Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:737 - Rechtbank Rotterdam - 30 januari 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2026:73730 januari 2026

Uitspraak inhoud

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11948602 CV EXPL 25-23545
datum uitspraak: 30 januari 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Infomedics B.V.,
vestigingsplaats: Almere,
eiseres,
gemachtigde: Bosveld Incasso en gerechtsdeurwaarders,
tegen

1. [gedaagde 1] ,

2. [gedaagde 2],
woonplaats: Rotterdam,
gedaagden,
die zelf procederen.
Eiseres wordt hierna 'Infomedics' genoemd en gedaagden worden hierna gezamenlijk ' [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ' genoemd.

1 De procedure

1.1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

2 De beoordeling

Kern van de zaak
2.1. In december 2024 hebben [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hun minderjarige kind laten behandelen door Dental Clinics Rotterdam Eudokiaplein (hierna: de tandarts). De tandarts heeft de vordering op [gedaagde 1] en [gedaagde 2] overgedragen aan Infomedics. De zorgverzekeraar (VGZ) heeft de nota van € 440, - niet vergoed, omdat het jaarmaximum voor tandheelkundige zorg voor het kind van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in 2024 was overschreden door behandelingen bij een vorige tandarts. Infomedics heeft de factuur van € 440, - in rekening gebracht, maar [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben deze niet betaald. Zij eist daarom dat zij de factuur alsnog betalen, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten van € 66, - en de wettelijke rente tot 25 september 2025 van € 18,16. In totaal vordert Infomedics € 524,16 met veroordeling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in de proceskosten.
2.2. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn het niet eens met de vordering. Zij voeren aan dat zij in de veronderstelling waren dat de zorg gratis was en vinden dat de tandarts hen had moeten waarschuwen dat het budget op was. Verder wijzen zij op hun krappe financiële situatie.
2.3. De vordering wordt toegewezen. Dit betekent dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] € 524,16 moeten betalen. Hierna wordt uitgelegd waarop deze beslissing is gebaseerd.
Overeenkomst
2.4. Vaststaat dat tussen de tandarts en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] en hun kind een geneeskundige behandelingsovereenkomst tot stand is gekomen en dat de daaruit voortvloeiende factuur onbetaald is gebleven. Op basis hiervan is de patiënt c.q. de wettelijke vertegenwoordiger betaling verschuldigd voor de uitgevoerde werkzaamheden.
Geen schending informatieplicht
2.5. Het verweer dat de tandarts had moeten waarschuwen dat de kosten niet werden gedekt door de verzekering, slaagt niet. De zorgverlener heeft geen plicht om zijn cliënten te informeren of de kosten worden gedekt door hun eigen zorgverzekering. De primaire verantwoordelijkheid voor het controleren van de verzekeringsdekking ligt bij de verzekerde. Het risico dat het budget was uitgeput, ligt hiermee bij [gedaagde 1] en [gedaagde 2] . Het verweer wordt verworpen.
Overwegingen ten overvloede
2.6. Infomedics heeft overigens ook voldoende naar voren gebracht dat de tandarts niet wist of redelijkerwijs had moeten weten dat het verzekeringsbudget van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] al was verbruikt. Daarbij heeft zij uitgelegd dat de tandarts in november 2024 expliciet heeft gevraagd om de gegevens van de vorige tandarts en dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] deze niet hebben verstrekt. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben dat niet weersproken. Een tandarts mag zonder toestemming niet zelf de gegevens bij de vorige tandarts opvragen. Het was voor de tandarts dus feitelijk onmogelijk om op de hoogte te zijn van de eerdere behandelingen in 2024.
2.7. Infomedics heeft verder gesteld dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] geen medewerking hebben verleend aan het alsnog verkrijgen van een machtiging bij de verzekeraar om de (hogere) kosten van 2024 te declareren. Dit wordt ondersteund door de overgelegde gespreksnotities (productie 4). [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben in dupliek erkend dat zij geen medewerking aan de machtiging meer wilden geven, omdat zij de behandelrelatie met de tandarts in mei 2025 hebben beëindigd. Deze weigering komt eveneens voor rekening en risico van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] . Dat zij zich in 2025 hebben uitgeschreven bij de tandarts, ontslaat hen niet van de betalingsverplichting voor al in 2024 uitgevoerde behandelingen.
Factuur
2.8. De hoogte van de factuur is niet betwist en staat daarmee vast. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden dan ook veroordeeld om de hoofdsom van € 440, - te betalen.
Incassokosten
2.9. De incassokosten van € 66, - worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW)).
Rente
2.10. De rente wordt ook toegewezen, omdat Infomedics genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] dat niet hebben betwist. Daarom zit in het totale bedrag dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] aan Infomedics moeten betalen de wettelijke rente van € 18,16 die Infomedics heeft berekend tot 25 september 2025.
Proceskosten
2.11. De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] , omdat zij ongelijk krijgen (artikel 237 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde 1] en [gedaagde 2] aan Infomedics moeten betalen op € 122,97 aan dagvaardingskosten, € 340, - aan griffierecht, € 270, - aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 135,-) en € 67,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 800,47. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.12. Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Infomedics dat eist en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] daar geen bezwaar tegen hebben gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd.
Betalingsregeling
2.13. De moeilijke financiële situatie van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] , hoe vervelend ook, vormt geen grond om de vordering af te wijzen. De kantonrechter kan zonder toestemming van Infomedics ook geen betalingsregeling vaststellen in dit vonnis. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] kunnen wel contact opnemen met de gemachtigde van Infomedics om te vragen of Infomedics alsnog een betalingsregeling wil afspreken.

3 De beslissing

De kantonrechter:
3.1. veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] om aan Infomedics te betalen € 524,16 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 440, - vanaf 25 september 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2. veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in de proceskosten, die aan de kant van Infomedics worden begroot op € 800,47.
3.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. F.A. Hut en in het openbaar uitgesproken.
53954