Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:908 - Rechtbank Rotterdam - 12 januari 2026
Uitspraak
ECLI:NL:RBROT:2026:908•12 januari 2026
Uitspraak inhoud
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummers: 10-314616-24, 10-088326-25
Parketnummer vordering tenuitvoerlegging (TUL): 10-051627-24
Datum uitspraak: 12 januari 2026
Datum zitting: 12 januari 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2001 in [geboorteplaats]
ingeschreven op het adres:
[adres] , [postcode] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. D.V. Garib
Officier van justitie: mr. K.P. Mandos
Kern van het vonnis
Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging, diefstal met geweld in vereniging en afpersing in vereniging, gepaard met geweld. Ook is bewezen dat de verdachte een politieagent heeft beledigd. Hij wordt veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur waarvan 120 uur voorwaardelijk met daarbij bijzondere voorwaarden zoals die zijn geadviseerd door de reclassering. De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf wordt toegewezen.
1 Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging, diefstal met geweld in vereniging en afpersing door geweld of bedreiging in vereniging. Daarnaast wordt hij beschuldigd van het beledigen van een politieagent.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:
Onder parketnummer 10-314616-24
- hij op of omstreeks 11 augustus 2024 te Schiedam, openlijk, te weten in de parkeergarage van het Parkeercomplex Nieuwe Passage, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer 1] ,door die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal: - te duwen en/of achterover te trekken waardoor deze ten val kwam en/of - te slaan en/of stompen en/of schoppen en/of - vast te pakken en/of tegen te houden;
- hij op of omstreeks 11 augustus 2024 te Schiedam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een tas en/of een OV-chipkaart en/of een ketting en/of schoenen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door: - die [slachtoffer 1] te slaan en/of stompen en/of schoppen en/of - die tas en/of ketting van het lichaam van die [slachtoffer 1] te trekken en/of - dreigend tegen die [slachtoffer 1] te zeggen dat hij zijn schoenen uit moest doen en/of - die [slachtoffer 1] een mes te tonen;
- hij op of omstreeks 11 augustus 2024 te Schiedam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van zijn horloge en/of ring en/of ketting en/of t-shirt en/of pet, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of een derde toebehoorde(n), door: - die [slachtoffer 1] te slaan en/of stompen en/of schoppen en/of - dreigend tegen die [slachtoffer 1] te zeggen dat hij de voornoemde goederen moestafgeven en/of - die [slachtoffer 1] een mes te tonen.
Onder parketnummer 10-088326-25
hij op of omstreeks 21 maart 2025 te Vlaardingen, opzettelijk een ambtenaar, te weten [slachtoffer 2] , werkzaam als agent bij de Eenheid Rotterdam, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: "Kanker scotoe!", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.
2 Bewijs
2.1. Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten onder parketnummer 10-314616-24 en het feit onder parketnummer 10-088326-25.
2.2. Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de feiten onder parketnummer 10-314616-24. De verdediging heeft zich ten aanzien van het feit onder parketnummer 10-088326-25 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
2.3. Oordeel van de rechtbank
2.3.1. Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging, diefstal met geweld in vereniging en afpersing in vereniging, gepaard met geweld (de feiten onder parketnummer 10-314616-24). Daarnaast is bewezen dat de verdachte een politieambtenaar heeft beledigd (het feit onder parketnummer 10-088326-25). De volledige bewezenverklaring van de hiervoor genoemde feiten is vermeld in paragraaf 2.3.3.
2.3.2. Bewijs feit onder parketnummer 10-088326-25
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft het feit bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven[1] . - Verklaring van de verdachte ter zitting[2] - Proces-verbaal van de politie[3]
2.3.3. Bewijsmotivering feiten 1, 2 en 3 onder parketnummer 10-314616-24
De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen[4] en de onderstaande bewijsmotivering.
- Proces-verbaal van de politie, aangifte [slachtoffer 1]
[5]
Op 11 augustus 2024 was ik in het parkeercomplex van de Nieuwe Passage te Schiedam. Ik zag toen dat er een jongen in onze richting gelopen kwam. Ik zag toen dat er plots vijf andere jongens mijn kant op kwamen. Ik zag dat de jongens een agressieve houding hadden. Ik hoorde dat [voornaam medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] met dezelfde voornaam als verdachte) zei dat ik op moest staan. Ik zag en voelde toen dat [voornaam medeverdachte 1] mij meerdere keren met gebalde vuist tegen mijn gezicht sloeg. Ik zag en voelde dat hij mij hard raakte. Ik voelde dat [voornaam medeverdachte 1] mij met zijn gebalde vuist meerdere keren op mijn oog en kaak raakte. Ik voelde dat [voornaam medeverdachte 1] mij meerdere keren sloeg. Ik probeerde weg te rennen maar zag en hoorde dat de andere jongens samen met [voornaam medeverdachte 1] achter mij aan kwamen. Ik voelde dat ik meerdere keren op mijn rug en nek werd geslagen of geschopt. Op een gegeven moment werd ik tegengehouden door de groep. Ik hoorde dat [voornaam medeverdachte 1] meerdere keren zei dat ik mijn tas moest geven. Ik zei dat ik mijn tas niet ging geven. Ik zag en voelde dat de jongen mijn tas afpakte. Ik zag dat deze jongen mijn tas vervolgens aan [voornaam medeverdachte 2] gaf. Ik zag dat [voornaam medeverdachte 2] in mijn tas keek en al mijn spullen uit mijn tas haalde. Ik zag dat [voornaam medeverdachte 2] mijn OV-chipkaart pakte en vervolgens in zijn zak stopte. Ik zag dat [voornaam medeverdachte 2] mijn stanleymes uit mijn tas pakte. Ik zag dat hij het mes vervolgens in zijn zak deed. Ik zag en voelde dat [voornaam medeverdachte 1] mij vervolgens weer een paar keer in mijn gezicht sloeg. Ik voelde met mijn hand aan mijn linker oog en zag dat ik bloedde. Ik zag dat mijn hand onder het bloed zat. Ik voelde dat mijn oog dik werd en dat de linkerzijde van mijn gezicht dik werd. Ik hoorde [voornaam medeverdachte 1] toen tegen mij zeggen dat ik mijn horloge, ring, twee kettingen, T-shirt, mijn pet en mijn schoenen af/uit moest doen en moest geven. Ik deed dit gelijk omdat ik bang was. Ik hoorde de kleine, wat vollere jongen, zeggen dat hij geen ring en zag dat hij mijn ring vervolgens om deed. Ik zag en voelde dat [voornaam medeverdachte 1] mij weer sloeg. Ik zag dat [voornaam medeverdachte 1] aan [voornaam medeverdachte 2] mijn mes vroeg. Ik zag dat [voornaam medeverdachte 1] voor mij kwam staan en het mesje omhoog duwde uit de houder. Ik zag dat het puntje van mijn mes hierdoor uitstak. Ik zag dat [voornaam medeverdachte 1] stekende bewegingen in mijn richting maakte. De politie heeft vervolgens [voornaam medeverdachte 2] , [voornaam medeverdachte 1] en de andere jongens gefouilleerd en troffen één (1) ketting, T-shirt, tas, schoenen en pet aan en gaven deze aan mij terug. Echter troffen zij niet mijn horloge en andere ketting, ring en OV-chipkaart aan.
- Proces-verbaal van de politie
[6]
Ik hield mij bezig met het uitkijken van de Snapchat-beelden die afkomstig waren van de telefoon van verdachte [medeverdachte 1] . Ik zag dat de opnamen zijn gemaakt in een parkeergarage en dat er een groep jongeren in beeld te zien was. Ik zag dat [slachtoffer 1] op de grond zat en dat hij werd aangesproken door een jongen (jongen 1). Ik zag dat jongen 1 tegenover [slachtoffer 1] stond en riep "kom". Ik zag dat [slachtoffer 1] op stond en bleef staan. Ik zag dat jongen 1 dichtbij [slachtoffer 1] ging staan en hem vervolgens met beide handen een duw gaf waardoor [slachtoffer 1] viel. Ik zag dat [slachtoffer 1] op stond waarna iemand meermaals riep "Sla die man". Ik zag dat jongen 1 met zijn rechterhand hard uithaalde naar het hoofd van [slachtoffer 1] waarna hij naar zijn hoofd greep. Ik zag dat jongen 1 [slachtoffer 1] wegduwde. Ik zag dat er een tweede jongen voor [slachtoffer 1] ging staan (jongen 2). Ik zag dat jongen 2 meerdere keren met beide handen uithaalde naar het gezicht van [slachtoffer 1] waardoor hij terug deinsde. Ik zag dat er nog een jongen in beeld kwam (jongen 3). Ik zag dat jongen 3 met zijn rechterhand uithaalde naar het gezicht van [slachtoffer 1] en dat jongen 1 [slachtoffer 1] achterover trok waardoor hij ten val kwam. Ik zag dat [slachtoffer 1] bleef zitten met zijn hand bij zijn gezicht. Ik zag dat [slachtoffer 1] nog steeds op de grond zat en zijn hand bij zijn linkeroog hield. Ik hoorde dat [medeverdachte 1] meerdere malen "kom kom" zei en liep naar [slachtoffer 1] . Ik hoorde dat [medeverdachte 1] tegen [slachtoffer 1] zei dat hij op zijn knieën moest gaan zitten. Ik zag dat [medeverdachte 1] met zijn vlakke hand sloeg tegen het gezicht van [slachtoffer 1] . Ik hoorde dat [medeverdachte 1] hierna meermaals in straattaal zei dat [slachtoffer 1] zijn schoudertas in moest leveren. Ik hoorde dat een andere stem in straattaal zei dat [slachtoffer 1] zijn tas moest geven en dat [medeverdachte 1] dit herhaalde en hierna zei dat [slachtoffer 1] zijn ketting moest geven. Ik zag dat [medeverdachte 1] met zijn rechterhand een ketting van de hals van [slachtoffer 1] trok en op een agressieve toon zei dat [slachtoffer 1] zijn andere ketting ook moest geven wat vervolgens gebeurde. Ik zag dat jongen 3 de schoudertas van [slachtoffer 1] af trok en dat [medeverdachte 1] zei "Je wordt geript door [bijnaam 1 verdachte] broer" en daarna de opdracht gaf dat [slachtoffer 1] zich moest uitkleden. Ik zag dat de inhoud van de schoudertas van [slachtoffer 1] werd uitgepakt. Ik zag dat [medeverdachte 1] het mes, zijnde een stanleymes, vasthield en meermaals zei "Wat gaan we met deze man doen?" terwijl hij met het mes naast [slachtoffer 1] stond. Ik zag dat [medeverdachte 1] hierna zei dat [slachtoffer 1] zijn ring moest geven en deze afpakte evenals zijn horloge. Ik zag dat [slachtoffer 1] later met een ontbloot bovenlijf op de grond zat. Ik hoorde dat [medeverdachte 1] tegen [slachtoffer 1] zei dat hij zijn schoenen uit moest doen en dat hij deze afpakte.
- Verklaring van de verdachte
[7]
Er werden klappen uitgedeeld en ik heb toen meegedaan. Ik heb [slachtoffer 1] geraakt in zijn gezicht. Ik heb zijn tas afgepakt en aan [voornaam medeverdachte 2] gegeven. Het klopt dat ik persoon 3 op de Snapchatbeelden ben. Ik werd ook [bijnaam 1 verdachte] en [bijnaam 2 verdachte] genoemd.
2.3.2. Bewijsmotivering
Feit 1: openlijke geweldpleging
Vast staat dat het slachtoffer, [slachtoffer 1] , door verschillende jongens van een groep in de parkeergarage Nieuwe Passage in Schiedam is geduwd, geslagen en gestompt. De verdachte maakte onderdeel uit van deze groep. De rechtbank stelt vast dat de verdachte jongen 3 is die op de Snapchat-beelden afkomstig van de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 1] te zien is. Zichtbaar is dat de verdachte in de parkeergarage met snelheid richting het slachtoffer loopt en vervolgens met zijn rechterhand uithaalt naar het gezicht van het slachtoffer. Dit volgt tevens uit de aangifte van het slachtoffer en de verklaring van de verdachte dat hij het slachtoffer heeft geslagen. Door het slachtoffer te slaan heeft de verdachte actief bijgedragen aan het gepleegde geweld. Daarnaast heeft de verdachte zich op geen enkel moment onttrokken aan de situatie en heeft zodoende bijgedragen aan het getalsmatig versterken van de groep. Anders dan de verdediging heeft betoogd, heeft de verdachte een significante en wezenlijke bijdrage geleverd aan de openlijke geweldpleging. Het feit dat de verdachte niet de initiatiefnemer was, doet hier niet aan af.
Feit 2: diefstal met geweld in vereniging
De verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte geen oogmerk had op de wederrechtelijke toe-eigening. Daarnaast zou medeplegen niet kunnen worden bewezen. De rechtbank verwerpt deze beide verweren en overweegt als volgt. Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte met kracht de schoudertas van het lichaam van het slachtoffer heeft afgetrokken waarna hij deze aan de medeverdachte heeft overhandigd. De medeverdachte heeft vervolgens de inhoud van de tas doorzocht en andere bezittingen, waaronder een OV-chipkaart, uit de tas gehaald. De feitelijke handelingen van de verdachte duiden naar hun uiterlijke verschijningsvorm op de intentie om de tas voor zichzelf of voor een ander wederrechtelijk toe te eigenen. Het is daarbij niet relevant dat de verdachte niet degene is geweest die de overige bezittingen van het slachtoffer heeft afgenomen, aangezien zijn bijdrage aan het afnemen van de tas en het overdragen daarvan aan een medeverdachte reeds een substantieel onderdeel vormt van de diefstal met geweld. De rechtbank acht de diefstal met geweld in verenging aldus bewezen.
Feit 3: Afpersing in vereniging
Ten aanzien van feit 3 stelt de rechtbank vast dat het slachtoffer met (dreiging van) geweld werd gedwongen om zijn sieraden, T-shirt en pet af te geven. Hoewel de verdachte niet degene is geweest die op dat moment het geweld heeft toegepast of bedreigingen heeft geuit jegens het slachtoffer, was hij wel voortdurend aanwezig tijdens de afpersing. De verdachte heeft zich op geen enkel moment onttrokken aan de situatie, die pas ten einde kwam door het optreden van de politie. De groep verdachten is dus steeds gezamenlijk blijven optreden. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat er sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachten.
2.3.3. Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
Onder parketnummer 10-314616-24
- hij op 11 augustus 2024 te Schiedam,openlijk, te weten in de parkeergarage van het Parkeercomplex Nieuwe Passage in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer 1][slachtoffer 1] ,door die [slachtoffer 1] - te duwen en achterover te trekken waardoor deze ten val kwam en - te slaan en stompen en - tegen te houden;
- hij op 11 augustus 2024 te Schiedam,tezamen en in vereniging met een of meer anderen een tas en een OV-chipkaart en een ketting en schoenen die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] toebehoorden heeft weggenomen met hetoogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld gepleegd met het oogmerk om diediefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken door: - die [slachtoffer 1] te slaan en - die tas van het lichaam van die [slachtoffer 1] te trekken
- hij op 11 augustus 2024 te Schiedam,tezamen en in vereniging met een of meer anderen met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelendoor geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot deafgifte van zijn horloge en ring en ketting en t-shirt en/of pet door: - die [slachtoffer 1] te slaan .
Onder parketnummer 10-088326-25
hij op 21 maart 2025 te Vlaardingen,opzettelijkeen ambtenaar, te weten [slachtoffer 2] , werkzaam als agent bij de Eenheid Rotterdam,gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening,in zijn tegenwoordigheid,mondelingheeft beledigd,door hem de woorden toe te voegen: "Kanker scotoe!", althans woorden vangelijke beledigende aard en/of strekking.
3 Kwalificatie en strafbaarheid
3.1. Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Onder parketnummer 10-314616-24
Feit 1:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen een persoon;
Feit 2:
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen een persoon, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
Feit 3:
afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
Onder parketnummer 10-088326-25
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
3.2. Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
4 Straf
4.1. Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor alle feiten worden veroordeeld tot een taakstraf van 180 uren, te vervangen door 90 dagen hechtenis en een gevangenisstraf van 180 dagen waarvan 179 dagen voorwaardelijk met daarbij de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.
4.2. Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft de rechtbank verzocht om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en hem, in lijn met het advies van de reclassering, een voorwaardelijke straf op te leggen.
4.3. Oordeel van de rechtbank
4.3.1. Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging, diefstal met geweld en afpersing. Het slachtoffer werd in een parkeergarage in Schiedam aangevallen door een groep jongens, waar de verdachte toe behoorde. Hij werd daarbij op de grond gegooid en door verschillende jongens geslagen en gestompt. Vervolgens werden zijn persoonlijke bezittingen, waaronder zijn tas en schoenen, met geweld van hem afgenomen. Ook werd hij, onder bedreiging van een mes, gedwongen zijn sieraden en kleding af te staan. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij actief hieraan heeft bijgedragen door het slachtoffer tegen zijn gezicht te slaan en zijn tas van zijn lichaam af te trekken. De rechtbank kan zich voorstellen dat dit voor het slachtoffer een zeer beangstigende ervaring moet zijn geweest. Daarnaast veroorzaken dergelijke feiten niet alleen fysieke en emotionele schade bij het slachtoffer, maar dragen zij ook bij aan gevoelens van onveiligheid in de maatschappij.
Daarnaast heeft de verdachte een politieagent beledigd door hem in het bijzijn van meerdere personen "kankerpolitie" te noemen. Hiermee heeft de verdachte niet alleen de politieagent aangetast in zijn eer en goede naam, maar ook blijk gegeven van een gebrek aan respect voor het openbaar gezag.
4.3.2. Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 12 december 2025 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus tot een hogere straf.
Rapport reclassering
Uit het reclasseringsrapport van 22 april 2025 blijkt dat er zorgen zijn over de verdachte op de gebieden dagbesteding, sociaal netwerk, psychosociaal functioneren, houding en zijn woonomgeving. Er is geen structurele vorm van dagbesteding en de verdachte is voornamelijk met vrienden op straat te vinden. Daarnaast heeft de verdachte een licht verstandelijke beperking. De verdachte ziet de ernst van zijn eigen handelen vaak niet in en kan zijn eigen gedrag niet of nauwelijks organiseren. Hij handelt impulsief en vertoont een grote mate van beïnvloedbaarheid. Daarnaast functioneert hij op een meer kinderlijk niveau dan zijn kalenderleeftijd. Gelet op het negatieve netwerk waarin de verdachte zich bevindt, wordt zijn woonomgeving niet als positief gezien.
Sinds oktober 2024 staat de verdachte onder reclasseringstoezicht in het kader van een voorwaardelijke veroordeling. Vanaf november 2024 heeft hij begeleiding vanuit Humanitas Homerun, waarbij wordt toegewerkt naar bewindvoering en een structurele invulling van zijn dagbesteding. Hoewel het huidige reclasseringstoezicht loopt tot augustus 2026, is de reclassering van mening dat de reeds opgelegde voorwaarden (een meldplicht en behandelverplichting) onvoldoende zijn om het gedrag van verdachte effectief bij te sturen.
Gelet op de risico's adviseert de reclassering, in geval van een veroordeling, een (deels) voorwaardelijke straf met de volgende bijzondere voorwaarden: een meldplicht, ambulante behandeling en begeleiding, begeleid wonen of maatschappelijke opvang, en een inspanningsverplichting ten aanzien van de dagbesteding.
Gelet op de jonge leeftijd van het slachtoffer tijdens het plegen van de feiten en het hetgeen hierboven is overwogen, ziet de reclassering indicaties voor toepassing van het jeugdstrafrecht. De verdachte is echter niet ontvankelijk voor pedagogische beïnvloeding vanuit bijvoorbeeld zijn moeder. Daarnaast ontvangt hij al begeleiding vanuit de reclassering en Humanitas Homerun, waarbij gezien wordt dat dit niet direct effect heeft op de motivatie van de verdachte.
Overige persoonlijke omstandigheden
Op de zitting is naar voren gebracht dat de verdachte sinds september 2025 verblijft op een begeleid wonen locatie van de reclassering in Rotterdam. Per 2 februari 2026 gaat hij starten met een MBO-opleiding. Er is tevens bewindvoering en de verdachte krijgt ondersteuning van de reclassering bij het afbouwen van zijn gebruik van verdovende middelen.
4.3.3. Oplegging straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in beginsel passend. De rechtbank ziet echter in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn jeugdige leeftijd en de noodzaak van begeleiding en hulpverlening aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. In plaats daarvan legt de rechtbank een taakstraf van 240 uur op. De rechtbank volgt het verzoek van de verdediging om te volstaan met een geheel voorwaardelijke straf niet, aangezien dit onvoldoende recht doet aan de ernst van de feiten. Wel wordt 120 uur van de taakstraf voorwaardelijk opgelegd. Dit voorwaardelijk strafdeel heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw strafbare feiten pleegt. De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die door de reclassering zijn geadviseerd. Deze voorwaarden zijn noodzakelijk om de verdachte op het rechte pad te houden en hem verder te ondersteunen in zijn persoonlijke groei en ontwikkeling.
5 Vordering tot tenuitvoerlegging
5.1. Vordering
De officier van justitie heeft voorafgaand aan de zitting een vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van een eerder aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde taakstraf van 30 uren, omdat de verdachte zich niet heeft gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich niet opnieuw schuldig zal maken aan strafbare feiten.
5.2. Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich tijdens de zitting op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden toegewezen.
5.3. Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht de vordering af te wijzen gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
5.4. Oordeel van de rechtbank
De nu bewezen feiten zijn tijdens de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de feiten heeft de verdachte zich niet gehouden aan de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen. Daarom wordt de vordering toegewezen en beslist de rechtbank tot de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk gedeelte van de straf. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte geen aanleiding om anders te oordelen.
6 Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 55, 57, 141, 312, 317, 266, 267 van het Wetboek van Strafrecht.
7 Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten zoals in hoofdstuk 2 zijn omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Taakstraf
veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 240 uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van120 dagen;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat 120 uur van deze taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte één van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat: - de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
- de verdachte zich zal laten begeleiden door Humanitas Homerun of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De begeleiding start zo spoedig mogelijk. De begeleiding duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de begeleiding;
- de verdachte zal verblijven in een nader te bepalen instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start zodra er een plek beschikbaar is. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;
- De verdachte zich zal inspannen voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:
Tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf (parketnummer 10-051627-24)
beveelt de tenuitvoerlegging van de aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke taakstraf van 30 uren zoals opgelegd in het vonnis van 8 augustus 2024.
8 Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. P.C. Tuinenburg, voorzitter,
en mrs. B. Vaz en H.C. van Vuren, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.C. van Beek, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 12 januari 2026.
Mr. D.C. van Beek is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal met nummer [nummer proces-verbaal 1] .
Verklaring tijdens de zitting van 12 januari 2026.
Pagina's 1-2 van het proces-verbaal met nummer [nummer proces-verbaal 1] .
De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot.
Pagina's 1 t/m 6 van het proces-verbaal met nummer [nummer proces-verbaal 2] .
Pagina's 1-3 van het proces-verbaal met nummer [nummer proces-verbaal 3] .
Verklaring tijdens de zitting van 12 januari 2026. - - - ## Voetnoten