Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:2088 - Rechtbank Rotterdam - 2 maart 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2026:20882 maart 2026

Uitspraak inhoud

Rechtbank Rotterdam
    Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-169005-25
Datum uitspraak: 2 maart 2026
Datum zitting: 16 februari 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1994 in [geboorteplaats]
ingeschreven op het adres [adres 1] [postcode] [plaatsnaam].
Advocaat van de verdachte: mr. A.A. Boersma
Officier van justitie: mr. H.H. Balk
Kern van het vonnis
De verdachte is medeplichtig aan het vervoeren, afleveren en verwerken van bijna 160 kilo cocaïne. Deze cocaïne zat deels verpakt in de buik van dode vissen en deels in doorzichtige zakken in koffers. De verdachte heeft een vriesaanhanger gehuurd die is aangetroffen in het pand waar op dat moment ook de cocaïne en de dode vissen waren. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 16 maanden.

1 Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt primair de verdachte ervan dat hij - samengevat - samen met anderen 159,53 kilo cocaïne heeft bereid, bewerken, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd dan wel aanwezig gehad, of althans dat hij medeplichtig hieraan is geweest.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
1 primair
  hij in of omstreeks de periode van 25 juli 2024 tot en met 8 augustus 2024 te Rotterdam,althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,(meermalen) (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,ongeveer 159,53 kilo, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/oféén of meer tot op heden onbekend gebleven verdachte(n)in of omstreeks de periode van 25 juli 2024 tot en met 8 augustus 2024 te Rotterdam,althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,(meermalen) (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,ongeveer 159,53 kilo cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,
tot welk misdrijf, hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 25 juli 2024 tot en met 8 augustus 2024 te Rotterdam en/of Amsterdam, althans in Nederland (meermalen) (telkens)opzettelijk behulpzaam was bij het plegen van bovengenoemd misdrijf en/ofopzettelijk gelegenheid, middelen en /of inlichtingen heeft verschaft tot het plegen van bovengenoemd misdrijf door:-één of meer chat(s) te sturen naar één of meer medeverdachte(n) met betrekking tot het huren van een vriesaanhanger en/of één of meer andere zaken/taken betreffende het gepleegde misdrijf,-een vriesaanhanger te huren bij Coolpinguin B.V. voor de periode 5 tot en met 12 augustus 2024,-voornoemde vriesaanhanger op te halen bij voornoemd bedrijf, - met een voertuig (met kenteken [kenteken 1]) bevroren vissen met daarin verstopt één of meer pakket(ten) cocaïne te vervoeren naar de [adres 2], althans de nabije omgeving van die straat,-voornoemd(e) pakket(ten) cocaïne te verwijderen uit bevroren vissen en/of-één of meer (andere) werkzaamhe(i)d(en) te verrichten.

2 Beoordeling van de beschuldiging

2.1. Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor feit 1 subsidiair en wordt vrijgesproken van feit 1 primair. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
2.2. Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor feit 1 primair en subsidiair. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
2.3. Oordeel van de rechtbank
2.3.1. Vrijspraak feit 1 primair
De primaire beschuldiging is niet bewezen. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken. De officier van justitie en de verdediging zijn tot dezelfde conclusie gekomen, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren.
2.3.2. Bewezenverklaring, bewijsmiddelen en motivering feit 1 subsidiair
Bewezen is dat:
1 subsidiair
[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] in de periode van 25 juli 2024 tot en met 8 augustus 2024 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen opzettelijk heeft afgeleverd en vervoerd, ongeveer 159,53 kilo cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
tot welk misdrijf, hij, verdachte, in de periode van 25 juli 2024 tot en met 8 augustus 2024 in Nederland opzettelijk behulpzaam was bij het plegen van bovengenoemd misdrijf en opzettelijk middelen heeft verschaft tot het plegen van bovengenoemd misdrijf door: - chats te sturen naar één of meer medeverdachten met betrekking tot het huren van een vriesaanhanger - een vriesaanhanger te huren bij Coolpinguin B.V. voor de periode 5 tot en met 12 augustus 2024, - voornoemde vriesaanhanger op te halen bij voornoemd bedrijf, - met een voertuig (met kenteken [kenteken 1]) bevroren vissen met daarin verstopt pakketten cocaïne te vervoeren naar de [adres 2], althans de nabije omgeving van die straat.
De bewezenverklaring van het feit 1 subsidiair is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen[1] en de onderstaande bewijsmotivering.
  1. Proces-verbaal van de politie[2]
Op 8 augustus 2024 werd een onderzoek ingesteld naar het pand aan de [adres 2]. [medeverdachte 1] verklaarde dat hij het pand huurde. Op de begane grond werden diverse dozen met bevroren vissen aangetroffen. Tevens werd op de begane grond een met water gevuld bassin met daarin vissen aangetroffen. Op de eerste verdieping werden achter een schot diverse koffers aangetroffen. In deze koffers werden diverse doorzichtige tassen met daarin wit poeder aangetroffen. Uit onderzoek bleek dat in de buik van alle grote vissen een pakket zat met wit poeder. In totaal werden 68 grote vissen met daarin pakketten met wit poeder aangetroffen.
  1. Proces-verbaal van de politie[3]
Tijdens de doorzoeking in het pand aan de [adres 2] op 8 augustus 2024 zijn de volgende sporen veiliggesteld en voorzien van een SIN:
  1. Proces-verbaal van de politie[4]
Tijdens de doorzoeking in het pand aan de [adres 2] op 8 augustus 2024 zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:
  1. Deskundigenverslag[5]
Het spoor met kenmerk AARY8526NL (poeder en brokvormig, wit, uit 4980 gram;
aantal bemonsteringen in onderzoek: een) bevat cocaïne.
  1. Deskundigenverslag[6]
Het spoor met kenmerk AARY8527NL (poeder en brokvormig, wit, uit 4998 gram;
aantal bemonsteringen in onderzoek: een) bevat cocaïne.
  1. Deskundigenverslag[7]
Het spoor met kenmerk AARY8528NL (poeder en brokvormig, wit, uit 4964 gram;
aantal bemonsteringen in onderzoek: een) bevat cocaïne.
  1. Deskundigenverslag[8]
Het spoor met kenmerk AARY8531NL (poeder en brokvormig, wit, uit 795 gram; aantal
bemonsteringen in onderzoek: een) bevat cocaïne.
  1. Deskundigenverslag[9]
Het spoor met kenmerk AARY8532NL (poeder en brokvormig, wit, uit 1015 gram;
aantal bemonsteringen in onderzoek: een) bevat cocaïne.
  1. Deskundigenverslag[10]
Het spoor met kenmerk AARY8533NL (poeder en brokvormig, wit, uit 766 gram; aantal
bemonsteringen in onderzoek: een) bevat cocaïne.
  1. Deskundigenverslag[11]
Het spoor met kenmerk AARY8529NL (poeder en brokvormig, wit, uit 4154 gram; aantal
bemonsteringen in onderzoek: vijf) bevat cocaïne.
  1. Deskundigenverslag[12]
Het spoor met kenmerk AARY8530NL (poeder en brokvormig, wit, uit 4994 gram; aantal
bemonsteringen in onderzoek: een) bevat cocaïne.
  1. Proces-verbaal van de politie[13]
Tijdens de doorzoeking aan het pand aan de [adres 2] op 8 augustus 2024 zijn de volgende sporen veiliggesteld en voorzien van een SIN:
  1. Proces-verbaal van de politie[14]
Op 8 augustus 2024 kwam ik voor forensisch onderzoek aan op de [adres 2]. Ik zag een opzetzwembad staan. Ik zag dat in dit opzetzwembad enkel de restanten van vermoedelijk vis aanwezig was. Ik zag naast het opzetzwembad een vuilniszak die was gevuld met verpakkingsmateriaal en enkele zwarte latex handschoenen. Dit verpakkingsmateriaal was soortgelijk aan de verpakking van de witte poedersubstantie dat in de vissen aanwezig was. Er kwam eveneens een visgeur van dit verpakkingsmateriaal af.
Achter het opzetzwembad en op de balustrade van het trapgat zag ik meerdere werkhandschoenen en een mes liggen. Ik heb een werkhandschoen achter het opzetzwembad bemonsterd en voorzien van SIN: AARD1695NL. In de ruimte die was ingericht als woonkamer zag ik meerdere koffers op de vloer liggen. Ik zag dat een koffer open stond en hierin vier plastic zakken aanwezig waren welke waren voorzien van een witte poedersubstantie. Ik zag dat achter de dubbele wand vier koffers aanwezig waren. Ik zag dat in elke koffer meerdere plastic zakken aanwezig waren welke waren voorzien van een witte poedersubstantie. Ik heb de handgrepen en ritsen van koffer 4, voorzien van SIN: AARM9976NL. Verder zag ik werkhandschoenen op een kartonnen doos nabij dubbele wand, SIN AARM9964NL. Deze handschoen is bemonsterd en voorzien van SIN: AARD1694NL.
  1. Deskundigenverslag[15]
  1. Deskundigenverslag[16]
  1. Proces-verbaal van de politie[17]
Bij de doorzoeking van de [adres 2] werd een kapotte iPhone 8 aangetroffen, voorzien van het IMEI-nummer [IMEI-nummer]. Aan dit IMEI-nummer was het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 1] gekoppeld. Ik zag dat deze in gebruik is geweest bij een persoon die fictief de naam [naam 1] gebruikt. Op deze telefoon stonden de volgende berichten in een groepsgesprek, genaamd "[naam groep]", tussen de gebruikers "[naam 1]", "[naam 2]" en "[naam 3]":
Opmerking verbalisant: Ik zag bij de vervoersbewegingen van het kenteken [kenteken 1] dat het voertuig op 06-08-2024 rond 09:47 uur 2 minuten stil stond aan de Kapoeasweg te Amsterdam en vervolgens via de A10 de A4 op reed, om vervolgens om 10:40 uur tot en met 12:41 uur stil te staan aan de Rooseveltstraat nabij de Mac Donalds te Leiden. Ik zag dat het voertuig zich vervolgens verplaatste richting de Duitslandlaan te Hazerswoude-Dorp waar het voertuig omstreeks 13:06 uur aankwam.
Opmerking verbalisant: Ik zag bij de vervoersbewegingen van het kenteken [kenteken 1] dat het voertuig vanaf 06-08-2024 14:30 uur tot en met 07-08-2024 08:22:20 uur zich bevond aan de Dulderstraat te Rotterdam. Ik zag dat het voertuig zich verplaatst richting Amsterdam. Ik zag dat het voertuig om 09:14:47 uur zich bevond aan de Van der Boechorststraat te Amsterdam ter hoogte van de [straatnaam] (het adres van [verdachte]). Ik zag dat het voertuig vervolgens naar een parkeerplaats aan de Diemerpoldderweg reed en daar van 07-08-2024 09.35:56 tot en met 08-08-2024 08:31:50 uur bleef staan. Volgens de website google.nl/maps is de parkeerplaats op 8 minuten loopafstand van het adres van [medeverdachte 4].
Opmerking verbalisant: Ik zag bij de vervoersbewegingen van het kenteken [kenteken 1] dat het voertuig op 08-08-2024 08:47.20 uur zich bevond aan de Van der Boechorststraat te Amsterdam ter hoogte van de [straatnaam] (het adres van [verdachte]). Ik zag dat het voertuig om 09:48 uur aankwam aan de Dulderstraat te Rotterdam.
Opmerking verbalisant: Ik zag bij de vervoersbewegingen van het kenteken [kenteken 1] dat het voertuig op 08-08-2024 13:19.50 aankwam bij de Duitslandlaan te Hazerswoude-Dorp.
Opmerking verbalisant: Ik zag bij de vervoersbewegingen van het kenteken [kenteken 1] dat het voertuig op 08-08-2024 vanaf 13:39:07 uur vertrok vanaf de Duitslandlaan te Hazerswoude - Dorp en reed in de richting van de Dulderstraat te Rotterdam waar het voertuig om 14:12:46 uur aankwam.
  1. Proces-verbaal van de politie[18]
Uit analyse van de historische verkeersgegevens van het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 2] is het volgende gebleken:
  1. Proces-verbaal van de politie[19]
Tijdens de doorzoeking in het pand aan de [adres 2] op 8 augustus 2024 werd een koelaanhangwagen aangetroffen met kenteken [kenteken 2]. Uit onderzoek is gebleken dat deze koelaanhangwagen verhuurd werd door het bedrijf Coolpinguin B.V. Van het bedrijf Coolpinguin B.V. werden de offerteaanvraag en de opdracht ontvangen. De offerteaanvraag staat op naam van [verdachte]. De huurder wil gebruik maken van een vriesaanhanger, vanaf 5 augustus 2024 tot en met 12 augustus 2024. Als locatie staat vermeld het adres [adres 1]. Als e-mailadres staat vermeld [e-mailadres] opgegeven en als telefoonnummer [telefoonnummer 3]. De opdracht staat op naam van [naam club], t.a.v. [verdachte], [adres 1]. Het betreft de verhuur van een koel/vriesaanhanger van 5 augustus 2024 tot en met 12 augustus 2024.
  1. Verklaring van de [verdachte][20]
Ik heb een vriesaanhanger gehuurd en bij mij thuis voor de deur gezet. Ik heb de aanhanger zelf opgehaald bij Coolpinguin B.V.
  1. Proces-verbaal van de politie, verklaring [medeverdachte 3][21]
Mijn telefoonnummer is [telefoonnummer 4].
  1. Proces-verbaal van de politie[22]
Uit analyse van de historische verkeersgegevens van het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 4] is gebleken dat dit telefoonnummer tussen de periode 5 augustus 2024 en 8 augustus 2024 meerdere malen zendmasten heeft aangestraald die in het gebied en de zendrichting van de [adres 2] vallen.
  1. Proces-verbaal van de politie[23]
Het uitgeleverde huurdossier van Diks Autoverhuur bestaat uit een contract voor de huur van een vrachtwagen en een factuur. Op het contract is de [medeverdachte 4] als enige bestuurder opgenomen. Uit de factuur blijkt dat de [medeverdachte 4] het voertuig met kenteken [kenteken 1] op 6 augustus 2024 uur heeft opgehaald en op 8 augustus 2024 weer heeft ingeleverd bij Diks Autoverhuur.
  1. Proces-verbaal van de politie[24]
Op 16 juni 2025 werd aan de [adres 5] een mobiele telefoon van het merk Apple type iPhone 13 in beslag genomen (goednummer 6976681). Ik onderzocht de gegevens uit de mobiele telefoon. Ik zag dat deze in gebruik is geweest bij de [medeverdachte 4].
  1. Proces-verbaal van de politie[25]
Tijdens het onderzoek aan de mobiele telefoon die in beslag is genomen in het pand aan de [adres 2] (telefoon 1) en de telefoon die in beslag is genomen bij [medeverdachte 4] (telefoon 2) valt mij het volgende op:
2.3.3. Bewijsmotivering
Uit de bewijsmiddelen volgt dat op 8 augustus 2024 in het pand aan de [adres 2] cocaïne is aangetroffen. Deze cocaïne zat deels in de buik van dode vissen en deels in doorzichtige zakken in koffers in een verborgen ruimte. De vissen met cocaïne zijn in twee partijen op 6 respectievelijk 8 augustus 2024 opgehaald en naar de [adres 2] gebracht. Daar is een deel van de vissen opengesneden om de cocaïne uit de vissen te halen.
De vraag die voorligt is of de verdachte hieraan een bijdrage heeft geleverd.
In het pand aan de [adres 2] is een vriesaanhangwagen aangetroffen. Deze vriesaanhangwagen werd in de periode van het vervoer en het bewerken van de vissen met cocaïne gehuurd door de verdachte.
Daarnaast is in het pand een iPhone 8 aangetroffen. De gebruiker van deze iPhone 8 is iemand met de fictieve naam "[naam 1]". Op de telefoon zijn chats gevonden tussen [naam 1] en gebruikers met de namen "[naam 3]" en "[naam 2]". Uit deze chats volgt dat de vissen met cocaïne in twee delen op 6 en 8 augustus 2024 zijn opgehaald door [naam 1] en [naam 3] en naar de [adres 2] zijn gebracht. De rechtbank heeft vastgesteld dat "[naam 1]" medeverdachte [medeverdachte 4] is. De vraag is wie de gebruiker met de naam [naam 3] is. De rechtbank is van oordeel dat de verdachte de gebruiker "[naam 3]" moet zijn. [naam 3] schrijft in het chatgesprek dat hij de vriesaanhanger bij Coolpinquin B.V. heeft geregeld en de verdachte heeft verklaard dat hij degene is die de vriesaanhangwagen heeft geregeld en later alleen bij Coolpinquin B.V. heeft opgehaald. In dit verband wijst de rechtbank er in het bijzonder nog op dat de offerte-aanvraag en de chat van [naam 3] dat de vriesaanhanger geregeld is van dezelfde dag, namelijk 30 juli 2024, zijn. Gelet op de inhoud van de chatgesprekken tussen [naam 3], [naam 1] en [naam 2] (in welke gesprekken onder meer wordt gesproken over de geur, geen belettering op het vervoersmiddel en poeder) heeft de verdachte door de vriesaanhanger te huren en hiermee samen met een ander lading te vervoeren voor blijkbaar een ander die hen aanstuurde (de onbekend gebleven [naam 2]) op zijn minst de aanmerkelijke kans aanvaard dat de vriesaanhangwagen voor strafbare feiten werd gebruikt. De verklaring van de verdachte dat hij de vriesaanhangwagen voor een vriend had gehuurd en hij geen idee heeft wat er verder mee is gebeurd nadat hij hem had gehuurd en voor zijn deur had gezet is op geen enkele wijze nader onderbouwd en gelet op het voorgaande onaannemelijk.
Uit de bewijsmiddelen volgt dat de medeverdachten [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] ieder een eigen aandeel en een eigen rol hadden in het geheel. [medeverdachte 4] heeft de vrachtwagen gehuurd waarmee de bevroren vis met cocaïne naar het pand aan de [adres 2] is vervoerd. [medeverdachte 3] is betrokken geweest bij het uithalen van de cocaïne uit de vissen en het opslaan van de cocaïne in zakken in koffers. [medeverdachte 2] is eveneens betrokken geweest bij het opslaan van de cocaïne in zakken in de koffers.
Het bewijs voor de aangetroffen hoeveelheid cocaïne volgt uit het volgende. De bij elkaar opgetelde gewichten zoals die volgen uit de NFI-rapporten ten aanzien van de koffers, is als volgt:
In totaal gaat het om 24.090 gram cocaïne. Er bevonden zich nog twintig soortgelijke hoeveelheden in de loods. Ten voordele van de verdachte is uitgegaan van de laagste gemeten hoeveelheid en dat geëxtrapoleerd naar het aantal koffers, dus 20 x 4.154 gram, neerkomend op 83.080 gram. Deze twee hoeveelheden bij elkaar opgeteld komt neer op een gewicht van 107.170 gram (24.090 + 83.080 gram) cocaïne die in de koffers is aangetroffen.
De bij elkaar opgetelde gewichten zoals die volgen uit de NFI-rapporten ten aanzien van de vissen, is als volgt:
In totaal gaat het om 2.576 gram cocaïne. Er bevonden zich nog 65 vissen met inhoud in de loods. Ten voordele van de verdachte is uitgegaan van de laagste gemeten hoeveelheid en dat geëxtrapoleerd naar het aantal vissen, dus 65 vissen x 766 gram, neerkomend op 49.790 gram cocaïne. Deze twee hoeveelheden bij elkaar opgeteld komt neer op een gewicht van 52.366 gram (2.576 gram en 49.790 gram) cocaïne die in de vissen is aangetroffen.
In totaal gaat het dus om 107.170 gram + 52.366 gram = 159.536 gram (dus 159,53 kilo) cocaïne.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat de verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest bij het verwerken, afleveren en vervoeren van ongeveer 159,53 kilo cocaïne.

3 Kwalificatie en strafbaarheid

3.1. Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
1 subsidiair
medeplichtigheid aan opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.
3.2. Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4 Straf

4.1. Eis van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, met aftrek van voorarrest.
4.2. Standpunt van de verdediging
Bij het bepalen van de hoogte van de straf moet rekening gehouden worden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De verdediging verzoekt een straf op te leggen die niet langer is dan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft gezeten.
4.3. Oordeel van de rechtbank
4.3.1. Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte is medeplichtig aan het vervoeren, afleveren en verwerken van bijna 160 kilo cocaïne. Dit is een ernstig feit. Cocaïne is zeer verslavend en schadelijk voor de volksgezondheid. Daarnaast brengt de handel in cocaïne veel andere vormen van criminaliteit met zich. De verdachte heeft door zijn handelen bijgedragen aan het faciliteren, het in stand houden en verder uitbreiden van het drugsgebruik en de drugshandel en de daaraan verwante maatschappelijke problemen.
4.3.2. Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 6 januari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Overige persoonlijke omstandigheden
De verdachte is zelfstandig ondernemer en werkt als personal trainer in de sportschool. Hij heeft geen schulden. De verdachte heeft een vriendin en een jong kind. Zijn tweede kind is op komst.
4.3.3. Oplegging straf
Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. De rechtbank neemt in strafverminderende zin mee dat de verdachte een zeer beperkte rol heeft gehad in het uit het dossier volgende grotere geheel van de invoer in en de hierop volgende uitvoer uit Nederland van een grotere partij cocaïne, waar de aangetroffen cocaïne onderdeel van uitmaakte, en hij maar relatief kort hierbij betrokken was. Al met al wordt een gevangenisstraf van 16 maanden opgelegd, met aftrek van voorarrest.

5 Voorlopige hechtenis

De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 16 juli 2025 geschorst voor onbepaalde tijd.
Indien de rechtbank komt tot een veroordeling heeft de verdediging verzocht om het geschorste bevel op te heffen in verband met het ontbreken van gronden. De rechtbank wijst dat verzoek af, omdat de ernstige bezwaren en de recidivegrond ook nu nog aanwezig zijn. De rechtbank zal echter de schorsing van de voorlopige hechtenis in stand laten, omdat de persoonlijke belangen van de verdachte zwaarder wegen dan de strafvorderlijke belangen.

6 Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 48, 49 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

7 Beslissingen

De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 1 primair heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen dat de verdachte feit 1 subsidiair, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 16 (zestien) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

8 Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.F. Koekebakker, voorzitter,
en mrs. C.M. Derijks en N.A. Nowotny, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R.E. Kroon, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 2 maart 2026.
Mr. J.F. Koekebakker is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier/[eind]proces-verbaal met nummer ***.
[proces-verbaalnummer 1], pagina 53 e.v.
[proces-verbaalnummer 2], pagina 355 e.v.
[proces-verbaalnummer 1], pagina 372 e.v.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, pagina 102 van het zaaksdossier.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, pagina 103 van het zaaksdossier.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, pagina 104 van het zaaksdossier.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, pagina 105 van het zaaksdossier.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, pagina 106 van het zaaksdossier.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 2 juli 2025, bijlage bij het zaaksdossier.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 2 juli 2025, bijlage bij het zaaksdossier.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 2 juli 2025, bijlage bij het zaaksdossier.
[proces-verbaalnummer 3], pagina 72 e.v.
[proces-verbaalnummer 4], pagina 98 e.v.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, pagina 107 van het zaaksdossier.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 26 september 2025, bijlage bij het zaaksdossier.
[proces-verbaalnummer 5], pagina 300 e.v.
[proces-verbaalnummer 6], pagina 286 e.v.
[proces-verbaalnummer 7], pagina 207 e.v.
Verklaard tijdens de zitting van 16 februari 2025.
Verhoor [medeverdachte 3] van 16 juni 2025.
[proces-verbaalnummer 8], pagina 288 e.v.
[proces-verbaalnummer 9], pagina 119 e.v.
[proces-verbaalnummer 10], pagina 422 e.v.
[proces-verbaalnummer 11], pagina 461 e.v. - - - ## Voetnoten
De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier/[eind]proces-verbaal met nummer ***.
[proces-verbaalnummer 1], pagina 53 e.v.
[proces-verbaalnummer 2], pagina 355 e.v.
[proces-verbaalnummer 1], pagina 372 e.v.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, pagina 102 van het zaaksdossier.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, pagina 103 van het zaaksdossier.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, pagina 104 van het zaaksdossier.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, pagina 105 van het zaaksdossier.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, pagina 106 van het zaaksdossier.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 2 juli 2025, bijlage bij het zaaksdossier.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 2 juli 2025, bijlage bij het zaaksdossier.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 2 juli 2025, bijlage bij het zaaksdossier.
[proces-verbaalnummer 3], pagina 72 e.v.
[proces-verbaalnummer 4], pagina 98 e.v.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, pagina 107 van het zaaksdossier.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 26 september 2025, bijlage bij het zaaksdossier.
[proces-verbaalnummer 5], pagina 300 e.v.
[proces-verbaalnummer 6], pagina 286 e.v.
[proces-verbaalnummer 7], pagina 207 e.v.
Verklaard tijdens de zitting van 16 februari 2025.
Verhoor [medeverdachte 3] van 16 juni 2025.
[proces-verbaalnummer 8], pagina 288 e.v.
[proces-verbaalnummer 9], pagina 119 e.v.
[proces-verbaalnummer 10], pagina 422 e.v.
[proces-verbaalnummer 11], pagina 461 e.v.