Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:1477 - Rechtbank Rotterdam - 20 februari 2026
Uitspraak
ECLI:NL:RBROT:2026:1477•20 februari 2026
Uitspraak inhoud
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/4961
(gemachtigde: mr. A. El Idrissi),
en
(gemachtigde: mr. Z. Abachi).
- Deze uitspraak gaat over het besluit van het college op de aanvraag van eiseres om bijzondere bijstand voor warmtetoeslag. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
Procesverloop
- Met het besluit van 18 december 2024 (het primaire besluit) heeft het college de aanvraag om warmtetoeslag afgewezen.
2.1. Met het besluit van 15 mei 2025 (het bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
2.2. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3. De rechtbank heeft het beroep op 22 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: mr. M. El Idrissi als waarnemer van de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college.
Beoordeling door de rechtbank
Totstandkoming van het bestreden besluit
- Eiseres heeft op 22 augustus 2024 een aanvraag om bijzondere bijstand ingediend voor warmtetoeslag in verband met ziekte. Op het aanvraagformulier is aangegeven dat het een aanvraag voor een bedrag van € 3.089,86 betreft en bij de aanvraag is een eindafrekening van Oxxio voor dit bedrag gevoegd. Op 28 november 2024 heeft een arts van het Team Sociaal Medische Advisering (TSMA) een adviesbrief bijzondere bijstand opgesteld. De vraagstelling was of extra verwarming medisch noodzakelijk is en indien dit zo zou zijn, voor welke delen van de woning. Volgens het medisch advies is er geen medische indicatie voor vergoeding van warmtekosten. Eiseres wordt in staat geacht ondanks haar beperkingen zichzelf door middel van spierbewegingen warm te houden. Vervolgens heeft het college het primaire besluit genomen en deze met het bestreden besluit gehandhaafd.
Het standpunt van eiseres
- Eiseres betoogt - kort weergegeven - dat er bijzondere medische omstandigheden zijn waarbij extra stoken geïndiceerd is. Zij wijst er daartoe op dat zij eerder is behandeld wegens een ernstige aandoening en sindsdien problemen ervaart met het op peil houden van de lichaamstemperatuur. Voorts betoogt eiseres dat de medisch adviseur ten onrechte heeft nagelaten om informatie bij de behandelende sector op te vragen. Volgens eiseres is het bestreden besluit in strijd met het zorgvuldigheids - en motiveringsbeginsel.
De wet - en regelgeving en rechtspraak
- Artikel 35, eerste lid, van de Pw bepaalt, samengevat, dat iemand alleen aanspraak heeft op bijzondere bijstand voor zover deze niet beschikt over eigen middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan.
- Woonkosten zijn algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. In de Pw is uitgangspunt dat de betrokkene die kosten zelfstandig uit de eigen middelen voldoet en dat deze uit een inkomen op bijstandsniveau kunnen worden voldaan. Als medische redenen een extra verwarmde woning vereisen, komen de extra te maken stookkosten– als daarvoor geen voorliggende voorziening bestaat –voor bekostiging door bijzondere bijstand in aanmerking: deze kosten zijn dan noodzakelijk wegens bijzondere omstandigheden. Het college kent daarom alleen bijzondere bijstand voor extra stookkosten toe nadat uit een deskundigenadvies is gebleken dat er op medische gronden een hogere woningtemperatuur is aangewezen dan gebruikelijk. Dit staat in artikel 5.2 van de Beleidsregels bijzondere bijstand Rotterdam 2024.
Het oordeel van de rechtbank
- De beroepsgrond dat de medisch adviseur ten onrechte heeft nagelaten om informatie bij de behandelende sector op te vragen, slaagt niet. Zoals volgt uit vaste rechtspraak
[1] mag een bijstandverlenende instantie zich bij zijn besluitvorming baseren op concrete adviezen van deskundige instellingen als de GGD. In dat kader moet de bijstandverlenende instantie zich ervan vergewissen of het advies op een zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, of het geen onjuistheden bevat en of het deugdelijk is gemotiveerd. Er is onvoldoende reden om aan te nemen dat het advies onzorgvuldig tot stand is gekomen op de enkele grond dat geen informatie bij de behandelaar van eiseres is opgevraagd. Eiseres had ook zelf, en als aanvrager van bijzondere bijstand lag dat ook meer op haar weg, tijdig informatie van een behandelaar kunnen overleggen, of in haar gesprek met de arts kunnen wijzen op een advies van een behandelaar over haar temperatuurregulatie. Eerst in beroep heeft eiseres een brief van haar behandelend longarts overgelegd.
- De beroepsgrond dat eiseres om medische redenen extra stookkosten moet maken, kan niet slagen. Uit de brief van de longarts kan niet worden geconcludeerd dat het voor de gezondheid van eiseres is aangewezen dat de temperatuur in haar woning hoger dient te zijn dan wat gemiddeld gebruikelijk is. Volgens het medisch advies zijn er geen bijzondere omstandigheden gebleken waarbij extra stoken geïndiceerd is. Eiseres heeft geen objectieve en verifieerbare gegevens overgelegd waaruit blijkt dat het medisch advies onjuist is of dat het college op basis van het advies tot een ander oordeel had moeten komen. In bezwaar heeft de arts van het TSMA voorts voldoende toegelicht waarom er nu - in tegenstelling tot bij een aanvraag in het verleden - geen medische noodzaak bestaat voor het vergoeden van (hogere) kosten van het stoken.
Omdat een extra verwarmde woning in het geval van eiseres om medische reden niet nodig is, zijn extra stookkosten voor eiseres geen uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke bestaanskosten. Zij heeft voor die kosten volgens de eisen die artikel 35, eerste lid, van de Pw stelt, dan ook geen aanspraak op bijzondere bijstand. Het beleid van het college sluit aan op de eisen van artikel 35, eerste lid, van de Pw en kent geen begunstigende afwijkingsmogelijkheid. Het college was niet gehouden eiseres ondanks het ontbreken van een medische noodzaak in strijd met zijn beleid toch warmtetoeslag toe te kennen.
- Van strijd met de door eiseres genoemde algemene beginselen van behoorlijk bestuur is niet gebleken.
Conclusie en gevolgen
-
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk heeft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Bedee, rechter, in aanwezigheid van R.P. Evegaars, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2026.
De rechter is verhinderd om
de uitspraak te ondertekenen
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via "Formulieren en inloggen" op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Bijvoorbeeld ECLI:NL:CRVB:2022:1573. - - - ## Voetnoten