Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:415 - Rechtbank Rotterdam - 13 januari 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2026:41513 januari 2026

Uitspraak inhoud

Rechtbank Rotterdam
    Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10.197429.25
Datum uitspraak: 13 januari 2026
Datum zitting: 30 december 2025
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1947 in [geboorteplaats]
ingeschreven op het adres [adres 1] [postcode 1] [woonplaats 1] ,
gedetineerd in de penitentiaire inrichting [naam P.I.] , locatie [detentielocatie] .
Advocaat van de verdachte: mr. M. Luijten
Officier van justitie: mr. N.A. van Manen
Benadeelde partijen: [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1]
Advocaat van de benadeelde partij: mr. A.J. Korff
Kern van het vonnis
De verdachte heeft kinderpornografisch materiaal (foto's en een filmpje) met betrekking tot twee jonge meisjes in zijn bezit gehad. Deze meisjes kwamen toen zij 11, 12 en 13 jaar oud waren met regelmaat bij de verdachte over de vloer. Hij heeft een van hen gefotografeerd en gefilmd en de ander ertoe gebracht hem een seksueel getinte foto van zichzelf toe te sturen. De verdachte wordt evenwel vrijgesproken van het vervaardigen van dat materiaal en het tenlastegelegde seksueel misbruik van een van hen omdat niet bewezen kan worden dat deze handelingen plaats hebben gevonden in de tenlastegelegde periode, maar aannemelijk is geworden dat die handelingen voorafgaand aan die periode moeten hebben plaatsgevonden.
De rechtbank veroordeelt de verdachte voor deze feiten tot een gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest. Aan het voorwaardelijke deel van de straf worden bijzondere voorwaarden verbonden, waaronder een meldplicht, een contact - en locatieverbod en een gebod om contact met minderjarigen en digitale omgevingen met seksueel kindermisbruik te vermijden. Daarnaast wordt aan de verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd, bestaande uit een contact - en locatieverbod met de slachtoffers.
De verdachte wordt ook veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding aan beide slachtoffers.

1 Tenlastelegging

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
1.hij in of omstreeks de periode van 1 september 2024 tot en met 29 juni 2025 te Vlaardingen, althans in Nederland, met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer 1] , een of meer seksuele handelingen heeft verricht die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, te weten - het brengen en/of houden van zijn penis in haar mond, - het brengen en/of houden van zijn penis en/of vingers in haar vagina, - het likken van haar vagina;
2.hij in of omstreeks de periode van 1 september 2024 tot en met 1 juli 2025 te Vlaardingen, althans in Nederland, een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, waren betrokken of schijnbaar waren betrokken heeft vervaardigd, verworven en/of in bezit heeft gehad te weten foto's en/of video's waarop te zien is dat:het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van die persoon wordt/worden aangeraakt en/of die persoon het eigen geslachtsdeel, de eigen billen en/of de eigen borsten aanraakten/of die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij - die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of opgemaakt is en/of in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past en/of - die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of - door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto's/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht.

2 Bewijs

2.1. Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor beide feiten.
2.2. Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft zowel voor feit 1 als voor feit 2 partieel vrijspraak bepleit, namelijk handelingen die onderdeel uitmaken van het verwijt. Voor feit 1 heeft de verdediging tevens bepleit dat de tenlastegelegde pleegperiode moet worden beperkt tot de periode 26 oktober 2024 tot en met 3 november 2024.
2.2.1. Bewezenverklaring en bewijsmiddelen met betrekking tot feit 2
Bewezen is dat de verdachte in de tenlastegelegde periode kinderpornografisch materiaal in zijn bezit heeft gehad. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.2.4.
De bewezenverklaring van dit feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen[1] en de onderstaande bewijsmotivering.
  1. Verklaring van de verdachte[2]
Ik ken [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Zij noemden mij 'opa' of 'opa [naam] '.
Ik weet dat [voornaam slachtoffer 1] en [voornaam slachtoffer 2] in 2024 13 jaar oud waren. Ik heb drie Samsung telefoons en een laptop.
Ik heb met mijn telefoon, een Samsung, foto's van [voornaam slachtoffer 1] gemaakt toen zij naakt in mijn woonkamer was. Het waren seksueel getinte foto's. Dat waren ook de foto's die u ten tijde van de huiszoeking op 1 juli 2025 bij mij thuis op mijn andere telefoons en laptop hebt aangetroffen. Met mijn telefoon heb ik ook eerder een filmpje van [voornaam slachtoffer 1] gemaakt terwijl zij zichzelf naakt lag te vingeren op mijn bed in de slaapkamer. Het is mijn stem die je ook op dat filmpje hoort. Ik heb toen met mijn vinger haar vagina aangeraakt. Ik heb die foto's en dat filmpje onder meer op mijn telefoon bewaard.
Haar zus [slachtoffer 2] heeft mij één foto gestuurd. Ik heb die foto ook bewaard. U houdt mij voor dat het een foto is waarop [voornaam slachtoffer 2] gekleed is in een bh, waarbij zij haar bh naar beneden trekt en dat haar linker borst zichtbaar is. Die foto heeft [voornaam slachtoffer 2] inderdaad aan mij toegestuurd. Ik heb die foto onder meer bewaard op mijn Samsung A5 op het startscherm van die telefoon.
Ik heb de foto's en de video met mijn grote telefoon gemaakt. Ik heb de foto's en de video daarna op mijn laptop gezet en later op de andere telefoons om te voorkomen dat ik ze kwijt zou raken. Ik heb die foto's en video ook steeds daarop gehouden om ernaar te kunnen kijken.
  1. Proces-verbaal van de politie, verklaring verdachte[3]
[voornaam slachtoffer 1] en [voornaam slachtoffer 2] kwamen af en toe logeren in de vakanties in mijn huis in Vlaardingen.
Toen [voornaam slachtoffer 1] bij mij was heb ik diverse foto's van haar gemaakt terwijl zij naakt in verschillende standjes in mijn woonkamer stond. Ze stond in gekke standjes met haar handen in haar zij, ze zette een been op de bank en stond erbij te lachen. Het waren een stuk of vijf á zes foto's. Ik heb ze gemaakt met mijn Samsung. Ik heb ze opgeslagen op de laptop.
Ik heb ook een filmpje van [voornaam slachtoffer 1] gemaakt. Daarop zie je dat zij zichzelf aan het bevredigen was.
  1. Proces-verbaal van de politie, verklaring getuige [naam getuige][4]
Wij verhoorden [naam getuige] over haar dochters [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2011 en [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 1] 2011.
  1. Proces-verbaal van de politie[5]
Op 1 juli 2025 was ik aanwezig bij de doorzoeking van het pand aan de [adres 1] in Vlaardingen. Tijdens het zoeken trof ik een telefoon van het merk Samsung, type A5 aan. Dit toestel had geen vergrendelingscode. Ik drukte op de aan-knop. Ik zag op het vergrendelscherm een foto van een meisje gekleed in alleen een BH. Zij trekt met haar linkerhand de linker cup van haar BH naar beneden waardoor haar linkerborst ontbloot is.
Vervolgens heb ik, om te controleren of de telefoon niet voorzien is van een vergrendelcode, op de menuknop onderaan de telefoon ingedrukt en op het scherm omhoog geswiped. Ik zag op de achtergrond van de telefoon een foto van een meisje die ongekleed op de voorgrond ligt. Zij heeft haar benen wijd waardoor haar vagina te zien is. Ze heeft in beide handen met roze bont bezette handboeien vast.
Op een later moment is deze telefoon voorzien van unieke SIN-code [SIN-nummer] .
  1. Proces-verbaal van de politie[6]
Op 1 juli 2025 waren wij aanwezig bij de doorzoeking van het pand aan de [adres 1] in Vlaardingen. Tijdens de doorzoeking werd het volgende in beslag genomen:
  1. Telefoon Samsung Galaxy
  1. Telefoon Samsung Galaxy A5
  1. Telefoon Samsung Galaxy J1
  1. Laptop HP Probook
  1. Proces-verbaal van de politie[7]
Wij stelden een onderzoek in naar de veiliggestelde data van de Samsung Galaxy A5 van de verdachte. Wij zagen een foto waarop [voornaam slachtoffer 1] naakt staat met handen op haar heupen. Wij troffen 4300 afbeeldingen waarvan 1838 met seksuele teksten erop. Op vele foto's herkenden wij [voornaam slachtoffer 1] . Wij zagen een foto waarop [voornaam slachtoffer 1] met beide handen op de heupen staat en haar been op het randje van een bank staat. Op een foto van [voornaam slachtoffer 1] waarop zij volledig naakt op een bed ligt zijn seksueel getinte teksten vermeld.

[Afbeelding met hierin de naam van het slachtoffer]

Wij zagen een foto:
Wij zagen dat foto's van [voornaam slachtoffer 1] bewerkt waren met de volgende teksten:
" [voornaam slachtoffer 1] was 11 jr toen ik haar kutje al beffen en zij mij pijpte"
" [voornaam slachtoffer 1] , 11 jaar al supper geil. Pijpte mij onder de douche met het lekkerste kutje wat ik vaak gebeft heb"
"Nadat ze mij gepijpt had, moest ik haar neuken"
"ze pijpte me klaar, en slikte mijn zaad door toe kon ik niet anders dan hoor ook neuken"
"Na het beffen wilde ze ook nog geneukt worden"
"Je was zo'n lekker geil 11 jr meisje, na het beffen wilde ze zelfs neuken"
"het deed beetje pijn, maar was wel lekker"
" [voornaam slachtoffer 1] 's eerste neukbeurt. Het deed beetje pijn, maar was wel lekker."
  1. Proces-verbaal van de politie[8]
Wij richtten ons op de beschrijving van twee kinderpornografische filmpjes aangetroffen op de mobiele telefoon Samsung Galaxy A5. Wij troffen meerdere foto's en filmpjes aan, waarvan de genoemde twee kinderpornografische filmpjes kennelijk waren gemaakt met de betreffende telefoon. Meisje volledig ontkleed op een bed. Ik herkende haar als [voornaam slachtoffer 1] . Wij zagen dat [voornaam slachtoffer 1] haar benen wijd had en dat haar blote vagina te zien was. Zij raakte met beide handen haar vagina aan en trok deze open. Zij stimuleerde met haar vinger haar vagina. De camera wordt bewogen richting haar vagina. [voornaam slachtoffer 1] beweegt met haar vinger meermaals op en tussen haar schaamlippen. Wij zagen een hand in beeld verschijnen die met twee vingertoppen de vagina van [voornaam slachtoffer 1] aanraakt. De vingers trekken een beetje aan de schaamlippen. De indruk is dat dit de hand van een oudere manspersoon is.
Op het filmpje horen wij [naam] zeggen: "Kijken als 't er helemaal uitloopt". Wij zien een close-up van de vagina. Na ongeveer 2 tot 3 seconden zien we dat de camera wegdraait en het beeld zwart wordt. Te horen is dat [naam] zegt: "Kijk eens het komt daar eens tussenuit lopen, kom op dat drink ik effe op, dat wil ik hebben". Hierna horen wij dat [naam] zegt. "Ohhh". Hierna horen wij slik/slobber geluiden voorzien van "mmm". Wij zien dat het beeld nog steeds zwart is en horen [naam] zeggen: "Ohhhh lekker zeg. mmm". Wij horen [naam] zeggen: "Heeeeh! Dat heb ik lekker allemaal op".
  1. Proces-verbaal van de politie[9]
Ik stelde een onderzoek in naar de data van de Samsung Galaxy J1 mini prime. Tijdens het onderzoek heb ik die thumbnails aangetroffen die naaktmateriaal bevatten.
  1. Ik zie een ontbloot meisje vanaf haar nek tot en met haar tenen. Zij staat in een kamer op een houtkleurige vloer. Ik zie dat er naast haar iets donkers op de grond ligt. Ze staat geposeerd met haar handen in haar zij. 2. Ik zie een bloot lichaam van een jong meisje vanaf kin tot dijen, waarbij de vagina van onderaf gefotografeerd/gefilmd is. 3. Ik zie een geheel naakt meisje. Zij heeft haar benen open gespreid en haar knieën opgetrokken. Zij houdt haar benen met beide handen vast, waardoor haar blote vagina zichtbaar is. De thumbnail heb ik laten zien aan de collega die een intake heeft gehad met [voornaam slachtoffer 1] . Zij herkende het meisje op de foto als [slachtoffer 1] .
  1. Proces-verbaal van de politie[10]
Ik deed onderzoek naar de data van de Samsung Galaxy A34 van de verdachte. Ik zag dat het beeldmateriaal was die al in de andere gegevensdragers zijn gevonden. Het waren screenshots van het kinderpornofilmpje van [voornaam slachtoffer 1] . Ook trof ik het kinderpornofilmpje van [voornaam slachtoffer 1] in de telefoon aan.
  1. Proces-verbaal van de politie[11]
Ik deed onderzoek naar de inbeslaggenomen laptop van de verdachte (HP Pro Book). Te zien is dat de eerder aangetroffen en beschreven foto's van slachtoffers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] ook veelvuldig aanwezig zijn op de betreffende laptop. Dit betreffen veel kinderpornografische foto's / screenshots van het eerder aangetroffen kinderpornofilmpje van [voornaam slachtoffer 1] . Ook is de foto van [slachtoffer 2] waarop zij haar borst laat zien veelvuldig te zien in de laptop. Het exacte aantal van deze afbeeldingen is lastig te bepalen maar vermoedelijk gaat dit om enkele honderden.
data van de Samsung Galaxy A34 van de verdachte.
        Ik zag dat het beeldmateriaal was die al in de andere gegevensdragers zijn gevonden. Het waren screenshots van het kinderpornofilmpje van [voornaam slachtoffer 1] . Ook trof ik het kinderpornofilmpje van [voornaam slachtoffer 1] in de telefoon aan.
2.2.2. Partiële vrijspraak feit 2
Op de foto's en video is niet te zien dat [voornaam slachtoffer 1] of [voornaam slachtoffer 2] :
2.2.3. Vrijspraak met betrekking tot feit 1
Standpunt verdediging
Het tenlastegelegde onder 1 kan niet wettig en overtuigend worden bewezen voor zover het gaat om andere handelingen dan het seksueel binnendringen met de vingers. Daartoe heeft de verdediging aangevoerd dat er geen steunbewijs bestaat voor het met de penis of mond seksueel binnendringen van de vagina en dat deze handelingen ook niet hebben kunnen plaatsvinden omdat de verdachte impotent is. Ook is aangevoerd dat de verklaring van [voornaam slachtoffer 1] verminderde bewijskracht toekomt omdat zij opvallend vaak belangrijke dingen niet lijkt te weten. Ten slotte moet de pleegperiode worden beperkt omdat niet kan worden bewezen dat de handelingen hebben plaatsgevonden buiten de herfstvakantie van 2024.
Beoordeling
[voornaam slachtoffer 1] heeft aan een vriendin, haar ouders en de politie verteld dat zij in een herfstvakantie in het huis van de verdachte door hem seksueel is misbruikt. Zij omschrijft onder meer dat zij zichzelf op aandringen van de verdachte moest vingeren, hij dit heeft gefilmd en dat de verdachte toen met zijn vingers in haar vagina is gegaan. Deze gedragingen zijn ook terug te zien op het bij de verdachte in zijn telefoon en laptop aangetroffen mp4-bestand (Sha vinger.mp4). De verdachte heeft verklaard dit filmpje van [voornaam slachtoffer 1] inderdaad toen in zijn slaapkamer te hebben gemaakt en dat zij zich toen naakt op zijn bed aan het vingeren was. Hij ontkent haar daartoe gedwongen te hebben en ontkent eveneens toen met zijn penis of vingers in haar vagina te zijn binnengedrongen; hij zegt haar toen uitsluitend met een knokkel van een van zijn vingers bij haar vagina te hebben aangeraakt.
[voornaam slachtoffer 1] heeft verder verklaard dat zij op diezelfde dag door de verdachte ook nog gedwongen is geweest de verdachte in de badkamer te pijpen, omdat hij anders dat filmpje aan anderen zou laten zien. De verdachte heeft volgens [voornaam slachtoffer 1] ook geprobeerd zijn penis in haar vagina te stoppen, maar dat was niet gelukt.
De verdachte ontkent [voornaam slachtoffer 1] tot het verrichten van enig seksueel handelen te hebben gedwongen en ontkent iedere vorm van binnendringen van haar mond of vagina.
De rechtbank zal eerst toetsen of de verklaring van de [voornaam slachtoffer 1] betrouwbaar kan worden geacht. Als de rechtbank tot dat oordeel komt, dan zal zij vervolgens beoordelen of de verklaring van [voornaam slachtoffer 1] in voldoende mate wordt gesteund door ander bewijs.
Betrouwbaarheid verklaring van [voornaam slachtoffer 1]
De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de verklaring van [voornaam slachtoffer 1] . Haar verklaringen over de handelingen door de verdachte zijn gedetailleerd en concreet. [voornaam slachtoffer 1] verklaart welke handelingen zij moest ondergaan of moest verrichten, in welke volgorde dat gebeurde, wat er tussen de handelingen plaatsvond, welke instructies de verdachte aan haar gaf en in welke kamers van de woning van de verdachte de handelingen plaatsvonden.
De verklaringen die [voornaam slachtoffer 1] eerst in een informatief gesprek en later in twee verschillende verhoren heeft afgelegd, zijn op essentiële inhoudelijke onderdelen ook consistent. Zij wijkt bijvoorbeeld niet af van de volgorde waarin de handelingen zijn gepleegd. Wanneer [voornaam slachtoffer 1] na de aanhouding van de verdachte wordt geconfronteerd met diens verklaring over het verloop van de handelingen, dan reageert zij steeds stellig en zonder twijfel dat de verklaring van de verdachte niet klopt. Ze reageert dan duidelijk dat bepaalde dingen niet of anders zijn gebeurd, dat niet zij maar juist de verdachte dingen wilde en dat juist hij daar om vroeg en het initiatief nam. De rechtbank acht deze reacties overtuigend.
Dat [voornaam slachtoffer 1] zich niet alle details meer precies kan herinneren – bijvoorbeeld de kleur van het douchegordijn, zoals door de verdediging aangevoerd – vindt de rechtbank niet onbegrijpelijk. Bovendien zegt [voornaam slachtoffer 1] het ook als zij iets niet (meer) zeker weet, wat de indruk versterkt dat zij haar verklaring niet heeft verzonnen of heeft aangedikt.
Dit alles maakt de verklaring van [voornaam slachtoffer 1] voor zover het de seksuele handelingen betreft authentiek en geloofwaardig en daarmee dus op dat punt betrouwbaar.
Steunbewijs
Vervolgens moet de rechtbank beoordelen of de betrouwbaar geachte verklaringen van [voornaam slachtoffer 1] in voldoende mate steun vinden in andere bewijsmiddelen (steunbewijs). De rechtbank oordeelt dat daarvan voor wat betreft de aard van het misbruik sprake is.
Om te beginnen wordt de verklaring van [voornaam slachtoffer 1] over wat er op de bewuste dag is gebeurd, op verschillende essentiële punten ondersteund door de verklaring van de verdachte zelf. De verdachte heeft immers ook verklaard dat hij naaktfoto's van [voornaam slachtoffer 1] heeft gemaakt, dat hij [voornaam slachtoffer 1] in de slaapkamer heeft gefilmd terwijl zij zichzelf vingerde en dat hij later haar vagina heeft aangeraakt. Daar waar de verdachte verklaart dat hij de vagina van [voornaam slachtoffer 1] alleen met de knokkel van zijn wijsvinger heeft aangeraakt gelooft de rechtbank dat niet. Het aanraken van de vagina is te zien op het filmpje dat op de telefoon van de verdachte is aangetroffen. Uit de beschrijving door de politie van dat filmpje blijkt al dat de verdachte [voornaam slachtoffer 1] 's vagina heeft aangeraakt met twee vingertoppen en dus niet alleen met de knokkel van zijn wijsvinger.
Op dat filmpje wordt ook bewijs aangetroffen voor het likken van de vagina van [voornaam slachtoffer 1] . Volgens het proces-verbaal van de politie, waarin het filmpje wordt beschreven, is te horen dat de verdachte een aantal keer zegt dat het 'geil' eruit loopt en dat hij dat op wil drinken. Als het beeld vervolgens zwart wordt omdat de telefoon wordt weggelegd, zijn slik - en slobbergeluiden te horen. De verdachte zegt vervolgens dat hij het allemaal lekker 'op' heeft. De rechtbank kan daaruit niet anders dan concluderen dat de verdachte, zoals [voornaam slachtoffer 1] heeft verklaard, op dat moment de vagina van [voornaam slachtoffer 1] likt. Dat [voornaam slachtoffer 1] hem zou hebben gevraagd om haar vagina te likken of aan te raken acht de rechtbank volstrekt ongeloofwaardig. Op geen enkel moment is ook op dit filmpje te horen dat [voornaam slachtoffer 1] deze vraag stelt, terwijl daaruit blijkt dat juist de verdachte alle initiatief neemt.
Dat sprake is geweest van het pijpen en vingeren, waarover door [voornaam slachtoffer 1] wordt gesproken wordt steunbewijs gevonden in de afbeeldingen met teksten die op de telefoon van de verdachte zijn aangetroffen. Op de telefoon wordt één afbeelding met alleen tekst aangetroffen waarop verschillende specifieke handelingen met [voornaam slachtoffer 1] staan beschreven. Deze beschreven handelingen passen naadloos bij de verklaring van [voornaam slachtoffer 1] , namelijk dat zij in de badkamer de penis van de verdachte in haar mond moest nemen en dat de verdachte de vagina van [voornaam slachtoffer 1] heeft gelikt. Op de telefoon zijn daarnaast ook verschillende naaktfoto's van [voornaam slachtoffer 1] aangetroffen die de verdachte veelvuldig heeft gedupliceerd en van verschillende seksueel getinte teksten heeft voorzien. De handelingen die met deze teksten worden beschreven betreffen wederom steeds de handelingen waarover [voornaam slachtoffer 1] heeft verklaard: het likken van de vagina, het met de penis binnendringen van de mond en het met de vinger binnendringen van de vagina. Ook komt verschillende keren terug dat het binnendringen van de vagina pijn deed, zoals [voornaam slachtoffer 1] heeft verklaard. De verklaring van de verdachte, dat hij de afbeeldingen met fictieve teksten louter heeft gemaakt als notitie om daar later een seksverhaal voor een website mee te schrijven, acht de rechtbank – alleen al gezien de hoeveelheid afbeeldingen met teksten van steeds dezelfde strekking – niet geloofwaardig. De verdachte is bovendien pas op de zitting met deze verklaring gekomen.
Het verweer dat seksueel binnendringen met de penis in de mond niet mogelijk kan zijn geweest omdat de verdachte impotent zou zijn, wordt door de rechtbank verworpen. Dit verweer is op geen enkele wijze onderbouwd. Vooropgesteld wordt dat het alleen de verdachte is die heeft gesteld dat hij al jaren impotent is, een medische verklaring ter zake is echter niet overgelegd. Daar komt bij dat de door [voornaam slachtoffer 1] genoemde seksuele handelingen ook hebben kunnen plaatsvinden zonder dat sprake was van een erectie en dit die handelingen dus niet uitsluit.
Ten laste gelegde periode
Slechts één factor in de verklaring van [voornaam slachtoffer 1] acht de rechtbank niet betrouwbaar: te weten de periode waarin die tenlastegelegde seksuele handelingen hebben plaatsgevonden. En dit leidt de rechtbank tot vrijspraak.
[voornaam slachtoffer 1] verklaart in het eerste informatieve gesprek op 29 juni 2025 dat de handelingen een jaar daarvoor (2024) of mogelijk in 2023 hebben plaatsgevonden.
Dit sluit de herfstvakantie in oktober 2024, waarvan de officier van justitie uitgaat, uit.
Dat het ook niet waarschijnlijk is geweest dat het misbruik heeft plaatsgevonden na 1 september 2024 (de datum waarop de ten laste gelegde periode begint), volgt ook uit het feit dat [voornaam slachtoffer 1] aan haar ouders heeft verteld dat zij nog op de basisschool zat toen het misbruik plaatsvond (in groep 8). In de tenlastegelegde periode zat [voornaam slachtoffer 1] al op het voortgezet onderwijs.
Tot slot blijkt uit de metadata van het mp4-bestand, een bestand dat een belangrijk onderdeel vormt voor het steunbewijs van de tenlastegelegde handelingen, dat dit filmpje al op of voorafgaand aan 3 mei 2022 moet zijn gemaakt. Dit wijst op een pleegperiode die nog eens een jaar eerder valt, een periode die overigens ook naadloos correspondeert met de omschrijvingen die de verdachte zelf op de betreffende foto's etc. heeft toegevoegd, nu hij daarin ook steeds verwijst naar een meisje van 11 jaar oud en naar de data van 2 en 3 mei 2022.
Dit alles brengt mee dat niet bewezen kan worden dat het seksueel misbruik van [voornaam slachtoffer 1] heeft plaatsgevonden in de tenlastegelegde periode en de verdachte om die reden van dat feit moet worden vrijgesproken.
2.2.4. Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
2.hij in de periode van 1 september 2024 tot en met 1 juli 2025 te Vlaardingen, visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, waren betrokken of schijnbaar waren betrokken in bezit heeft gehad te weten foto's en video's waarop te zien is dat:het geslachtsdeel, van die persoon wordt aangeraakt en die persoon het eigen geslachtsdeel, aanraakt en die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij - die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of met een voorwerp en ineen erotisch getinte houding op een wijze die niet bij haar leeftijd pasten - door het camerastandpunt en de onnatuurlijke pose en/of de wijze van kleden van die persoon nadrukkelijk het geslachtsdeel en de borsten van die persoon in beeld worden gebracht.

3 Kwalificatie en strafbaarheid

3.1. Kwalificatie
Het bewezen feit levert de volgende strafbare feiten op:
Feit 2:
een visuele weergave van seksuele aard of met een onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt is betrokken of schijnbaar is betrokken in bezit hebben, meermalen gepleegd.
3.2. Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4 Straf en maatregel

4.1. Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 54 maanden met aftrek, waarvan 6 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren, met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. Daarnaast dient een vrijheidsbeperkende maatregel te worden opgelegd voor de duur van twee jaren als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, met een periode van twee weken hechtenis per overtreding van deze maatregel.
4.2. Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft bepleit dat de frequentie en de periode waarin het misbruik van [voornaam slachtoffer 1] heeft plaatsgevonden relatief beperkt is geweest. Er is verder geen sprake geweest van een grote mate van dwang of dreiging. Het aantal unieke afbeeldingen van [voornaam slachtoffer 1] en [voornaam slachtoffer 2] is relatief beperkt en het beeldmateriaal is relatief mild. Verder is bepleit dat de feiten in verminderde mate aan de verdachte moeten worden toegerekend. De verdachte is op leeftijd, kampt met verschillende gezondheidsproblemen en detentie is relatief zwaar voor hem. Als de verdachte langer gedetineerd wordt, dan raakt hij zijn woning kwijt met alle gevolgen van dien. Bovendien lopen zijn schulden verder op omdat zijn uitkering is stopgezet. Ten aanzien van de straf heeft de verdediging verzocht om te volstaan met een gevangenisstraf ter hoogte van de voorlopige hechtenis.
4.3. Oordeel van de rechtbank
4.3.1. Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft in de tenlastegelegde periode de van het misbruik van [voornaam slachtoffer 1] gemaakte foto's en een video, waarop zij naakt te zien is en seksuele handelingen verricht, in zijn bezit gehad. Ook van het zusje van [voornaam slachtoffer 1] , [voornaam slachtoffer 2] , heeft de verdachte een kinderpornografische afbeelding in bezit gehad. Hoewel het aantal unieke afbeeldingen relatief beperkt is geweest, heeft de verdachte daar zelf enorme aantallen variaties op gemaakt door op die afbeeldingen van zowel [voornaam slachtoffer 1] als [voornaam slachtoffer 2] teksten aan te brengen die seksueel misbruik van zulke jonge kinderen aanduiden.
Het handelen van de verdachte kan worden aangemerkt als een grote aantasting van het vertrouwen dat zij in de verdachte als hun 'opa' in hem hadden. De wetenschap dat hij over dergelijke afbeeldingen van hen kon beschikken en die te pas en te onpas zou kunnen misbruiken is voor [voornaam slachtoffer 1] , en waarschijnlijk ook [voornaam slachtoffer 2] , verschrikkelijk geweest.
In haar verklaring geeft [voornaam slachtoffer 1] aan dat zij is beschadigd, niet meer durft te slapen omdat zij nachtmerries heeft, niet meer eet en bang is om over straat te gaan. In de indringende verklaring van de vader van [voornaam slachtoffer 1] geeft hij aan dat [voornaam slachtoffer 1] van een vrolijk meisje is veranderd naar een meisje dat veel huilt, zich onveilig voelt en zichzelf bekrast. Ook bij [voornaam slachtoffer 2] zijn de gevolgen merkbaar, maar het is vanwege haar verstandelijke beperking moeilijk om haar te doorgronden. Men zoekt nog naar een manier om haar te helpen.
De verdachte heeft bij dit alles kennelijk nimmer bij de gevolgen voor zijn slachtoffers stilgestaan en enkel zijn eigen bevrediging vooropgesteld. De rechtbank neemt het de verdachte kwalijk dat hij het vertrouwen dat jonge kinderen in hem hadden en hadden moeten kunnen hebben – zeker voor iemand die zich als een opa opwerpt – op de beschreven wijze heeft geschaad.
4.3.2. Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad van de verdachte van 27 november 2025 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. Het strafblad is dus geen reden voor strafverzwarende omstandigheden.
Rapporten van deskundige en de reclassering
In het rapport van [persoon A] (GZ-psycholoog) van 2 oktober 2025 staat over de verdachte het volgende.
Bij de verdachte is sprake van een 'andere gespecificeerde disruptieve, impulsbeheersings - of andere gedragsstoornis'. Op basis van de beschikbare informatie is een pedofiele stoornis niet vast te stellen. Er zijn aanwijzingen dat bij de verdachte sprake is van ontremming en naïviteit als het om seksualiteit gaat. Dit vormt geen volledige verklaring van de ten laste gelegde feiten. De verdachte had kunnen c.q. moeten weten dat hij met het (ten minste) betasten en het (in seksueel expliciete context) fotograferen/filmen een duidelijke grens overschreed. In enige mate kan wel een doorwerking vanuit de 'andere gespecificeerde disruptieve, impulsbeheersings - of andere gedragsstoornis' worden uitgegaan, maar slechts in beperkte mate is dit van invloed op de mate van toerekenen geweest. Geadviseerd wordt om de ten laste gelegde feiten in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen.
Op korte termijn is sprake van een laag recidiverisico omdat de verdachte weinig toegang tot minderjarigen heeft, nu contact met de slachtoffers is verbroken. Aanwijzingen dat de verdachte via internet contact heeft met minderjarigen zijn er niet. Verder is hij niet eerder van een zedendelict beschuldigd/verdacht geweest.
Op de meer lange termijn kan het beperkte inzicht en probleembesef van verdachte wel een rol spelen. De verdachte heeft nauwelijks inzicht in het verwijtbare van zijn handelen en welke gedragingen grensoverschrijdend (kunnen) zijn. Hij bagatelliseert zijn handelen en neemt daarvoor nauwelijks verantwoordelijkheid. Hij zou baat hebben bij externe sturing, echter zijn netwerk is zeer beperkt en is dus nauwelijks een beschermende factor. De verdachte heeft onvoldoende zicht op c.q. besef van wat in seksueel opzicht wel en niet toelaatbaar is. Hij dient meer verantwoordelijkheid voor zijn handelen te ervaren om ook op de meer lange termijn niet in seksueel grensoverschrijdend gedrag terug te vallen. Gezien het lage recidiverisico wordt behandeling (bij een forensische polikliniek) niet geadviseerd. De verdachte zal baat hebben bij begeleiding en toezicht vanuit reclassering. Ook het vergroten van zijn sociale netwerk en het vinden van geschikte vrijetijdsbesteding vormen daarbij aandachtspunten.
In het rapport van Reclassering Nederland van 17 december 2025 staat over de verdachte het volgende.
Mogelijk zijn er delictgerelateerde risicofactoren aanwezig op het gebied van seksualiteit, sociaal netwerk, psychosociaal functioneren en houding. De verdachte lijkt niet in te zien dat zijn gedragingen grensoverschrijdend zijn geweest en dat hij beter had moeten weten als volwassen man. De schuld en de verantwoordelijkheid legt hij vooral buiten zichzelf. Het is zorgelijk dat hij onvoldoende probleembesef en zelfinzicht heeft. Het recidiverisico wordt als beneden gemiddeld ingeschat.
De reclassering adviseert een deels voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden: - meldplicht bij reclassering; - contactverbod met [slachtoffer 2] . en [slachtoffer 1] ; - locatieverbod zonder elektronische controle; - vermijden contact met minderjarigen; - vermijden digitale omgevingen seksueel kindermisbruik.
Toezicht op dit laatste beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten en externe harde schijven. De verdachte werkt mee aan deze controles bij onaangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten, waaronder verstrekken van wachtwoorden, codes, vingerafdrukken die nodig zijn voor toegang. controles daarop worden uitgevoerd door de reclassering, eventueel met ondersteuning op technisch en digitaal gebied van een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar. Daarbij ligt de frequentie op max 6 keer bij een proeftijd van 2 jaar. De reclassering acht de verdachte detentiegeschikt, maar verwacht dat een gevangenisstraf voor langere duur negatieve consequenties zal hebben met betrekking tot zijn woning en oplopende schulden.
Conclusie van de rechtbank
De conclusie van de psycholoog dat de verdachte leidt aan een 'andere gespecificeerde disruptieve, impulsbeheersings - of andere gedragsstoornis', neemt de rechtbank over. De rechtbank volgt ook de conclusie van de psycholoog dat de feiten de verdachte door zijn stoornis in verminderde mate moeten worden toegerekend.
4.3.3. Oplegging straf en maatregel
Gevangenisstraf
Gelet op de strafbare feiten en de bezwarende context waarbinnen deze zijn begaan geldt voor de rechtbank het opleggen van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf als uitgangspunt. Bij het bepalen van de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd.
De rechtbank houdt anderzijds bij het opleggen van de hoogte van de straf ook rekening mee dat de feiten aan de verdachte slechts in verminderde mate kunnen worden toegerekend.
In de leeftijd van de verdachte en de omstandigheid dat de verdachte door zijn detentie geen inkomsten meer heeft om zijn woonlasten te voldoen, ziet de rechtbank geen straf verminderende omstandigheden. De bewezenverklaarde feiten zijn immers nog recent gepleegd.
Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden passend, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
Van deze gevangenisstraf worden 2 maanden voorwaardelijk opgelegd met een proeftijd van 2 jaren. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.
De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen.
De bijzondere voorwaarden zijn:
a. digitale omgevingen vermijdt waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal;
b. digitale omgevingen vermijdt waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;
c. geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogramma's (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);
d. inzicht geeft in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder a en b zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.
Het toezicht op de naleving van de onderdelen a. tot en met c. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die de verdachte in gebruik heeft. De verdachte werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die de verdachte in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past de verdachte de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet. De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen. De controles mogen gedurende de proeftijd maximaal (circa) zes keer worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van de verdachte zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van de verdachte.
Vrijheidsbeperkende maatregel (38v Wetboek van Strafrecht)
Om strafbare feiten te voorkomen, wordt een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd voor de duur van vijf jaren. Deze maatregel houdt in:
  1. een gebiedsverbod voor:
  1. een contactverbod met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , beiden geboren op [geboortedatum 2] 2011.
Voor iedere keer dat de verdachte niet aan de maatregel voldoet, kan vervangende hechtenis worden toegepast van twee weken, met een totale duur van maximaal zes maanden.
De hechtenis heft de verplichtingen op grond van de maatregel niet op.
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

5 In beslag genomen voorwerpen

5.1.1. Onttrekking aan het verkeer
De rechtbank beslist dat de in beslag genomen Samsung A5, Samsung A34 en Samsung Galaxy J1 mini prime en de in beslag genomen laptop HP Pro Book worden onttrokken aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met het algemeen belang.
De strafbare feiten zijn met behulp van voornoemde voorwerpen gepleegd.
5.1.2. Teruggave
De rechtbank beslist tot de teruggave van de overige in beslag genomen voorwerpen, waar geen kinderporno op staat, aan de verdachte.

6 Vordering van de benadeelde partijen

6.1. Vorderingen
In dit strafproces heeft mr. A.J. Korff namens de wettelijke vertegenwoordigers van de benadeelde partijen vorderingen ingesteld. Voor [slachtoffer 1] ( [voornaam slachtoffer 1] ) is voor feit 1 en 2 een vergoeding voor immateriële schade gevorderd van € 10.000,-. Voor [slachtoffer 2] ( [voornaam slachtoffer 2] ) is voor feit 2 een vergoeding voor immateriële schade van € 2.500, - gevorderd.
In beide gevallen te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor zowel [slachtoffer 1] als [slachtoffer 2] is tevens een contact - en locatiegebod gevorderd bij wijze van schadevergoeding in natura. Ter zitting is toegelicht dat van deze laatste vordering afstand wordt gedaan indien de maatregelen op grond van 38v Sr zal worden toegepast.
6.2. Standpunt van de officier van justitie
De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot een bedrag van
€ 10.000, - voor [slachtoffer 1] en tot € 2.500, - voor [slachtoffer 2] , beide bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
6.3. Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om de vergoeding tot immateriële schade te matigen.
6.4. Oordeel van de rechtbank
6.4.1. Immateriële schade
De benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben als gevolg van de strafbare feiten rechtstreeks immateriële schade geleden. Het is zonder meer voorstelbaar dat zij als gevolg van het handelen van de verdachte in hun persoon zijn aangetast en daarvan emotionele gevolgen ondervinden. Nu de rechtbank slechts de onder 2 tenlastegelegde feiten bewezen acht, zal zij de hoogte van toe te kennen schadevergoeding daarop baseren.
De schade wordt met betrekking tot [slachtoffer 1] naar billijkheid begroot op € 5.000, - en met betrekking tot [slachtoffer 2] op € 2.500,-. De vorderingen worden tot die bedragen toegewezen. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt, de verwachting over het herstel en de leeftijd van de benadeelde partijen. De rechtbank heeft ook acht geslagen op de gevolgen die [slachtoffer 1] als gevolg van de feiten ondervindt en dat zij voor haar trauma's moet worden behandeld.
Verder is bij de begroting rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend en heeft de rechtbank gekeken naar de Rotterdamse Schaal.
Dit betekent dat de verdachte bedragen van € 5.000, - en € 2.500, - als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partijen moet betalen.
Omdat de rechtbank de 38v-maatregel toepast, worden het gevorderde contact - en locatieverbod bij gebrek aan belang afgewezen.
6.4.2. Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partijen hebben gevorderd de schadevergoedingen te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe. Voor de vorderingen wordt de wettelijke rente vanaf 1 september 2024 toegewezen.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partijen hebben gemaakt en die zij bij de tenuitvoerlegging nog zullen maken, omdat de vorderingen van de benadeelde partijen (grotendeels) worden toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partijen.
Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 50 dagen (met betrekking tot het bedrag van € 5.000,-) en 25 dagen (met betrekking tot het bedrag van € 2.500,-). De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

7 Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 36f, 38v, 38w, 57 en 252 van het Wetboek van Strafrecht.

8 Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van negen (9) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat twee (2) maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat: - de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
a. digitale omgevingen vermijdt waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal;
b. digitale omgevingen vermijdt waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;
c. geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogramma's (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);
d. inzicht geeft in de wijze waarop hij6 de omgevingen genoemd onder a en b zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.
Het toezicht op de naleving van de onderdelen a. tot en met c. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die de verdachte in gebruik heeft. De verdachte werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die de verdachte in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past de verdachte de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet. De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen. De controles mogen gedurende de proeftijd maximaal (circa) zes keer worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van de verdachte zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van de verdachte;
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:
Vrijheidsbeperkende maatregel (art. 38v Sr)
legt de verdachte voor de feiten op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 5 jaar, inhoudende dat de verdachte:
  1. zich niet bevindt in de [adres 3] , [postcode 3] [plaats 4] , [adres 4] , [postcode 4] [plaats 2] en [adres 5] , [postcode 5] [plaats 3] ;
  1. op geen enkele wijze direct of indirect contact zoekt of heeft met [slachtoffer 1] , geboren [geboortedatum 2] 2011;
3 op geen enkele wijze direct of indirect contact zoekt of heeft met [slachtoffer 2] , geboren [geboortedatum 2] 2011;
bepaalt dat voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan vervangende hechtenis wordt toegepast voor de duur van twee weken, met een totale duur van ten hoogste zes maanden;
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van de dag waarop de totale duur van de inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis gelijk is aan die van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf;
In beslag genomen voorwerpen - verklaart voor de feiten onttrokken aan het verkeer de telefoontoestellen Samsung A5, Samsung A34 en Samsung Galaxy J1 mini prime en de laptop HP Pro Book; - beveelt de teruggave van de overige in beslag genomen voorwerpen aan de verdachte;
Vorderingen benadeelde partijen
[slachtoffer 1]
veroordeelt de verdachte aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] (ten aanzien van feit 2), te betalen een bedrag van € 5.000,-, (zegge: vijfduizend euro) als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 1 september 2024 tot de dag van volledige betaling;
legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij aan de staat € 5.000,- te betalen (zegge: vijfduizend euro), en de wettelijke rente vanaf 1 september 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal 50 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0 en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
[slachtoffer 2]
veroordeelt de verdachte aan de benadeelde partij (feit 2), te betalen een bedrag van
€ 2.500, - (zegge: tweeduizend vijfhonderd) euro als vergoeding van immateriële schade en de wettelijke rente hierover vanaf 1 september 2024 tot de dag van de algehele betaling;
legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij aan de staat € 2.500,- te betalen (zegge: tweeduizend vijfhonderd) euro, en de wettelijke rente vanaf 1 september 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 25 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0 en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partijen of aan de staat heeft vergoed.

9 Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. G.C. van de Bos, voorzitter,
en mrs. C.G. van de Grampel en N.R. Rietveld, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.P. Eekhout, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 13 januari 2026.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier Podkoren met onderzoeksnummer [nummer] .
Verklaard tijdens de zitting van 30 december 2025.
[nummer proces-verbaal 1] .V. p. 80 e.v.
[nummer proces-verbaal 2] .G, p. 43 e.v.
[nummer proces-verbaal 3] .AMB, p. 25 e.v.
[nummer proces-verbaal 4] .DZK, p. 38 e.v.
[nummer proces-verbaal 5] .OIG, p. 128 e.v.
[nummer proces-verbaal 6] .OIG, p. 88 e.v.
[nummer proces-verbaal 7] .AMB, p. 138 e.v.
[nummer proces-verbaal 8] .AMB, p. 140 e.v.
[nummer proces-verbaal 9] , p. 142 e.v. - - - ## Voetnoten
De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier Podkoren met onderzoeksnummer [nummer] .
Verklaard tijdens de zitting van 30 december 2025.
[nummer proces-verbaal 1] .V. p. 80 e.v.
[nummer proces-verbaal 2] .G, p. 43 e.v.
[nummer proces-verbaal 3] .AMB, p. 25 e.v.
[nummer proces-verbaal 4] .DZK, p. 38 e.v.
[nummer proces-verbaal 5] .OIG, p. 128 e.v.
[nummer proces-verbaal 6] .OIG, p. 88 e.v.
[nummer proces-verbaal 7] .AMB, p. 138 e.v.
[nummer proces-verbaal 8] .AMB, p. 140 e.v.
[nummer proces-verbaal 9] , p. 142 e.v.