Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:917 - Rechtbank Rotterdam - 3 februari 2026
Uitspraak
ECLI:NL:RBROT:2026:917•3 februari 2026
Uitspraak inhoud
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-277891-25
Datum uitspraak: 3 februari 2026
Datum zitting: 20 januari 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1993 in [geboorteplaats],
ingeschreven op het adres [adres], [postcode] te [plaatsnaam],
gedetineerd in [detentieadres].
Advocaat van de verdachte: mr. F.T. Sakrak
Benadeelde partij 1: [benadeelde partij]
Advocaat van de benadeelde partij 1: mr. M. Yavuzyigitoglu
Benadeelde partij 2: Feyenoord Rotterdam N.V.
Advocaat van de benadeelde partij 2: mr. D. Herfst
Kern van het vonnis
Na afloop van een voetbalwedstrijd tussen Feyenoord Rotterdam (hierna: Feyenoord) en Fenerbahçe Spor Kulübü (hierna: Fenerbahçe) heeft de verdachte, samen met twee anderen, een paal met een betonnen voet over een scheidingswand gegooid, terwijl hij wist dat er aan de andere kant van de scheidingswand mensen waren. De paal woog ruim 23 kilogram en kwam op het hoofd van het slachtoffer terecht. Centraal stond de vraag hoe dit juridisch geduid moet worden: als een poging tot doodslag dan wel als zware mishandeling of openlijke geweldpleging met (zwaar) lichamelijk letsel tot gevolg? De rechtbank duidt het handelen aan als een zware mishandeling en zal in het vonnis uitleggen waarom.
1 Tenlastelegging
De officieren van justitie beschuldigen de verdachte ervan dat hij – samengevat – samen met anderen heeft geprobeerd de aangever te doden door een paal met een betonnen voet op en/of in de richting van de aangever te gooien. Als de rechtbank vindt dat hiervoor te weinig bewijs is, dan beschuldigen zij de verdachte ook van zware mishandeling, dan wel openlijke geweldpleging.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
- primair,
hij, op of omstreeks 6 augustus 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [slachtoffer] van het leven te beroven, een paal met een betonnen voet, althans een hard en zwaar voorwerp, heeft gegooid op en/of in de richting van die [slachtoffer], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
- subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 6 augustus 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, aan een ander, te weten [slachtoffer]
opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toegebracht, door een paal met een betonnen voet, althans een hard en zwaar voorwerp, te gooien op en/of in de richting van die [slachtoffer];
- meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 6 augustus 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, openlijk, te weten op de Olympiaweg, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon en/ of een goed te weten een medewerker van de voetbalclub Feyenoord en/of de aldaar aanwezige paal door - een aldaar aanwezige paal los te trekken uit de grond en/of (vervolgens) - de losgetrokken paal met betonnen voet, althans een hard en zwaar voorwerp, te gooien op en/of in de richting van de aldaar aanwezige medewerker van de voetbalclub Feyenoord, te weten [slachtoffer],
terwijl dit door hem gepleegde geweld zwaar lichamelijk letsel, althans enig lichamelijk letsel, te weten een hoofdwond, een zware hersenschudding en/ of een gebroken hand/duim voor die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad.
2 Bewijs
2.1. Vordering van de officieren van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld voor het medeplegen van de primair ten laste gelegde poging tot doodslag. Het standpunt van de officieren van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
2.2. Conclusie van de verdediging
De verdachte dient te worden vrijgesproken van de primair ten laste gelegde poging tot doodslag en van de subsidiair ten laste gelegde zware mishandeling.
De verdediging heeft zich ten aanzien van de meer subsidiair ten laste gelegde openlijke geweldpleging gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
2.3. Oordeel van de rechtbank
2.3.1. Bewezenverklaring en bewijsmiddelen (feit 1 subsidiair)
Bewezen is dat:
hij op 6 augustus 2025 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen, aan [benadeelde partij]
opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, door een paal met een betonnen voet te gooien op en in de richting van die [benadeelde partij].
De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen[1] en de onderstaande bewijsmotivering.
- Verklaring van de verdachte
[2]
Ik herken mezelf op de beelden als de verdachte met een ontbloot bovenlijf, door de politie aangeduid als [persoon 1]. Toen ik na de wedstrijd van boven naar beneden liep, zag ik dat er aan de andere zijde van de scheidingswand mensen werden weggeleid richting de uitgang. Het klopt dat ik op de camerabeelden in mijn eentje probeer de paal over de wand te gooien. De paal voelde zwaar. Het klopt dat ik het gooien van de paal over de wand daarna met z'n tweeën opnieuw probeer, maar dat dat niet lukt, en dat het daarna met z'n drieën wel lukt.
- Proces-verbaal van de politie, verklaring [aangever]
[3]
Op 6 augustus 2025 was ik als supportersbegeleider in het voetbalstadion de Kuip tijdens de wedstrijd tussen Feyenoord en Fenerbahçe. Na de wedstrijd liepen wij het stadion uit en kwamen langs een van de scheidingswanden waar de supporters van Fenerbahçe achter liepen. Ik voelde een enorm zwaar voorwerp op mijn hoofd vallen. Ik verloor gelijk mijn bewustzijn. Nadat ik op de grond terecht kwam, kwam ik half bij kennis. Ik voelde direct enorm veel pijn op mijn hoofd op de plek waar het voorwerp mij had geraakt.
Ik probeerde op te staan. Toen ik mijn rechterhand op de grond zette voelde ik een enorme pijn in mijn rechterhand. Op dat moment had ik nog enorm veel pijn op mijn hoofd en in mijn hand. Ik heb lichamelijke verwondingen. Ik heb erg veel hoofdpijn. Ik heb mijn duim aan mijn rechterhand op twee plekken gebroken. Mijn duim is nu gespalkt. Ik heb een zware hersenschudding opgelopen. Op de plek waar het zware voorwerp mij geraakt heeft heb ik een kale plek en een hoofdwond opgelopen. Om de wond heen is mijn hoofd enorm opgezwollen. Ik heb nog erg veel last van mijn linker enkel. Ik kan mijn werkzaamheden als supportersbegeleider bij Feyenoord en in de gehandicaptenzorg niet uitvoeren.
- Proces-verbaal van de politie, uitkijken camerabeelden
[4]
Ik heb de beelden afkomstig van de beveiligingscamera's van Feyenoord Stadion de Kuip bekeken. De datum betrof 6 augustus 2025 en de beelden begonnen omstreeks 23:01:00 uur.
Ik zag op de beelden dat er meerdere confrontaties plaatsvinden tussen de Fenerbahçe en Feyenoord-supporters bij de metalen scheidingswand. Ik zag op de beelden dat een Fenerbahçe-supporter aan komt lopen met in zijn handen een rood met wit gestreepte 'afzetpaal', met daaraan aan de onderkant een verzwaarde betontegel van 30x30 cm en een dikte van ongeveer 4 cm.
Ik zag op de beelden dat verdachten [persoon 2], [persoon 1] en [persoon 3] samen trachten om de 'afzetpaal' over de metalen scheidingswand te gooien en dat dit deze keer ook daadwerkelijk lukt.
- Proces-verbaal van de politie, gewicht paal met betonnen voet
[5]
Op 6 november 2025 ben ik, [verbalisant], naar het Feyenoord stadion gegaan en heb daar de gegooide betonnen paal gewogen met een door de politie verstrekte weegschaal. Het nettogewicht van de betonnen paal bedroeg 23,720 kilogram.
- Schriftelijk stuk
[6]
Forensisch Medische Letselrapportage betreffende [slachtoffer] over het bezoek aan de SEH op 7 augustus 2025.
Patiënt heeft volgens zeggen het bewustzijn verloren. Bij onderzoek op de SEH was er drukpijn in de nek en op het hoofd. Bij onderzoek werden verder geen afwijkingen aan het hoofd gevonden. Er werd een breuk gevonden van de duim rechts en een verstuiking van de linker enkel. Bij controle op 12 september 2025 gaf patiënt aan nog last te hebben van nekpijn en hoofdpijn, hij kan geen fel licht en geluid verdragen. Patiënt is hiervoor verwezen naar de neuroloog, mogelijk is er sprake van een hersenschudding.
De geschatte genezingsduur is minimaal zes weken.
- Schriftelijk stuk
[7]
Verslag afdeling neurologie op 8 januari 2026 betreffende [slachtoffer], geboren op 16 maart 1990.
Beloop
Nog steeds hoofdpijn, het blijft maar doordrukken. Wisselend slapen, hoeveel prikkels ik overdag heb gehad. Nog wekelijks dry needling. Geheugen is nog niet goed.
Conclusie
Postcommotionele klachten.
- Schriftelijk stuk
[8]
[slachtoffer] heeft op 13 januari 2026 mijn spreekuur bezocht. Tijdens het spreekuur heb ik zijn belastbaarheid beoordeeld en een advies ten aanzien van de re-integratie gegeven.
Werktijden: Momenteel ongeveer één tot twee uur per dag werken / ongeveer vier uur per week. Het doel is een verdere tijdsgestuurde opbouw.
Re-integratie advies:
Het herstel vordert gestaag maar kan enkele tot meerdere maanden in beslag nemen.
2.3.2. Wat is er gebeurd?
Uit de bewijsmiddelen volgt het volgende. De verdachte staat bij deze scheidingswand. Hij pakt een paal met betonnen voet van ruim 23 kilogram (hierna: de paal), die bij de scheidingswand ligt en probeert deze over de scheidingswand te gooien. Hij probeert dat eerst met een ander, dan alleen en tot slot met twee anderen, de [medeverdachte] en een onbekend gebleven persoon. Die laatste keer slaagt de verdachte erin de paal over de scheidingswand te gooien. Precies op dat moment loopt de aangever aan de andere kant van die scheidingswand. De paal valt op zijn hoofd. Nadat de verdachte de paal over de scheidingswand heeft gegooid loopt de verdachte weg en geeft hij een high five aan de onbekend gebleven persoon die heeft geholpen om de paal te gooien.
De aangever heeft letsel opgelopen. Direct nadat de paal zijn hoofd raakte was hij kort buiten bewustzijn. Vlak na het incident wordt door de forensisch arts een gebroken duim en een verstuikte linker enkel vastgesteld en genoteerd dat er mogelijk sprake is van een hersenschudding. In januari 2026, ruim vijf maanden na dit incident, blijkt uit informatie van de neuroloog dat sprake is van postcommotionele klachten. Uit informatie van de bedrijfsarts blijkt dat de aangever sinds 7 augustus 2025 is ziek gemeld vanwege medische klachten opgelopen na een avondwedstrijd op dinsdag 6 augustus 2025, en ten tijde van de zitting in januari 2026, dus bijna zes maanden na het incident, nog maar zeer beperkt belastbaar is (één tot twee uur per dag/ongeveer vier uur per week in aangepaste werkzaamheden).
2.3.3. Vrijspraak poging tot doodslag en bewezenverklaring zware mishandeling
Vol opzet?
De verdachte heeft verklaard dat hij niet de bedoeling had om iemand te raken met de paal. Met de officieren van justitie en de verdediging, is de rechtbank, van oordeel dat uit het dossier niet kan worden afgeleid dat de verdachte de bedoeling had om het slachtoffer te doden of om hem zwaar lichamelijk letsel toe te brengen (vol opzet).
Voorwaardelijk opzet?
Vervolgens is de vraag of de verdachte met zijn handelen de aanmerkelijke kans in het leven heeft geroepen dat het slachtoffer zou komen te overlijden of zwaar lichamelijk letsel zou oplopen en deze kans ook bewust heeft aanvaard (voorwaardelijk opzet). De rechtbank overweegt dat het gooien van een paal met een gewicht van ruim 23 kilogram over een scheidingswand van 2,5 meter hoogte terwijl er mensen aan de andere kant van de wand aanwezig zijn, resulteert in een reële, niet onwaarschijnlijke mogelijkheid dat een persoon door deze paal zodanig wordt geraakt dat hij daardoor zwaar lichamelijk letsel oploopt. Immers, zeker niet ondenkbaar was dat het hoofd van een persoon hierdoor werd geraakt en het hoofd is een kwetsbaar deel van het lichaam.
Het dossier biedt te weinig concrete aanknopingspunten om vast te stellen dat het onder deze omstandigheden op je hoofd krijgen van een paal ertoe zou kunnen leiden dat het slachtoffer zo ernstig gewond raakt dat hij daaraan zou komen te overlijden. Zo bevat het dossier geen medische verklaring of ander bewijs waaruit een dergelijk levensbedreigend risico kan worden afgeleid. De enkele verwijzing door de officieren van justitie naar de algemene ervaringsregels acht de rechtbank in dit verband onvoldoende.
Vastgesteld kan in ieder geval worden dat in deze specifieke situatie het slachtoffer niet is overleden door de paal die op zijn hoofd terecht is gekomen.
De verdachte heeft de aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel ook aanvaard. Hij heeft verklaard dat hij wist dat er aan de andere kant van de scheidingswand mensen aanwezig waren en hij wist dat het een zware paal was nu er drie mensen nodig waren om hem over de scheidingswand te gooien. De verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte ervan overtuigd was dat niemand pal achter de scheidingswand stond omdat de supporters werden weggeleid door de stewards, de verdachte niet door de scheidingswand kon zien dat er mensen achter stonden en hij geen geluid of geschreeuw vlak bij de scheidingswand hoorde. De rechtbank passeert dit verweer. De verdachte heeft bij de politie en opnieuw ter zitting verklaard dat hij, toen hij na de wedstrijd naar beneden liep, zag dat er aan de andere zijde van de scheidingswand mensen werden weggeleid richting de uitgang. Hij wist dus in ieder geval dat er op dat moment nog mensen waren. Voorts volgt uit het dossier dat de scheidingswand 2,5 meter hoog was en je daar niet doorheen kon kijken. De verdachte heeft toen hij beneden was dus niet kunnen zien dat alle mensen aan de andere kant van de scheidingswand inmiddels weg waren of, als zij er nog waren, waar zij precies stonden. Bovendien waren er daarnaast genoeg aanwijzingen dat er nog veel mensen aan de andere kant waren. Zo valt op de camerabeelden te zien dat er allemaal bekertjes vanaf die kant werden gegooid richting de kant van de scheidingswand waar de verdachte stond en zal er, gelet op het grote aantal mensen dat daar blijkens de camerabeelden nog liep, ook de nodige herrie van die kant zijn gekomen.
Zwaar lichamelijk letsel?
Uit het dossier volgt dat de aangever een hersenschudding, een breuk van de rechterduim en een verstuikte linkerenkel heeft opgelopen als gevolg van de mishandeling door de verdachte. In de FARR-verklaring staat dat er mogelijk sprake is van een hersenschudding maar uit recente medische informatie van januari 2026 van de neuroloog blijkt dat sprake is van postcommotionele klachten. Dit zijn klachten als gevolg van een hersenschudding of mild traumatisch hersenletsel. Hieruit leidt de rechtbank af dat inderdaad sprake was van een hersenschudding bij de aangever. Tevens leidt de rechtbank uit deze recente medische informatie af dat het letsel nog niet (volledig) genezen is. Dit volgt ook uit de omstandigheid dat de aangever vanaf de dag na de mishandeling en dus inmiddels bijna zes maanden niet heeft kunnen werken, en dat dat volgens de informatie van de bedrijfsarts het gevolg is van zijn medische klachten opgelopen na een avondwedstrijd op dinsdag 6 augustus 2025. Wanneer hij zijn werkzaamheden (volledig) kan hervatten is nog onduidelijk, aangezien de aangever pas recent begonnen is met re-integreren. De bedrijfsarts schat in ieder geval in dat het herstel enkele tot meerdere maanden in beslag kan nemen. Alles bij elkaar genomen is daarom sprake van zwaar lichamelijk letsel.
De verdediging heeft aangevoerd dat het mogelijk is dat het thans nog bestaande letsel van de aangever niet het rechtstreekse gevolg is van het incident maar veroorzaakt is door een te late behandeling van de hersenschudding. De rechtbank acht dit op geen enkele wijze aannemelijk geworden.
3 Kwalificatie en strafbaarheid
3.1. Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
Feit 1 subsidiair: medeplegen van zware mishandeling.
3.2. Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
4 Straffen
4.1. Eis van de officieren van justitie
De verdachte moet voor de poging tot doodslag worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar met aftrek van voorarrest.
4.2. Standpunt van de verdediging
Gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte heeft de verdediging de rechtbank verzocht om, als zij tot een bewezenverklaring komt van een poging tot doodslag, een gevangenisstraf op te leggen van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk en een taakstraf van 240 uren.
4.3. Oordeel van de rechtbank
4.3.1. Ernst en omstandigheden van het feit
Bij het verlaten van het stadion na een voetbalwedstrijd tussen Feyenoord en Fenerbahçe heeft de verdachte een paal met een betonnen voet, van ruim 23 kilogram, over een scheidingswand gegooid. Hij heeft het initiatief hierin genomen en de hulp van twee anderen ingeroepen. Na een aantal pogingen lukte het de verdachte om samen met de anderen de paal over de scheidingswand te gooien. Dit alles deed de verdachte terwijl hij wist dat zich aan de andere kant van de scheidingswand mensen bevonden. De paal kwam terecht op het slachtoffer die op dat moment als supportersbegeleider aan het werk was voor Feyenoord. Het slachtoffer heeft hierdoor zodanig letsel opgelopen dat hij sindsdien niet meer heeft kunnen werken en ook in zijn privéleven nog altijd beperkingen ondervindt. Dit is onder meer gebleken uit het spreekrecht dat namens het slachtoffer is uitgeoefend tijdens de zitting. Het slachtoffer heeft daarbij verteld wat voor impact het incident heeft gehad op zijn gezondheid en op zijn jonge gezin. De verdachte heeft, door met deze paal te gooien, de lichamelijke integriteit van het slachtoffer in ernstige mate geschonden.
De mishandeling heeft bovendien plaatsgevonden in het kader van zinloos voetbalgerelateerd geweld en jegens iemand die daar gewoon zijn werkzaamheden aan het uitvoeren was. Het is dit soort gedrag als de verdachte heeft vertoond dat maakt dat de massale inzet van beveiligers en politie tijdens voetbalwedstrijden nodig is, terwijl de voetbalclub en de maatschappij met de kosten en gevolgen worden geconfronteerd. Bovendien is het een feit van algemene bekendheid dat feiten als dit, die zich in het openbaar afspelen, leiden tot gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. Mensen vragen zich door dergelijke incidenten af of het nog wel veilig is om naar een voetbalwedstrijd te gaan. De verdachte heeft met zijn gedrag hieraan bijgedragen. Het gaat om ontoelaatbaar gedrag en dat rekent de rechtbank de verdachte zwaar aan.
4.3.2. Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 9 december 2025 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Rapport van de reclassering
Uit het rapport van reclassering Nederland van 29 oktober 2025 blijkt het volgende. Er is geen sprake van een delictpatroon. De verdachte neemt volledige verantwoordelijkheid voor het incident. Hij heeft hij zijn leven op de rit. Hij heeft een eigen woning, hij werkte en heeft een steunend netwerk. Er zijn wat schulden, maar die leiden volgens de reclassering niet tot instabiliteit. Het risico dat de verdachte opnieuw betrokken raakt bij soortgelijke strafbare feiten schat de reclassering in als laag en begeleiding vanuit de reclassering acht zij niet nodig.
4.3.3. Oplegging straffen
Bij het bepalen van de strafsoort en de duur houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd, zoals deze tot uitdrukking komen in de LOVS-oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Het oriëntatiepunt voor zware mishandeling met een wapen (niet zijnde een vuurwapen) is 7 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf. In dit geval vindt de rechtbank een combinatie van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf met daarnaast een forse taakstraf passend.
De rechtbank neemt hierbij het volgende in aanmerking. De verdachte heeft een ernstig feit gepleegd, waarbij geldt dat hij het initiatief nam om de paal over de scheidingswand te gooien, en daar ook nog twee anderen bij heeft betrokken. Het gooien was ook niet in een opwelling maar de verdachte deed gedurende langere tijd meerdere pogingen om de paal daadwerkelijk over de scheidingswand te krijgen. Daarnaast weegt in het nadeel van de verdachte mee dat sprake van zinloos voetbalgerelateerd geweld. In zijn voordeel weegt de rechtbank mee dat de verdachte spijt heeft betuigd, dat dat oprecht overkwam op de rechtbank en dat hij heeft aangegeven graag snel hard aan de slag te gaan om de schade van het slachtoffer te vergoeden. Tot slot neemt de rechtbank in aanmerking dat de verdachte zijn leven verder op orde heeft en de reclassering niet verwacht dat de verdachte nog een keer betrokken zal raken bij een soortgelijk strafbaar feit. De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf op van 6 maanden en een taakstraf van 240 uur. De straf is aanzienlijk lager dan door de officieren van justitie is geëist. Dat komt onder meer omdat de rechtbank de poging tot doodslag niet bewezen acht.
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma.
5 Voorlopige hechtenis
De verdediging heeft verzocht de voorlopige hechtenis van de verdachte op te heffen bij eindvonnis. Dat verzoek wordt, gelet op de op te leggen straf, afgewezen.
6 Vorderingen van de benadeelde partijen
6.1. Vorderingen [benadeelde partij] en Feyenoord Rotterdam N.V.
Er zijn twee vorderingen tot schadevergoeding ingediend. Zowel [benadeelde partij] als Feyenoord Rotterdam N.V. (hierna zal de vennootschap evenals de voetbalclub hiervoor als enkel Feyenoord worden aangeduid) hebben verzocht om de toegekende bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De rechtbank heeft de vorderingen en de standpunten van partijen daarover samengevat in onderstaand overzicht.
6.2. Beoordeling
6.2.1. De vordering van [benadeelde partij]
Het gevorderde bedrag onder a) verlies verdiencapaciteit van werkgever ASVZ zal worden toegewezen. De vordering van € 1.023,45 is voldoende onderbouwd en ook de verdediging vindt dat dit bedrag volledig toewijsbaar is.
De vordering voor toekomstig verlies aan verdienvermogen onder b) zal de rechtbank toewijzen voor zover het gaat om toekomstige verlies aan verdienvermogen bij werkgever ASVZ voor de maanden februari tot en met mei 2026. Daarbij neemt de rechtbank als uitgangspunt een verlies aan verdienvermogen van € 341,15 per maand, en dus in totaal € 1.364,60. Voor het overige deel verklaart de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering, omdat sprake is van een onevenredige belasting van het strafproces. De omvang van de vordering en de onzekere toekomstige arbeidsmogelijkheden van [benadeelde partij] vragen om een nadere uitwisseling van standpunten en mogelijk om bewijslevering.
De vordering onder c) voor huishoudelijke hulp wijst de rechtbank toe, voor zover de vordering ziet op schade tot aan de zittingsdatum. Anders dan de verdediging stelt is door [benadeelde partij] voldoende onderbouwd dat hij als gevolg van het strafbare feit de eerste 13 weken geen bijdrage heeft kunnen leveren aan het huishouden. Verder is voldoende onderbouwd dat hij, voorafgaand aan het strafbare feit, in het gezin met een pasgeboren baby een bijdrage aan het huishouden leverde van 50%. Ook is voldoende onderbouwd dat hij voor de periode daarna tot en met januari 2026 nog één uur per dag geen huishoudelijke taken kon uitoefenen die hij voor het strafbare feit wel uitoefende. De rechtbank wijst daarom een bedrag toe van € 2.853,50 (€ 439, - x 0,5 x 13 weken) en € 924, - (€ 12, - x 77 dagen), dus in totaal € 3.777,50. Het deel van de vordering dat ziet op toekomstige schade verklaart de rechtbank niet-ontvankelijk, vanwege een onevenredige belasting van het strafproces.
De rechtbank volgt de verdediging in haar standpunt dat de vordering onder d) met betrekking tot verlies zelfredzaamheid onvoldoende is onderbouwd. In de vordering wordt verwezen naar de Letselschade Richtlijn Zelfwerkzaamheid, maar uit de toelichting op de vordering blijkt niet welk aandeel [benadeelde partij] had in de onderhoudswerkzaamheden. Dat is wel van belang om de aard en omvang van de gevorderde schade te kunnen beoordelen. Deze vordering vraagt dus om een nadere uitwisseling van standpunten en mogelijk om bewijslevering, zodat de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn vordering vanwege een onevenredige belasting van het strafproces.
De gevorderde medische kosten onder e) zal de rechtbank toewijzen. Met de overgelegde factuur en de toelichting is, anders dan de verdediging stelt, voldoende onderbouwd dat het gaat om kosten voor een psycholoog van € 454,22 die [benadeelde partij] heeft moeten maken als gevolg van het strafbare feit, en dat het gaat om kosten die door de verzekering niet zijn vergoed.
De onder f) gevorderde reis - en parkeerkosten naar medici zijn weliswaar niet onderbouwd, maar aangenomen wordt dat er reis - en parkeerkosten zijn gemaakt en het gevorderde bedrag komt de rechtbank niet onredelijk voor. De rechtbank zal het gevorderde bedrag van € 250, - toewijzen.
De posten onder g), h) en i) heeft de verdediging betwist, omdat deze posten onvoldoende zijn onderbouwd. De rechtbank volgt de verdediging in dat standpunt en zal [benadeelde partij] ten aanzien van deze posten niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering. Dat er sprake was van een reservering bij Center Parcs, dat deze reservering is geannuleerd en dat dit heeft geleid tot een schadepost van € 1.500, - is niet onderbouwd met stukken. Er is slechts een schatting gemaakt, uitgaande van wat een vakantiehuisje gemiddeld genomen kost in die periode. Dat is onvoldoende concreet. De post 'toekomst schade' ziet op onzekere toekomstige gebeurtenissen en vergt een nadere uitwisseling van standpunten en mogelijk bewijslevering. Met de stelpost onder i) is gevraagd om juridische kosten als stelpost te vergoeden rekening houdend met een eventueel hoger beroep. Deze post is niet onderbouwd en ziet op een onzekere toekomstige gebeurtenis.
Tot slot heeft [benadeelde partij] onder j) smartengeld gevraagd van € 25.000, - ter vergoeding van immateriële schade. Als de schade die het gevolg is van een onrechtmatige daad nadeel omvat dat niet in vermogensschade bestaat, heeft de benadeelde ingevolge artikel 6:106, eerste lid, aanhef en onder b, BW recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding indien hij lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. [benadeelde partij] heeft lichamelijk letsel opgelopen, bestaand uit een hersenschudding, een gebroken duim en een verstuikte enkel, zodat op die grond een aanspraak bestaat op smartengeld. Daarnaast maken de aard en ernst van de normschending en de aannemelijk gemaakte gevolgen daarvan dat ook op die grond aanspraak bestaat op smartengeld. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt, de aard en ernst van het letsel (waaronder de duur en de intensiteit) en de verwachting over het herstel van [benadeelde partij]. Verder is bij de begroting rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend.
[benadeelde partij] was op de bewuste avond bezig met het uitoefenen van zijn werk als supportersbegeleider bij Feyenoord. Terwijl hij dat deed, kreeg hij een paal met een betonnen voet van ruim 23 kilogram op zijn hoofd. Door [benadeelde partij] is aannemelijk gemaakt dat dit alles voor hem grote gevolgen heeft gehad. Hij heeft zich ziek moeten melden en is al bijna zes maanden arbeidsongeschikt. Daarnaast kon hij er niet zijn voor zijn gezin, terwijl hij en zijn vrouw vier weken voor het strafbare feit ouders waren geworden van hun eerste kind. Ook durft hij niet meer naar het stadion te gaan en is hij onder behandeling van een psycholoog voor zijn psychische klachten. [benadeelde partij] heeft in voldoende mate onderbouwd dat hij nog dagelijks kampt met de fysieke en psychische gevolgen van het strafbare feit. Gelet op dit alles wordt de schade naar billijkheid begroot op € 7.500,-.Voor het resterende deel zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
6.2.2. De vordering van Feyenoord
De gevorderde verplaatste schade onder c), d) en e) ziet op kosten van Feyenoord voor doorbetaling van het loon van [benadeelde partij] en voor consulten van de bedrijfsarts met [benadeelde partij]. De verdediging heeft gemotiveerd betwist dat sprake is van rechtstreekse schade die aan Feyenoord is toegebracht door het gepleegde strafbare feit. Daar is door Feyenoord tegenover gesteld dat een werkgever op grond van artikel 6:107a BW loonkosten tijdens ziekte wel degelijk kan verhalen op degene die met een strafbaar feit de ziekte heeft veroorzaakt. Dat laatste maakt echter nog niet dat in deze strafzaak sprake is van rechtstreekse schade. Niet is komen vast te staan dat de verdachte jegens Feyenoord een onrechtmatige daad heeft gepleegd. De rechtbank zal Feyenoord dan ook niet-ontvankelijk verklaren in deze vorderingen.
Dit ligt anders voor de gevorderde schade onder a), b) en f). Feyenoord heeft deze facturen voor fysiotherapie, psychologische behandeling en voor het eigen risico uit coulance betaald voor [benadeelde partij], omdat deze facturen door de zorgverzekering van [benadeelde partij] niet werden vergoed. Het gaat om kosten die [benadeelde partij] ook zelf als rechtstreekse schade had kunnen vorderen. De schade is ook onderbouwd met facturen. Deze bedragen van in totaal € 644,89 zal de rechtbank daarom toewijzen.
Met de post onder g) is gevraagd om juridische kosten te vergoeden ten behoeve van het verhalen van de schade. Als onderbouwing is een factuur en een zwartgelakte specificatie van de werkzaamheden overgelegd. Het is de rechtbank onduidelijk of Feyenoord deze kosten als buitengerechtelijke kosten vordert of als proceskosten. Ook is onduidelijk waaruit de door haar verrichte werkzaamheden bestaan. De rechtbank zal Feyenoord niet-ontvankelijk verklaren in deze vordering. Wel zal zij hieronder ingaan op de proceskostenveroordeling
6.2.3. Schematisch overzicht
Bovengenoemde beslissingen zijn voor het overzicht opgenomen in onderstaande tabel.
6.2.4. Wettelijke rente, proceskosten, hoofdelijkheid en schadevergoedingsmaatregel
Wettelijke rente
[benadeelde partij] en Feyenoord hebben gevorderd de schadevergoedingen te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf de datum van dit vonnis, 3 februari 2026.
Proceskosten
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de [benadeelde partij] heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (deels) wordt toegewezen.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij Feyenoord heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (deels) wordt toegewezen.
Om de proceskosten te begroten zoekt de rechtbank aansluiting bij het in civiele procedures voor kosten van rechtsbijstand gebruikelijke liquidatietarief voor kantonzaken. Het salaris van de gemachtigde wordt berekend aan de hand van een puntenstelsel. Voor het indienen van een voegingsformulier en het bijwonen van de zitting worden samen twee punten gehanteerd.
De vordering van [benadeelde partij] wordt toegewezen tot een bedrag van € 14.369,77. Dit betekent een vergoeding van € 406, - per punt. De proceskosten van de [benadeelde partij] worden daarom begroot op € 812,-. De rechtbank zal verdachte in deze kosten veroordelen.
De vordering van Feyenoord is toegewezen tot een bedrag van € 644,89. Dit betekent een vergoeding van € 135, - per punt. De proceskosten van de benadeelde partij Feyenoord worden daarom begroot op € 270,-. De rechtbank zal verdachte in deze kosten veroordelen.
Hoofdelijke veroordeling
De verdachte heeft het strafbare feit waarvoor de schadevergoeding wordt toegekend samen met een mededader gepleegd. Zij zijn daarom beiden hoofdelijk aansprakelijk voor deze schadevergoedingen en de proceskostenveroordelingen. Als de mededader de schadevergoedingen en de proceskostenveroordelingen heeft betaald, hoeft de verdachte (dat deel) niet meer aan de benadeelde partij te betalen.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) hoofdelijk op voor de bedragen van € 14.369,77 voor [benadeelde partij] en van € 644,89 voor Feyenoord. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoedingen aan de staat moet betalen en de staat de bedragen uitkeert aan [benadeelde partij] en Feyenoord. Als dwangmiddel voor de schadevergoeding aan [benadeelde partij] kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 96 dagen. Als dwangmiddel voor de schadevergoeding aan Feyenoord kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 6 dagen De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
7 Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straffen en maatregel is gebaseerd op de artikelen 9, 22c, 22d, 36f, 47 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.
8 Beslissingen
De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair (poging tot doodslag) heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair (zware mishandeling), zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straffen
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 6 maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Taakstraf
veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 240 uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van120 dagen;
Vordering [benadeelde partij]
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader, aan de [benadeelde partij] te betalen een bedrag van € 14.369,77, bestaande uit € 6.869,77 als vergoeding van materiële schade en € 7.500, - als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 3 februari 2026 tot de dag van volledige betaling;
verklaart de [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte hoofdelijk in de door de [benadeelde partij] gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 812, - en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte voor feit 1 subsidiair de maatregel tot schadevergoeding hoofdelijk op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij] aan de staat € 14.369,77te betalen, en de wettelijke rente vanaf 3 februari 2026 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 96 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade en proceskosten is bevrijd als hij en/of zijn mededader de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft/hebben vergoed;
Vordering benadeelde partij Feyenoord Rotterdam N.V.
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader, aan de benadeelde partij Feyenoord Rotterdam N.V. te betalen een bedrag van € 644,89, als vergoeding van materiële schade en de wettelijke rente hierover vanaf 3 februari 2026 tot de dag van volledige betaling.
verklaart de benadeelde partij Feyenoord Rotterdam N.V. niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte hoofdelijk in de door de benadeelde partij Feyenoord Rotterdam N.V. gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 270, - en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte voor feit 1 subsidiair de maatregel tot schadevergoeding hoofdelijk op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij Feyenoord Rotterdam N.V. aan de staat € 644,89 te betalen, en de wettelijke rente vanaf 3 februari 2026 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 6 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade en proceskosten is bevrijd als hij en/of zijn mededader de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft/hebben vergoed.
9 Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.F. Koekebakker, voorzitter,
en mrs. A. Boer en L.N. Foppen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.D. Bijl, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 3 februari 2026.
Mr. L.N. Foppen is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot.
Verklaard tijdens de zitting van 20 januari 2026.
Proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 1].
Proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 2]
Documentcode [nummer].
Forensisch medische letselrapportage van 9 oktober 2025, opgesteld door forensisch arts [naam], betreffende [benadeelde partij].
Verslag neuroloog Ikazia Ziekenhuis Rotterdam van 8 januari 2026, betreffende [benadeelde partij], meegezonden als bijlage bij het verzoek om schadevergoeding.
Brief bedrijfsarts t.b.v. Stichting ASVZ van 13 januari 2026, betreffende [benadeelde partij], meegezonden als bijlage bij het verzoek om schadevergoeding. - - - ## Voetnoten