Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:389 - Rechtbank Rotterdam - 20 januari 2026
Uitspraak
ECLI:NL:RBROT:2026:389•20 januari 2026
Uitspraak inhoud
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/983
(gemachtigde: mr. E.G.S. Roethof),
en
(gemachtigde: mr. S. van Wielink).
- Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser tot afgifte van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) voor de functie van taxichauffeur. De staatssecretaris heeft de aanvraag van de VOG afgewezen. Eiser is het niet eens met deze afwijzing. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
Procesverloop
- De staatssecretaris heeft de aanvraag met het besluit van 2 augustus 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 13 december 2024 op het bezwaar van eiser is de staatssecretaris bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De staatssecretaris heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
Eiser heeft nadere stukken ingediend op 24 oktober 2025 en op 27 oktober 2025.
2.2. De rechtbank heeft het beroep op 29 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, mr. S.R. Heerenveen, kantoorgenoot van de gemachtigde van eiser, en de gemachtigde van de staatssecretaris.
2.3. Ter zitting is besproken dat het beeldmateriaal dat gevoegd was bij eisers bericht van 27 oktober 2025 niet kon worden geopend door de rechtbank en door de staatssecretaris. Op zitting heeft de rechtbank besloten dat dit beeldmateriaal niet wordt toegevoegd aan het dossier.
Beoordeling door de rechtbank
Totstandkoming van het bestreden besluit
- De staatssecretaris heeft aan de afwijzing ten grondslag gelegd dat eiser een aantal registraties van misdrijven en overtredingen in het Justitieel Documentatiesysteem (JDS) heeft.
3.1. Eiser heeft op 13 september 2024 bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag. Met het bestreden besluit heeft de staatssecretaris het bezwaar ongegrond verklaard en is hij bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
3.2. Aan de afwijzing heeft de staatssecretaris het volgende ten grondslag gelegd. Uit het onderzoek van de staatssecretaris is gebleken dat eiser van 16 januari 2024 tot en met 8 september 2024 in de gevangenis zat of onder toezicht stond en dat om die reden de terugkijktermijn is verlengd met zes maanden en dertien dagen. De staatssecretaris heeft de volgende in het JDS geregistreerde justitiële gegevens bij eisers aanvraag betrokken: - " U bent op 25 april 2024 veroordeeld wegens het medeplegen van het voorbereiden van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet (artikel 10a lid 1 ahf/sub 1 Opiumwet juncto artikel 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht) tot een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met bijzondere voorwaarde. Deze proeftijd is nog van kracht tot 30 juni 2027. Deze uitspraak is 14 mei 2024 onherroepelijk geworden." - " Bij strafbeschikking van 8 maart 2024 is u een geldboete van € 500, - opgelegd wegens het overschrijden van de maximumsnelheid (artikel 20 ahf/ond a Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990)." - " In de periode van 1 juli 2022 tot en met 13 januari 2024 te Rotterdam bent u volgens registratie in het JDS met politie/justitie in aanraking gekomen wegens feit 1 witwassen (artikel 420bis lid 1 ahf/ond a en b Wetboek van Strafrecht). Deze zaak staat nog open." - " Op 13 december 2021 bent u in eerste aanleg veroordeeld. Op 3 november 2022 bent u in hoger beroep veroordeeld wegens als bestuurder onverzekerd rijden (artikel 30 lid 4 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen) tot een geldboete van € 600, - subsidiair 12 dagen hechtenis. Deze uitspraak is op 18 november 2022 onherroepelijk geworden." - " U bent op 11 september 2020 in België veroordeeld wegens "immatriculation des véhicules: véhicule non immatriculé en Conducteur non assure" tot een geldboete van € 800, - subsidiair 30 dagen gevangenisstraf en 45 dagen schorsing van het rijbewijs. Deze uitspraak is op 29 oktober 2020 onherroepelijk geworden."
3.3. Omdat binnen de terugkijktermijn strafbare feiten zijn gevonden, heeft de staatssecretaris ook buiten de terugkijktermijn gekeken. In 2013 en 2015 zijn strafbare feiten in verband met witwassen, oplichting en diefstal aangetroffen in JDS. Deze feiten zijn meegewogen. Op basis van de geregistreerde misdrijven en overtredingen heeft de staatssecretaris afgewogen dat eiser niet in aanmerking komt voor een VOG. De misdrijven en overtredingen zijn volgens de staatssecretaris niet te verenigen met de functie van taxichauffeur omdat het risico bestaat dat eiser zijn werk op een verkeerde manier gebruikt om hemzelf of anderen financieel beter te maken, dat potentiële klanten dan in contact kunnen komen met drugs en dat eiser niet verzekerd rijdt waardoor klanten of andere personen geen geld krijgen als eiser schade veroorzaakt.
Toetsingskader
- Artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) bepaalt dat een VOG wordt afgegeven als er na onderzoek niet is gebleken van bezwaren tegen de aanvrager. Bij het onderzoek wordt rekening gehouden met het risico voor de samenleving in verband met het doel waarvoor de VOG is aangevraagd. Ook worden de belangen van betrokkene meegewogen. De afgifte van een VOG wordt geweigerd als in de justitiële documentatie over de aanvrager een strafbaar feit is vermeld dat, indien het zou worden herhaald, een behoorlijke uitoefening van de taak of de bezigheden waarvoor de VOG wordt gevraagd in de weg zal staan. Dit vanwege het risico voor de samenleving en de overige omstandigheden van het geval. In het onderzoek kan kennis worden genomen van alle justitiële gegevens uit de justitiële documentatie van de aanvrager en van gegevens uit de politieregisters. Dat staat in de artikelen 35 en 36 van de Wjsg. In het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens staat dat veroordelingen, transacties, openstaande strafzaken en sepots worden aangemerkt als justitiële gegevens.
4.2. Niet alle aantekeningen in het Justitieel documentatiesysteem (JDS) zijn relevant voor een VOG-aanvraag. Of een gegeven relevant is voor een aanvraag hangt af van de terugkijktermijn en van het screeningsprofiel. Gegevens die ten tijde van de beoordeling langer dan vijf jaar geleden zijn en gegevens die niet relevant zijn voor het screeningsprofiel worden niet meegenomen in de beoordeling. De terugkijktermijn wordt verlengd met de tijd waarin de betrokkene in de gevangenis zat of onder toezicht stond.
4.3. Het wettelijk systeem werkt als volgt: wanneer de aanvrager van een VOG in de justitiële documentatie voorkomt, wordt de aanvraag beoordeeld aan de hand van een objectief en een subjectief criterium.
4.3.1. Met het objectieve criterium wordt beoordeeld of de aangetroffen justitiële gegevens, indien herhaald, gelet op het risico voor de samenleving, een belemmering vormen voor een behoorlijke uitoefening van de functie, taak, dan wel bezigheid waarvoor de VOG is aangevraagd.
4.3.2. Bij het subjectieve criterium wordt beoordeeld of het belang van de aanvrager zwaarder weegt dan het belang van de samenleving bij bescherming tegen het eerder genoemde risico voor de samenleving. Als dat zo is, wordt de VOG afgegeven, hoewel wordt voldaan aan het objectieve criterium. Bij de toepassing van het subjectieve criterium worden als relevante omstandigheden betrokken de wijze waarop de strafzaak is afgedaan, het tijdsverloop en de hoeveelheid antecedenten.
Is voldaan aan het objectieve criterium?
- Eiser voert aan dat er geen sprake is van een lopende strafzaak voor het witwassen en dat dit daarom niet mag worden meegewogen bij het objectieve criterium. Eiser stelt dat hij niet is veroordeeld voor het aan - of verkopen van drugs, maar voor het medeplegen van het voorbereiden van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet. Aangezien eiser dat feit niet heeft gepleegd tijdens zijn functie als taxichauffeur staat het niet in verhouding tot het afwijzen van de aanvraag. Eiser stelt dat het onverzekerd rijden hem niet kan worden toegerekend, omdat hij reed in een voertuig dat eigendom was van zijn opdrachtgever. De staatssecretaris heeft ook onvoldoende gemotiveerd waarom de aangetroffen feiten een risico kunnen vormen voor zijn werk als taxichauffeur. Eiser heeft eerder wel een VOG gekregen voor hetzelfde screeningsprofiel voor zijn werk als taxichauffeur ondanks de bekende strafbare feiten.
5.1. De staatssecretaris heeft in het verweerschrift opgemerkt dat de zaak over witwassen na het bestreden besluit is geseponeerd. Omdat een technisch sepot niet mag worden meegenomen in de afweging van het objectieve criterium, heeft de staatssecretaris in het verweerschrift toegelicht dat dit delict niet langer ten grondslag ligt aan het bestreden besluit. Omdat dit een feit is dat zich heeft voorgedaan na het toetsingsmoment dat de rechtbank hanteert, is hier geen sprake van een gebrek in de besluitvorming. Echter, gelet op het standpunt van de staatsecretaris in het verweerschrift, toetst de rechtbank in deze uitspraak verder het bestreden besluit zonder het strafbare feit van witwassen. Hierover heeft de staatssecretaris zich in het verweerschrift op het standpunt gesteld dat ook zonder dit feit wordt voldaan aan het objectieve criterium.
5.2. Gelet op de hiervoor (onder punt 4. tot 4.3.) weergegeven toetsingskader, moet beoordeeld worden of de van eiser in het JDS geregistreerde gegevens, indien nog een keer gepleegd, in de weg staan aan een behoorlijke uitoefening van de functie taxichauffeur. Het voorgaande betekent dat het bij het objectieve criterium dus niet gaat om eiser zelf, en ook niet om de vraag of juist hij de in het JDS opgenomen strafbare feiten nog eens zou plegen. Dit volgt ook uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling).[1]
5.3. Hier is het screeningsprofiel 65: "taxibranche; chauffeurskaart" van toepassing, dat een langere terugkijktermijn van vijf (in plaats van vier) jaren hanteert.[2] De taxichauffeur is volgens dit screeningsprofiel belast met de zorg voor het welzijn en de veiligheid van passagiers en hun eigendommen. Er bestaat een risico dat die veiligheid door bijvoorbeeld rijden onder invloed, overschrijding van de maximumsnelheid, gevaarlijk rijgedrag en/of agressief gedrag in gevaar komt. Als er een één op één relatie is, kunnen de passagiers in een tijdelijke afhankelijkheidspositie verkeren ten opzichte van de houder van de chauffeurskaart. Risico bestaat op geweld - en zedendelicten, afpersing, chantage (afdreiging), diefstal, verduistering of vervalsing van bijvoorbeeld de chauffeurskaart. De houder van de chauffeurskaart is verantwoordelijk voor de veiligheid van goederen van de passagiers en kan ook omgaan met contant en giraal geld. Het risico van diefstal en verduistering is aanwezig. De houders van de chauffeurskaart komen in de uitoefening van hun functie vaak in aanraking met mensen in het uitgaanscircuit. Overtredingen van de Opiumwet zijn daarom bijzonder relevant.
5.4. De in het screeningsprofiel opgesomde risico's zijn niet limitatief. Het is dus mogelijk dat een VOG wordt geweigerd op grond van een justitieel gegeven dat niet wordt vermeld in een screeningsprofiel, als dit gegeven relevant is voor de specifieke taak of bezigheid waarvoor de VOG wordt aangevraagd.[3]
5.5. Tussen partijen staat niet ter discussie dat eiser is veroordeeld voor een overtreding van de Opiumwet. Dat in het bestreden besluit geen correcte weergave is gegeven van het in het JDS opgenomen delict maakt niet dat het bestreden besluit wegens onzorgvuldigheid moet worden vernietigd. Duidelijk is dat de juiste informatie in JDS is opgenomen en dat de staatssecretaris die informatie in het bestreden besluit heeft meegewogen. Op basis van het screeningsprofiel is deze overtreding bijzonder relevant voor de beoordeling van het objectieve criterium. Dat eiser het feit niet heeft gepleegd terwijl hij als taxichauffeur werkte, maakt niet dat de staatssecretaris dit feit niet mag meewegen in de beoordeling. Gelet op het toetsingskader, is immers de vraag die gesteld moet worden of het feit, indien herhaald, een risico vormt. Dit geldt uitdrukkelijk wel voor de situatie waarin eiser als taxichauffeur werkzaam zou zijn. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit geen risico zou vormen. Indien de in het JDS geregistreerde overtreding van de Opiumwet wordt herhaald tijdens het werk als taxichauffeur bestaat een risico voor het welzijn en de veiligheid van passagiers en bestaat een risico voor de veiligheid van de eigendommen van passagiers. Om deze reden mocht de staatssecretaris zich op het standpunt stellen dat een verhoogde kans aanwezig is dat de passagiers in aanraking komen met drugs(handel) en de daarmee samenhangende criminele activiteiten.[4]
5.6. Onverzekerd rijden is ook een strafbaar feit dat onverenigbaar is met de functie van taxichauffeur.[5] Dat eiser in een voertuig heeft gereden van zijn opdrachtgever maakt deze beoordeling niet anders. Als bestuurder is eiser verantwoordelijk voor het voertuig. In het geval dat zijn opdrachtgever de verzekering regelt betekent dit dat eiser moet nagaan of dit ook is gebeurd. De staatssecretaris heeft al het voorgaande voldoende toegelicht in het bestreden besluit. Daarom is er geen sprake van een motiveringsgebrek.
5.7. Dat eiser eerder een VOG heeft gekregen voor werk als taxichauffeur, in april 2022, maakt de afwijzing van deze VOG niet onjuist. De staatssecretaris heeft in het verweerschrift toegelicht dat eiser die eerdere VOG heeft gekregen omdat ten tijde van die aanvraag binnen de terugkijktermijn alleen twee overtredingen stonden geregistreerd in JDS, te weten de twee gevallen van onverzekerd rijden. De staatssecretaris heeft eiser toen het voordeel van de twijfel gegeven. De staatssecretaris heeft verder ter zitting toegelicht dat die VOG is ingetrokken vanwege de continue screening die geldt in de taxibranche in verband met de specifieke risico's van die branche. Continue screening betekent dat elke verandering in de justitiële documentatie wordt doorgegeven aan Justis. Justis beoordeelt vervolgens of het nodig is om de betrokkene opnieuw te screenen. Als dat zo is, geeft Justis een signaal (melding) aan de toezichthouder in de betrokken branche. Hierbij wordt niets gezegd over het strafbare feit. De werkgever zal de betrokkene opnieuw verzoeken een VOG aan te vragen. In het geval van eiser is de VOG ingetrokken vanwege de veroordeling tot een gevangenisstraf voor het delict op basis van de Opiumwet. Bij de aanvraag van de VOG in deze zaak is dit delict vervolgens betrokken bij de beoordeling. Ook is de terugkijktermijn toen verlengd vanwege de opgelegde gevangenisstraf en het toezicht en is de snelheidsovertreding uit 2024 bij de beoordeling betrokken.
5.8. De staatssecretaris heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat de strafbare feiten, indien nog een keer gepleegd, in de weg staan aan een behoorlijke uitoefening van de functie waarin eiser wil werken. Gelet hierop is aan het objectieve criterium voldaan.
Is voldaan aan het subjectieve criterium?
- Eiser voert aan dat niet is voldaan aan het subjectieve criterium. Uit de persoonlijke omstandigheden van eiser blijkt dat er een verlaagde kans op recidive bestaat. Eiser stelt dat de afwijzing van de VOG voor hem zeer ingrijpende gevolgen heeft. Hij is afhankelijk van het inkomen als taxichauffeur voor een stabiel financieel leven waardoor ook betere resocialisatie gerealiseerd wordt.
[6] Eiser stelt zich tijdens detentie keurig te hebben gedragen. Hij verwijst naar het recente verslag van de reclassering.
6.1. Op grond van paragraaf 3.1.1. van de Beleidsregels VOG-NP-RP 2025 betrekt de staatssecretaris bij de beoordeling van de aanvraag ook alle overige voor de aanvraag relevante justitiële gegevens die buiten de terugkijktermijn liggen in de beoordeling van de aanvraag indien in de voor de aanvraag van toepassing zijnde terugkijktermijn relevante justitiële gegevens zijn aangetroffen. Deze strafbare feiten worden wel betrokken bij de subjectieve criteria, bij de belangenafweging. Op grond van de zowel binnen als buiten de termijn aangetroffen strafbare feiten wordt een inschatting gemaakt van het risico dat de aanvrager opnieuw met justitie in aanraking komt.
6.2. De staatssecretaris heeft ten aanzien van eiser in het JDS een relevant delict gevonden binnen de terugkijktermijn. Daarom mocht de staatssecretaris verder terugkijken dan de standaard terugkijktermijn. Hierbij zijn meer strafbare feiten aangetroffen. Het gaat daarbij om oplichting, computercriminaliteit, en diefstallen. Ook zijn de twee meest recente veroordelingen uit 2024 meegewogen, waarbij één van deze veroordelingen een ernstige snelheidsovertreding betreft. De staatssecretaris heeft zich op het standpunt mogen stellen dat het voorgaande niet getuigt van een eenmalige fout.
6.3. Eiser heeft al eerder een VOG gehad met hetzelfde screeningsprofiel en heeft zich goed gedragen tijdens zijn detentie. Door de veroordeling in verband met de overtreding van de Opiumwet en de forse snelheidsovertreding is echter een nieuwe situatie ontstaan. De staatssecretaris heeft toegelicht dat juist in dit geval het subjectieve criterium streng wordt beoordeeld. Er zijn immers nieuwe overtredingen terwijl eiser bij de afgifte van zijn voorgaande VOG in april 2022 al het voordeel van de twijfel kreeg, terwijl in de taxibranche juist zeer kritisch wordt gekeken naar de risico's. Dat komt de rechtbank niet onredelijk voor. De staatssecretaris heeft erop gewezen dat een VOG is bedoeld om de betrouwbaarheid van een taxichauffeur aan te tonen en om te beschermen tegen potentiële gevaren. Eiser heeft anderzijds niet duidelijk gemaakt waarom hij taxichauffeur moet zijn om een stabiel inkomen te genieten. Niet is gebleken dat aan eisers resocialisatiebelang en andere belangen niet ook tegemoet kan worden gekomen in andere functies waarvoor de strafbare feiten geen belemmering vormen. De verwijzing naar het verslag van zijn reclasseringsambtenaar biedt daarvoor geen grondslag. De staatssecretaris kon gelet op het korte tijdsverloop van ruim een jaar sinds de veroordeling voor overtreding van de Opiumwet, en bezien in het licht van de terugkijktermijn, concluderen dat het risico voor de samenleving niet in voldoende mate is afgenomen om de VOG toe te wijzen. Eiser zit tot 30 juni 2027 nog in zijn proeftijd voor het strafbare feit van de Opiumwet.
6.4. De rechtbank ziet in wat eiser aanvoert geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de staatssecretaris niet in redelijkheid meer gewicht heeft kunnen toekennen aan het belang van bescherming van de maatschappij dan aan het belang van eiser bij toewijzing van de VOG-aanvraag. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van bijzondere omstandigheden die maken dat het weigeren van de VOG voor hem evident onevenredige gevolgen heeft. Het positieve reclasseringsverslag maakt deze beoordeling niet anders.
Conclusie en gevolgen
- Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen VOG krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.R. Lautenbach, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Blokhuis, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zie bijvoorbeeld een uitspraak van de Afdeling van 28 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2816.
Dit screeningsprofiel is door de rechtbank geraadpleegd op 16 januari 2026 via https://justis.nl/producten/verklaring-omtrent-het-gedrag/vog-voor-werkgevers-en-organisaties/screeningsprofielen#taxibranche-chauffeurskaart.
Zie de uitspraak van de Afdeling van 21 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:934.
Zie ook de uitspraak van de Afdeling van 24 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4726.
Zie ook de uitspraken van de Afdeling van 24 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4395 en 20 mei 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BI4521.
Eiser verwijst naar een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 3 juli 2024 waarin het belang van resocialisatie volgens de rechtbank moet worden meegewogen bij toepassing van het subjectieve criterium. De rechtbank heeft de door eiser aangehaalde uitspraak niet kunnen vinden. - - - ## Voetnoten