Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:167 - Rechtbank Rotterdam - 16 januari 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2026:16716 januari 2026

Uitspraak inhoud

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11603898 CV EXPL 25-6479
datum uitspraak: 16 januari 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Univé Schade N.V.,
vestigingsplaats: Assen,
eiseres,
gemachtigde: Flanderijn Incasso Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
Partijen worden hierna 'Univé' en ' [gedaagde] ' genoemd.

1 De procedure

1.1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
1.2. Op 27 november 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was aanwezig mr. F. Ackermans namens de gemachtigde van Univé. [gedaagde] is, hoewel op de juiste wijze opgeroepen, zonder bericht, niet verschenen.

2 De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1. [gedaagde] heeft bij Univé een autoverzekering afgesloten, maar hij heeft de verschuldigde premie niet (tijdig) betaald. De dekking van de verzekering is daarom opgeschort. Tijdens deze opschorting heeft [gedaagde] een ongeval veroorzaakt waarvoor hij aansprakelijk was. Univé heeft de schade van de benadeelde vergoed en wil dat [gedaagde] het schadebedrag aan haar terugbetaalt, omdat er geen dekking bestond. Zij eist daarom betaling van een hoofdsom van € 2.536,24, vermeerderd met € 458,13 aan buitengerechtelijke incassokosten en rente die tot 3 maart 2025 € 243,41 bedraagt. In totaal vordert Univé € 3.237,78, met verdere rente en proceskosten.
Hoofdsom
2.2. [gedaagde] heeft bij antwoord alleen aangevoerd het "niet eens te zijn met het besluit van de autoverzekeraar", zonder daarbij een nadere toelichting te geven. Hiermee heeft hij de vordering van Univé niet voldoende gemotiveerd betwist. Deze zal dan ook worden toegewezen.
Incassokosten en rente
2.3. De incassokosten van € 458,13 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW)).
De rente wordt ook toegewezen, omdat Univé genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. Daarom zit in het totale bedrag dat [gedaagde] aan Univé moet betalen de wettelijke rente van € 243,41 die Univé heeft berekend tot 3 maart 2025.
Proceskosten
2.4. De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Univé moet betalen op € 146,14 aan dagvaardingskosten, € 514, - aan griffierecht, € 476, - aan salaris voor de gemachtigde
(2 punten x € 238,-) en € 119, - aan nakosten. Dat is in totaal € 1.255,14. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.5. Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Univé dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3 De beslissing

De kantonrechter:
3.1. veroordeelt [gedaagde] om aan Univé te betalen € 3.237,78 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 2.536,24 vanaf 3 maart 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Univé worden begroot op € 1.255,14;
3.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.
53954