Terug naar bibliotheek
Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:128 - Rechtbank Rotterdam - 9 januari 2026
Uitspraak
ECLI:NL:RBROT:2026:128•9 januari 2026
Uitspraak inhoud
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11981629 VZ VERZ 25-6994
datum uitspraak: 9 januari 2026
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoekster],
woonplaats: Leidschendam,
verzoekster,
gemachtigde: [naam],
tegen
Meditime B.V.,
vestigingsplaats: Capelle aan den IJssel,
verweerster,
die (nog) niet is opgeroepen.
De partijen worden hierna ' [verzoekster] ' en 'Meditime' genoemd.
1 De beoordeling
1.1. Op 24 juli 2025 heeft [verzoekster] een verzoekschrift ingediend bij de kantonrechter in Den Haag. Die heeft zich op 8 augustus 2025 onbevoegd verklaard en de zaak verwezen naar rechtbank Rotterdam. Op 24 november 2025 heeft de kantonrechter de zaak (pas) ontvangen.
1.2. [verzoekster] stelt in het verzoekschrift het volgende. [verzoekster] was op basis van een arbeidsovereenkomst met ingang van 22 januari 2025 in dienst bij Meditime. Zij heeft in januari 2025 een document getekend dat als "overeenkomst van uitdiensttreding" is aangeduid. Dit document was op een aantal essentiële punten, waaronder de einddatum van het dienstverband, nog niet ingevuld. Meditime heeft na ondertekening door [verzoekster] onder meer als datum van beëindiging van het dienstverband "30 april 2025" ingevuld. Volgens Meditime is op grond van dit document de arbeidsovereenkomst geëindigd per 30 april 2025. [verzoekster] is het daar niet mee eens. Zij verzoekt de kantonrechter om voor recht te verklaren dat de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is geëindigd. Ook verzoekt zij de kantonrechter om Meditime te veroordelen het salaris van mei en juni 2025, met wettelijke verhoging, en vakantiegeld vanaf 22 januari 2025 te betalen, met wettelijke rente.
1.3. De verzoeken van [verzoekster] komen er op neer dat zij eist dat Meditime de arbeidsovereenkomst nakomt (artikel 3:296 BW). Uit de wet blijkt niet dat [verzoekster] dit met een verzoekschrift kan vragen. Daarom moet dat met een dagvaarding (artikel 78 en 261 Rv). [verzoekster] heeft dus een verkeerd processtuk gebruikt.
1.4. De kantonrechter geeft [verzoekster] de gelegenheid om Meditime alsnog met een exploot door de deurwaarder te laten oproepen (artikel 45 Rv). Ook bepaalt de kantonrechter dat de procedure wordt voortgezet als dagvaardingsprocedure. [verzoekster] mag haar stellingen aanpassen aan de regels die gelden voor die procedure (artikel 69 Rv).
1.5. Als de kantonrechter op de datum die onder de beslissing staat geen oproepingsexploot van [verzoekster] heeft ontvangen, wordt [verzoekster] niet ontvankelijk verklaard. De zaak wordt dan niet inhoudelijk beoordeeld.
2 De beslissing
De kantonrechter:
2.1. verwijst de zaak naar de rolzitting van donderdag 5 februari 2026 om 11.30 uur waarvoor [verzoekster] Meditime met een exploot moet oproepen;
2.2. bepaalt dat de procedure wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure;
2.3. houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken.
33394