Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:336 - Rechtbank Rotterdam - 13 januari 2026
Uitspraak
ECLI:NL:RBROT:2026:336•13 januari 2026
Uitspraak inhoud
Rechtbank Rotterdam
Meervoudige kamer voor verschoningszaken
Zaaknummer / rekestnummer: 712912 HA RK 26-10
Beslissing van 13 januari 2026
op het verzoek van:
mr. Th. Veling,
rechter in de rechtbank Rotterdam, team Handel en Haven (hierna: de rechter),
ertoe strekkende zich te mogen verschonen in de zaak van:
Bosman Bouwt en Tuinhout B.V.,
gevestigd te Rijswijk,
eiseres,
advocaat mr. A. Schippers.
tegen
[gedaagde], die handelt onder de naam [handelsnaam],
wonende te Schiedam,
gedaagde,
advocaat mr. J.J. Vetter.
1 Het procesverloop en de processtukken
1.1. Bij de rechter is in behandeling de zaak tussen de hiervoor genoemde eiseres en gedaagde met kenmerk 705879 HA ZA 25-724. De mondelinge behandeling in de zaak is bepaald op vrijdag 16 januari 2026.
1.2. Op 7 januari 2026 heeft de rechter een schriftelijk verzoek tot verschoning gedaan.
1.3. Aan de verschoningskamer is ter beschikking gesteld het dossier van de hiervoor omschreven procedure.
2 Het verzoek
2.1. Ter adstructie van het verzoek om verschoning heeft de rechter het volgende aangevoerd:
2.1.1. De gemachtigde van eiseres is de vader van een vriendin van de dochter van de rechter. De rechter en gemachtigde van eiseres hebben in het kader van die vriendschap in het verleden regelmatig contact met elkaar gehad en kwamen destijds ook bij elkaar over de vloer. Hoewel het laatste contact al enige jaren geleden is, was het contact volgens de rechter zodanig dat hij zich met het oog op de rechterlijke onpartijdigheid niet vrij voelt om deze zaak te behandelen. De rechter verzoekt daarom om zich te mogen verschonen van de (verdere) behandeling van deze zaak.
3 De beoordeling
3.1. Verschoning is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
3.2. Aan de door de rechter aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de rechter - subjectief - niet onpartijdig is.
3.3. Te onderzoeken staat vervolgens of de aangevoerde omstandigheden niettemin een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de vrees dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden - objectief - gerechtvaardigd is.
3.4. De door de rechter aangevoerde omstandigheid, in samenhang met het gegeven dat de rechter daarin aanleiding heeft gevonden zelf een verzoek in te dienen zich te mogen verschonen van de verdere behandeling van de zaak, levert naar het oordeel van de rechtbank op zichzelf een zwaarwegende aanwijzing als hiervoor onder 3.3 bedoeld op.
3.5. Het verzoek wordt om deze reden toegewezen.
4 De beslissing
De rechtbank: - wijst toe het verzoek van mr. Th. Veling om zich in de civielrechtelijke procedure met kenmerk 705879 HA ZA 25-724 te mogen verschonen.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.J.P van Essen, voorzitter, mr. C. Sikkel en mr. W. de Veld, rechters, in aanwezigheid van mr. D. Meijer, griffier, en door de voorzitter en de griffier ondertekend op 14 januari 2026.