Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:2090 - Rechtbank Rotterdam - 2 maart 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2026:20902 maart 2026

Uitspraak inhoud

Rechtbank Rotterdam
    Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-404826-24
Datum uitspraak: 2 maart 2026
Datum zitting: 16 februari 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1976 in [geboorteplaats]
ingeschreven op het adres: [adres 1] , [postcode] te [plaatsnaam] ,
gedetineerd in [detentieadres] .
Advocaat van de verdachte: mr. G.R. Stolk
Officier van justitie: mr. H.H. Balk
Kern van het vonnis
De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het vervoeren, afleveren en verwerken van bijna 160 kilo cocaïne. Deze cocaïne zat deels verpakt in de buik van dode vissen en deels in doorzichtige zakken in koffers. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 32 maanden.

1 Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - samen met anderen 159,53 kilo heeft bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd dan wel aanwezig heeft gehad, of althans dat hij medeplichtig hieraan is geweest.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
1 primair
  hij in of omstreeks de periode van 25 juli 2024 tot en met 8 augustus 2024 te Rotterdam,althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,(meermalen) (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 159,53 kilo, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of één of meer tot op heden onbekend gebleven verdachte(n) in of omstreeks de periode van 25 juli 2024 tot en met 8 augustus 2024 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (meermalen) (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 159,53 kilo, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,
bij/tot welk misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 25 juli 2024 tot en met 8 augustus 2024 te Rotterdam, althans in Nederland (meermalen) (telkens) opzettelijk behulpzaam was bij het plegen van bovengenoemd misdrijf en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en /of inlichtingen heeft verschaft tot het plegen van bovengenoemd misdrijf door:-één of meer pakket(ten) cocaïne te verwijderen uit bevroren vissen en/of - één of meer (andere) werkzaamhe(i)d(en) te verrichten.

2 Bewijs

2.1. Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor feit 1 primair. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
2.2. Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
2.3. Oordeel van de rechtbank
2.3.1. Bewezenverklaring, bewijsmiddelen en motivering
Bewezen is dat:
Feit 1 primair
hij in de periode van 25 juli 2024 tot en met 8 augustus 2024 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen opzettelijk heeft verwerkt en afgeleverd en vervoerd, ongeveer 159,53 kilo, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen[1] en de onderstaande bewijsmotivering.
  1. Proces-verbaal van de politie[2]
Op 8 augustus 2024 werd een onderzoek ingesteld naar het pand aan [adres 2]. [medeverdachte 1] verklaarde dat hij het pand huurde. Op de begane grond werden diverse dozen met bevroren vissen aangetroffen. Tevens werd op de begane grond een met water gevuld bassin met daarin vissen aangetroffen. Op de eerste verdieping werden achter een schot diverse koffers aangetroffen. In deze koffers werden diverse doorzichtige tassen met daarin wit poeder aangetroffen. Uit onderzoek bleek dat in de buik van alle grote vissen een pakket zat met wit poeder. In totaal werden 68 grote vissen met daarin pakketten met wit poeder aangetroffen.
  1. Proces-verbaal van de politie[3]
Tijdens de doorzoeking in het pand aan [adres 2] op 8 augustus 2024 zijn de volgende sporen veiliggesteld en voorzien van een SIN:
  1. Proces-verbaal van de politie[4]
Tijdens de doorzoeking in het pand aan [adres 2] op 8 augustus 2024 zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:
  1. Deskundigenverslag[5]
Het spoor met kenmerk AARY8526NL (poeder en brokvormig, wit, uit 4980 gram;
aantal bemonsteringen in onderzoek: een) bevat cocaïne.
  1. Deskundigenverslag[6]
Het spoor met kenmerk AARY8527NL (poeder en brokvormig, wit, uit 4998 gram;
aantal bemonsteringen in onderzoek: een) bevat cocaïne.
  1. Deskundigenverslag[7]
Het spoor met kenmerk AARY8528NL (poeder en brokvormig, wit, uit 4964 gram;
aantal bemonsteringen in onderzoek: een) bevat cocaïne.
  1. Deskundigenverslag[8]
Het spoor met kenmerk AARY8531NL (poeder en brokvormig, wit, uit 795 gram; aantal
bemonsteringen in onderzoek: een) bevat cocaïne.
  1. Deskundigenverslag[9]
Het spoor met kenmerk AARY8532NL (poeder en brokvormig, wit, uit 1015 gram;
aantal bemonsteringen in onderzoek: een) bevat cocaïne.
  1. Deskundigenverslag[10]
Het spoor met kenmerk AARY8533NL (poeder en brokvormig, wit, uit 766 gram; aantal
bemonsteringen in onderzoek: een) bevat cocaïne.
  1. Deskundigenverslag[11]
Het spoor met kenmerk AARY8529NL (poeder en brokvormig, wit, uit 4154 gram; aantal
bemonsteringen in onderzoek: vijf) bevat cocaïne.
  1. Deskundigenverslag[12]
Het spoor met kenmerk AARY8530NL (poeder en brokvormig, wit, uit 4994 gram; aantal
bemonsteringen in onderzoek: een) bevat cocaïne.
  1. Proces-verbaal van de politie[13]
Tijdens de doorzoeking aan het pand aan [adres 2] op 8 augustus 2024 zijn de volgende sporen veiliggesteld en voorzien van een SIN:
  1. Proces-verbaal van de politie[14]
Op 8 augustus 2024 kwam ik voor forensisch onderzoek aan op [adres 2]. Ik zag een opzetzwembad staan. Ik zag dat in dit opzetzwembad enkel de restanten van vermoedelijk vis aanwezig was. Ik zag naast het opzetzwembad een vuilniszak die was gevuld met verpakkingsmateriaal en enkele zwarte latex handschoenen. Dit verpakkingsmateriaal was soortgelijk aan de verpakking van de witte poedersubstantie dat in de vissen aanwezig was. Er kwam eveneens een visgeur van dit verpakkingsmateriaal af.
Achter het opzetzwembad en op de balustrade van het trapgat zag ik meerdere werkhandschoenen en een mes liggen. Ik heb een werkhandschoen achter het opzetzwembad bemonsterd en voorzien van SIN: AARD1695NL. In de ruimte die was ingericht als woonkamer zag ik meerdere koffers op de vloer liggen. Ik zag dat een koffer open stond en hierin vier plastic zakken aanwezig waren welke waren voorzien van een witte poedersubstantie. Ik zag dat achter de dubbele wand vier koffers aanwezig waren. Ik zag dat in elke koffer meerdere plastic zakken aanwezig waren welke waren voorzien van een witte poedersubstantie. Ik heb de handgrepen en ritsen van koffer 4, voorzien van SIN: AARM9976NL. Verder zag ik werkhandschoenen op een kartonnen doos nabij dubbele wand, SIN AARM9964NL. Deze handschoen is bemonsterd en voorzien van SIN: AARD1694NL.
  1. Deskundigenverslag[15]
  1. Deskundigenverslag[16]
  1. Proces-verbaal van de politie[17]
Bij de doorzoeking van [adres 2] werd een kapotte iPhone 8 aangetroffen, voorzien van het IMEI-nummer [IMEI-nummer]. Aan dit IMEI-nummer was het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 1] gekoppeld. Ik zag dat deze in gebruik is geweest bij een persoon die fictief de naam [naam 1] gebruikt. Op deze telefoon stonden de volgende berichten in een groepsgesprek, genaamd "[naam groep]", tussen de gebruikers "[naam 1]", "[naam 2]" en "[naam 3]":
Opmerking verbalisant: Ik zag bij de vervoersbewegingen van het kenteken [kenteken 1] dat het voertuig op 06-08-2024 rond 09:47 uur 2 minuten stil stond aan de Kapoeasweg te Amsterdam en vervolgens via de A10 de A4 op reed, om vervolgens om 10:40 uur tot en met 12:41 uur stil te staan aan de Rooseveltstraat nabij de Mac Donalds te Leiden. Ik zag dat het voertuig zich vervolgens verplaatste richting de Duitslandlaan te Hazerswoude-Dorp waar het voertuig omstreeks 13:06 uur aankwam.
Opmerking verbalisant: Ik zag bij de vervoersbewegingen van het kenteken [kenteken 1] dat het voertuig vanaf 06-08-2024 14:30 uur tot en met 07-08-2024 08:22:20 uur zich bevond aan de [adres 2]. Ik zag dat het voertuig zich verplaatst richting Amsterdam. Ik zag dat het voertuig om 09:14:47 uur zich bevond aan de Van der Boechorststraat te Amsterdam ter hoogte van de [straatnaam] (het adres van [medeverdachte 4]). Ik zag dat het voertuig vervolgens naar een parkeerplaats aan de Diemerpoldderweg reed en daar van 07-08-2024 09.35:56 tot en met 08-08-2024 08:31:50 uur bleef staan. Volgens de website google.nl/maps is de parkeerplaats op 8 minuten loopafstand van het adres van [medeverdachte 3].
Opmerking verbalisant: Ik zag bij de vervoersbewegingen van het kenteken [kenteken 1] dat het voertuig op 08-08-2024 08:47.20 uur zich bevond aan de Van der Boechorststraat te Amsterdam ter hoogte van de [straatnaam] (het adres van [medeverdachte 4]). Ik zag dat het voertuig om 09:48 uur aankwam aan de [adres 2].
Opmerking verbalisant: Ik zag bij de vervoersbewegingen van het kenteken [kenteken 1] dat het voertuig op 08-08-2024 13:19.50 aankwam bij de Duitslandlaan te Hazerswoude-Dorp.
Opmerking verbalisant: Ik zag bij de vervoersbewegingen van het kenteken [kenteken 1] dat het voertuig op 08-08-2024 vanaf 13:39:07 uur vertrok vanaf de Duitslandlaan te Hazerswoude - Dorp en reed in de richting van de [adres 2] waar het voertuig om 14:12:46 uur aankwam.
  1. Proces-verbaal van de politie[18]
Uit analyse van de historische verkeersgegevens van het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 2] is het volgende gebleken:
  1. Proces-verbaal van de politie[19]
Tijdens de doorzoeking in het pand aan [adres 2] op 8 augustus 2024 werd een koelaanhangwagen aangetroffen met kenteken [kenteken 2]. Uit onderzoek is gebleken dat deze koelaanhangwagen verhuurd werd door het bedrijf Coolpinguin B.V. Van het bedrijf Coolpinguin B.V. werden de offerteaanvraag en de opdracht ontvangen. De offerteaanvraag staat op naam van [medeverdachte 4]. De huurder wil gebruik maken van een vriesaanhanger, vanaf 5 augustus 2024 tot en met 12 augustus 2024. Als locatie staat vermeld het adres [adres 5]. Als e-mailadres staat vermeld [e-mailadres] opgegeven en als telefoonnummer [telefoonnummer 3]. De opdracht staat op naam van [naam club], t.a.v. [medeverdachte 4], [adres 5]. Het betreft de verhuur van een koel/vriesaanhanger van 5 augustus 2024 tot en met 12 augustus 2024.
  1. Proces-verbaal van de politie, verklaring verdachte [verdachte][20]
Mijn telefoonnummer is [telefoonnummer 4].
  1. Proces-verbaal van de politie[21]
Uit analyse van de historische verkeersgegevens van het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 4] is gebleken dat dit telefoonnummer tussen de periode 5 augustus 2024 en 8 augustus 2024 meerdere malen zendmasten heeft aangestraald die in het gebied en de zendrichting van [adres 2] vallen.
  1. Proces-verbaal van de politie[22]
Het uitgeleverde huurdossier van Diks Autoverhuur bestaat uit een contract voor de huur van een vrachtwagen en een factuur. Op het contract is de [medeverdachte 3] als enige bestuurder opgenomen. Uit de factuur blijkt dat de [medeverdachte 3] het voertuig met kenteken [kenteken 1] op 6 augustus 2024 uur heeft opgehaald en op 8 augustus 2024 weer heeft ingeleverd bij Diks Autoverhuur.
  1. Proces-verbaal van de politie[23]
Op 16 juni 2025 werd aan de [adres 6] een mobiele telefoon van het merk Apple type iPhone 13 in beslag genomen (goednummer 6976681). Ik onderzocht de gegevens uit de mobiele telefoon. Ik zag dat deze in gebruik is geweest bij de [medeverdachte 3].
  1. Proces-verbaal van de politie[24]
Tijdens het onderzoek aan de mobiele telefoon die in beslag is genomen in het pand aan [adres 2] (telefoon 1) en de telefoon die in beslag is genomen bij [medeverdachte 3] (telefoon 2) valt mij het volgende op:
2.3.2. Bewijsmotivering
Uit de bewijsmiddelen volgt dat op 8 augustus 2024 in het pand aan [adres 2] cocaïne is aangetroffen. Deze cocaïne zat deels in de buik van dode vissen en deels in doorzichtige zakken in koffers in een verborgen ruimte. De vissen met cocaïne zijn in twee partijen op 6 respectievelijk 8 augustus 2024 opgehaald en naar [adres 2] gebracht. Daar is een deel van de vissen opengesneden om de cocaïne uit de vissen te halen.
De vraag die voorligt is of de verdachte hierbij betrokken is geweest.
Uit forensisch onderzoek volgt dat het DNA van de verdachte is aangetroffen op de gehele buitenzijde van de binnenste zak cocaïne uit koffer 1 en koffer 5 en op een handschoen die is aangetroffen nabij het opzetzwembad met restanten vis op de eerste verdieping van het pand in de buurt van verpakkingsmateriaal dat naar vis rook. Daarnaast volgt uit onderzoek naar de historische verkeersgegevens van de telefoon van de verdachte dat de telefoon van de verdachte in de periode van 5 augustus tot en met 8 augustus 2024 meerdere zendmasten heeft aangestraald die in het gebied en de zendrichting van [adres 2] vallen. Bovendien blijkt uit de situatie die is aangetroffen op het moment van de doorzoeking dat er vissen dood in een opzetzwembad op de begane grond van het pand lagen. Dit moet voor de verdachte zichtbaar zijn geweest toen hij daar was. Tot slot geldt dat uit de plaatsen waarop het DNA van de verdachte is aangetroffen dat de verdachte in ieder geval bij (de opslag van) de aangetroffen cocaïne betrokken is geweest en mogelijk ook bij het leeghalen van de vissen gelet op zijn DNA op de handschoen in de buurt van het opzetzwembad op de eerste verdieping.
De verdachte heeft voor de aanwezigheid van zijn DNA op de zakken in de koffers en op de handschoen en zijn aanwezigheid in de buurt van de [adres 2] op 6, 7 en 8 augustus 2024 als verklaring gegeven dat hij vaak daar in de buurt was omdat hij met zijn auto bij de naastgelegen garage moest zijn en spullen moest halen bij een groothandel in de buurt, alsmede dat hij enkele weken voor de doorzoeking in het pand tegen betaling schoon had gemaakt en dat hij toen ook zakken en koffers heeft aangeraakt. De rechtbank acht deze verklaring, die verder ook op geen enkele manier is onderbouwd, onaannemelijk, gelet op de bewijsmiddelen en hetgeen zij hiervoor heeft overwogen. In dit verband wijst de rechtbank ook op de vele tijdstippen waarop de telefoon van de verdachte op de hiervoor genoemde data aangestraald heeft in de omgeving van [adres 2]. Gelet op het aantreffen van de plaats van de handschoen met het DNA van verdachte in de buurt van het opzetzwembad met restanten vis en verpakkingsmateriaal dat naar vis rook, gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte heeft meegeholpen met het leeghalen van de vissen.
Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte dit feit heeft gepleegd samen met de medeverdachten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en in mindere mate [medeverdachte 4]. Ieder had een eigen aandeel en zijn eigen rol in het geheel. [medeverdachte 3] heeft de vrachtwagen gehuurd waarmee de bevroren vis met cocaïne naar het pand aan [adres 2] is vervoerd. [medeverdachte 4] heeft de vriesaanhangwagen gehuurd die in het pand is aangetroffen en [medeverdachte 2] is betrokken geweest bij in ieder geval het opslaan van de cocaïne in zakken in koffers.
Het bewijs voor de aangetroffen hoeveelheid cocaïne volgt uit het volgende. De bij elkaar opgetelde gewichten zoals die volgen uit de NFI-rapporten ten aanzien van de koffers, is als volgt:
In totaal gaat het om 24.090 gram cocaïne. Er bevonden zich nog twintig soortgelijke hoeveelheden in de loods. Ten voordele van de verdachte is uitgegaan van de laagste gemeten hoeveelheid en dat geëxtrapoleerd naar het aantal koffers, dus 20 x 4.154 gram, neerkomend op 83.080 gram. Deze twee hoeveelheden bij elkaar opgeteld komt neer op een gewicht van 107.170 gram (24.090 + 83.080 gram) cocaïne die in de koffers is aangetroffen.
De bij elkaar opgetelde gewichten zoals die volgen uit de NFI-rapporten ten aanzien van de vissen, is als volgt:
In totaal gaat het om 2.576 gram cocaïne. Er bevonden zich nog 65 vissen met inhoud in de loods. Ten voordele van de verdachte is uitgegaan van de laagste gemeten hoeveelheid en dat geëxtrapoleerd naar het aantal vissen, dus 65 vissen x 766 gram, neerkomend op 49.790 gram cocaïne. Deze twee hoeveelheden bij elkaar opgeteld komt neer op een gewicht van 52.366 gram (2.576 gram en 49.790 gram) cocaïne die in de vissen is aangetroffen.
In totaal gaat het dus om 107.170 gram + 52.366 gram = 159.536 gram (dus 159,53 kilo) cocaïne.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat de verdachte als medepleger betrokken is geweest bij het verwerken, afleveren en vervoeren van ongeveer 159,53 kilo cocaïne.

3 Kwalificatie en strafbaarheid

3.1. Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
Feit 1 primair
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.
3.2. Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4 Straf

4.1. Eis van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar, met aftrek van voorarrest.
4.2. Standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt een straf op te leggen die gelijk is aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft gezeten.
4.3. Oordeel van de rechtbank
4.3.1. Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het vervoeren, afleveren en verwerken van bijna 160 kilo cocaïne. Dit is een ernstig feit. Cocaïne is zeer verslavend en schadelijk voor de volksgezondheid. Daarnaast brengt de handel in cocaïne veel andere vormen van criminaliteit met zich. De verdachte heeft door zijn handelen bijgedragen aan het faciliteren, het in stand houden en verder uitbreiden van het drugsgebruik en de drugshandel en de daaraan verwante maatschappelijke problemen.
4.3.2. Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 9 september 2025 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Overige persoonlijke omstandigheden
De verdachte is een 49-jarige man. Hij is voor 80-100% medisch afgekeurd en ontvangt een WIA uitkering. Daarnaast klust hij af en toe wat bij, onder meer door producten te verkopen via zijn onlinewinkel. De verdachte heeft op dit moment geen woning. De verdachte heeft geen relatie maar wel drie kinderen met wie hij goed contact heeft. Uit het reclasseringsadvies van 6 februari 2026 volgt dat de reclassering de rechtbank adviseert om bij een veroordeling een straf op te leggen zonder bijzondere voorwaarden, omdat de reclassering interventies of toezicht niet nodig acht.
4.3.3. Oplegging straf
Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. De rechtbank neemt in strafverminderende zin mee dat de verdachte een relatief kleine rol heeft gehad in het uit het dossier volgende grotere geheel van de invoer in en de hierop volgende uitvoer uit Nederland van een grotere partij cocaïne, waar de aangetroffen cocaïne onderdeel van uitmaakte, en hij maar relatief kort hierbij betrokken was. Al met al wordt een gevangenisstraf van 32 maanden opgelegd, met aftrek van voorarrest.

5 Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

6 Beslissingen

De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte feit 1 primair, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 32 (tweeëndertig) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

7 Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.F. Koekebakker, voorzitter,
en mrs. C.M. Derijks en N.A. Nowotny, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R.E. Kroon, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 2 maart 2026.
Mr. J.F. Koekebakker is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier/[eind]proces-verbaal met nummer ***.
[proces-verbaalnummer 1], pagina 53 e.v.
[proces-verbaalnummer 2], pagina 355 e.v.
[proces-verbaalnummer 1], pagina 372 e.v.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, pagina 102 van het zaaksdossier.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, pagina 103 van het zaaksdossier.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, pagina 104 van het zaaksdossier.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, pagina 105 van het zaaksdossier.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, pagina 106 van het zaaksdossier.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 2 juli 2025, bijlage bij het zaaksdossier.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 2 juli 2025, bijlage bij het zaaksdossier.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 2 juli 2025, bijlage bij het zaaksdossier.
[proces-verbaalnummer 3], pagina 72 e.v.
[proces-verbaalnummer 4], pagina 98 e.v.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, pagina 107 van het zaaksdossier.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 26 september 2025, bijlage bij het zaaksdossier.
[proces-verbaalnummer 5], pagina 300 e.v.
[proces-verbaalnummer 6], pagina 286 e.v.
[proces-verbaalnummer 7], pagina 207 e.v.
Verhoor [verdachte] van 16 juni 2025.
[proces-verbaalnummer 8], pagina 288 e.v.
[proces-verbaalnummer 9], pagina 119 e.v.
[proces-verbaalnummer 10], pagina 422 e.v.
[proces-verbaalnummer 11], pagina 461 e.v. - - - ## Voetnoten
De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier/[eind]proces-verbaal met nummer ***.
[proces-verbaalnummer 1], pagina 53 e.v.
[proces-verbaalnummer 2], pagina 355 e.v.
[proces-verbaalnummer 1], pagina 372 e.v.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, pagina 102 van het zaaksdossier.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, pagina 103 van het zaaksdossier.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, pagina 104 van het zaaksdossier.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, pagina 105 van het zaaksdossier.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, pagina 106 van het zaaksdossier.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 2 juli 2025, bijlage bij het zaaksdossier.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 2 juli 2025, bijlage bij het zaaksdossier.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 2 juli 2025, bijlage bij het zaaksdossier.
[proces-verbaalnummer 3], pagina 72 e.v.
[proces-verbaalnummer 4], pagina 98 e.v.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, pagina 107 van het zaaksdossier.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 26 september 2025, bijlage bij het zaaksdossier.
[proces-verbaalnummer 5], pagina 300 e.v.
[proces-verbaalnummer 6], pagina 286 e.v.
[proces-verbaalnummer 7], pagina 207 e.v.
Verhoor [verdachte] van 16 juni 2025.
[proces-verbaalnummer 8], pagina 288 e.v.
[proces-verbaalnummer 9], pagina 119 e.v.
[proces-verbaalnummer 10], pagina 422 e.v.
[proces-verbaalnummer 11], pagina 461 e.v.