Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:240 - Rechtbank Rotterdam - 14 januari 2026
Uitspraak
ECLI:NL:RBROT:2026:240•14 januari 2026
Uitspraak inhoud
Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/709570 / HA ZA 25-981
Vonnis in incident van 14 januari 2026
in de zaak van
[eisende partij], handelend onder de naam [handelsnaam],
woonplaats: Zevenhuizen,
oorspronkelijke eisende partij in de hoofdzaak, gedaagde partij in het verzet,
verwerende partij in het incident,
advocaat: mr. M.M.P.E. van Helmond,
tegen
CLICKDRIVE B.V.,
statutaire vestigingsplaats: Rotterdam,
oorspronkelijke gedaagde partij in de hoofdzaak, eisende partij in het verzet,
eisende partij in het incident,
advocaat: mr. L.L. Dröge.
Partijen worden hierna de [eisende partij] en Clickdrive genoemd.
1 De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
2 Het geschil in de hoofdzaak
2.1. In de hoofdzaak vordert de [eisende partij] een verklaring voor recht dat Clickdrive toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van een tussen partijen gesloten overeenkomst en betaling van € 49.954,33 aan schadevergoeding (met rente en een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten), met veroordeling van Clickdrive in de proceskosten (met rente). Aan haar vorderingen legt de [eisende partij] – samengevat weergegeven – ten grondslag dat Clickdrive haar verplichtingen uit hoofde van een tussen partijen gesloten overeenkomst, op grond waarvan de [eisende partij] rijlessen en praktijkexamens voor klanten van Clickdrive verzorgde, niet is nagekomen en dat zij op grond van artikel 6:74 BW de als gevolg daarvan door de [eisende partij] geleden schade moet vergoeden.
2.2. In het door deze rechtbank gewezen verstekvonnis van 24 september 2025 met zaaknummer C/10/705541 / HA ZA 25-700 zijn de vorderingen van de [eisende partij] toegewezen, met dien verstande dat de gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is gematigd tot € 1.274,54.
2.3. Clickdrive voert verweer dat strekt tot ontheffing van de in het verstekvonnis uitgesproken veroordeling en tot afwijzing van de vorderingen van de [eisende partij] voor zover die vorderingen een bedrag van € 4.301,66 te boven gaan, met veroordeling van de [eisende partij] in de proceskosten (met rente).
3 Het geschil in het incident
3.1. In het incident vordert Clickdrive dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, haar ontheft van de in het verstekvonnis uitgesproken veroordeling en zich onbevoegd verklaard, met veroordeling van de [eisende partij] in de proceskosten (met rente). Daaraan legt Clickdrive – samengevat weergegeven – ten grondslag dat op de tussen partijen gesloten overeenkomst algemene voorwaarden van toepassing zijn en dat in artikel 11 van die algemene voorwaarden is bepaald dat de rechtbank Amsterdam exclusief bevoegd is om te oordelen over de vorderingen van de [eisende partij] in de hoofdzaak.
3.2. De [eisende partij] voert verweer dat strekt tot afwijzing van de vorderingen in het incident, met veroordeling van Clickdrive in de proceskosten. Daaraan legt de [eisende partij] – samengevat weergegeven – ten grondslag dat op de tussen partijen gesloten overeenkomst geen algemene voorwaarden van toepassing zijn, dat Clickdrive niet aannemelijk heeft gemaakt dat ten tijde van het sluiten van die overeenkomst algemene voorwaarden zouden zijn overgelegd of aanvaard en dat Clickdrive ook geen algemene voorwaarden uit 2022 in het geding heeft gebracht.
4 De beoordeling in het incident
4.1. Het verweer dat deze rechtbank niet relatief bevoegd is om kennis te nemen van de vorderingen van de [eisende partij] in de hoofdzaak is vóór alle verweren in de hoofdzaak en daarmee op tijd gevoerd (artikel 110, lid 1, Rv).
4.2. In het geval dat deze rechtbank van oordeel zou zijn dat een andere rechter relatief bevoegd is om kennis te nemen van de vorderingen van de [eisende partij] in de hoofdzaak, dan zou deze rechtbank de hoofdzaak moeten verwijzen naar de wel bevoegde rechter (artikel 110, lid 2, Rv). Aan een inhoudelijke beoordeling van de hoofdzaak komt deze rechtbank dan niet toe. De vordering in het incident om Clickdrive te ontheffen van de in het verstekvonnis uitgesproken veroordeling is in het incident daarom in ieder geval niet toewijsbaar. Verder begrijpt de rechtbank de vordering om zich onbevoegd te verklaren als een vordering om de zaak op grond van artikel 110, lid 2, Rv naar de – in de ogen van Clickdrive – wel relatief bevoegde rechter te verwijzen.
4.3. Clickdrive stelt weliswaar dat de [eisende partij] zich bij het platform van Clickdrive heeft aangesloten door een online formulier in te vullen en daarbij de Algemene Voorwaarden voor Rijscholen en Instructeurs van Clickdrive te accepteren, maar dat wordt door de [eisende partij] betwist en Clickdrive heeft niets in het geding gebracht waaruit de juistheid van haar standpunt blijkt. Clickdrive heeft bijvoorbeeld niet een screenshot of print van het gesteld door de [eisende partij] ingevulde online formulier in het geding gebracht, waaruit dan zou moeten blijken dat de [eisende partij] daadwerkelijk zo'n online formulier heeft ingevuld én daarbij de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van Clickdrive heeft geaccepteerd. Daar komt bij dat Clickdrive stelt dat de [eisende partij] zich op 15 augustus 2022 bij het platform van Clickdrive heeft aangesloten (door invulling van het online formulier), terwijl de door Clickdrive als bijlage 5 in het geding gebrachte algemene voorwaarden de versie van 21 juli 2025 betreffen. Die algemene voorwaarden kunnen daarom in ieder geval niet op 15 augustus 2022 zijn overeengekomen. De rechtbank kan bij deze stand van zaken ook niet controleren of in de gesteld destijds wel overeengekomen algemene voorwaarden überhaupt een forumkeuzebeding ten gunste van de rechtbank Amsterdam is opgenomen.
4.4. Concluderend kan de rechtbank niet vaststellen dat op de tussen partijen gesloten overeenkomst algemene voorwaarden van toepassing zijn én dat in die algemene voorwaarden een forumkeuzebeding ten gunste van de rechtbank Amsterdam is opgenomen. Daarom is voor de relatieve bevoegdheid de hoofdregel van artikel 99 Rv leidend. In dat artikel is bepaald dat relatief bevoegd is de rechter van de woonplaats van de gedaagde partij. In de hoofdzaak is Clickdrive de oorspronkelijke gedaagde partij en zij is statutair gevestigd in het rechtsgebied van deze rechtbank. Deze rechtbank is dan ook relatief bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen van de [eisende partij] in de hoofdzaak. De rechtbank wijst de vordering om de hoofdzaak naar de rechtbank Amsterdam te verwijzen daarom af.
4.5. Clickdrive is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) in het incident betalen. De proceskosten van de [eisende partij] in het incident worden begroot op: - salaris advocaat € 614,00 (1 punt × tarief II) - nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 792,00
4.6. De proceskostenveroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
5 De beslissing
De rechtbank:
in het incident
5.1. wijst de vorderingen af;
5.2. veroordeelt Clickdrive in de proceskosten van € 792,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Clickdrive de proceskosten niet op tijd betaalt en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Clickdrive € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
5.3. verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
in de hoofdzaak
5.4. verwijst de zaak naar de rol van 28 januari 2026 voor beraad rolrechter over het plannen van een mondelinge behandeling.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. D.L. Spierings. Het is ondertekend door de rolrechter en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2026.3349 / 2459