Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:482 - Rechtbank Rotterdam - 16 januari 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2026:48216 januari 2026

Uitspraak inhoud

Rechtbank Rotterdam
    Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-245309-25
Datum uitspraak: 16 januari 2026
Datum zittingen: 16 december 2025 en 16 januari 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1968 in [geboorteplaats 1] ( [geboorteland] ), ingeschreven op het adres: [adres 1] , [postcode] [woonplaats] ( [land] ).
Advocaat van de verdachte: mr. A. Zeeman
Officier van justitie: mr. H.A. van Wijk
Kern van het vonnis
De verdachte wordt schuldig bevonden aan witwassen van ongeveer € 170.000,-. De rechtbank verwerpt het verweer dat sprake is van een vormverzuim. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, met aftrek van voorarrest.

1 Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij zich - samengevat – schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het witwassen van ongeveer € 170.000.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat de verdachte:
op of omstreeks 16 september 2025, te Rotterdam, althans in Nederland en/of Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, geld (ongeveer 170.000 euro), heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat geld – onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig (eigen) misdrijf.

2 Bewijs

2.1. Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte voor het feit moet worden veroordeeld.
2.2. Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het feit.
De verdediging heeft primair aangevoerd dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim op grond van artikel 359a Wetboek van Strafvordering. In het proces-verbaal met de omschrijving van de ANPR-hit staat geen objectieve informatie. De hit is enkel gebaseerd op een sterk gekleurde strafrechtelijke interpretatie. Dat betekent dat de ANPR-hit niet meegenomen had mogen worden bij de aanleiding van het onderzoek. Het bewijsmateriaal, dat als gevolg van het vormverzuim is verkregen, moet voor het bewijs worden uitgesloten. De verdachte zal dan moeten worden vrijgesproken.
Subsidiair is aangevoerd dat geen sprake is van (voorwaardelijk) opzet. De verdachte wist niet wat er in de tas zat en heeft ook geen onderzoek kunnen doen naar de inhoud van de tas. Ook is er geen opzet op het voorhanden hebben van het geldbedrag en op de criminele herkomst van het geld. Tot slot blijkt niet uit het dossier dat het om 'echt' geld gaat.
2.3. Oordeel van de rechtbank
2.3.1. Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte zich samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van ongeveer € 170.000. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen[1] en de onderstaande bewijsmotivering.
  1. Proces-verbaal van de politie, verklaring verdachte[2]
Ik werd gebeld door een vriend van mij of ik een klus wilde doen. Ik moest een tas met geld ophalen en wegbrengen naar een locatie. Ik zou de tas moeten overhandigen aan de tweede persoon. Die persoon is degene met wie ik gisteren op straat stond. Ik zou van hem de tas krijgen en verderop zou ik het adres krijgen waar de tas naartoe moest. Ik heb een foto van mijn kleding gestuurd, zodat de persoon waar het omgaat mij kon herkennen.
  1. Proces-verbaal van de politie[3]
Op 16 september 2025 zagen wij dat een personenauto Hyundai Kona met Duits kenteken [kentekennummer 1] een melding gaf op de Automatic Numberplate Recognition (ANPR). Het voertuig was eerder op 13 september 2025 geregistreerd. Als bijrijder zat toen in de auto: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1968 te [geboorteland] . Tijdens deze controle verklaarde [verdachte] en de bestuurder dat zij naar Amsterdam waren geweest voor ongeveer vijf uur, enkel om de toerist uit te hangen. In de auto werden de volgende goederen aangetroffen: - één Google Pixel telefoon. Het is mij ambtshalve bekend dat deze telefoons regelmatig worden gebruikt binnen het criminele circuit voor onderlinge communicatie. Dit is mij bekend doordat ik tijdens mijn werkzaamheden binnen de politie deze telefoons vaker heb aangetroffen bij controles van criminelen en bij overdrachten van verboden middelen/goederen. - Meerdere lege big shoppers. Het is mij ambtshalve bekend dat bigshoppers regelmatig worden gebruikt voor het vervoeren van verdovende middelen/grote geldbedragen/verboden goederen. Dit is mij bekend doordat ik deze meerdere keren ben tegengekomen tijdens mijn werkzaamheden bij de politie en tijdens overdrachten van verboden middelen/goederen/grote geldbedragen.
Op 16 september 2025 werd de Hyundai Kona achtervolgd. De auto parkeerde op de Lumeystraat te Rotterdam. [verdachte] stapte uit en liep in de richting van de Schepenstraat. [verdachte] keek zoekend om zich heen, was bezig met zijn telefoon, maakte een foto van de omgeving en liep heen en weer over de parkeerplaats van de Dirk van den Broek, gelegen aan de Schepenstraat. Daarna maakte [verdachte] contact met [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedatum 2] 1983 te [geboorteplaats 2] Wij zagen dat [verdachte] en [medeverdachte 1] elkaar een hand gaven. Zij lieten elkaar iets zien op de telefoon of in de hand. Daarna liepen [verdachte] en [medeverdachte 1] samen in de richting van een voertuig welke geparkeerd stond op de parkeerplaats tegenover de ingang van de Dirk van den Broek. Dit betrof een Volkswagen Golf met het Nederlandse kenteken [kentekennummer 2] . [verdachte] en [medeverdachte 1] liepen in de richting van de kofferbak. [medeverdachte 1] opende vervolgens de kofferbak van het voertuig en pakte een roodkleurige bigshopper uit de kofferbak. [verdachte] nam deze bigshopper in ontvangst. Wij zagen dat [verdachte] vervolgens wegliep van het voertuig. Hierop is de verdachte staande gehouden.
In de rode bigshopper zat een plastic tas van de Albert Heijn. In de plastic tas werden meerdere bundels contant geld aangetroffen. In totaal werd er 170.000 euro in de tas aangetroffen.
  1. Proces-verbaal van de politie[4]
De telefoon iPhone 11 (goednummer [beslagnummer] ) is onder [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1968 (hierna: [verdachte] ) in beslag genomen en onderzocht. Gezien de op telefoon aangetroffen gebruikeraccounts, afbeeldingen en dat [verdachte] deze telefoon bij
zich had tijdens zijn aanhouding, is het aannemelijk dat deze telefoon in gebruik was bij [verdachte] .
Op de telefoon staat een gesprek van de eigenaar van de telefoon opgeslagen. In dit gesprek worden op 16 september 2025 enkele afbeeldingen verstuurd. Er zijn drie foto's gemaakt vlak voordat [verdachte] betrokken was bij de overdracht van een bigshopper met daarin €170.000. Op de eerste afbeelding is de snackbar " [naam snackbar] " te zien. Deze snackbar bevindt zich op het adres [adres 2] in Rotterdam. Deze snackbar bevindt zich in de directe nabijheid van de locatie waar de overdracht plaats heeft gevonden van de bigshopper. Op de tweede afbeelding is een geldbiljet te zien waarop het serienummer goed zichtbaar is. Vermoedelijk is dit een token. Op de derde afbeelding is een persoon te zien waarvan alleen de kleding zichtbaar is.
De afbeeldingen zijn gemaakt en doorgestuurd op 16 september 2025 omstreeks 20.00 uur. Deze drie foto's zijn dus gemaakt vlak voordat de verdachte betrokken was bij de overdracht van een bigshopper met daarin €170.000. Opvallend is dat er op de telefoon foto's staan opgeslagen die gemaakt zijn op andere dagen, maar die dezelfde kenmerken hebben als de drie foto's die gemaakt zijn vlak voor de geldoverdracht op 16 september 2025. Met kenmerken van deze foto's worden foto's bedoeld waarop een token zichtbaar is, foto's waarop de omgeving zichtbaar is zodat af te leiden is waar deze persoon zich bevindt en foto's waarop de kleding zichtbaar is van de gebruiker van de telefoon. Het is mij bekend dat dergelijke foto's gemaakt worden bij overdrachten van goederen of geld in het criminele milieu. Op basis van de aangetroffen foto's op de telefoon is het aannemelijk dat de gebruiker van de telefoon ook betrokken was bij overdrachten op andere dagen in augustus en september 2025.
Deze foto's staan allemaal in de DCIM map opgeslagen op de telefoon en zijn gemaakt door eenzelfde type telefoon als de telefoon met IBN-code [beslagnummer] . Dit maakt het zeer aannemelijk dat de desbetreffende foto's gemaakt zijn met deze telefoon.
  1. Proces-verbaal van de politie[5]
Bij verdachte [medeverdachte 1] was een vermoedelijke token aangetroffen waarvan een foto was gevoegd in de bijhorende fotobijlage (onder nummer [nummer proces-verbaal 1] ). Het is mij ambtshalve bekend dat een token vaak een geldbiljet is waarbij het unieke serienummer wordt gebruikt voor overdrachten binnen het criminele circuit.
Ik bekeek de foto die op de telefoon van [verdachte] was gevonden. Op de foto stond een geldbiljet met serienummer " [serienummer] ". Voor dit nummer stond de letter M met daaronder een streep en daaronder nummer 64. Deze vergeleek ik met foto 8 (van fotoblad [nummer proces-verbaal 1] ). Dit betreft een foto van een geldbiljet met " [serienummer] ". Voor dit nummer stond de letter M met daaronder een streep en daaronder nummer 64. Het geldbiljet dat op de foto in de telefoon van [verdachte] is aangetroffen, komt overeen met het aangetroffen geldbiljet bij [medeverdachte 1] .
2.3.2. Bewijsmotivering
Vormverzuim
De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van een onherstelbaar vormverzuim. Bij een eerdere controle van het bewuste Duitse voertuig, de Hyundai Kona, zat de verdachte als bijrijder in de auto met de medeverachte [medeverdachte 2] achter het stuur. De verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 2] hebben verklaard dat zij voor ongeveer vijf uur naar Amsterdam waren om de toerist uit de hangen. De verbalisanten hebben toen gezien dat er een Google Pixel telefoon en meerdere lege bigshoppers in de auto lagen. Het is de verbalisanten ambtshalve bekend dat een Google Pixel telefoon regelmatig gebruikt wordt binnen het criminele circuit en dat bigshoppers regelmatig worden gebruikt voor het vervoeren van onder andere grote geldbedragen. Gelet op de verklaringen in combinatie met de aangetroffen goederen is de rechtbank van oordeel dat de verbalisanten terecht gebruik hebben gemaakt van hun bevoegdheid om het voertuig te registreren in de ANPR. De verbalisanten hebben vervolgens uitgebreid en consistent in het proces-verbaal geverbaliseerd waarom en met welke informatie de ANPR-hit is gemaakt. De verbalisanten hebben het voertuig, dat drie dagen later weer vanuit Duitsland naar Nederland kwam gereden, dan ook rechtmatig geobserveerd.
Het verweer van de verdediging wordt verworpen.
Voorwaardelijk opzet
De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij een tas met geld voor iemand moest ophalen en dat hij deze tas naar een ander adres moest brengen. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat naast de op de telefoon van de verdachte aangetroffen foto's van 16 september 2025 nog meer setjes afbeeldingen in de telefoon van de verdachte zijn aangetroffen die zijn gemaakt in de maanden augustus en september van het jaar 2025. Deze afbeeldingen betroffen telkens setjes van een selfie met kleding, een geldbiljet met een specifiek serienummer (token) en een foto van een locatie. Deze foto's hadden als doel om voor de medeverdachte herkenbaar te zijn om zo de overdracht van het geld mogelijk te maken. Bovendien blijkt dat een afbeelding van de token die op de telefoon van de verdachte is gevonden, dezelfde token is die bij de medeverdachte [medeverdachte 1] is aangetroffen. De verklaring van de verdachte in combinatie met de aangetroffen foto's op de telefoon van de verdachte en de wijze waarop de tas met geld is overgedragen, maken dat de verdachte op zijn minst had moeten weten dat het om crimineel geld ging. Hiermee heeft hij willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij een fors geldbedrag heeft witgewassen, zodat op zijn minst sprake is van voorwaardelijk opzet.
Criminele herkomst van het geld
De hoeveelheid aan contant geld, de wijze waarop het contante geld is verpakt en de manier van overdragen duiden zonder meer op een criminele herkomst van het geld. Ook is er met behulp van tokens – die worden gebruikt voor overdrachten binnen het criminele circuit – gecommuniceerd. Dit ondersteunt dat het gaat om illegaal verkregen geld. Er is daarnaast door de verdachte geen concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring gegeven dat het geld een legale herkomst zou hebben.
'Echt' geld
De rechtbank oordeelt dat sprake is van echt geld. Bij de telling van de bankbiljetten zijn deze namelijk afgestort, wat niet mogelijk is bij vals geld. In het dossier is verder geen enkele aanwijzing dat het aangetroffen geldbedrag vals is.
2.3.3. Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat de verdachte:
op 16 september 2025, te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander geld (ongeveer 170.000 euro), heeft verworven, voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen, terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat geld - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

3 Kwalificatie en strafbaarheid

3.1. Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
medeplegen van witwassen.
3.2. Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4 Straf

4.1. Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden met aftrek van voorarrest.
4.2. Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om rekening te houden met de rol van de verdachte en met zijn persoonlijke omstandigheden.
4.3. Oordeel van de rechtbank
4.3.1. Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van witwassen van een fors geldbedrag van € 170.000. Witwassen vormt een bedreiging van de legale economie, omdat het de integriteit van het financiële en economische verkeer aantast. Het bevordert bovendien het plegen van delicten, omdat door het wegsluizen van crimineel geld of het verschaffen van een schijnbaar legale herkomst aan criminele gelden, de opsporing van de onderliggende misdrijven wordt bemoeilijkt en zonder witwassen het genereren van illegale winsten een stuk minder lucratief zou zijn.
4.3.2. Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 11 november 2025 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Overige persoonlijke omstandigheden
De verdachte heeft op de zitting aangegeven dat hij een vrouw en drie kinderen heeft. Hij is werkloos vanwege zijn gezondheid en leeft momenteel van een uitkering. De raadsman heeft voorts gewezen op de gezondheid van verdachte. Hij heeft last van reuma, een chronische ontsteking in de longen en een lage bloeddruk.
4.3.3. Oplegging straf
Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf.
Daarom wordt een gevangenisstraf van 9 maanden met aftrek van voorarrest opgelegd. De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma.

5 In beslag genomen voorwerpen

De officier van justitie en de verdediging hebben gevraagd om het in beslag genomen geldbedrag van € 150 terug te geven aan de verdachte.
De rechtbank beslist tot de teruggave van het in beslag genomen geldbedrag van € 150
aan de verdachte.

6 Voorlopige hechtenis

De verdediging heeft verzocht de schorsing van de voorlopige hechtenis niet op te heffen. De rechtbank wijst dat verzoek af, omdat de persoonlijke omstandigheden, gelet op de opgelegde gevangenisstraf, niet langer opwegen tegen het strafvorderlijk belang.

7 Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 47 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

8 Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 9 (negen) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
In beslag genomen voorwerpen - beveelt de teruggave van het geldbedrag van € 150 aan de verdachte;
Voorlopige hechtenis
heft op de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.

9 Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. H. van den Heuvel, voorzitter,
en mrs. B. Vaz en N. Stolk, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. V.J.H. Mooren, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 16 januari 2026.
De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier [dossiernaam] met nummer [nummer proces-verbaal 2] .
Pagina 258 e.v. van het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 3] .
Pagina 42 e.v. van het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 1] .
Pagina 137 e.v. van het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 4] .
Pagina 168 e.v. van het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 5] . - - - ## Voetnoten
De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier [dossiernaam] met nummer [nummer proces-verbaal 2] .
Pagina 258 e.v. van het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 3] .
Pagina 42 e.v. van het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 1] .
Pagina 137 e.v. van het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 4] .
Pagina 168 e.v. van het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 5] .