. Daarnaast geeft het hem rust als hij zijn eigen financiën kan beheren.
Als hij over het geld kan beschikken, gaat hij er niet veel van uitgeven, maar er voornamelijk van sparen.
4.4. [belanghebbende] is de schoonzus van [erflater] en is aangewezen als bewindvoerster in het geval van ontstentenis of defungeren van, of weigering door [verzoeker] om als bewindvoerder op te treden. [belanghebbende] voert aan dat [verweerder] in een veel onrustigere periode zat toen het testament werd opgesteld. [verweerder] voelt nu een uitzonderingspositie en het zou zijn zelfvertrouwen goed doen als hij zijn eigen financiën zou moeten beheren*.*

5 De beoordeling

5.1. [verzoeker] verzoekt de rechtbank het testamentair bewind op te heffen. Op grond van artikel 4:178 lid 2 BW kan de rechtbank een dergelijk verzoek van de testamentair bewindvoerder toewijzen als er sprake is van onvoorziene omstandigheden of als het aannemelijk is dat de rechthebbende de onder bewind staande goederen zelf op verantwoorde wijze zal kunnen besturen. [verzoeker] beroept zich op deze laatste grond.
5.2. De rechtbank wijst het verzoek toe. [verweerder] is in 2011 onder bewind gesteld. Dit bewind is dan wel opgeheven in 2014, maar niet omdat de oorzaken voor het bewind niet meer aanwezig waren. Sindsdien heeft [verweerder] echter wel zijn eigen geldzaken gedaan. Hoewel hij niet heeft gespaard, heeft hij ook geen schulden gemaakt; hij heeft zelfs een schuld afgelost.
Ook uit de overgelegde bankafschriften blijkt dat [verweerder] er in slaagt om rond te komen van zijn inkomen en dat dit de afgelopen 11 jaar ook zo is geweest.
Daarnaast heeft de [verzoeker] verklaard dat [verweerder] op een verantwoorde manier met de erfenis om kan gaan.
De rechtbank concludeert op basis van het voorgaande dat het aannemelijk is dat [verweerder] als rechthebbende in staat is zijn nalatenschap zelfstandig te beheren. Aan de eisen die de wet stelt aan opheffing van het testamentair bewind is voldaan.

6 De beslissing

De rechtbank
6.1. heft met ingang van vandaag het bij testament van [erflater] van 7 september 2012 ingestelde bewind ten laste van [verweerder] op;
6.2. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. Goedegebuur en in het openbaar uitgesproken op 15 december 2025.